Moet je een klant helpen migreren naar de concurrent?

| AE 13675 | Ondernemingsvrijheid | 2 reacties

Als je een maatwerk-webshop voor een klant bouwt, en je krijgt later ruzie, ben je dan verplicht die klant te helpen migreren naar de concurrent? Oh jee, dat is weer zo’n zorgplicht-vonnis hè? Ja, dat is weer zo’n zorgplicht-vonnis. En zoals bij elk zorgplicht-vonnis komt het aan op hoe je je contract hebt opgesteld en wat daarbij redelijk was om vast te leggen. In dit geval: ja, je moet deze klant helpen migreren, rot voor je dat je ruzie hebt.

In 2019 ontwikkelde de gedaagde (een online marketingbureau) voor een wellnesscenter een webshop, op basis van het open source Magenta pakket. Dit voor een fixed fee met jaarlijks onderhoudskosten, waarbij naast een eigen ontwikkelcontract ook de Nederland ICT voorwaarden werden gebruikt. (De heersende mening is dat wie met NL ICT contracteert, niets hoeft maar wel geld mag pakken van de klant.) Ook werd een specifieke SLA afgesloten voor € 7920 per jaar.

Tijdens de looptijd van bovengenoemde twee overeenkomsten is er tussen partijen veelvuldig gediscussieerd over de correcte nakoming van de uit de ontwikkelovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, zo lees ik dan in het vonnis. Juristen weten dan: ruzie in de tent. Op de details gaat de rechter nu niet in, wel zie ik een smak ingebrekestellingen én een stapel facturen. Dit leidde uiteindelijk tot een buitengerechtelijke ontbinding, gevolgd door de nodige stevige gesprekken waarna een kortlopende SLA (één maand met stilzwijgend maandelijkse verlenging) werd gesloten.

Nu wilde de klant overstappen naar de concurrent, wat de ontwikkelaar weigerde. En kon weigeren: hij had de exclusieve toegang tot de Github-broncodeomgeving, de ssh keys voor de productieomgeving, de API-sleutels en dergelijke voor koppelingen met derden en ga zo maar door. Oh, en natuurlijk het fundamentele punt van de auteursrechten op de shop, die conform de voorwaarden bij hem zouden zijn gebleven.

De rechter doet echter wat de rechter moet doen: het contract uitleggen op zoek naar de bedoelingen van partijen, in plaats van slaafs artikel 10.2 van de Nederland ICT voorwaarden voor te lezen. Het ging hier immers om een ontwikkelovereenkomst voor een eenmalig bedrag, gevolgd door een jaarlijkse vergoeding voor beheer van een en ander.

Anders dan [gedaagde] betoogt kan hieruit niet worden afgeleid dat partijen hebben beoogd aan [eiseres] slechts een gebruiksrecht van webshop toe te kennen gedurende de looptijd van de overeenkomst. Daarbij is van belang dat de overeenkomst niet voor een bepaalde duur is gesloten en evenmin sprake is van een betaling van een vergoeding voor het gebruiksrecht gerelateerd aan de duur van de overeenkomst. Integendeel, er is juist een substantieel eenmalig bedrag voor de ontwikkeling van de webshop afgesproken en daarnaast een terugkerend bedrag voor het technische beheer.
Impliciet schemert daar doorheen dat er iets ‘gekocht’ is, of dat de rechten afgekocht worden als je op deze manier contracteert. Een op zich normale constructie in het auteursrecht. En zo’n afspraak gaat dan – als maatwerkafspraak – boven het bepaalde in de algemene voorwaarden. Dat gebruiksrecht dat is er dus nog.

Moet de leverancier meewerken aan migratie? Dat onderwerp was al regelmatig langsgekomen in de onderhandelingen, tussen het gooien met ingebrekestellingen en facturen door. Daar had hij zich bereid verklaard daar wellicht wel aan mee te werken. En dat krijgt hij nu terug in het gezicht:

Zo heeft [gedaagde] in haar brieven van 22 juli 2022 en 26 juli 2022 (prod. 17 bij dagvaarding) voorstellen gedaan aan [eiseres] om, weliswaar onder voorwaarden, tot migratie van de webshop over te gaan. [gedaagde] kan redelijkerwijs niet, voor het eerst in dit kort geding, onder verwijzing naar haar algemene voorwaarden, het standpunt in te nemen dat van een verplichting om medewerking te verlenen aan migratie (al dan niet onder voorwaarden) geen sprake zou zijn, daar waar zij eerder de bereidheid heeft getoond aan migratie haar medewerking te verlenen.
Ook moet je zo’n vérstrekkende consequentie van een overeenkomst – je betaalt 40k maar als het contract opgezegd wordt, heb je niets – wel iets explicieter melden dan hier is gebeurd, namelijk in het geheel niet totdat men bij de rechter stond. Ik haal daaruit, zet dit expliciet (dus met gewone letters) in je opdracht of offerte. Nee, dat zullen ze niet leuk vinden en ze gaan vast zeggen dat ze zelf eigenaar willen worden en willen weten hoe de dienst blijft draaien als jij ermee stopt. Maar voor iedereen is het beter dat je die discussie voert in het offertetraject, lijkt me.

Dan nog het laatste punt, de openstaande facturen. Veel ondernemers redeneren, er is een openstaande vervallen factuur, ik hoef niets te doen. Dat klopt in principe, je hebt een opschortingsrecht, je mag je werkzaamheden staken als er niet betaald is ondanks een ingebrekestelling. Echter, de opschorting moet wel in verhouding staan tot de schuld. Dat was hier niet zo: van de € 48.553 fixed fee was 40.000 euro voldaan, en de facturen van de overige kosten waren nog niet opeisbaar. Dus dan blijft er te weinig over om een migratie te mogen weigeren.

Ik moest lachen bij het verweer dat de vordering van de webshop tot migratie “onvoldoende bepaald is om te worden toegewezen in kort geding.” Oftewel: de wellness heeft niet gespecificeerd wat zij met een migratie bedoelt, hemeltjelief nu weet ik als IT-professional écht niet wat er moet gebeuren met een Magento-omgeving die ik zelf gebouwd heb en waarvoor ik eerder heb gezegd dat migratie bespreekbaar is. Oh ja, en de beoogde opvolger had een keurig stappenplan aangeleverd met wat er zou moeten gebeuren, en dat was bij de dagvaarding gevoegd. Migreren dus, en wel zo snel als redelijkerwijs haalbaar. Anders een dwangsom die op kan lopen tot een ton.

Bezorgde ondernemers mailen me bij zo’n blog dan vaak, met wat voor tekst in de voorwaarden had deze ondernemer dit kunnen voorkomen? Goeie vraag. Antwoord hangt er dus vanaf wat je wilt bereiken, wil je (tegen redelijke kosten en zo) migraties mogelijk maken, of wil je echt de stekker eruit kunnen trekken en de shop door het putje als je klaar met de klant bent? In beide gevallen geldt dat je dat prima kunt opschrijven, daar heb je echt geen jurist voor nodig:

  • In geval van beëindiging van onze samenwerking zullen we in goed overleg een migratieplan maken om uw webshop tegen een redelijke vergoeding over te zetten naar een door u aangewezen derde. Hierbij bent u een afkoopsom van X verschuldigd voor de auteursrechten op de shop, die wij ons voorbehouden. Openstaande facturen dienen vooraf voldaan te worden.
  • Let op: bij beëindiging van deze overeenkomst kan geen migratie van de aan u geleverde shop worden verricht. U dient in de opzegtermijn (3 maanden) de data te downloaden die u wenst te behouden. De shop en al hetgeen daarmee samenhangt wordt vernietigd op de laatste dag van de overeenkomst. Auteursrechten voorbehouden: het elders herpubliceren van de shop is nadrukkelijk niet toegestaan, ook niet na einde overeenkomst.
Ik geef meteen toe dat die laatste niet heel vriendelijk is en de conversie vast zal verminderen. Maar als je dat bedoelt, dan moet je dat zeggen. Bij beëindiging “ja haha volgens artikel 11.723 sub b algemene voorwaarden hebben we alles daarnet vernietigd” zeggen is écht niet redelijk en gaat je een hoop geld kosten bij de rechter.

Arnoud

Hoe veel gebakken lucht zit er juridisch in een NFT?

| AE 13090 | Innovatie | 36 reacties

Hoeveel is een digitaal exemplaar van een column van de New York Times over NFT waard? Dat vroeg de NOS zich onlangs af in een overzichtsverhaal over de non-fungible tokens die nu enorme bedragen opbrengen. En zijdelings mocht ik wat mensen in de gordijnen jagen met mijn quote: “Het is puur een eretitel, de winnaar van de Formule 1 zijn, maakt je ook geen eigenaar van het racecircuit. Je koopt echt lucht, je doet het om te kunnen zeggen dat je een NFT hebt.” Wacht, wat?

Zoals ik vorig jaar al blogde:

De kern van een nft is dat ergens (op de blockchain dus) wordt genoteerd dat jij ‘eigenaar’ bent van een bepaald stukje informatie. Net zoals je eigenaar bent van zo’n zeldzaam voetbalplaatje, of van een koekblik van Rembrandt. En dat is dus niet hetzelfde als eigenaar zijn van waar het echt om gaat; de afbeelding van de voetballer (u mag zelf zeggen of u zich oud voelt bij a) Messi b) Gullit c) Van der Kuijlen) dan wel het schilderij van Rembrandt.
Er worden  nu grote winsten gemaakt met handel in NFT’s. Kritiek is er ook: de site Digiconomist becijferde dat één transactie zoveel rekenkracht van computers vergt dat daarbij 110 kilo CO2 wordt uitgestoten. Maar dat terzijde.

De handel in NFT’s roept de vraag op “hoe dat nou juridisch zit”. Ben je eigenaar van de NFT, heb je rechten op het onderliggende kunstwerk (of waar de NFT maar blijk voor is), wat doet het met de auteursrechten et cetera?

Nou ja, het korte antwoord is dus: helemaal niets. Het is een apart, buitenrechtelijk systeem waarbij eigenlijk op basis van eer wordt gehandeld. Binnen de context van zijn die aan NFT’s doen ben ik de eigenaar van die ene aap, en wie dat plaatje opslaat en als kopie ook gebruikt die schendt de mores, dat hoort niet. Maar juridisch gezien is er geen enkele regel waarmee de NFT-“eigenaar” kan optreden tegen zo’n vuile rechtermuisklikker (zoals dat heet).

De maker van de NFT kan dat wel: die heeft het auteursrecht op die tekening van die aap, en dat blijft bij hen, want alleen met een ondertekend document gaan die rechten over. Geen enkele NFT-handel omvat het overdragen van auteursrechten.

De reden dat we niet van eigendom spreken is trouwens precies omdat de NFT, het plaatje dus, vrij kopieerbaar is. Dat de registratie op de blockchain niet manipuleerbaar is, doet daar niet aan af. Natuurlijk, er is het Runescape-arrest uit 2012 dat bepaalde dat je virtuele goederen in online games kunt stelen. Maar er is een cruciaal verschil: games zijn zo gebouwd dat je spelobjecten niet kunt kopiëren maar alleen overdragen, en dát is wat er nodig is (naast economische waarde) om een object eigendomsvatbaar te noemen.

Daar komt bij dat dit arrest uit het strafrecht komt, waar men anders tegen “eigendom” aankijkt dan in het privaatrecht. Een simpel voorbeeld is dat een huurder in het strafrecht van het gehuurde bestolen kan worden, ondanks dat hij niet de eigenaar is. In het privaatrecht is het echt fout om de huurder de eigenaar te noemen.

Ik ben er nog niet uit over wat nu wenselijk is. Het voelt vrij logisch om NFT’s maar gewoon eigendommen te noemen, omdat je dan juridische bescherming aan NFT handelaren geeft. Alleen: wat voor bescherming? Binnen de kring is de blockchain immers het niet-manipuleerbare bewijs, wat voegt het recht daar nog toe? (Hacken van de blockchain, zo dat al kan, is al op te lossen via computervredebreuk.)

Buiten de kring heb je de vuige rechtermuisklikkers, zij die andermans NFT opslaan en gebruiken. Daar heb je het auteursrecht voor, zou het veel toevoegen om ook de NFT-eigenaar een procesbevoegdheid te geven? Of een eigendomsrecht, maar hoe verhoudt zich dat dan tot het auteursrecht van de ontwerper?

Arnoud

Mag je als werkgever bepalen wat er op een BYOD laptop geïnstalleerd wordt?

| AE 12537 | Ondernemingsvrijheid, Security | 18 reacties

Een lezer vroeg me:

Bij ons bedrijf is gekozen voor bring-your-own-device, waarbij mensen zelf privé een laptop mogen kopen en de werkgever het bedrag vergoedt via de werkkostenregeling. Nu zeggen collega’s dat ze dus op hun eigendom alles mogen installeren dat ze willen, inclusief applicaties die adminrechten nodig hebben. Dat zie ik als security officer als een groot risico, maar hoe zit het juridisch met deze positie?
Je kunt inderdaad werknemers een vergoeding via de werkkostenregeling geven voor de aanschaf van apparatuur zoals een laptop. Maar dat is inderdaad dan ook een privélaptop, waar de werknemer mee mag doen wat zhij wil. Inclusief installeren van gare software met adminrechten.

Als werkgever kun je dan natuurlijk zeggen dat die laptop niet veilig genoeg is om het werk mee te doen. Dat is je goed recht, alleen moet de werknemer dan wel een andere laptop krijgen om mee te kunnen werken.

Er is een uitzondering, en die heet de gerichte vrijstelling: als de laptop voor 90% of meer zakelijk gebruikt wordt, dan kun je de werknemer deze geven en gaat het bedrag niet uit deze regeling. Wel moet het dan noodzakelijk zijn:

‘Noodzakelijk’ betekent dat de werknemer zonder de voorziening zijn dienstbetrekking niet goed kan uitoefenen. Dat houdt in dat de werknemer de voorziening voor zijn werk nodig heeft en gebruikt. De mate van dat zakelijke gebruik is daarbij niet doorslaggevend.
In die situatie kun je de laptop als werklaptop zien en behandelen, inclusief veiligheidsrestricties die redelijkerwijs nodig zijn. Echt privé is de laptop dan niet: bij uitdiensttreden moet deze teruggegeven worden aan de werkgever.

Arnoud

Mag ik de computer van een wanbetaler blokkeren?

| AE 11784 | Ondernemingsvrijheid | 13 reacties

Op het forum van Security.nl las ik: Als zelfstandige verkoop ik hardware, software en diensten. Een nieuwe klant bestelt bij mij de nodige hardware en laat zijn harddisk in zijn laptop vervangen door een SSD, daarnaast besteld hij antivirus voor deze laptop en voor een cruciale computer die een productiemachine aanstuurt. Ook sluit hij een… Lees verder

Rechter dwingt ex-werknemer om wachtwoord Facebookpagina af te staan

| AE 11562 | Ondernemingsvrijheid | 14 reacties

Een voormalig medewerkster van een dierenopvangtehuis moet het wachtwoord en beheer van een Facebookpagina overdragen aan haar voormalige werkgever, meldde Security.nl onlangs. Dit op gezag van de rechtbank Gelderland die dat bepaalde, versterkt met een dwangsom van 1000 euro per dag dat ze dit niet. De Facebookpagina was tijdens haar dienstverband aangemaakt en draagt de… Lees verder

Een Facebookpagina is van de vrijwilliger die hem aanmaakt

| AE 11193 | Intellectuele rechten, Uitingsvrijheid | 12 reacties

Wanneer een vrijwilliger uit eigen beweging een Facebookpagina (of groep) aanmaakt, dan is die van hem en niet van de vereniging. Dat maak ik op uit een recent vonnis uit Rotterdam over de beheerrechten (“eigendom”) van een Facebookpagina van een lokale politieke partij. Die had een geschil met een ex-lid die de officiële verenigingspagina en… Lees verder

Een website als gemeenschappelijk eigendom, het kan

| AE 10855 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Een opmerkelijke (maar positieve) uitspraak van de rechtbank Amsterdam: de website Boschproject.org (over het werk van Jheronimus Bosch) telt als gemeenschappelijk eigendom van partijen die daaraan gewerkt hebben. Dat las ik bij IE-Forum. Dat is opmerkelijk omdat een website niet echt een ding is dat je in eigendom kunt hebben, laat staan gemeenschappelijk eigendom dus…. Lees verder

Guitar Hero Live-dienst stopt eind dit jaar, daar gaat je muziek

| AE 10653 | Ondernemingsvrijheid | 15 reacties

Op 1 december van dit jaar zullen de servers van de muziekdienst van het spel Guitar Hero Live offline gaan, zo las ik bij Ars Technica. Met deze dienst konden spelers van het gitaarspel verschillende liedjes ontvangen om tegen elkaar te spelen. De dienst was gratis in een basisversie en betaald voor toegang tot meer… Lees verder