Hoe werkt recht dat altijd buigzaam is? #dimorefi

| AE 8861 | Informatiemaatschappij | 15 reacties

internetrechtVandaag is mijn laatste vakantiedag, en toevallig trof ik in mijn inbox een ietwat filosofische vraag over het recht. Eens zien waar we uitkomen.

Een lezer vroeg me:

Dit zit me al een tijdje dwars. Ik lees al een paar jaar je blog, en elke keer als ik denk dat ik snap hoe het recht werkt, blijkt het weer net anders te zitten op grond van een of andere vage regel. Neem die “redelijkheid en billijkheid”: daar kun je alles wel mee rechtbreien of juist verbieden, lijkt het. En als dat niet lukt, dan zeg je gewoon dat het maatschappelijk onzorgvuldig is of tegen de goede zeden. Dat werkt toch helemaal niet op die manier? Hoe kun je nou ooit zekerheid krijgen binnen het recht als het recht altijd te verbuigen is?

Ik herken de frustratie; voor mij is dit hét onderscheid tussen IT-denken en juridisch denken. Of misschien wel alfa- en beta-denken. Waar beta-regels hard en duidelijk zijn, zijn alfa-regels zacht en buigzaam. (Ik moet nu denken aan Bul Super: “Recht is iets kroms dat verbogen is.”)

Dit is voor het recht een feature. Het recht reguleert de samenleving, en de samenleving is niet hard en duidelijk. Er zijn geen wiskundige formules, natuurwetten of axioma’s die het menselijk gedrag duiden. Alle uitspraken over mens en maatschappij zijn dus noodzakelijkerwijs benaderingen, vuistregels.

Wetgeving, en daarvan afgeleid het recht, is daarmee een poging om zo goed mogelijke vuistregels te geven. Ze zijn opgezet als een groots raamwerk dat alles probeert te regelen, geformuleerd als harde regels die duidelijke lijnen zetten. Dat kan de indruk geven dat het harde regels zijn, maar dat is dus niet zo.

Dat de regels soms verbogen moeten worden, is vanuit juridisch perspectief nodig. Soms kom je er gewoon niet uit met de regels. Een situatie is niet voorzien, er zijn hele bijzondere omstandigheden of de regels waren gewoon niet bedoeld voor dit geval. En dan pakken dingen héél onrechtvaardig uit. Je hebt dan een noodrem nodig, of een ventiel zo je wilt, om de uitkomst te corrigeren. Want regulering moet uiteindelijk wel werken, en dat betekent je soms aanpassen aan de realiteit in plaats van de realiteit dwingen in het hokje van de regels.

Een nobel streven, maar echt voorspelbaar is het niet. Neem de matigingsbevoegdheid van de rechter: die mag een schadevergoeding of boete omlaag doen als de billijkheid dat kennelijk eist, zo zegt de wet. In moderne taal: dit bedrag vind ik echt bizar, dat gaan we even niet doen. Ook al staat in het contract keurig een formule hoe je aan die boete komt of is de schade prima onderbouwd. Gewoon, omdat het moet.

In het algemeen kom je op heel weinig plekken harde regels tegen in de wet. De Wegenverkeerswet kent de meeste volgens mij, en dat is vooral omdat handhaving anders gewoon te ingewikkeld wordt. Het zou ahem interessant worden als de Wvw zou zeggen “Rij zoals je wil maar breng niemand in gevaar”. Maar ook daar zijn er uitzonderingen mogelijk: je mag te hard rijden als je met een medisch spoedgeval naar het ziekenhuis rijdt, bijvoorbeeld.

Dit soort vaagheden wreekt zich bij internetdingen, waar regels wel hard en duidelijk moeten zijn omdat ze in software gebouwd moeten worden. Je kunt geen nieuws-scraper bouwen die “het redelijkerwijs benodigd aantal” zinnen overneemt van krantensites, er moet een getal komen. “Onwelvoeglijk taalgebruik” is niet te filteren, maak alsjeblieft een woordenlijst. En wat je dan dus krijgt is een benadering in formulevorm van een vuistregel die juist niet als formule opgezet was. Met automatisch als gevolg dat je de flexibiliteit kwijtraakt die het recht nu net ingebouwd had.

Tegelijk snap ik dat het knap ingewikkeld is om iets te bouwen dat wél die benadering realiseert die het recht ingebouwd heeft. En je moet toch iets. Misschien zijn lerende netwerken (zoals spamfilters) een oplossing. Voer een systeem genoeg testinvoer en het kan op zeker moment zelf fuzzy onderscheid maken. Maar ook dat blijft beperkt, want zo’n systeem zal niet perse dezelfde uitkomst geven als een rechter in een geval dat beiden nog nooit gezien hebben.

Dus nee, het recht is niet rechtlijnig en er zal altijd ruimte zijn waar vooraf weinig zinnigs over te zeggen is. Dit is een feature waar je mee om moet kunnen gaan als ICT-jurist. Daarbinnen vuistregels en benaderingen formuleren die harde uitkomsten leveren is prima, zolang je maar altijd die juridische exception handler hebt voor de rare gevallen.

Arnoud

Is het eigendomsrecht een probleem op internet? #VrijMoReFi

| AE 8608 | Informatiemaatschappij | 21 reacties

internetrechtHeel lang geleden, toen bits nog van hout waren, kwam hackervereniging Hack-Tic met De Digitale Stad. DDS streefde naar een laagdrempelig internet met toegang voor iedereen. De opzet was die van een stad: je bezocht cafés om te kletsen of een bibliotheek om wat te lezen, op pleinen ging je met elkaar in discussie en bij het postkantoor ontving en verzond je digitale post. Een hele logische analogie om het concept ‘internet’ te verkopen. De analogie zie je nog steeds terugkomen bij allerlei internet(recht-)discussies: internet is een openbare ruimte of een global village. Alleen met een belangrijk verschil: internet is vrijwel volledig in private handen, in tegenstelling tot de meeste steden. Wat doet dat met het recht?

Recht reguleert in principe alle interacties in de samenleving. Juristen maken dan onderscheid tussen het recht tussen burgers onderling (het civiel of burgerlijk recht) en het recht tussen burger en overheid (bestuursrecht en strafrecht). Een belangrijk deel daarvan is het reguleren van eigendom en wat anderen daarmee mogen. Eigendom is het meest veelomvattende recht dat mensen op zaken kunnen uitoefenen, zo staat in de wet. En dat recht gaat heel ver: je hoeft niets te tolereren met je eigendom, en je hoeft geen reden op te geven waarom niet. Je mag niet voetballen in mijn tuin, gewoon omdat het mijn tuin is. Ksst. Ga weg.

Daarnaast is er de openbare ruimte. Die is van ons allemaal, en de regels die daarvoor gelden zijn die van de overheid. Verkeersregels bijvoorbeeld, maar ook regels over privacy, vrijheid van meningsuiting en gewoon fatsoenlijk gedrag. Allemaal met als doel te zorgen dat we allemaal in die openbare ruimte kunnen zijn met een minimum aan overlast voor elkaar. In de gewone wereld is er natuurlijk veel eigendom – huizen, bedrijfspanden, winkels, ga zo maar door. Maar in de basis is dat allemaal aangesloten op de openbare ruimte. Zonder al te zeer je best te doen, kun je heel lang in uitsluitend openbare ruimte verkeren.

Vroeger had je nog wel het concept van de company town, een dorp dat in eigendom was van een bedrijf. Meestal omdat alle bewoners werkten bij dat bedrijf, en het bedrijf dan als vanzelf ook zorgde voor aanvullende faciliteiten zoals een supermarkt, scholen, kerkgebouwen of recreatie. Volgens mij hebben we dat in Nederland nooit gehad; verder dan het Philipsdorp dat na 1910 in Eindhoven werd gebouwd voor de vele nieuwe werknemers van de gloeilampenfabriek, kom ik niet.

Bedrijfsdorpen waren controversieel omdat een bedrijf ineens gigantische macht krijgt over haar personeel. Om eens wat te noemen: je kunt de huur (inclusief verhoging) gewoon inhouden van mensen hun loon, of je betaalt het loon uit in natura in je café of met bonnen voor je eigen supermarkt. En je kunt mensen aanspreken op onfatsoenlijk of onzedelijk gedrag bij hen thuis, met als machtsmiddel dat je wordt ontslagen op je werk. Natuurlijk, een verhuurder heeft tot op zekere hoogte óók die macht, maar het is voor mensen vaak iets makkelijker om een ander huis te vinden als ze hun werk behouden.

Internet doet me denken aan zo’n bedrijfsdorp, maar dan op nóg grotere schaal. Neem Facebook: je kunt er alles dat je ‘gewoon’ op internet ook kunt, alleen is alles uiteindelijk onder controle en toezicht van één bedrijf. Maar zij zijn natuurlijk niet de enige: eigenlijk is elk forum, elke sociale netwerksite, misschien wel elke website een bedrijfsdorp.

Of is dat overdreven? Een café op de hoek heeft ook huisregels, maar dat noemen we dan nog geen eh cafédorp. Dat zit hem er denk ik in dat er concurrentie is, je kunt naar een ander café. Je gaat niet zomaar naar een andere stad, zeker niet als je dan óók van werkgever moet veranderen. En de arbeidsovereenkomst met zo’n internetbedrijfsdorp is dan het netwerkeffect, waar ik in de vrijmorefi eind maart over schreef. Je kunt niet weg omdat je afhankelijk bent van die plek voor de contacten met anderen.

Waarom is dat erg trouwens, een bedrijfsdorp? Volgens mij zit dat hem in de afhankelijkheidsrelatie die je hebt met een werkgever/verhuurder/supermarktbaas/dominee. Je hele leven staat onder toezicht en controle en op elk punt van je leven kun je door iemand met macht worden aangesproken. Of straf opgelegd krijgen: boete ingehouden op je salaris, teruggezet in functie, privileges ontzegd krijgen of ontslag (en dus verbanning).

Het lijkt de staat wel. Ook daar sta je eigenlijk altijd onder toezicht, en je kunt altijd worden aangesproken door oom agent of tante handhaver. Klopt, maar een verschil is dat de overheid dat doet (althans, zou moeten doen) vanuit het algemeen belang. Als er bijvoorbeeld verkiezingen komen, zorgt de overheid er voor dat iedere partij posters kan aanplakken en kan flyeren in de openbare ruimte. Een werkgever, of meer algemeen de eigenaar van een gebouw of grond, hoeft dat niet. Die kan geplak en geflyer verbieden, of alleen zijn favoriete partij daar ruimte voor geven.

Dat vinden we prima, want er is altijd wel een stuk openbare ruimte te vinden waarin je als concurrerende partij wél jezelf kunt uiten. In een normaal dorp dan – op internet valt dat niet mee. (Wie kent er een blogruimte of forum gehost door een nationale of lokale overheid?) Internet is immers (vrijwel) altijd privaat eigendom, dus je hebt je altijd te houden aan de regels van de eigenaar. Op Facebook is bloot ongewenst. Bij Geenstijl mag je geen privégegevens posten en op weer een ander forum krijg je een ban als je het beheer afzeikt.

Het is die eenzijdigheid die volgens mij het fundamentele probleem is bij bedrijfsdorpen. Je moet leven volgens de moraal van een ander, en je moet diens regels volgen ook al wil jij een andere kant op. Uit het (gewone) recht hebben we die regels vrijwel allemaal geschrapt. Je kunt aardig immoreel en asociaal leven als je wilt. Maar op internet moet je goed zoeken om dáárvoor een plekje te vinden. Wordt het niet eens tijd om dáár wat aan te doen? Om de neutrale regels van de openbare ruimte ook te laten gelden voor internet?

Arnoud

Is code as law eigenlijk wel recht? #vrijmorefi

| AE 8553 | Informatiemaatschappij | 32 reacties

Code as law, een bekende kreet in het internetrecht. Deze door professor Lawrence Lessig bedachte kreet betreft het fenomeen dat software gedrag afdwingt, en daarmee in feite reguleert net zoals in de ‘echte’ wereld de wet dat doet. In een interessante reactie stelde Sander dat “de code of law (en andere onderwerpen) niet in de categorie van het internetRECHT [hoort].” Is het wel recht, code?

Het fenomeen heet eigenlijk code is law: de software bepaalt hoe dingen gaan, wat mag en wat niet. Softwares wil is wet. En dan bedoelen we dus niet een EULA of TOS die zegt “Op dit platform geen porno”, het gaat over algoritmes en ingebouwde regels die afdwingen dat de dingen op een bepaalde manier gaan. “Uw profielfoto is afgekeurd want de beeldherkenning meende pornografie te bespeuren”. Of “Volgens uw Facebookprofiel bent u ouder dan 18, kom binnen”.

Strikt gesproken is dit inderdaad geen recht. Het recht beschrijft de regels die de samenleving reguleren. Die regels zijn door de overheid opgelegd, in ons geval door een democratisch proces bedacht en ingevoerd. En dat invoeren gebeurt door ze te publiceren in het Staatsblad of een ander officieel orgaan, waarna de verwachting is dat iedereen zich er netjes naar gaat gedragen. Code wordt niet door de overheid opgelegd, maar door private partijen. Er is geen democratisch proces, de leverancier zegt gewoon hoe het bij hem werkt en dwingt dat af met een implementatie-restrictie.

Op zich zijn private regels niet nieuw. Menig café of nachtclub heeft huisregels, variërend van “geen sneakers” tot statuten van twintig pagina’s. Die huisregels zijn bindend omdat ze een overeenkomst vormen tussen exploitant en bezoeker. Het oude Burgerlijk Wetboek formuleerde dit mooi: “Alle wettiglijk gemaakte overeenkomsten strekken dengenen die dezelve hebben aangegaan tot wet” (art. 1374, lid 1 oud BW). Een overeenkomst wordt wet (voor jou en je wederpartij). Dus vanuit dat perspectief zeg ik, code is wél recht.

Het lastige aan code as law vind ik vooral dat code tegen de wet in kan gaan. Of iets preciezer gezegd, dat code de wet beperkt zodat je minder kunt dan je eigenlijk mag. Vaak gaat dat nogal ijzerenheinig: computer says no. Je mag geen video uploaden waar meer dan 3 seconden beschermde muziek in zit, want volgens de code is dat geen citaat. Je bent geen 18 dus je mag niets aanschaffen, ook al mailt je moeder een keurige toestemming ex. art. 1:234 BW.

Daar zit denk ik het verschil tussen code en recht. Code is rechtlijnig, recht is flexibel. Recht houdt rekening met omstandigheden en uitzonderingen. Code doet dat niet, tenzij het expliciet is ingebouwd. Maar meestal kan dat niet, omdat uitzonderingen zelden in harde regels te vatten zijn. Mijn standaardvoorbeeld is artikel 6:248 BW: een wet of afspraak geldt niet als dat redelijkerwijs onaanvaardbaar is (de ultieme exception handler, zeg maar). Dus ongeacht wat de wet zegt en ongeacht wat je samen afspreekt, als dat gewoon niet mooi meer is, dan houdt het op. Implementeer dát maar eens.

Dit is meteen ook het grote bezwaar tegen juridische regels vanuit softwarebouwerperspectief. Je kunt het eigenlijk niet automatiseren, je moet wel vuistregels ervan maken en een grove benadering invoeren die te automatiseren is. Het recht schaalt niet. Je kunt niet tienduizend notice/takedownclaims per dag verwerken door ze stuk voor stuk door een jurist te laten bekijken, dat moet een algoritme doen. Code as law zal dus altijd die nuance verliezen, en de mogelijkheden tot uitzonderingen of zelfs maar reclameren zullen steeds minder worden.

Om te groeien en om steeds mooiere diensten te leveren zal het onvermijdelijk blijken om steeds meer code-recht te ontwikkelen. Maar daarmee wordt dit probleem alleen maar groter. Ik weet er alleen geen oplossing voor. Redelijkheid is niet programmeerbaar. Dus dit gaat echt een heel groot probleem worden.

Arnoud

Wat is internet dan eigenlijk? #VrijMoReFi

| AE 8512 | Informatiemaatschappij | 9 reacties

Kun je eigenlijk wel wat zinnigs zeggen over internetrecht (zoals ik vorige week probeerde) als je niet weet wat het internet is? Het lijkt vrij triviaal, iedereen heeft internet en zit op internet. Maar probeer het eens. Ik waag een poging, want wellicht biedt dat een bottom-up definitie van het internetrecht. Oké, met een zin… Lees verder