3D dinsdag: Het modellenrecht

| AE 2520 | Innovatie | 3 reacties

3d-printed-dewalt-zaag-cc-by.pngWorden 3D-printers de nieuwe Napster? Met die vraag in het achterhoofd bespreek ik elke dinsdag een aspect van het intellectueel eigendomsrecht en waar dat botst met de mogelijkheden van 3D printen. Op basis van deze blogs en jullie feedback daarop wil ik hier uiteindelijk een boek van maken. En natuurlijk publiceer ik dan geen comments van jullie daarin zonder aparte toestemming.

Vorige week besprak ik het octrooirecht, dat technische uitvindingen beschermt tegen namaak en imitatie. Verwant aan het octrooirecht is het tekeningen- en modellenrecht, dat het uiterlijk van producten beschermt. Denk hierbij aan de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de tekstuur of de versiering van een product. Grof gezegd: octrooien gaan over de binnenkant en het modellenrecht over de buitenkant van producten.

Een voorbeeld van een bekend product met een beschermd uiterlijk:

tomtom-modeldepot.png

Dit modellenrecht gaat over het driedimensionale uiterlijk van het product. Ook tweedimensionale aspecten van uiterlijk (zoals een patroon, opdruk of tekening) kunnen onder dit recht vallen – dat zijn dus de ‘tekeningen’ uit het tekeningen- en modellenrecht. Ik houd het in deze blog voor het gemak op “modellenrecht”, maar overal waar ik het heb over een model kan het dus gaan om een driedimensionaal ding met een bepaalde vorm als een tweedimensionale versiering van dat ding.

Het modellenrecht zal eerder relevant worden voor 3D printen dan het octrooirecht. Immers, het is veel eenvoudiger het uiterlijk van een product na te maken met een 3D-print dan een bewegende technische constructie. En ja, het in plastic printen van een mockup van een product kán onder het modellenrecht vallen als dat product beschermd is. Ook als het product zelf functioneel is en de mockup niet.

Een product hoeft echter niet functioneel te zijn (iets te doen). Het uiterlijk van een sierproduct zoals een vaas of een schilderijlijst kan prima beschermd worden als model. Ook een onderdeel van een product kan afzonderlijk beschermd zijn. Wel moet dat onderdeel dan bij normaal gebruik zichtbaar zijn. Denk aan een spoiler bij een auto of een custom cover voor de iPhone. Zulke 3D-geprinte covers zijn overigens al te koop bij Apple.

lego.pngEen uiterlijk van een product is beschermd als model wanneer het nieuw is en een eigen karakter heeft. Nieuw wil zeggen “was nog niet gepubliceerd of op de markt”. Dat is redelijk eenvoudig vast te stellen (pak de oude productcatalogi er maar bij). Het eigen-karaktercriterium is lastiger. Juristen gebruiken de toets of “de algemene indruk die bij de gebruiker wordt gewekt” anders is dan wat er in al die oude catalogi te vinden is. Er moet een ‘duidelijk verschil’ zijn met het bekende om een beschermd model te kunnen krijgen. Details kunnen het verschil maken, maar je mag niet alléén naar de details kijken: het moet uiteindelijk een andere totaalindruk zijn.

De hiernaast getoonde lego-boogstenen hebben bijvoorbeeld een verschillende totaalindruk, hoewel ze grofweg dezelfde vorm en structuur (en doel) hebben. Een steen die alleen maar een andere kleur zou hebben, zou geen andere totaalindruk maken. Een steen die dezelfde vorm heeft maar twee noppen breder is, is een twijfelgeval maar ik denk dat die ook geen andere totaalindruk zou maken. Al was het maar omdat je dan het argument krijgt dat de aanpassing alleen functioneel van aard is. En functionele aspecten mogen niet meegewogen worden bij de vraag of sprake is van een nieuwe totaalindruk. Deze behoren onder het octrooirecht beoordeeld te worden.

Het modellenrecht heeft daarmee een lagere grens dan het auteursrecht. Auteursrecht eist een eigen intellectuele prestatie van de maker (voorheen het persoonlijk stempel). De eis van een “eigen karakter” is lager. Die lego-boogstenen zijn nauwelijks een intellectuele prestatie te noemen, maar omdat ze wél een andere totaalindruk maken dan bestaande stenen kunnen ze wel als model beschermd worden. Een ontwerp dat zowel een eigen karakter heeft als een eigen intellectuele prestatie van de maker is, is met zowel een auteursrecht als een modellenrecht te beschermen.

Om een modellenrecht te krijgen, is een aanvraag verplicht. Dit kan zowel bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom als bij het Europese Bureau voor de Harmonisatie van de Interne Markt, de instelling met de onwaarschijnlijkste naam in de Europese Unie. Bij deze aanvraag moet een afbeelding van het model worden gedeponeerd. Irritant is daarbij dat geen onderzoek of beoordeling wordt gedaan naar nieuwheid of eigen karakter. Pas als het tot een rechtszaak komt, kan het modellenrecht ongeldig worden verklaard. De inschrijving is vijf jaar geldig, maar kan worden verlengd tot maximaal 25 jaar.

Gedeponeerde modellen kunnen online worden ingezien. Je kunt dus in theorie nagaan of wat je wilt printen beschermd is, maar de praktijk is lastig: hoe zoek je in vredesnaam op uiterlijke kenmerken van producten in een databank met plaatjes? Er zijn classificatiecodes, maar echt over houdt het allemaal niet.

Om het allemaal nog wat lastiger te maken, is er óók een modellenrecht voor niet-gedeponeerde modellen. De eisen hiervoor zijn hetzelfde (nieuw en eigen karakter), maar dit kan pas bij de rechter worden getoetst. Wel is de bescherming voor een niet-gedeponeerd model beperkt tot ontlening, oftewel afkijken. Het toevallig gelijken van twee producten is dus geen inbreuk op het ongeregistreerde modellenrecht. Verder is de beschermingstermijn van niet-gedeponeerde modellen beperkt tot drie jaar vanaf het moment dat het model op de Europese(!) markt is gekomen.

makerbot-fluitje.pngAls een model beschermd is, mogen anderen dat uiterlijk niet gebruiken in hun producten. Ook producten die op ondergeschikte punten afwijken maar geen andere algemene indruk wekken, vallen onder de bescherming en zijn dus verboden. De wet noemt “het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, verkopen, leveren, verhuren, invoeren, uitvoeren, tentoonstellen, gebruiken of in voorraad hebben” als verboden handelingen. Daarbij is -net als bij octrooien- niet relevant of het ontwerp is afgekeken of dat de gelijkenis toevallig is. Waar het om gaat, is of de algemene indruk van de twee producten is dat ze hetzelfde zijn.

Ook net als bij octrooien zijn “handelingen in de particuliere sfeer en voor niet-commerciële doeleinden” uitgesloten van de bescherming. Een particulier mag dus voor zichzelf beschermde modellen uitprinten en gebruiken, mits hij deze maar niet verhandelt (ook niet aan de buurman). Experimenteren in het kader van het onderwijs (zoals hiernaast waar een werkend fluitje wordt geprint door een groep scholieren) is ook toegestaan. De op school geprinte modellen mogen echter niet worden verhandeld.

Expliciet toegestaan is het maken van een vervangend onderdeel of het repareren van het beschermde product “met de bedoeling het zijn oorspronkelijke uiterlijk terug te geven.” Dit is opgenomen in de wet om te voorkomen dat met een modelrecht de markt voor reserveonderdelen geblokkeerd kan worden. Op deze grond werd in 2010 bijvoorbeeld het maken van vervangende injecteerschijven legaal geacht. De rechter stipte hier tevens de “behoefte aan standaardisatie” aan, iets waarvan de Hoge Raad oordeelde in een zaak over Legosteentjes dat dit een legitieme reden kan zijn voor het namaken van producten.

Een consument die voor eigen gebruik beschermde modellen wil printen en gebruiken, hoeft zich weinig zorgen te maken over modellenrechten. Een bedrijf dat modellen print op bestelling, zal wel voorzichtiger moeten zijn. Zij kan wellicht een beroep doen op die reparatieclausule als het gaat om vervangende onderdelen. Maar of deze clausule ook geldt bij alleen maar alternatieve onderdelen (een nieuw hoesje, een ander kleurtje voor de cover) zal vrees ik alleen na een hele serie rechtszaken worden uitgemaakt.

Er is wettelijk niets geregeld over CAD-bestanden waarmee beschermde modellen via 3D-printen kunnen worden nagemaakt. De wet gaat primair over het verhandelen en gebruiken van producten, niet computerbestanden en blauwdrukken. En dat geldt ook bij een tweedimensionaal model (een tekening): ook dat moet wel op een product aangebracht zijn voordat het tekeningen- en modellenrecht in stelling gebracht kan worden. Er is geen expliciet verbod op “middelen” om een beschermde tekening of model na te maken. De enige escape is hetzelfde als wat BREIN bij het auteursrecht heeft uitgehaald: de algemene regel van onrechtmatige daad (“maatschappelijk onzorgvuldig handelen”) wordt in stelling gebracht om te kunnen verbieden wat de specifieke wet niet verboden heeft. Oftewel: het staat wel nergens maar dit moeten we niet willen met z’n allen.

Arnoud<br/> Foto: 3D geprinte Dewalt-motorzaag door Creative Tools en Solid Edge designtool door Siemens PLM Software, beiden CC-BY 2.0. De navigatie-unit is de TomTom GO 300 (foto van TomTom zelf) met daarnaast een afbeelding uit internationaal modeldepot 000267968-0001. De Lego-gewelfsteen is internationaal model 000183629-0001. De MakerBot-foto komt van Seevic College.

Opdrachtgever krijgt auteursrecht bij industrieel ontwerp

| AE 1613 | Intellectuele rechten | 6 reacties

potloden-ontwerp-design.jpgWie een werk maakt, heeft daar zelf het auteursrecht op. Ook als hij dat in opdracht doet van een ander. De opdrachtgever moet contractueel de rechten opeisen. Dat is de hoofdregel uit het auteursrecht – of dat was hij, beter gezegd. Een arrest uit 2007 van het Benelux Gerechtshof, bevestigd in een recent arrest van het Gerechtshof Amsterdam (via Boek 9) draait die hoofdregel nu om voor industriële vormgeving, zoals verpakkingen, uitvoering, grafische symbolen en typografische lettertypen. Dat betoogt professor Dirk Visser in zijn noot bij het arrest van het Hof Amsterdam.

Industriële ontwerpen worden beschermd via het Benelux-Verdrag voor de Intellectuele Eigendom, vroeger bekend als het Benelux-Verdrag inzake tekeningen en modellen. Onder dit verdrag valt “elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp, met inbegrip van onder meer onderdelen die zijn bestemd om tot een samengesteld voortbrengsel te worden samengevoegd, verpakkingen, uitvoering, grafische symbolen en typografische lettertypen”. Een ontwerp kan daarnaast ook auteursrechtelijk beschermd zijn, hoewel het criterium daarvoor iets strenger is dan voor bescherming als tekening of model.

Het BVIE heeft een expliciete bepaling over de eigendom van zulke ontwerpen in artikel 3.8.2:

Indien een tekening of model op bestelling is ontworpen, wordt, behoudens andersluidend beding, degene die de bestelling heeft gedaan als ontwerper beschouwd, mits de bestelling is gedaan met het oog op een gebruik in handel of nijverheid van het voortbrengsel waarin de tekening of het model is belichaamd.

Dit is dus precies het omgekeerde van wat de Auteurswet zegt. Wie dus in opdracht een tekening of model maakt en daar een tekening- of modelrecht op vestigt, is de auteursrechten daarop volautomatisch kwijt. Maar, zo laat Visser zien, het gaat nog verder: ook als je geen modelrecht aanvraagt kun je die rechten kwijt zijn aan je opdrachtgever.

Het BVIE kent namelijk ook de zogeheten ongeregistreerde modelrechten. Wie een tekening of model maakt dat voldoet aan de definitie uit dit verdrag, krijgt volautomatisch drie jaar bescherming tegen overname door anderen. Zoals het Hof Amsterdam het formuleert:

Genoemde bepalingen van het BVIE (evenalsvoorheen de BTMW) komen er ” voor de onderhavige situatie samengevat ” op neer dat indien een model op bestelling is ontworpen de opdrachtgever, behoudens andersluidend beding tussen opdrachtgever en ontwerper, als ontwerper wordt beschouwd en dat aan deze daarmee ook het auteursrecht inzake dat model toekomt.

Grafisch ontwerpers doen er dus goed aan hun algemene voorwaarden nog even door te nemen of daar wel een expliciet beding in staat waarmee zij hun auteursrechten voorbehouden.

Arnoud

Auteursrecht op het Atomium

| AE 970 | Intellectuele rechten | 3 reacties

Dit is geen Belgenmop: wie wil er meehelpen het Atomium weg te retoucheren? De Belgische stad Mechelen organiseert de “Anno Expo” als viering van de vijftigste verjaardag van de Wereldtentoonstelling Expo 1958. Symbool van deze Expo is het Atomium, dus zou je denken dat dit gigantische ijzermolecuul centraal staat in de campagne. Maar nee:

opgepast met beeldmateriaal waar het Atomium op te zien is, want dit bouwwerk is auteursrechtelijk beschermd. Elk gebruik van het beeld dient aan de vzw Atomium of aan SABAM (dat de rechten beheert) gemeld te worden. Men dient ook © vzw Atomium te noteren.

Naar Nederlands recht zou een dergelijke claim niet (meer) haalbaar zijn. Sinds de laatste wijziging van de Auteurswet is het namelijk toegestaan (artikel 18) om een bouwwerk zoals het Atomium te fotograferen en de foto’s te publiceren, mits de foto maar is van “het werk zoals het zich aldaar bevindt.” Op grond daarvan mag je bijvoorbeeld de Erasmusbrug fotograferen en publiceren zonder toestemming of afdracht van rechten. Zolang je deze maar niet uitknipt of de omgeving wegpoetst.

De Belgische Auteurswet kent een strengere bepaling (art. 22 lid 1 sub 2):

Wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, kan de auteur zich niet verzetten tegen … de reproduktie en de mededeling aan het publiek van een werk tentoongesteld in een voor het publiek toegankelijke plaats, wanneer het doel van de reproduktie of van de mededeling aan het publiek niet het werk zelf is

Dit is vergelijkbaar met het oude Nederlandse criterium dat het werk niet het hoofdonderwerp van de foto mag zijn.

De Anno-Expo-organisatie bedacht een creatieve oplossing. Men zoekt retoucheerders om het gebouw uit foto’s weg te poetsen en/of te vervangen door alternatieve afbeeldingen, bijvoorbeeld als parodie.

De Standaard citeert rechtenorganisatie Sabam:

Sabam houdt het been stijf. ‘Een herdenkingsjaar maakt voor ons geen verschil’, zegt Marina Seabra. ‘We krijgen elke dag een tiental aanvragen tot copyright in de bus. Maar voor Sabam maakt het niet uit of het om een foto gaat of een gereproduceerde tekening, zoals op de website van Anno Expo. Ze mogen zich in Mechelen dus aan een reactie verwachten.’

Overigens kan Anno Expo ook nog een boze brief van Adobe verwachten: men gebruikt consequent de term “fotoshoppers” en “photoshoppen” als algemene term voor het bewerken van foto’s, ook als er geen Adobe Photoshop gebruikt wordt.

De foto rechtsboven komt van Google Maps.

Via Pierre Gorissen.

Arnoud