Van wie is samen geschreven software eigenlijk?

| AE 10817 | Intellectuele rechten | 19 reacties

Een lezer vroeg me:

Samen met een kennis werk ik al geruime tijd aan een stuk software, dat we gebruiken voor een betaalde webdienst. Nu overweeg ik ermee te stoppen, want ik heb privé andere prioriteiten. Ik heb de bulk van het werk gedaan, maar mijn partner ook best aardig wat. Hoe moeten wij dit regelen, aan wie komen deze rechten toe?

Hoofdregel van de Auteurswet is dat de rechten liggen bij de partij die het creatieve werk heeft gedaan. Als twee mensen werk doen, dan ontstaan er dus twee auteursrechten naast elkaar. Ieder van de ontwikkelaars mag dan beslissen wat hij of zij daarmee doet.

Althans in principe, want je moet in alle redelijkheid wel rekening houden met de belangen van de ander. Dit is altijd een heel gedoe om achteraf recht te trekken, zeker als mensen met ruzie uit elkaar gaan. Het is dus veel beter dit vooraf te regelen, of zoals deze vraagsteller het netjes op het moment zelf te willen uitzoeken.

Iets ingewikkelder wordt het als het werk van de twee niet goed los te weven is. Er is dan namelijk sprake van een gemeenschappelijk auteursrecht, één recht dat aan beide ontwikkelaars toekomt. Dat kun je niet zomaar verdelen, je bent er samen eigenaar van. Hier moet dus worden afgesproken wie van de twee het recht meeneemt – en natuurlijk wat de ander er dan nog mee mag doen.

Als een van de twee ermee stopt, dan is het makkelijk. Je spreekt dan af (schriftelijk en met handtekening) dat alle rechten naar de voortzettende partner gaan, en waarschijnlijk zal de stoppende partner dan een afkoopsom ontvangen of een laatste winstuitkering. Je hoeft je dan denk ik geen zorgen te maken over licenties aan de stoppende partner, hij ging immers stoppen.

Willen beiden uit elkaar en apart hetzelfde gaan doen, dan wordt het ingewikkelder. Degene met de rechten staat net wat sterker dan degene die alleen een licentie krijgt om onder die rechten óók te opereren. Je kunt natuurlijk keiharde afspraken maken, maar wat doe je dan als er toch ruzie komt of de partij met rechten verkoopt die aan een derde? Om die reden kan het interessant zijn om in dat geval alle rechten gemeenschappelijk te verklaren, zodat je beiden van elkaar afhankelijk blijft.

Arnoud

Een website als gemeenschappelijk eigendom, het kan

| AE 10855 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Een opmerkelijke (maar positieve) uitspraak van de rechtbank Amsterdam: de website Boschproject.org (over het werk van Jheronimus Bosch) telt als gemeenschappelijk eigendom van partijen die daaraan gewerkt hebben. Dat las ik bij IE-Forum. Dat is opmerkelijk omdat een website niet echt een ding is dat je in eigendom kunt hebben, laat staan gemeenschappelijk eigendom dus. Maar de uitspraak is een mooie oplossing voor een praktisch probleem: wat doe je met een gezamenlijk gebouwde site als er ruzie ontstaat en partijen uit elkaar willen?

Achtergrond van deze zaak was de verdieping van kennis van het werk van Jheronimus Bosch door middel van internationaal wetenschappelijk onderzoek. Deel hiervan was het ontwikkelen van een projectwebsite waarin met geavanceerde technieken hoge kwaliteit reproducties van het werk van Bosch ontsloten zou worden. De ontwikkeling hiervan liep kort gezegd niet zoals iedereen beoogd had, maar uiteindelijk kwam er toch iets te staan dat rudimentair in de buurt kwam.

Na het nodige geharrewar wilde de stichting achter het Bosch-initiatief de website aanpassen en verder publiceren, maar de persoon die de reproducties maakte weigerde dat met onder meer een beroep op zijn auteursrechten op de software die daarbij nodig was. Vervolgens zette deze ook de domeinnaam op zijn eigen naam, althans niet meer die van de stichting. Wat nu?

Dit is een voorbeeld van iets dat ik vaak in de mail krijg: mensen hebben samen een site gebouwd, krijgen dan ruzie of verschil van inzicht over hoe verder en zitten dan met de vraag, van wie is dat ding nu? En daar zit hem het probleem, want een website is geen ding. Het is een verzameling rechten (met name auteursrechten) plus gestolde kennis rondom configuratie et cetera, en een heleboel nuttigs daar omheen dat juridisch echter niet bestaat. Daar een verdeling in maken is bepaald niet eenvoudig.

In dit geval zag de rechtbank gelukkig wel een optie: er is nauw samengewerkt in het begin om die site te bouwen, en ieders aandeel lijkt ongeveer van gelijke waarde te zijn geweest. Daarom merken we de site aan als een gemeenschap (art. 3:166 BW), waarbij iedereen gelijke rechten heeft op dat resultaat. Meestal hebben we het dan over fysieke dingen maar de gemeenschap gaat over goederen – inderdaad, die waarin je kunt trouwen – en omvat dus ook intellectuele scheppingen. Zoals een website.

Ik blijf er altijd wat moeite mee hebben om een website als een schepping te zien, alsof het één ding is zoals een stoel of een auto. Maar het werkt wel in dit soort situaties. Je moet vervolgens er samen uit zien te komen wie wat mag, want je bent nu tot elkaar veroordeeld. Het bijpassende schilderij mag u zelf bedenken.

Arnoud

Guitar Hero Live-dienst stopt eind dit jaar, daar gaat je muziek

| AE 10653 | Ondernemingsvrijheid | 15 reacties

Op 1 december van dit jaar zullen de servers van de muziekdienst van het spel Guitar Hero Live offline gaan, zo las ik bij Ars Technica. Met deze dienst konden spelers van het gitaarspel verschillende liedjes ontvangen om tegen elkaar te spelen. De dienst was gratis in een basisversie en betaald voor toegang tot meer muziek. Maar nee, je hebt desondanks nergens recht op. Als het offline gaat, dan is het weg.

Dit is weer het zoveelste voorbeeld van “data is niets”, in ieder geval van “data is geen eigendom”. In de digitale wereld is eigenlijk altijd sprake van dienstverlening en nooit van verkoop. Je hebt weliswaar dat spel ooit tegen betaling verkregen, maar je werd nooit eigenaar van de muziek die erbij zit. Die krijg je onder het mom van dienstverlening.

Nu is dienstverlening natuurlijk keurig juridisch gereguleerd. Alleen die regulering is niet echt ontworpen voor internetdiensten: de tekst uit het Burgerlijk Wetboek gaat over diensten als schoonmaken, advisering of tuinonderhoud. Die diensten hebben gemeenschappelijk dat ze redelijk persoonsgebonden zijn, in principe niet lang duren en dat je na opzegging eigenlijk zo weer verder kunt bij andere partijen.

Internetdiensten voldoen niet aan die criteria. Die zijn niet persoonsgebonden, ze duren eigenlijk best wel lang en een migratie is erg vervelend en complex, als het al mogelijk is. Het verschil zit hem erin dat internetdiensten eigenlijk datagedreven diensten zijn, het gaat altijd om opslag, doorgifte of het verwerken van data. Dat is niet aan de orde bij een schoonmaker of adviseur, hooguit dat de adviseur je nog wat laatste tips meegeeft of de schoonmaker op verzoek zegt welk schoonmaakmiddel hij voor de mop gebruikt.

Ik zeg altijd: data is niets, en dat is om deze reden. De wet kent niet het concept dat een dienstverlener data produceert of onder zich heeft. Er is dus niets geregeld over toegang, beschikbaarheid of afgifte daarvan. Bijgevolg heb je ook geen enkel recht waar het gaat om die data. Je kunt die niet opeisen, of juist eisen dat de dienstverlener doorgaat met het beschikbaar stellen daarvan.

Dit is een fundamenteel probleem in de informatiemaatschappij. Tegelijk heb ik geen idee hoe het op te lossen. Data even tot eigendom bombarderen gaat hem niet worden, want vaak hebben ook diverse andere partijen hier rechten op. Zoals hier, waar muziekmaatschappijen ook wat zullen vinden van “eigenaar van een stream” zijn. Maar minstens zo lastig, moet je dan een bedrijf zoals dit verplichten tot in de eeuwigheid hun server aan te houden? Dat is ook weer een ingewikkelde.

Arnoud

Van wie is de Facebookpagina van een bekende Nederlander?

| AE 9738 | Ondernemingsvrijheid | 59 reacties

“Mijn vorige werkgever zegt: die heb je onderhouden tijdens werktijd, dus die is van ons.” Aldus DJ Giel Beelen in het AD vorige week. De ex-werkgever van de DJ claimt eigenaar te zijn van de Facebookpagina, omdat deze onder werktijd werd onderhouden. Mogelijk een reactie op dat akkefietje vorige week met de ‘gehackte’ muziek. Maar… Lees verder

Mijn hostingprovider weigert de DNS records van mijn domeinen te overhandigen!

| AE 9527 | Informatiemaatschappij, Intellectuele rechten | 15 reacties

Een lezer vroeg me: Voor een klant moeten we meerdere domeinnamen overnemen van de huidige hoster. Echter wil de hostingpartij huidige ingestelde DNS records niet overhandigen aan zowel de klant als ons, en er is ook geen toegang tot een online omgeving waar ik deze kan downloaden. Mag men dit zo weigeren? Ja, dat mag… Lees verder

Tot eigendom van data geregeld is, kun je maar beter goede backups maken

| AE 9517 | Informatiemaatschappij | 12 reacties

Wie data opslaat bij een online backupdienst, of gebruik maakt van een SaaS-dienst voor bijvoorbeeld boekhouding of klantenadministratie, zal al snel geneigd zijn te spreken van ‘zijn’ data. Logisch: die informatie is essentieel voor die persoon, en als hij het fysiek ergens opgeslagen had, dan waren die mappen of papieren ook gewoon zijn eigendom. Maar… Lees verder

Waarom wanhopige tractoreigenaren illegale firmware downloaden

| AE 9346 | Intellectuele rechten | 39 reacties

Wanhopige John Deere-tractoreigenaren downloaden Oekraiense firmware hacks om hun oogst binnen te kunnen halen, las ik bij Boing Boing. Tractormerk John Deere heeft namelijk in de EULA die bij de landbouwvoertuigen hoort, bepaald dat herstel en verbetering alleen door een geautoriseerd JD-bedrijf mag worden verricht. Maar veel eigenaren hebben aanpassingen nodig om hun tractor te… Lees verder