Verwijzen naar betaalde normen in wetten toegestaan

| AE 2317 | Informatiemaatschappij | 32 reacties

#include <NEN7510.pdf> in een wet is legaal, ook als de PDF alleen tegen betaling verkrijgbaar is. Oftewel: een wet mag naar extern vastgestelde normen en standaards verwijzen, zonder dat daarbij verplicht is dat die norm zelf ook als wet wordt gepubliceerd. Dat bepaalde het Gerechtshof Den Haag onlangs. Hiermee wordt het vonnis uit begin 2009 dat zo'n norm (standaard) publiekelijk bekendgemaakt te zijn, (en vrijelijk gekopieerd mag worden) ongedaan gemaakt.

Deze zaak loopt al sinds 2006. Bouwadviesbureau Knooble was naar de rechter gestapt over de toegankelijkheid van technische normen voor gebouwen. Wie wil bouwen, moet zich van Woningwet en Bouwbesluit houden aan technische eisen die alleen te vinden zijn in NEN-normen, opgesteld door het NNI. Om daar een kopie van te krijgen, moet betaald worden (gemiddeld zo'n 60 euro per norm). Knooble vond dat als de wet voorschrijft dat je je aan een norm moet houden, die norm voor iedere burger vrij en gratis beschikbaar moet zijn.

In eerste instantie kreeg Knooble gelijk: door een referentie ernaar in de wet wordt een technische specificatie "algemeen verbindend", want door het wetsartikel ben je verplicht te doen wat in de norm staat. En hoewel nergens (meer) in de wet staat dat iedereen geacht wordt die te kennen, is het toch wel de bedoeling dat wetten en regels openbaar in te zien zijn door iedereen.

Het Hof komt daar nu op terug, in wat wat Knooble een "teleurstellende en onbegrijpelijke uitspraak" noemt: de beroepsgroep weet waar die normen te vinden zijn, de kosten zijn ook niet onoverkomelijk en een maatschappelijk probleem is er al helemaal niet. Er is dus geen reden om de normen te behandelen als wetten en te eisen dat ze in het Staatsblad komen en daarna publiek domein worden. Als dit toch wenselijk zou zijn, dan moet de wetgever daar wat over regelen.

Belangrijke overweging daarbij lijkt te zijn geweest dat de betreffende normen alleen "reken-, meet of regelmethoden standaardiseren" en niet zelf eisen stellen. Zeg maar: het woordenboek stelt vast wat woorden betekenen, maar omdat er woorden in wetten staan hoeft het woordenboek ook niet gratis te zijn. Dat houdt dus nog de deur voor een kiertje open: als er daadwerkelijk een eis in zo'n norm zou staan die de burger iets verbiedt of verplicht, dan is er misschien nog een betoog mogelijk dat er dán wel een vrije publicatie van de norm beschikbaar moet zijn.

Update (11 mei 2011) ik lees bij Boek 9 dat recent is bepaald bij Regeling van de Minister-President (nr. 3102255):

Op normalisatienormen rust auteursrecht zodat zij alleen tegen betaling bij het normalisatie-instituut kunnen worden verkregen. Om die reden is het dwingend opleggen van dergelijke normen in regelgeving minder wenselijk. ... In het algemeen heeft het toepasselijk maken van de norm op facultatieve basis dan ook de voorkeur.

Dit leidt tot een 'Aanwijzing' dat "Verwijzing in een regeling naar toe te passen normalisatienormen geschiedt in beginsel op een niet-dwingende wijze."

Update (30 maart 2012) er is cassatie aanhangig, de advocaat-generaal concludeert na zéér uitvoerige aanloop dat Knooble's claims moeten worden afgewezen. Heel kort samengevat: Verwijzen naar een norm in een wet maakt die norm nog geen wet, ook niet als die norm dwingend voorgeschreven is. Bovendien kun je altijd gratis naar het NNI en daar ter plaatse de normen lezen zonder iets te hoeven betalen.

Update (22 juni 2012) in cassatie verliest Knooble. Het NNI maakt geen wetten, dus hoeven normen niet in het Staatsblad. En verwijzen naar een norm maakt die norm geen wet, ook niet als het verplicht is om de norm te volgen omdat je anders de wet schendt. Eerder oordeelde de Raad van State in vergelijkbare zin.

Arnoud

Wettelijk voorgeschreven normen moeten openbaar zijn

| AE 1400 | Innovatie | 18 reacties

nen-normen-bestellen.pngNou, dat is snel! Mijn eerste voorspelling voor 2009 komt nu al uit. En het is een mooie uitspraak ook nog eens. Een wettelijk voorgeschreven norm (standaard) dient publiekelijk bekendgemaakt te zijn, en mag vervolgens vrijelijk worden gekopieerd. Dat vonniste de rechtbank Den Haag op 31 december.

In deze zaak geen harde ICT, maar nog veel hardere stenen en cement: het ging namelijk over normen in de bouw. De Woningwet en het Bouwbesluit schrijven technische eisen voor aan gebouwen. Een deel van deze eisen staat niet in Wet of Besluit zelf, maar is alleen te vinden in NEN-normen, opgesteld door het NNI. Om daar een kopie van te krijgen, moet betaald worden (gemiddeld zo’n 60 euro per norm). Bouwadviesbureau Knooble (onderdeel van Centraal Bureau Bouwtoezicht) stapte in 2006 naar de rechter met de eis dat wettelijk voorgeschreven normen publiek beschikbaar moeten zijn. En nu, na een dikke anderhalf jaar wachten, heeft Knooble daarin gelijk gekregen.

De rechtbank wijst het argument van de Staat en de NNI af dat het zou gaan om zelfregulering (omdat ze in overleg met de branche geformuleerd zijn). De NEN-normen zijn rechtsnormen, ze leggen juridische plichten op aan bouwbedrijven. De verwijzing naar bepaalde normen in een wet of daarop gebaseerd overheidsbesluit maakt van die normen een publiekrechtelijk, algemeen geldend document. Opmerkelijk was dat dit al bij de parlementaire behandeling in 1986 al erkend werd.

Omdat die norm vervolgens niet op de juiste manier bekendgemaakt is, worden ze onverbindend (juridisch ongeldig) verklaard. Wetten kunnen pas geldig zijn nadat ze netjes gepubliceerd zijn in het Staatsblad of de Staatscourant, zie art. 3 en 4 van de Bekendmakingswet. En het mooie is: de publicaties daar tellen als ‘wetten, besluiten en verordeningen’ in de zin van artikel 11 Auteurswet. Iedereen mag het Staatsblad en de Staatscourant kopiëren en verspreiden zoveel hij wil.

De rechter verklaart echter de NEN-normen niet meteen publiek domein. Dat kan pas gebeuren na bekendmaking volgens de wettelijke procedures, omdat dan pas vaststaat wat nu precies de wettelijke norm is geworden. Ook krijg je dan een lastige complicatie dat de Staat iets publiek domein maakt waar een private partij (NNI) auteursrechten op heeft. Artikel 11 Auteurswet schrijft immers voor dat er op wetten, en dus ook op daarop gebaseerde normen, in het geheel geen auteursrecht rust. De rechter zegt hierover dat de Staat en de NNI dit dan maar samen op moeten lossen.

Een goede zaak, dit vonnis. Het deed me denken aan het Amerikaanse Veeck-arrest, waarin de ‘building codes’ van gemeenten als wet en daarmee als publiek domein werden aangemerkt. Je moet als burger tenslotte kunnen inzien welke wetten er gelden, en daar hoor je in principe niet voor te hoeven betalen (behalve misschien kopieerkosten als je het op papier wilt).

Ik heb nog geen idee of de Staat in hoger beroep gaat, maar stel dat dit bindende jurisprudentie blijkt: waar in de ICT zou dit interessante situaties opleveren?

Update: (25 februari) goed artikel van Dirkzwager advocaat M.R.J. Baneke over de handhavingsproblemen naar aanleiding van dit vonnis.

Arnoud