Rechter dwingt ex-werknemer om wachtwoord Facebookpagina af te staan

| AE 11562 | Ondernemingsvrijheid | 14 reacties

Een voormalig medewerkster van een dierenopvangtehuis moet het wachtwoord en beheer van een Facebookpagina overdragen aan haar voormalige werkgever, meldde Security.nl onlangs. Dit op gezag van de rechtbank Gelderland die dat bepaalde, versterkt met een dwangsom van 1000 euro per dag dat ze dit niet. De Facebookpagina was tijdens haar dienstverband aangemaakt en draagt de naam van het dierenopvangtehuis, waardoor de pagina uiteindelijk gezien werd als het ‘eigendom’ (quotes want het is dienstverlening) van de werkgever. Deze uitspraak voegt weer een mooie nuance toe aan het debat over van wie een pagina is.

De vrouw was van 1 december 2008 tot 1 augustus 2019 in dienst bij Dierenopvangtehuis, met als taak beheerder van het dierenasiel. In 2011 maakte zij vanuit haar eigen Facebookaccount een pagina aan die met de titel verwees naar de werkgever, en waar ze werkgerelateerde zaken postte maar ook haar eigen mening als beheerder gaf. De werkgever was daarvan op de hoogte, las mee en sprak haar soms aan op dingen die haar niet beviel. Ook werden er afspraken over tijd voor die Facebookpagina gemaakt in het werk.

Na uitdiensttreding verzocht de directeur om overdracht van de pagina, wat de vrouw weigerde. Zij paste wel de naam en het logo aan, maar de werkgever was het daar niet mee eens en stapte uiteindelijk naar de rechter met als eis de overdracht van de pagina aan haar. Het was immers een werkgerelateerde pagina en dus eigendom van het werk.

Net als bij die uitspraak in maart zet de rechter voorop dat wie een pagina aanmaakt, daar de beheerder/eigenaar van is (mantra: er is geen eigendom, het is dienstverlening). Dat kan anders worden als dit in opdracht van een ander is gebeurd of je geacht moet worden deze te hebben afgestaan. In maart werd dat vrijwel hetzelfde geformuleerd, alleen dan met “bindend toezeggen”, wat daar gezien de vrijwilliger-stichting relatie logischer was.

In dit geval is doorslaggevend dat de werknemer de pagina had aangemaakt terwijl ze in dienst was, met naam en logo van de werkgever erop. Ze postte daar (vrijwel) alleen werkgerelateerde zaken, en liet zich instrueren over wat er wel en niet op mocht – ook in gevallen waarin ze het er eigenlijk niet mee eens was. Ook werd ze op zeker moment vrijgesteld van werk zodat ze de Facebookpagina kon onderhouden. Dat alles ruikt wel heel erg naar een pagina onderhouden voor je werk.

Iets juridisch preciezer: de werkzaamheden op de Facebookpagina waren in de hoedanigheid van werknemer gedaan, zodat ze voor rekening van de werkgever komen en deze daarmee houder van het account is. Zou ik zeggen. Maar hoe dan ook, de eindconclusie is dat de ex-werknemer moet zorgen dat de werkgever beheerder wordt van deze pagina, en dus wel op straffe van een dwangsom van 1000 euro per dag.

Net als bij vrijwilligers lijkt het me zeer verstandig als werkgever om dergelijke accounts zo snel mogelijk naar een functioneel mailadres van IT-beheer over te zetten, of op zijn minst zo snel mogelijk per mail of schriftelijk duidelijk te maken dat het account werkgerelateerd is. Krijg je dan gelazer, dan heb je het zo snel mogelijk te pakken. En natuurlijk eis je dat er altijd twéé beheerders zijn, zodat het ontslag van eentje niet zo snel tot problemen leidt.

Arnoud

Waarom ik steeds zeg dat data niets is, juridisch gezien

| AE 11415 | Informatiemaatschappij | 20 reacties

Een lezer vroeg me:

Met enige regelmaat zie ik je zeggen dat data “niets is” of niet bestaat onder de wet. Maar dat kan toch niet waar zijn, data is de grondstof voor de internetmaatschappij en dan zou daar geen enkele juridische status of recht op bestaan? Kun je eens uitleggen hoe dat nu precies zit?

“Data is niets” is mijn wat kortdoordebochtpoging om het probleem te signaleren dat je inderdaad geen specifieke juridische rechten kunt uitoefenen om toegang tot (of een kopie van) elektronische data te krijgen. Weliswaar spreken we in de praktijk vaak van “mijn data”, maar dat is niet meer dan een beleefdheidsfrase, juridisch heeft dat geen betekenis.

Eigendom is “het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben”, aldus artikel 5:1 BW. Een zaak is dan weer (artikel 3:2 BW) een stoffelijk object dat voor menselijke beheersing vatbaar is. Digitale data voldoet niet aan die omschrijving, het is zo ongeveer het schoolvoorbeeld van onstoffelijke objecten. Juridisch gezien is het daarom onmogelijk om van eigendom op data te spreken.

Maar het Elektriciteitsarrest dan, en het Runescape-arrest, zal menig juridisch geïnteresseerde nu denken. Klopt. Die arresten bepaalden dat bepaalde onstoffelijke objecten toch zaken waren – althans “goederen”, in de terminologie van het strafrecht. Elektriciteit is stoffelijk (het zijn hupsende elektronen) en voor menselijke beheersing vatbaar, wel graag met rubber handschoenen. En de virtuele goederen in het spel Runescape kun je ook beheersen en wegnemen. Dat is dan genoeg om van “goederen” te spreken.

Formeel georiënteerde juristen vinden dat niet overtuigend, omdat het hier gaat om arresten uit het strafrecht. Dat wetboek kent eigen terminologie en eigen jurisprudentie, die niet automatisch doorgetrokken kan worden naar andere rechtsgebieden. Dat het strafrecht iets een goed vindt, maakt het in die opvatting dus geen zaak in het Burgerlijk Wetboek.

Maar er is nog een reden waarom je die arresten niet zomaar nar het algemene geval kunt trekken. Elektriciteit is sowieso geen goed voorbeeld, omdat het daar gaat om de hupsende elektronen an sich. Bij data hebben we het over de informatie die in die elektronen dan wel magnetische velden verstopt zit. Beheersing daarvan gaat toch echt een stukje anders. En bij het Runescape-arrest zat die data in een speciaal geconstrueerde omgeving waarmee het mogelijk was die data tot unieke elementen te vormen. Ik heb dat virtuele zwaard, en dus jij niet.

In het algemene geval is data iets dat te kopiëren is. Daarmee is het eigenlijk al geen zaak meer, kan het geen zaak zijn. Ga eens na wat er zou gebeuren als ik eigenaar ben van zeg een lijst plaatsnamen, en iemand maakt daar een kopie van. Is hij dan mede-eigenaar? Is die kopie dan een schending van mijn eigendom, en wat nu als hij hem onafhankelijk maakt? Volgens mij kom je dan al heel snel in volkomen onwerkbare situaties terecht.

Er zijn natuurlijk wetten die in speciale gevallen een oplossing kunnen bieden, zoals de Auteurs- of Databankenwet bij zo’n lijst, maar dat terzijde. Die wetten maken je nog steeds geen eigenaar van die data. Je kunt daarmee hooguit een kopie laten vernietigen, geen toegang eisen tot die data. Ook de AVG niet: die zegt wel dat je recht hebt op een kopie van je persoonsgegevens (en onder omstandigheden zelfs een elektronisch leesbare dump in bekend formaat) maar ook daarmee ben je er nog geen eigenaar van.

De belangrijkste reden dat ik zeg “data is niets” is uiteindelijk dat je geen enkel rechtsmiddel hebt om een kopie van je data op te eisen dat zo ongeveer onder alle omstandigheden werkt. Bij gewoon eigendom kan dat wel, de revindicatie van artikel 5:2 BW. Er moet wel iets heel bijzonders zijn wil je je eigendom niet kunnen terugkrijgen. En omdat data zo belangrijk is tegenwoordig én tegelijkertijd bij online diensten van anderen ligt, is dit wel een heel groot gevaar om je van bewust te zijn. Zorg dus dat je gewoon een kopie hebt van die data, en denk niet “oh het is mijn data dus ik eis ‘m wel op als het nodig is”.

Arnoud

Een Facebookpagina is van de vrijwilliger die hem aanmaakt

| AE 11193 | Intellectuele rechten, Uitingsvrijheid | 12 reacties

Wanneer een vrijwilliger uit eigen beweging een Facebookpagina (of groep) aanmaakt, dan is die van hem en niet van de vereniging. Dat maak ik op uit een recent vonnis uit Rotterdam over de beheerrechten (“eigendom”) van een Facebookpagina van een lokale politieke partij. Die had een geschil met een ex-lid die de officiële verenigingspagina en een aanverwante Facebookgroep niet af wilde geven. Alleen als er een expliciete opdracht was, of specifieke afspraken over eigenaarschap, dan kan dat anders worden. Komt er vervolgens een geschil en loopt de ex-vrijwilliger weg met de pagina, dan heb je dus als vereniging geen poot om op te staan.

De politieke partij ONS.Vlaardingen had een conflict met het uit de fractie gezette raadslid Tim Thiel: die weigerde de beheerrechten van de ONS-Facebookpagina’s af te staan. Hij zag deze pagina’s als zijn persoonlijke investering en succes, en weigerde ze af te staan aan de partij. Deze stapte daarop naar de rechter, die nu dus het ex-lid gelijk geeft.

Uit het vonnis haal ik dat de Facebookpagina van de partij in 2014 is aangemaakt ten behoeve van de partij (maar niet door wie). Het ex-lid had in 2017 de Facebookpagina in beheer gekregen, opnieuw vormgegeven en stevig gewerkt aan promotie: het aantal volgers steeg van 340 naar meer dan 2000. Later, in 2018, maakte hij nog een Facebookgroep aan ter ondersteuning van de partijpagina.

Eind 2018 werd hij uit de fractie gezet, waarna men de toegangscodes en beheerrechten van de twee pagina’s opeiste. Na een eerste mail met toezegging gebeurde dat niet, integendeel. De man verwijderde volgers van de pagina om terug te komen naar de 340 originele, veranderde het mailadres, en maakte van de naam van de pagina en de profielfoto iets stekeligs (geen idee wat maar iets met poppenkastpoppen en een sneer naar de fractievoorzitter). Daarna stapte de vereniging naar de rechter.

De vraag is juridisch nog knap ingewikkeld, wat ís een Facebookpagina eigenlijk, juridisch? Je kunt erop afstuderen: is het een overeenkomst van opdracht, een licentie onder Facebook’s gebruiksrechten, een vermogensrecht dat je schept, of ga zo maar door?

De voorzieningenrechter had haast gezien de aard van de zaak, en gaat er dus niet in detail op in. Heel pragmatisch is dan ook de conclusie: degene die een pagina aanmaakt is in beginsel de beheerder (“eigenaar”) van die pagina, tenzij er concrete opdrachten zijn gegeven of je bindend hebt toegezegd deze over te dragen.

Die tenzij gaat op bij de pagina van de partij zelf. Deze is immers in 2014 aangemaakt voor de partij, en pas drie jaar later is het ex-lid gevraagd beheer daarvan te doen. Dat is dus werk in opdracht aan andermans pagina. Of hij zelf auteursrechten kan claimen op zaken daar geplaatst (en daarmee de overdracht of gebruik door de partij kan frustreren) laat de rechtbank even buiten beschouwing.

Voor de groep komt het anders uit. Het uitgangspunt blijft hetzelfde, maar deze groep is op eigen initiatief door het ex-lid aangemaakt, waarbij hij zichzelf als beheerder presenteerde en de groep niet als officieel of namens de partij aangemerkt had. Daarmee is er dan te weinig om te spreken van een groep die eigenlijk van de partij had moeten zijn. Het beheer over die groep hoeft hij dus niet terug te geven, ook niet nu hij uit de partij is gezet.

Ik blijf er op hameren dat als je als vereniging of stichting met vrijwilligers werkt voor je online activiteiten, je maar beter gewoon afspraken met ze kunt maken op papier. Of regel meteen dat een functioneel account (zoals bestuur@ of penningmeester@ of pr@) het beheer heeft op dergelijke pagina’s) zodat een aangewezen vrijwilliger niet met zijn account weg kan lopen met je pagina’s.

Arnoud

Een website als gemeenschappelijk eigendom, het kan

| AE 10855 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Een opmerkelijke (maar positieve) uitspraak van de rechtbank Amsterdam: de website Boschproject.org (over het werk van Jheronimus Bosch) telt als gemeenschappelijk eigendom van partijen die daaraan gewerkt hebben. Dat las ik bij IE-Forum. Dat is opmerkelijk omdat een website niet echt een ding is dat je in eigendom kunt hebben, laat staan gemeenschappelijk eigendom dus…. Lees verder

Guitar Hero Live-dienst stopt eind dit jaar, daar gaat je muziek

| AE 10653 | Ondernemingsvrijheid | 15 reacties

Op 1 december van dit jaar zullen de servers van de muziekdienst van het spel Guitar Hero Live offline gaan, zo las ik bij Ars Technica. Met deze dienst konden spelers van het gitaarspel verschillende liedjes ontvangen om tegen elkaar te spelen. De dienst was gratis in een basisversie en betaald voor toegang tot meer… Lees verder

Van wie is de Facebookpagina van een bekende Nederlander?

| AE 9738 | Ondernemingsvrijheid | 59 reacties

“Mijn vorige werkgever zegt: die heb je onderhouden tijdens werktijd, dus die is van ons.” Aldus DJ Giel Beelen in het AD vorige week. De ex-werkgever van de DJ claimt eigenaar te zijn van de Facebookpagina, omdat deze onder werktijd werd onderhouden. Mogelijk een reactie op dat akkefietje vorige week met de ‘gehackte’ muziek. Maar… Lees verder

Mijn hostingprovider weigert de DNS records van mijn domeinen te overhandigen!

| AE 9527 | Informatiemaatschappij, Intellectuele rechten | 15 reacties

Een lezer vroeg me: Voor een klant moeten we meerdere domeinnamen overnemen van de huidige hoster. Echter wil de hostingpartij huidige ingestelde DNS records niet overhandigen aan zowel de klant als ons, en er is ook geen toegang tot een online omgeving waar ik deze kan downloaden. Mag men dit zo weigeren? Ja, dat mag… Lees verder