Is in Duitsland het blokkeren van advertenties nu auteursrechtinbreuk of niet?

Photo by Valery Sysoev on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Bij onze Oosterburen speelt al jaren een rechtszaak of adblockers advertenties mogen blokkeren. Recent was er een uitspraak van de hoogste Duitse rechter over de vraag of je auteursrechtinbreuk pleegt. Kun je vertellen waar we nu staan?
De situatie in Duitsland is ook voor Nederland van belang. Auteursrecht is Europees gelijkgetrokken (geharmoniseerd), dus wat de hoogste Duitse rechter bepaalt weegt wel degelijk mee bij wat men in Nederland zal oordelen.

Deze uitspraak is deel van een procedure van uitgeverij Axel Springer tegen het bedrijf Eyeo, de makers van AdBlocker Plus (ABP). Springer trekt alles uit de kast om te verhinderen dat mensen met ABP haar advertenties blokkeren. Eerst met de stelling dat ABP de vrije markt bedierf, en nu dus dat men auteursrecht zou schenden.

De centrale stelling bij dat laatste is dat een adblocker in feite de HTML/CSS van een webpagina wijzigt nadat deze in het Document Object Model (DOM) is geladen, en dat die wijziging niet geautoriseerd is. Plat gezegd heeft een adblocker immers filters om te zien of een element in de DOM een advertentie zou bevatten, en zo ja dan zet die de zichtbaarheid daarvan op ‘verborgen’. Dat is het “wijzigen” waar Axel Springer op doelt. De CSS-eigenschap “zichtbaarheid” is in die visie dus deel van het werk “de webpagina”.

Probleem is dan: wat is een “webpagina” in auteursrechtelijke zin? Natuurlijk zijn de teksten, foto’s en dergelijke beschermd, maar die worden niet gewijzigd door zo’n element onzichtbaar te maken. Axel Springer stelde daarom dat de webpagina als geheel een computerprogramma is, een set instructies die de browser uitvoert. Daarom zie je in het arrest ook verwijzingen terug naar bytecodes en virtuele machines, de advocaten stellen het voor alsof een browser die een HTML pagina leest, hetzelfde doet als een Java virtual machine die bytecode-instructies verwerkt.

Het Bundesgerichtshof verwijst de zaak terug vanwege het feit dat de vorige uitspraak te snel ging. Die bekeek alleen het HTML-bestand en concludeerde daaruit dat er geen sprake was van een beschermd werk, maar had dus niet gekeken naar de mogelijkheid dat de DOM-structuur met toevoegingen als geheel ook beschermd zou kunnen zijn.

In de tussentijd was er echter een Europees arrest verschenen (Action Replay, zaak C-159/23) waarin werd bepaald dat het veranderen van variabelewaarden in het werkgeheugen tijdens executie van software niet telt als een auteursrechtelijke “bewerking” daarvan. Die zaak ging over software die bij Playstation Pro spellen extra features losmaakte of restricties daarop omzeilde. Maar juridisch zit er weinig verschil tussen het onbeperkt kunnen gebruiken van de turbo van een raceauto en het verstoppen van een bepaald DOM-object. De rechter krijgt dan ook de instructie (haha) om dit goed mee te nemen in de nieuwe uitspraak.

Arnoud

45 reacties

  1. Dat dit überhaupt een aspect kan zijn in het auteursrecht is natuurlijk te dol voor woorden. De weergave gebeurt op de apparatuur van de lezer, de weergave wordt alleen gezien door de lezer, meestal in de privacy van de eigen woning. In zo’n context zou auteursrecht in zijn geheel niet van toepassing moeten zijn. Het is het digitale equivalent van het uitscheuren van het advertentiekatern uit een tijdschrift dat je hebt gekocht.

    Daarnaast is dit een beveiligingsnachtmerrie: als een webpagina spyware meelevert, is het dan ook auteursrechteninbreuk als je die blokkeert, en hoe weet je van te voren dat die troep er in zit?

    Nu heeft de rechtspraak in Duitsland wel vaker compleet idiote uitspraken gedaan over het auteursrecht, en is dat een van de redenen dat het land totaal niet mee komt in de digitale transformatie op allerlei gebieden, en veranderd in een soort van openluchtmuseum voor digibeten.

    1. Het is sowieso te dol voor woorden, aangezien HTML/CSS nooit een garantie hebben afgegeven voor een exacte weergave.

      Je kan in CSS op zich heel precies aangeven hoe je wil dat iets wordt weergegeven, maar implementatie van alle HTML en CSS opties in een brwoser op een consistente wijze is nooit onderdeel van de standaarden geweest en zal dat ook niet worden.

      Er zitten kleine verschillen in rendering tussen Chrome en Firefox, er zitten enorme verschillen tussen deze browser en de weergaven door Links en Lynx.

      Nu weet ik niet hoe dat verder geimplementeerd is, maar het is efficient (minder geheugen gebruik) om niet ondersteunde elementen helemaal niet in de DOM te laden.

      Het is dus complete onzin om daar een auteursrecht aan te hangen.

      1. Het toevoegen van eigen CSS door de gebruiker is zelfs een expliciet onderdeel van CSS sinds het allereerste begin (versie 1.0 uit 1996), waarbij gebruikers sinds CSS 2.0 (uit 1998) altijd de CSS van een website kunnen overschrijven.

        CSS1 is a simple style sheet mechanism that allows authors and readers to attach style (e.g. fonts, colors and spacing) to HTML documents

        (emphasis mine)

        The meaning of “!important” has been changed. In CSS1, “!important” in an author’s style sheet took precedence over one in a user style sheet. This has been reversed in CSS2.
      2. En zelfs als het wel zo is, dan kun je prima de advertenties blokkeren door niet in de CSS een “visible: true” property te veranderen in “false”, maar er gewoon een wit vak overheen te tekenen.

        Bovendien botst de bewering van Springer enorm met de Europese toegankelijkheidseisen voor websites die stellen dat een website ook beschikbaar moet kunnen zijn voor slechtzienden of voor software om de website voor te lezen. Die veranderen ook de presentatie van de website en 9 van de 10 keer worden de advertenties niet voorgelezen.

  2. Hoe vaak kan Springer het tegen Eyeo proberen? Dit is de tweede rechtszaak nadat Springer de eerste verloren heeft.

    Wat ik me van van de HTML standaarden herinner (dat is uit de vorige eeuw) is dat de “tags” wel een betekenis hadden, maar dat de browser aanzienlijke vrijheid had in hoe deze tags geïmplementeerd werden. Browsers konden bijvoorbeeld ervoor kiezen om de “alt tekst” te tonen in plaats van de <img> afbeelding. Als dit nog steeds zo is heeft Eyeo daar ook een heel sterk argument.

  3. Is er in het verweer en/of de uitspraak nog iets gezegd over tracking? Het zonder toestemming tracken van gebruikers is sowieso niet legaal, dus het zou raar zijn als de advertenties met tracking niet geblocked zouden mogen worden door de gebruiker.

    Zelf gebruik ik geen adblocker, maar wel de enhanced tracking protection van Firefox. Dat zorgt er in veel gevallen ook voor dat ik de advertenties niet meer te zien krijg.

  4. Het komt op mij als leek over als een heel vreemde en bij voorbaat vrijwel kansloze insteek. Als je het laten verwerken van html/css wil vergelijken met het uitvoeren van een programma, en dan het auteursrecht wil gebruiken om dat af te dwingen, dan beweer je dus dat het auteursrecht mensen er toe kan verplichten om een programma uit te voeren op hun computer. Het auteursrecht is er toch om auteurs te beschermen tegen verveelvuldiging en/of verspreiding van hun werken zonder toestemming, hoe kan je daar ooit een verplichting tot het uitvoeren van een computerprogramma in zien? Begrijp ik de insteek van Springer in deze zaak nu goed of niet?

    1. Het argument is dat jij weliswaar de webpagina/het computerprogramma mag bekijken/laden, maar daarbij niet mag wijzigen. Het is economisch handig dat mensen licenties kunnen nemen op webpagina’s of computerprogramma’s. Het auteursrecht gaat niet alléén over het verbieden an sich, ook voorwaarden aan het gebruik horen daarbij.

      1. Maar de HTML van de webpagina wordt niet veranderd…

        En het is zo dat de HTML standaard aan browsers een aanzienlijke vrijheid biedt in hoe HTML opdrachten (tags) te interpreteren. Een browser mag bij een plaatje (<img> tag) beslissen of het probeert het plaatje te tonen, of in plaats daarvan de tekst uit de alt parameter. Waarom zou een browser die beslissing niet mogen maken gebaseerd op de URI van het plaatje?

        1. Dat klopt, het argument is dat het inlezen van HTML en CSS en daar een DOM-knopenstelsel van maken hetzelfde is als een Java-bestand naar bytecode omzetten (of zoiets). Het DOM-knopenstelsel is dan een omzetting (on-the-fly compilation) van de HTML+CSS, en die wordt gemanipuleerd door de adblocker.

          1. Het tegenargument is dat een bytecode compiler alle functionaliteit omzet op een gedefinieerde manier, terwijl een HTML parser nooit zo gewerkt heeft.

            Bij een programmeertaal bepaalt de code de uitkomst en de compiler hooguit hoe het efficient uitgevoerd wordt. Bij een HTML parser bepaald de parser de uitkomst.

            Technisch gezien zou je in 5 minuten klaar moeten zijn met dat argument. Maar iets zegt me dat een stelletje onbenullen hier uren betaald voor hebben lopen draaien en wurmen om het verhaal van de uitgevers plausibel te laten klinken.

            1. Dit voelt als een true Scotsman argument. Het is pas software als het werkt zoals software werkt. Waarom is vereist dat alle omzetting vooraf gedefinieerd is? Compiler-specifieke nukken zijn van alle tijd (deze code compileert alleen met gcc), net als leverancierafhankelijke extensies.

              Bovendien zijn er voor HTML en CSS standaarden. Wat is het wezenlijke verschil tussen de W3C CSS standaarden en zeg ISO 7185?

              1. Ik denk dat je de essentie van het argument mist.

                Een programmeertaal en compiler garanderen dat uitgevoerd wordt wat de programmeur heeft geschreven. Als de compiler zaken niet ondersteunt dan compileert het programma niet. Met andere woorden de auteur geeft instructies hoe het moet worden en een compiler voert die exact uit of helemaal niet.

                HTML/CSS en een renderer werkt fundamenteel anders. De renderer bepaalt hoe de zaken eruit komen te zien en heeft de vrijheid om delen van CSS en HTML te negeren (geen enkele grote browser implementeert de standaard volledig en er zijn ook verschillen tussen browser). En de renderer bepaald hoe niet ondersteunde zaken worden weergegeven en kan zelfs bepalen dat wel ondersteunde zaken toch anders worden weergegeven als dat logisch is voor de omgeving warin die draait.

                Voorbeelden van dat laatste: Browsers hebben functionaliteit om een website leesbaarder te maken op kleine schermen, ook als de website dit zelf niet ondersteunt. Braille browsers kunnen vrijwel alle CSS negeren. Browsers op e-p[aper kunnen de opmaak aanpassen om beter leesbaar te zijn in zwart wit. Maw de auteur geeeft hints over hoe het eruit komt te zien en de renderer bepaalt.

          2. Ik weet het: “code is data”, maar niet alle data is code. Ik kan de gedachtegang volgen dat een DOM instructies bevat voor een “tekenroutine” over hoe een pagina weer te geven. Maar de DOM bevat en refereert ook aan data: teksten en plaatjes.

            Dan komt de vraag: welke manipulaties in het DOM mogen op grond van C-159/23, welke manipulaties mogen gegeven de “vrijheid in het implementeren van de HTML standaard” en wat mag (in het geval van een adblocker) niet?

            Een belangrijk punt wat we niet moeten vergeten is dat DOM manipulaties ook gebeuren om websites toegankelijker te maken voor mensen met handicaps. Mag een plugin om een website toegankelijk te maken meer dan een adblocker? Waarom wel of niet?

            En als laatste: in hoeverre kunnen voorwaarden die op een webpagina getoond worden jouw rechten op het aanpassen van de wijze van tonen van een webpagina beperken? Deze voorwaarden zijn namelijk niet tijdig ter kennis gebracht aan de bezoeker van de pagina.

      1. Muziek is toch ook maar code wat ‘weergegeven’ wordt? Bastonen onderdrukken gebeurt ook in code (behalve wanneer je dat via een analoge versterker doet, dan is het signaalbewerking). Dat is dus ook manipulatie van die ‘weergave’.

        1. Mij gaat het te ver om een zelfs een MIDI-bestand aan te merken als computercode. Dat is de invoer waarmee een ander programma de geluiden genereert. De wet kent geen definitie van “computerprogramma” maar er moet een zinvolle grens zijn tussen software en invoerdata.

          (Voor de pedanten: is Postscript een programmeertaal?)

          1. Ja PostScript is een programmeertaal. Het wordt natuurlijk niet gebruikt op de manier dat C of Java worden gebruikt, maar het is een stack-gebaseerde, procedurele taal die speciaal is ontworpen voor het beschrijven van pagina-opmaak en grafische weergave.

            1. MIDI is eigenlijk een heel goede vergelijking met HTML.

              Een midi file kan je afspelen en daarvoor wordt een audiogenerator gebruikt. Dit kan een ouderwetse Soundblaster 16 zijn die een FM synthese gebruikt, of een AWE32 met een wavetable met samples van echte instrumenten. De eerste kan sommige instrumenten echt niet goed namaken en klinkt dus heel anders dan die tweede. Een Roland-MT32 klinkt weer heel anders (en is waar vroeger de midi files voor gemaakt werden, de ouderen onder ons kennen deze optie wel uit de DOS spellen)

              Met andere woorden: de midiplayer bepaald hoe het klinkt.

              En zelfs voor weglaten is een vergelijking mogelijk: De soundblaster 16 kon 18 tonen tegelijk genereren (of 9 complexere tonen). Dat kunnen tegelijkertijd 18 verschillende noten van het zelfde instrument zijn of 18 verschillende instrumenten die ieder 1 noot spelen.

              Een Soundblaster AWE kan 16 kanalen en 32 noten polyfoon afspelen.

              Een Roland MT32 is afhankelijk van de complexiteit van de geluiden 8 tot 32 tonen polyfoon.

              De midispeler bepaald wat er wordt weggelaten als er meer dan het aantal ondersteunde kanalen of meer dan het aantal gelijktijdige noten wordt gebruikt.

          2. Niet pedantisch:

            Ik heb wel eens in postscript geprogrammeerd. Het is 100% een programmeertaal. Er zijn bijvoorbeeld .ps bestanden die de mandelbrot set tekenen, of andere soorten fractals. Je zou ook een postscript bestand kunnen maken wat je naar de printer stuurt, waarna die een uur wacht en dan een pagina afdrukt met een paar honderd cijfers van PI. etc, etc. (Volgens mij ben je je daar ook wel van bewust, vandaar die vraag ?)

            Echter, 99.9% van de postscript-bestanden gebruiken bijna niets van de programmeertaal maar zijn alleen een lijst simpele instructies om lijntjes/punten/letters op papier te krijgen. Dus dan moet je de vraag stellen: Is de vraag of iets een programma is, alleen afhankelijk van de taal?

            Maar voor html maakt dat m.i. niet uit, omdat die vraag maar 1 kant op gaat, dus de optie ‘het is een programma ook al is de taal geen programmeertaal’ bestaat niet.

          3. Dat is een DOM ook, het is geen creatief werk gezien het puur functioneel is.

            De DOM wordt door de browser zelf gegenereerd, daar komt niemand aan te pas. En de adblocker is deel van de browser, dus genereert samen met de browser de DOM zonder de advertenties?

            1. Het DOM is een (mechanische) transformatie van een HTML document en daarmee een afgeleid werk van dat document. Dit betekent dat het auteursrecht in principe doorwerkt, maar het genereren van een DOM valt onder de uitzonderingen voor tijdelijke kopieën onder artikel 13a van de Auteurswet.

              En dat brengt ons terug bij de fundamentele vraag: Mag Springer bepaalde transformaties in het DOM of tijdens de generatie van het DOM verbieden? Daarbij moet aangetekend worden dat deze transformaties in opdracht van en slechts voor de eindgebruiker zijn; de gewijzigde DOM wordt niet openbaar gemaakt.

      2. Nee, want muziek is geen computerprogramma dat jij manipuleert.

        Correctie: Nog niet. Als een platenmaatschappij analoog aan deze zaak eenzelfde zaak aan zou spannen voor muziek of video-reclames (bijvoorbeeld voor het onmogelijk maken van muten van het geluid tijdens reclames) dan zou dat toch wel een aardige giecheltoets tegen komen.

        Bovendien is muziek (en opgenomen reclames) natuurlijk al auteursrechtelijk beschermd en zou je dat dus niet mogen manipuleren.

  5. Kan er sprake zijn van inbreuk zonder verdere verspreiding? Als ik een advertentie uit een krant knip pleeg ik toch geen inbreuk op de auteursrechten? Is text to speech software inbreuk?

    Deze zaak komt op mij over als obfuscation van het recht: Maak het maar lekker ingewikkeld door irrelevante dingen toe te voegen en zo proberen recht te praten wat krom is. Of krom wat recht is in dit geval…

    1. Een auteur kan zich verzetten tegen “verminking” van zhaar werk. Ik heb dat een paar keer voorbij zien komen waar het gaat om architectuur en (zichtbare) aanpassingen aan het gebouw.

      Wanneer Springer gaat beweren dat het verwijderen van advertenties een verminking van haar webpagina’s is dan weet ik niet of de rechter gaat giechelen of schaterlachen… De gemiddelde auteur vindt juist het toevoegen van advertenties een devaluatie van zhaar werk.

      1. Ach, het is hetzelfde slag mensen dat naar de WC gaan tijdens het reclameblok zou willen verbieden (en verbaas je niet dat dat strafbaarstellen hun volgende eis zal zijn, als ze hier hun zien krijgen.)

        Inderdaad auteurs vinden advertenties meestal maar niets, maar het zijn de uitgevers die zo proberen wat te verdienen (onder andere om de auteur te kunnen betalen). Bovendien, ter zake doende advertenties voegen waarde toe. Als bij een leuk artikel over een reis naar Zwitserland een paar advertenties van reisbureaus staan is dat helemaal niet erg; staat er een advertentie bij voor abortuspillen, omdat je een dag eerder een zwangerschapstest op een geheel andere site hebt gekocht, dan is dat zwaar storend. (En dan heb ik het nog niet eens over malware en knipperreclames die epileptische aanvallen veroorzaken.)

  6. Mag ik dan Lastpass ook niet meer gebruiken op die sites? Die verandert namelijk ook wat zaken in de code. Of plugins voor toegankelijkheid, waarbij ik websites dat soms ook zelf toe zie voegen.

    Maar m’n Pi-hole of andere DNS based software mag weer wel, die verandert dan weer niks aan de code, maar blocked even goed advertenties.

    1. Ik denk, gebaseerd op dit eerdere antwoord van Arnoud:

      Het argument is dat jij weliswaar de webpagina/het computerprogramma mag bekijken/laden, maar daarbij niet mag wijzigen. Het is economisch handig dat mensen licenties kunnen nemen op webpagina’s of computerprogramma’s. Het auteursrecht gaat niet alléén over het verbieden an sich, ook voorwaarden aan het gebruik horen daarbij.
      dat het argument dan gaat zijn dat de adblocker niet mag omdat in die voorwaarden aan het gebruik die het auteursrecht je laat stellen staat dat manipuleren met als doel het blokkeren van advertenties niet mag, maar het manipuleren met als doel de leesbaarheid vergroten voor slechtzienden, of het onthouden van een wachtwoord, wel mag. Hier het auteursrecht voor gebruiken vind ik absurd, maar goed het is een argument en de rechter zal moeten oordelen.

      Dat voorwaarden-aan-gebruik argument via het auteursrecht zal dan inderdaad, zo lijkt mij dan, alleen opgaan voor adblockers in de browser, niet voor een pi-hole of andere DNS gebaseerde oplossing. Misschien dat Arnoud dit nog kan bevestigen.

      1. Als je die redenatie serieus neemt dan zal het blokkeren via pi-hole ook niet mogen.

        Die redenering zegt gewoon: “Je mag deze pagina niet ‘kopieren’ naar je webbrowser scherm. Behalve als je je aan deze voorwaarden houdt.” Die voorwaarden zijn dan scams bekijken en malware toelaten. Euh ik bedoel natuurlijk advertenties bekijken.

        1. Met het blokkeren via pi-hole pas je het onder auteursrecht en voorwaarden verstrekte “programma” niet aan. De insteek is nu juist dat een adblocker het “programma” aanpast, en dat daarom het auteursrecht van toepassing is (Niet dat ik het met die redenering eens ben overigens, maar dit is hoe ze het proberen te rechtvaardigen). Het staat of valt dus met die aanpassingen waarop dat auteursrecht van toepassing zou zijn, en die pi-hole valt daar buiten. Ongetwijfeld is Springer van mening dat een pi-hole ook niet zou moeten mogen, maar dat is niet hoe ze ’t nu proberen of waar het nu over gaat.

  7. Waarom is het eigenlijk zo belangrijk voor hun argument dat het een “computerprogramma” zou zijn? Dat wordt me totaal niet duidelijk uit het artikel. Pas als je dat weet, kun je beargumenteren of iets een “computerprogramma” is of niet, in de context van deze zaak.

    1. Dat is op zich ook nog een goede vraag.

      In principe mag je voor eigen gebruik werken aanpassen zolang je ze niet verspreid. (thuisgebruik)

      Er zijn echter drie uitzonderingen op thuisgebruik: electronische databanken, bouwerken en … tada … computerprogrammas. Dus krijg je betaalde leugenaars die een rechtbank gaan voorliegen dat HTML en CSS programmeertalen zijn en een webpagina een programma.

    2. Wanneer een webpagina gewoon data is, dan is de hele verwerkingsstraat in beginsel legitiem. De data moet naar een DOM, in de DOM gaan dingen aan en uit en voorkeuren of instellingen van de gebruiker spelen daarin een rol. Een adblocker is dan hetzelfde als een persoonlijke voorkeur voor Comic Sans 32punt of een canvas van 800×600 pixels. De auteursrechthebbende kan daar niets van vinden.

      Wanneer een webpagina een computerprogramma is, dan is “het laden, het in beeld brengen, de uitvoering, de transmissie of de opslag” daarvan in beginsel een inbreukmakende handeling. De rol van de browser verschuift dan: die past geen data toe maar doet realtime executie (of JIT compilatie) van een computerprogramma. Het beïnvloeden van de executie is dan problematisch, want dat mag alleen als dat “noodzakelijk is voor het met dat werk beoogde gebruik”. Advertenties weghalen is niet noodzakelijk voor een goede werking (tenzij je net als ik nog Lynx gebruikt).

      1. Ah, vandaag weer iets bijgeleerd, dankje.

        Maar dan gaat het dus om de juridische definitie. Is er ergens in een wet precies gedefinieerd wat een “computerprogramma” is, in de context van uitzondering op thuisgebruik ?

        1. Nee, maar zoals juristen dan zeggen “I know it when I see it”. We hebben ook geen definitie van pantomimes of toneelwerken, zeg maar.

          Heel indirect vind je in de BSA-uitspraak wat richting. Grofweg was daar de vraag of de UI hoort bij het programma. Antwoord nee, want kenmerkend aan een computerprogramma is dat “the forms of expression of a computer program and the preparatory design work [are] capable of leading, respectively, to the reproduction or the subsequent creation of such a program.” De UI is geen verschijningsvorm of versie van het programma.

        2. Als een term niet in de wet gedefinieerd is dan geldt de betekenis zoals in het normale taalgebruik en het komt voor dat advocaten en rechters uit een woordenboek citeren om een bepaalde term scherp af te bakenen.

          In een heleboel gevallen kunnen we makkelijk tot een consensus komen dat iets een computerprogramma is of dat iets het niet is. In sommige gevallen is het minder duidelijk: Het gemiddelde PostScript bestand wordt gezien als grafische data voor de printer, maar sommige PostScript bestanden zijn als computerprogramma geschreven om resultaten te berekenen en af te drukken. (Leuke voor Arnoud: Als een printer driver een PostScript bestand genereert uit mijn datafile, is die .ps file dan een programma? Zo ja, wie is de programmeur?)

          1. Ik ga even verder in mijn gedachtegang… Ik neem aan dat Springer gebruik maakt van een Content Management System om webpagina’s te genereren uit de samenstellende componenten. Dat betekent dat de HTML door een computerprogramma gegenereerd is. Maar wie is nu de auteursrechthebbende op de samenstelling?

            • Is er voldoende creativiteit in de samenstellende code om deze onder het auteursrecht te laten vallen?
            • Moeten we het auteursrecht op deze code aan (de schrijvers van) het CMS toekennen?
            Belangrijke subtiliteit is dat Springer geen rechtszaak kan voeren over code waar zij het auteursrecht niet bezit.

          2. Die betekenis kan in de loop der tijd veranderen, en dan is de vraag: gaat het om de het normale taalgebruik ten tijde van het opstellen van de wet, of dat wat nu algemeen aanvaard is.

            Toen ik naar de lagere school ging was het woordje “vet” vrij exclusief voor stoffen die je voornamelijk in de keuken aantreft, en nogal glibberig zijn. Tegenwoordig heeft het ook de betekenis “geweldig” of “fantastisch”; toch zullen we niet snel concluderen dat een wet die het vetgehalte van producten regelt daarmee ook regelt hoe fantastisch het product mag zijn….

            Nu is dit een beetje vergezocht, maar veel nieuwe dingen die we nu (met nieuwe woorden of betekenissen) doen onder een wet laten vallen die daarop niet heeft kunnen anticiperen lijkt mij geen goed idee. (En de “ik weet het als ik het zie” norm is natuurlijk helemaal een juridisch gedrocht in mijn ogen, die willekeur en rechtsonzekerheid tot de norm maakt: dat zien we nu in de VS: Freedom of Speech wordt steeds meer alleen van toepassing als je rechts-extremistische onzin uitkraamt).

            1. Het gaat er om wat de wetgever (in Nederland de Staten Generaal) met de wet bedoeld heeft. De memorie van toelichting en de discussie in de Kamers worden meegenomen bij de interpretatie. En ja, die woordenboeken waaruit geciteerd wordt kunnen een fors aantal jaren oud zijn.

              1. Inderdaad, de Nederlandse praktijk is minder gericht op “textualism” dan de Amerikaanse praktijk. Echter, als door nieuwe technische ontwikkelingen dingen ontstaan waarover de toenmalige wetgever niet heeft kunnen nadenken (en dat gaat soms heel snel: de impact van AI is van een heel andere ordegrootte dan zij zelfs vijf jaar geleden had kunnen voorzien). Dan moeten rechters wel heel erg creatief worden in wat de wetgever in de nieuwe context bedoeld had of zou hebben willen bereiken.

                Terugkerend naar de casus waarbij Springer het blokkeren van advertenties wil tegengaan: dat gaat natuurlijk over het verdienmodel dat zij hanteren, dat hierdoor onder druk staat. Ten eerste: was het de bedoeling van de wetgever om elk denkbaar verdienmodel te ondersteunen. Ik denk het niet: de onderliggende bedoeling van het hele auteursrecht (en dan moet je echt terug naar discussies in de 19de eeuw) is een maatschappelijke: zorgen dat de maatschappij toegang heeft tot werken, waardoor de welvaart voor iedereen toeneemt, en daarvoor moet je zorgen dat dingen die de markt verzieken voorkomen worden: dus geen roofdrukken toestaan, etc. Daar is dus het auteursrecht uit voortgekomen.

                Anderhalve eeuw auteursrecht-maximalisme heeft er helaas voor gezorgd dat veel advocaten en rechters denken dat elke vorm van geld verdienen aan het werk van een ander onrechtmatig is, maar dat uitgangspunt is fundamenteel onjuist: het beste auteursrecht in lijn met de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever is juist een auteursrecht dat het minimale aantal beperkingen oplegt, nodig om het gestelde maatschappelijke doel te bereiken. In die zin ben ik een auteursrecht-minimalist. Op dit moment verliezen we een boel potentiele welvaart door een te restrictief auteursrecht, en worden we dus economisch en technisch voorbijgestreefd door landen die daar minder restrictief mee omgaan: een onhoudbare en gevaarlijke ontwikkeling, zeker gezien AI-toepassingen.

                Traditioneel had geen enkele uitgever er moeite mee als mensen het advertentiekatern uit eenmaal gekochte tijdschriften scheurde. Meestal waren die na een paar jaar toch niet meer relevant, terwijl de artikelen dat nog wel waren (ikzelf vind het jammer, want ik vind die oude advertenties zeker leuk en interessant om te zien.) Wat hier gebeurt is equivalent, alleen gebeurt het veel sneller. De aanleiding is ook duidelijk: advertenties in de huidige context zijn zeer storend, irrelevant, en bedreigen de privacy en zelfs veiligheid van je systeem, en er is geen echt werkbare manier om die zaken te voorkomen zonder alle advertenties te blokkeren. Wat we dus zien is een vorm van marktfalen.

                Wat je dan kunt doen is proberen met allerlei juridische sofisterij het uitscheuren van advertenties verbieden, maar veel slimmer zou het voor Springer zijn als zij naar de wetgever stappen en zeggen: hé, de markt faalt hier, zorg dat dat gerepareerd wordt, door de reden weg te nemen dat mensen advertenties integraal blokkeren. Verbiedt dus het gebruik van persoonsgegevens en het tracken voor advertentiedoeleinden, en handhaaf daar hard op. Dan worden advertenties vanzelf weer afgestemd op de redactionele inhoud, en dus relevant voor de lezer. Daarnaast kan Springer ook de hand in eigen boezem steken, en zorgen dat hun advertenties relevant, aantrekkelijk, en veilig worden.

Geef een reactie

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren, <UL>/<OL> voor lijsten, en <em> en <strong> voor italics en vet.