Mag ik IKEA-accessoires printen?

| AE 4508 | Innovatie, Intellectuele rechten | 9 reacties

ikeashop.jpgEen lezer wees me op de Shapeways shop IKEAshop waar je 3D geprinte onderdelen van de bekende blauwgele Zweedse meubelhandel kon betrekken. Het gaat zo te zien om kleine dopjes en piefjes die je er altijd bij krijgt en die lastig te vervangen zijn. Typisch dus iets waar je 3D printen voor inzet: download even het juiste CAD model en printen maar. En er zijn meer sites: op Thingiverse vind ik naast vervangende onderdelen ook aanvullende onderdelen, zoals een haakje om de bestekbakken op te hangen of een knikkergeleiderail voor de Malm-kast. Mag dat allemaal zo?

Het eerste wat in me opkomt is het merk IKEA dat hierbij gebruikt wordt. Het is toegestaan om aan te geven dat je product ergens compatible mee is, bijvoorbeeld dat de Lack-tafel prima een 19″-server kan dragen. De merkenwet kent een uitzondering voor het aangeven van de bestemming of het doel van de waar, dat mag altijd, mits je het maar eerlijk doet.

De Thingiverse voorbeelden zien er prima uit, en ook de LackRack geeft voor mij geen problemen. Maar de IkeaShop vind ik iets lastiger: nergens staat wie deze opereert of wat de relatie tot Ikea is. Door dat in het midden te laten, wordt stilzwijgend de indruk gewekt dat de shop van Ikea zelf is. Daar kan het bedrijf dus een juridisch punt van maken. Hoewel daar meteen tegenover staat dat de huisstijl compleet anders is en de strekking wel duidelijk is: aanbieden van reserveonderdelen door een enthousiaste klant.

Waar het gaat om reserveonderdelen printen, kun je ook nog te maken krijgen met het auteursrecht of modelrecht van Ikea op die onderdelen. Bij de getoonde onderdelen lijkt me dat sterk, dat gaat puur om functionele dingetjes en daar kan ik me auteursrecht moeilijk bij voorstellen. Ook modelrecht speelt volgens mij niet; ik zie geen enkele vorm van design daar.

Letterlijk een kopie van de Billy als 3D object aanbieden is wel een probleem. Daar zie ik wel auteursrecht op zitten, en dan is het aanbieden van een 3D CAD bestand een vorm van verveelvoudiging in gewijzigde vorm. Dat mag niet.

Het printen wel, voor eigen gebruik, want dát is ook toegestaan uit illegale bron. Nou ja, totdat het Europese Hof daar een ei over gelegd heeft in ieder geval. En of je dat moet willen is vers 2, want volgens mij is het printen van een dergelijke grote kast aan materiaal duurder dan het origineel. Maar goed, proof of concept zullen we maar zeggen.

Arnoud

Opdrachtgever krijgt auteursrecht bij industrieel ontwerp

| AE 1613 | Intellectuele rechten | 6 reacties

potloden-ontwerp-design.jpgWie een werk maakt, heeft daar zelf het auteursrecht op. Ook als hij dat in opdracht doet van een ander. De opdrachtgever moet contractueel de rechten opeisen. Dat is de hoofdregel uit het auteursrecht – of dat was hij, beter gezegd. Een arrest uit 2007 van het Benelux Gerechtshof, bevestigd in een recent arrest van het Gerechtshof Amsterdam (via Boek 9) draait die hoofdregel nu om voor industriële vormgeving, zoals verpakkingen, uitvoering, grafische symbolen en typografische lettertypen. Dat betoogt professor Dirk Visser in zijn noot bij het arrest van het Hof Amsterdam.

Industriële ontwerpen worden beschermd via het Benelux-Verdrag voor de Intellectuele Eigendom, vroeger bekend als het Benelux-Verdrag inzake tekeningen en modellen. Onder dit verdrag valt “elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp, met inbegrip van onder meer onderdelen die zijn bestemd om tot een samengesteld voortbrengsel te worden samengevoegd, verpakkingen, uitvoering, grafische symbolen en typografische lettertypen”. Een ontwerp kan daarnaast ook auteursrechtelijk beschermd zijn, hoewel het criterium daarvoor iets strenger is dan voor bescherming als tekening of model.

Het BVIE heeft een expliciete bepaling over de eigendom van zulke ontwerpen in artikel 3.8.2:

Indien een tekening of model op bestelling is ontworpen, wordt, behoudens andersluidend beding, degene die de bestelling heeft gedaan als ontwerper beschouwd, mits de bestelling is gedaan met het oog op een gebruik in handel of nijverheid van het voortbrengsel waarin de tekening of het model is belichaamd.

Dit is dus precies het omgekeerde van wat de Auteurswet zegt. Wie dus in opdracht een tekening of model maakt en daar een tekening- of modelrecht op vestigt, is de auteursrechten daarop volautomatisch kwijt. Maar, zo laat Visser zien, het gaat nog verder: ook als je geen modelrecht aanvraagt kun je die rechten kwijt zijn aan je opdrachtgever.

Het BVIE kent namelijk ook de zogeheten ongeregistreerde modelrechten. Wie een tekening of model maakt dat voldoet aan de definitie uit dit verdrag, krijgt volautomatisch drie jaar bescherming tegen overname door anderen. Zoals het Hof Amsterdam het formuleert:

Genoemde bepalingen van het BVIE (evenalsvoorheen de BTMW) komen er ” voor de onderhavige situatie samengevat ” op neer dat indien een model op bestelling is ontworpen de opdrachtgever, behoudens andersluidend beding tussen opdrachtgever en ontwerper, als ontwerper wordt beschouwd en dat aan deze daarmee ook het auteursrecht inzake dat model toekomt.

Grafisch ontwerpers doen er dus goed aan hun algemene voorwaarden nog even door te nemen of daar wel een expliciet beding in staat waarmee zij hun auteursrechten voorbehouden.

Arnoud