John de Mol start rechtszaak tegen Facebook om nepadvertenties

| AE 11312 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 28 reacties

Talpa-oprichter John de Mol spant een kort geding aan tegen Facebook. Hij eist dat het sociale netwerk stopt met het tonen van nepadvertenties voor bitcoinproducten waarin zijn naam en foto worden gebruikt. Dat meldde het FD onlangs. De ondernemer is niet de enige: ook foto’s van zanger Waylon, presentator Matthijs van Nieuwkerk en techondernemer Alexander Klöpping worden op Facebook en Instagram misbruikt om mensen te verleiden tot nepinvesteringen. Of beter gezegd pure oplichterij, want zover ik kan zien wordt er überhaupt niet belegd maar wordt je geld gepakt en verder niets. De vraag is natuurlijk: waarom deed Facebook hier zelf niets aan, ondanks de vele signalen van al die ondernemers?

De oplichterij is op zich vrij simpel: er wordt een snelgeldverdienenmodel met Bitcoin aangeprezen, met 250 euro inschrijfgeld. Wie dat betaalt, krijgt een advies om meer te betalen. Doe je dat niet, dan ben je je geld kwijt. Doe je dat wel, dan ben je ook het meer betaalde kwijt. Dat is natuurlijk lastig verkopen, vandaar de inzet van bekende Nederlanders zoals De Mol of Klöpping die zogenaamd met hun echte baan stoppen omdat ze lekker binnenlopen op de bitcoin.

Natuurlijk mag zoiets niet. Iemands gezicht in reclame gebruiken valt onder het portretrecht – dat bestaat onder de AVG niet meer, maar specifiek voor het commerciële stukje nog wel. Ook zou je hier kunnen spreken van smaad, omdat de indruk wordt gewekt dat die personen betrokken zijn bij de zwendel. Dus je zou zeggen, klacht bij Facebook en klaar. Maar nee, want de advertenties blijven langskomen.

Onduidelijk is voor mij waarom Facebook niet ingrijpt. Dat ze het zouden moeten kunnen, lijkt me geen discussie. Als je zo goed bent in dingen herkennen, dan moet steeds dezelfde persoon met naam toch makkelijk er uit te vissen zijn?

Een mogelijke verklaring is dat Facebook niet aansprakelijk wil zijn voor advertenties, en dat ze bang zijn een precedent te zetten door deze advertenties tegen te gaan houden. Want dan komt er morgen iemand met nog een claim, en daarna iemand die moest hoesten van een andere advertentie en dan houdt het nooit meer op.

Daar zit wat in juridisch: je bent aansprakelijk voor wat je publiceert. Alleen platforms zijn dat niet voor materiaal dat ze zonder filter doorlaten en waar ze zelf niet actief bemoeienis mee hebben. Ook voor advertenties, althans bij merkinbreuk zo bepaalde het Hof van Justitie in 2011. Weet je van de onrechtmatigheid in je advertentie (een nep-merkproduct) dan moet je ingrijpen. Ik zie niet in waarom dat voor dit soort nepreclames niet op zou moeten gaan, weten van onrechtmatig lijkt me ook hier niet zo héél erg moeilijk.

Het kan natuurlijk ook dat wij gewoon niet belangrijk genoeg zijn voor Facebook?

Arnoud