Uber is een taxidienst, geen digitaal deelplatform

| AE 10165 | Ondernemingsvrijheid | 10 reacties

Het bedrijf Uber is een taxidienst met een app, geen bemiddelingsplatform. Dat blijkt uit het arrest van het HvJ van 20 december vorig jaar. De uitspraak volgt op vragen uit 2012 van de Spaanse rechter in een zaak aangespannen door een concurrent. Door deze uitspraak is het duidelijk dat de diensten van Uber als iedere andere taxidienst mogen worden gereguleerd, de hippe app-interface en alle mooie woorden over de deeleconomie ten spijt.

Uber is al jaren verwikkeld in een hevige strijd met taxibedrijven en toezichthouders. Zij ziet zichzelf als een exponent van de nieuwe economie, waarbij bedrijven bemiddelen tussen aanbieders en afnemers maar zelf inhoudelijk geen rol hebben bij de diensten die vervolgens worden afgenomen. Die discussie is een moeilijke, maar nu lijkt het Hof de knoop wel doorgehakt te hebben.

In deze Spaanse zaak was de vraag in essentie of Uber aan te merken was als een vervoersdienst, een in het EU-verdrag speciaal geregelde categorie van diensten. Normaal mogen diensten niet zomaar worden gereguleerd vanuit het oogpunt van een vrij verkeer van diensten, maar specifiek bij vervoers- en taxidiensten kan dat wel.

Uber verweerde zich met een beroep op de E-commercerichtlijn: zij bood immers een dienst waarbij op afstand mensen met elkaar informatie uitwisselden, waarbij Uber niet bepaalde welke informatie dat was. Een dienst van de informatiemaatschappij, in het jargon. Die kwalificatie heeft een aantal belangrijke gevolgen, zoals dat je niet aansprakelijk bent voor de inhoud, maar voor Uber ook belangrijk: zo’n informatiedienst is per definitie geen vervoersdienst (of andersom). En lidstaten mogen informatiediensten in principe niet aan nadere regulering onderwerpen.

Het Hof van Justitie prikt echter door die opstelling heen en ziet Uber gewoon als een vervoersbemiddelingsdienst, wat binnen de scope van “vervoersdiensten” valt.

the intermediation service provided by Uber is based on the selection of non-professional drivers using their own vehicle, to whom the company provides an application without which (i) those drivers would not be led to provide transport services and (ii) persons who wish to make an urban journey would not use the services provided by those drivers. In addition, Uber exercises decisive influence over the conditions under which that service is provided by those drivers. On the latter point, it appears, inter alia, that Uber determines at least the maximum fare by means of the eponymous application, that the company receives that amount from the client before paying part of it to the non-professional driver of the vehicle, and that it exercises a certain control over the quality of the vehicles, the drivers and their conduct, which can, in some circumstances, result in their exclusion.

Kort gezegd, Uber bemoeit zich inhoudelijk met wat er gebeurt en dat houdt niet op bij de informatie-uitwisseling op het platform. Daarmee is het zwaartepunt van wat Uber doet, gericht op het vervoer en niet op de informatiedienst. Uber is dus een taxicentrale met een app, en geen deelplatform.

(De uitspraak is in zoverre uniek dat hij specifiek hangt aan de regels over vervoer uit het EU-verdrag. Voor andere bemiddelingsapps zoals AirBNB (logies) of Peerby (spullen bij je buurt) gaat dit arrest dus niet meteen op.)

Arnoud