Welk onderhoud mag je op andermans software plegen?

| AE 11259 | Intellectuele rechten | 6 reacties

Mag je als derde andermans software onderhouden? Die vraag lijkt juridisch triviaal – nee – want voor onderhoud moet je de software wijzigen, en dat mag niet zonder toestemming (licentie) van de rechthebbende. Maar er is een wettelijke uitzondering voor een rechtmatig gebruiker, en in een recente rechtszaak kwam eindelijk de vraag eens langs hoe ver die uitzondering reikt. En helemaal bijzonder: het auteursrecht was ondertussen bij een derde terechtgekomen.

De leverancier van een niet nader genoemd softwarepakket ging op zeker moment failliet, waarna de auteursrechten op die software door het bedrijf Rainbow werden gekocht uit de boedel (activatransactie). De software verzorgt de afwikkeling van het totale logistieke proces van een transportonderneming. Met de software kunnen bedrijven onder andere transportopdrachten innemen, orders opmaken, factureren en ritten plannen.

Twee andere bedrijven boden al een tijdje onderhoudscontracten op die software, en werden door Rainbow aangesproken dat ze daarmee op moesten houden omdat dit in strijd zou zijn met het verkregen auteursrecht. Maar daar staat tegenover dat de wet (art. 45j Auteurswet) zegt:

Tenzij anders is overeengekomen, wordt niet als inbreuk op het auteursrecht op een werk als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 12°, beschouwd de verveelvoudiging, vervaardigd door de rechtmatige verkrijger van een exemplaar van eerder genoemd werk, die noodzakelijk is voor het met dat werk beoogde gebruik. De verveelvoudiging, als bedoeld in de eerste zin, die geschiedt in het kader van het laden, het in beeld brengen of het verbeteren van fouten, kan niet bij overeenkomst worden verboden.

Wie ooit rechtmatig de licentie kocht bij het inmiddels failliete bedrijf, is een “rechtmatige verkrijger” in de zin van dit artikel. En die mag dan ook het onderhoud uitbesteden. Daarmee zou het handelen van de gedaagden dus legaal zijn.

Complicatie is dus echter dat de werkzaamheden “noodzakelijk” moeten zijn en wel “voor het beoogde gebruik”. En dat is bij deze software lastig, omdat nergens op papier vastgelegd was wat nu precies het beoogde gebruik was. Dit moet nu in een nieuwe zitting apart worden behandeld. En dat kan nog een kluif worden, omdat eigenlijk niemand weet wat deze bepaling nu eigenlijk bedoelde te zeggen. Software gebruik je meestal voor een heleboel doeleinden, vaak niet voorzien bij het aankopen. Dus hoe moet je dat dan interpreteren?

Arnoud