Jongen beboet voor filmen leraar (via Techzine)

| AE 390 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 1 reactie

800 euro boete als je je leraar op Youtube zet. Een Finse rechtbank heeft een 15-jarige jongen veroordeeld tot een geldboete, nadat hij een filmpje van zijn leraar online zette, zo staat in Techzine. Of nou ja, geldboete: schadevergoeding aan de lerares natuurlijk.

Op zich niet zo bijzonder. Dit kan bij ons ook: publicatie van een film waar iemand herkenbaar in te zien is, kan schending van het portretrecht zijn. Als de geportretteerde een redelijk belang kan aanvoeren, mag de film niet online. Gebeurt dat toch, heeft de geportretteerde recht op een schadevergoeding. Hoe je de schade inschat die iemand lijdt door een inbreuk op de privacy, is natuurlijk een hele lastige.

Wat wel bijzonder is, is de hoogte van die schadevergoeding. Naast een vergoeding van je echte schade, kun je bij een gewonnen proces ook de proceskosten vergoed krijgen. Normaal is dat een vast bedrag(je), maar bij geschillen over intellectueel eigendom geldt sinds enige tijd de bijzondere regel dat je de werkelijke proceskosten vergoed krijgt. En die kunnen best hoog uitvallen, want advocaten zijn duur (al krijgen ze hun diners niet vergoed).

Auteursrecht is een intellectueel eigendomsrecht, dus bij een geslaagde inbreukzaak moet de inbreukmaker alle kosten van de wederpartij vergoeden. Portretrecht staat geregeld in de auteurswet, dus geldt dat dan ook bij een geslaagd beroep op portretrecht?

Een lastige vraag. Albert Ploeger van Houthoff Buruma schrijft op Volledig bericht, pardon Boek 9 dat dit niet op hoort te gaan:

Gelet op de doelstelling van de richtlijn en de tekst van artikel 2 lid 1, die zien op de handhaving door rechthebbenden van intellectuele eigendomsrechten, komt het mij voor dat het beroep van een geportretteerde op een redelijk belang tegen de openbaarmaking van zijn portret jegens de rechthebbende op het intellectuele eigendomsrecht op het portret, niet onder het toepassingsgebied van de richtlijn valt. Dit is in lijn met eerdere commentaren van Hugenholtz (Pres. Rb Utrecht 18 maart 1999, AMI 1999-6, p. 94-96) en Schuijt (Pres. Rb Amsterdam 28 januari 2000, Mediaforum 2004-4, nr. 26) bij uitspraken waarin portretrecht naar hun oordeel ten onrechte als intellectueel eigendomsrecht in de zin van het TRIPs-verdrag werd beschouwd.

Arnoud

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS