Mag een bedrijf mij in de voorwaarden verbieden ze negatief te recenseren?

Photo by Markus Winkler on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ik ben een kleine ondernemer. Recent heb ik een online cursus gekocht, waarvan de inhoud me zó tegenviel dat ik anderen er voor wilde waarschuwen. Daarop kreeg ik een mail van de cursusaanbieder dat ik de voorwaarden had geschonden en €150 boete moet betalen voor iedere dag dat die review nog online staat. Kan dat zomaar?
Een boetebeding in algemene voorwaarden kán op zich, zeker in een zakelijke overeenkomst. (Bij consumenten is meestal niet haalbaar.) De rechter kan boetes matigen, bijvoorbeeld als er geen totaal maximum bij staat of als de bedragen excessief zijn voor de overtreding.

Meestal worden boetes verbonden aan specifieke plichten, zoals geheimhouding schenden, het werk hinderen of medewerkers van de wederpartij in dienst proberen te nemen. Daar is op zich weinig mis mee, en je kunt er in principe vrij over onderhandelen.

Hier wordt de boete verbonden aan iets dat in principe los staat van de overeenkomst, namelijk klagen over de overeenkomst. Letterlijk verboden is dat niet, maar toch verwacht ik dat de rechter dit zal vernietigen als onredelijk bezwarend. Daarvoor zijn twee redenen:

  1. Er is geen redelijke grond om zo’n verbod op te nemen. Dit heeft niets te maken met de kwaliteit van het werk of daarmee samenhangende afspraken.
  2. Een klacht of recensie (binnen het legale en fatsoenlijke) betreft een uiting in het algemeen belang. Daarmee wordt een grondrecht van de klant geschonden.
Probleem is natuurlijk dat dit geen zekerheid is, en dat je dus naar de rechter zou moeten om hier een uitspraak over te krijgen. Daar kan ik alleen tegenover stellen dat ik eigenlijk nog nooit heb gezien dat er zakelijk werd geprocedeerd over zo’n recensie-boete.

Arnoud

17 reacties

  1. Het dwingen van consumenten om een negatieve recensie te wissen, of het (onvoldoende gemotiveerd) verwijderen van negatieve recensies door een bedrijf, wordt aangemerkt als een oneerlijke handelspraktijk en is in de EU verboden. Het bewust manipuleren van reviews – zoals het alleen tonen van positieve ervaringen – is misleidend en in strijd met de wet (artikel 6:193b BW).

  2. Dat ligt wat genuanceerder. Het begrip consument moet weliswaar restrictief worden uitgelegd binnen EU-recht, maar dat staat niet in de weg aan het (rechtstreeks wettelijk of in de praktijk via reflexwerking) toekennen van dezelfde bescherming aan niet-consumenten in lidstaatrecht. Toekennen van rechten aan niet-consumenten in nationaal recht is niet hetzelfde als oprekken van het begrip consument; dat het EU-recht B niet beschermt en C wel, betekent niet dat Nederlands recht B niet mag beschermen. Nederland heeft geen eigen wetgeving ter bescherming van (kleine) bedrijven tegen oneerlijke handelspraktijken. In Nederland geldt dat wat jegens consumenten een oneerlijke handelspraktijk is dat veelal ook kan zijn jegens ondernemers; over de boeg van onrechtmatige daad, dwaling en bedrog etc. Als dit over de boeg van onrechtmatige daad beredeneerd wordt, kan in de Nederlandse praktijk reflexwerking het argument zijn als het gaat om een niet-consument. Het argument is dan dat de ondernemer weliswaar geen consument is, maar er wel veel op lijkt en daardoor in de praktijk diezelfde bescherming zou moeten hebben. Rechters kunnen dit nog steeds zo toepassen; het aangehaalde arrest doorkruist dat niet. In het geval van ZZP’ers die een online cursus volgen, is gewoon ruimte voor een dergelijke toepassing van reflexwerking, lijkt mij. In het arrest dat je noemt ging het om een Stichting die adverteerde in een bedrijvengids. Adverteren in een bedrijvengids is naar zijn aard geen consumentengedrag. Dat nog onder reflexwerking laten vallen, lijkt daardoor wat misplaatst. Bovendien ging het in die zaak niet over de vraag of reflexwerking via onrechtmatige daad mogelijk was, maar om de omkering van de bewijslast zoals neergelegd in art. 6:193j BW (zie r.o. 3.13 van dat arrest). Uit dat arrest kan, zo lijkt mij althans, niet geconcludeerd worden dat er nooit meer reflexwerking toegekend zou mogen worden bij oneerlijke handelspraktijken jegens kleine ondernemers. Als het gaat om simpele beginnerscursusjes als ‘leer ondernemen voor ZZP’ers’ etc, lijkt mij dat de ondernemer in kwestie juist (nog) veel op een consument lijkt. Dit is dan juist een ideaal geval om te betogen (en te vonnissen) dat er een beroep op reflexwerking gedaan moet kunnen worden. Waarom zou een rechter dat niet doen? Voor twijfelende rechters: de Minister heeft letterlijk gezegd dat het in voorkomende gevallen een kwestie ter beoordeling van de rechter is om (via reflexwerking) te voorzien in rechtsbescherming van kleine zelfstandigen tegen oneerlijke handelspraktijken (kst-20072008-30928).

    1. De vraag is wat de juridische situatie zou zijn als ik – in het kader van het Streisand effect – die review opzoek en kopieer/screenshot. Als de vraagsteller deze verwijdert omdat hij het risico niet durft te nemen plaats ik daarna de review omkleed met:

      Hier stond een review met de volgende strekking: (…samenvatting…) Helaas neemt deze partij in zijn voorwaarden een boete beding op tegen negatieve beoordelingen dus deze partij werd gedwongen deze te verwijderen. Bezint eer ge begint!

      Ik heb immers geen contract met deze partij, wat ik schrijf is de waarheid en als de onderneming dat betwist kunnen ze niet in de voorwaarden opnemen dat de partij die ze monddood maken voor mij mag getuigen.

      Ik heb ook geen opdracht gerkregen dit te doen dus ik doe het ook niet namens die persoon. Ik doe het omdat ik een pesthekel heb aan partijen die dat soort voorwaarden hanteren.

      1. Gezien het soort bedrijf waar het denk ik om gaat: brief van advocaat wegens smaad, hoge claim van schade en dreiging beslaglegging op je bankrekening net voordat je salaris wordt gestort. Of zes man van de lokale motorclub met draaiende motoren in je voortuin. We wachten wel even tot je ‘m weghaalt.

        1. Als het een dergelijk bedrijf is, zijn de vraag van de vraagsteller, en jouw analyse, niet zo relevant.

          Dan komt die motorclub gewoon, wat het antwoord van Arnoud op de vraag ook mag zijn.

          En trouwens, dan hebben we ook niet eens een contract nodig. Wat de andere partij zegt zal dan gewoon gebeuren.

          En als die motorclub toch bezig is, kan die meteen 500€ voorrijkosten (of die mooie gouden ketting van je vrouw) incasseren, contract of niet.

          Als je eenmaal begint met ‘je wordt met geweld bedreigd als je iets tegen de zin van Dhr Trump dit bedrijf doet, dus dat doe je beter niet’, tja, dan verliest een juridische analyse natuurlijk zijn nut.

          1. Je kan je afvragen hoe iemand bij zo’n partij terecht komt voor een cursus. Maar ik kan uit ervaring van een schoolvriend vertellen dat dat soms heel makkelijk gaat, zonder dat je het door hebt.

            Die vriend had namelijk een baan gekregen en was dolgelukkig. Na de maandje moest hij opeens naar een cursus van zijn baas en dat was een – laat ik het zo zeggen – nogal merkwaardige cursus. Toen hij het vertelde kon ik hem gaan mededelen dat de cursus georganiseerd was door een beruchte ‘kerk’. En toen hij onder zijn jaar contract uit wilde omdat hij zich misleid voelde stonden er ook wat mensen voor de deur om hem van gedachte te laten veranderen. Arnoud zijn opmerking deed mij heel erg aan deze partij denken!

            1. Het is overigens een heel slimme partij; ze deden niets wat duidelijk illegaal is.

              Waar ligt de grens als ze je herhaaldelijk bellen om te benadrukken dat je echt die cursus wil doen en dat het goed voor je is? Maar ondertussen wordt er wel druk uitgeoefend.

              En dat ze een tijdelijk contract zonder exit clausule niet willen beëindigen is ook volkomen legaal.

              Pas toen duidelijk werd dat hij echt niet toegaf en geen cursussen ging doen die niets met werk te maken hadden en waar ze heel persoonlijke vragen stelde werd het met wederzijds instemmen beëindigd. Uiteraard met een overeenkomst dat hij zich niet negatief over hun uit zou laten.

              1. Je bedoelt die kerk die door een science-fiction schrijver is opgericht om wille van belastingvoordelen?

                Die kerk waar je hele dure cursussen voor moet doen om ‘geheimen’ te leren die je gewoon in rechtbankdocumenten kunt vinden?

                Dat is inderdaad geen lekkere organisatie. Maar inderdaad wel een slimme.

  3. De rechter kan boetes matigen, bijvoorbeeld als er geen totaal maximum bij staat of als de bedragen excessief zijn voor de overtreding.

    Het enkele uiteenlopen van de boete en de geleden schade is geen grond voor matiging, parl. Gesch. Boek 6, Deventer: Kluwer 1981, p. 325:

    De rechter behoort in de aldus aan partijen gelaten contractsvrijheid pas te kunnen ingrijpen, indien de billijkheid het klaarblijkelijk eist, waartoe het enkele uiteenlopen van boete en werkelijke schade niet voldoende is.
    ECLI:NL:HR:2007:AZ6638:
    Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.
    Aard van de overeenkomst: het volgen van een cursus. De inhoud en de strekking van het beding: inperken van meningsuiting, een grondrecht De omstandigheden waaronder het is ingeroepen: na een feitelijk juiste review nav een zeer slecht uitgevoerde dienst Prik mij maar lek, maar naast vernietiging zie ik een vordering om de boete tot nihil te matigen ook wel slagen.

Geef een reactie

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren, <UL>/<OL> voor lijsten, en <em> en <strong> voor italics en vet.