Mijn kinderen staan tegen mijn wil op de Whatsapp profielfoto van mijn ex

| AE 12740 | Privacy | 22 reacties

Een lezer vroeg me:

Sinds kort heeft mijn ex-partner een nieuwe profielfoto op WhatsApp, waar deze poseert met onze twee kinderen. Die zijn zo herkenbaar voor iedereen. Ik wil dat niet, gezien hoe wij uit elkaar gegaan zijn. Welke juridische opties heb ik om dit aan te pakken?
Juridisch gezien zou het eenvoudigste zijn als de foto gemaakt was door de vraagsteller of een ander meewerkend familielid of kennis. Die kan dan op basis van zijn of haar auteursrecht als maker een claim indienen bij WhatsApp. Eventueel kun je ook de auteursrechten naar jezelf laten overdragen (op papier met handtekening) en dan zelf die claim doen.

Blijkt de fotograaf dat niet te willen, of liggen de rechten bij de ex-partner, dan is dit geen optie. Dan moet je het gooien op privacy of schending van de AVG. De meest logische route is dan het profiel rapporteren bij WhatsApp, maar in mijn ervaring is dat bij enkel een profielfoto met een gewoon uitziende scene een langdurig verhaal.

Natuurlijk kun je een advocaat (die je vaak al hebt bij zo’n kennelijk vervelende scheiding) vragen om een boze brief te sturen. Die kan dan een beroep doen op portretrecht en/of AVG. Omdat het hier gaat om een geposeerde foto, zou je wellicht het ‘strenge’ portretrecht in kunnen roepen (art. 20 Auteurswet). Bij een geposeerde foto “in opdracht” is namelijk toestemming nodig van alle geportretteerden voor de publicatie, en in tegenstelling tot de AVG kun je je dan niet op een belangenafweging beroepen.

Gaat het om gewoon een snapshot, dan komt portretrecht op hetzelfde neer als de AVG: een belangenafweging van enerzijds de privacy van het kind en anderzijds het belang van die expartner om zichzelf en zhaar kinderen te mogen tonen (de vrijheid van meningsuiting). Ik zou normaal zeggen dat je dan uitkomt bij het belang van het kind en dus de foto weg moet halen, zeker als het ouderlijk gezag enkel bij de vraagsteller ligt. Zie mijn blog van april over een vonnis met die strekking.

Arnoud

 

Foto’s van je kinderen op internet plaatsen versus de AVG

| AE 12616 | Privacy | 15 reacties

Gedaagde heeft beeldmateriaal (foto’s en filmpjes) op social media geplaatst van het minderjarige zoontje van eiseres, zo opende een recent vonnis van de rechtbank Overijssel. Dat mocht niet van de ex-partner. Want voor het plaatsen van foto’s van minderjarigen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, is toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger vereist. Althans, ongeveer. En over die ongeveer wilde ik het even hebben.

Heel kort: de vrouw in de relatie had met een andere man een kind gekregen, waar de gedaagde (ik denk ook een man) later ouderlijk gezag over kreeg. Dit gezag bleef gezamenlijk toen de relatie uitging. En op enig moment daarna plaatste de gedaagde foto’s van het kind op Facebook. De eiseres was het daarmee oneens en stapte naar de rechter.

De rechter is er werkelijk in één alinea mee klaar: er is toestemming nodig van de ouders voor publicatie van foto’s van kinderen, die toestemming moet van beide ouders komen en die is er niet, dus die foto’s moeten weg. Dwangsom 50 euro per dag, maximum 2.500 euro, boem u kunt gaan.

Inhoudelijk denk ik weinig mis mee, het is al vaker bepaald dat foto’s van minderjarigen niet tegen de wil van (een van) de ouder(s) door de andere ouder mogen worden gepubliceerd. Maar ik zie hier een veel voorkomend misverstand, namelijk dat de AVG (en UAVG) zeggen dat je áltijd toestemming van de ouders nodig hebt voor publicatie. Dat is namelijk niet waar.

Het misverstand komt door artikel 8 lid 1 AVG, dat begint met

Wanneer artikel 6, lid 1, punt a), van toepassing is in verband met een rechtstreeks aanbod van diensten van de informatiemaatschappij aan een kind, is de verwerking van persoonsgegevens van een kind rechtmatig wanneer het kind ten minste 16 jaar is. Wanneer het kind jonger is dan 16 jaar is zulke verwerking slechts rechtmatig indien en voor zover de toestemming of machtiging tot toestemming in dit verband wordt verleend door de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt.
En daarbij is dan artikel 6 lid 1 sub a AVG de grondslag toestemming. Snel lezend staat hier inderdaad dat toestemming bij internetdiensten door minderjarigen niet kan, dat moeten de ouders of verzorgers geven. Maar lees het nog eens: er staat niet dat verwerken alleen mag met zulke toestemming, er staat dat als je met toestemming werkt, die toestemming moet worden verleend door de ouders.

Niets houdt je dus tegen om te verwerken met een andere grondslag, zoals uitvoering overeenkomst of een eigen gerechtvaardigd belang. Een kind van dertien dat zijn naam invoert in een chatdienst, hoeft geen ouderlijke toestemming. Die naam (een persoonsgegeven) is nodig voor de dienst, je moet aangesproken kunnen worden door medechatters en daar is je naam het logische element voor.

In dit geval had de mede-ouder het wellicht kunnen gooien op dat gerechtvaardigd belang, kort door de bocht zijn uitingsvrijheid. Of dat was gelukt, weet ik niet – je moet als publicerende ouder rekening houden met de privacy van je kind, en hoe je dat doet bij Facebookpublicaties is mij nog niet duidelijk. Maar het is dus zeker geen geval “geen toestemming = mag niet”.

Arnoud

Hoe zwaar weegt gezichtsherkenning in het strafrecht?

| AE 12571 | Regulering | 17 reacties

Het lijkt erop dat degene die op 5 augustus 2017 om 2.31 uur bij de geldautomaat is gefilmd, ook in de politiedatabase staat: Thomas. Zo introduceert Nu.nl een strafzaak waarin gezichtsherkenning door het politiesysteem CATCH centraal stond in het bewijs. Nadat ook twee onderzoekers de gezichten met elkaar vergelijken, concludeert het Centrum voor Biometrie namelijk dat Thomas veel overeenkomsten en geen significante verschillen vertoont met de persoon die om half drie ’s nachts pint. Hebbes, zegt de statistiek. Nope, zegt de rechtbank Den Bosch.

De strafzaak (vonnis) gaat over een hele trits feiten, niet alleen een keer pinnen met andermans pinpas, maar ook witwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie. De rechtszaak is namelijk onderdeel van een groter onderzoek naar een bende die bankrekeningen plundert. En kennelijk is ‘Thomas’ (de naam is nep) de leider van dat netwerk want hij heeft statistisch gezien gepind met een gestolen pas?

Herkennen van mensen van foto’s is natuurlijk altijd lastig. Maar hier werd niet door menselijke getuigen of rechercheurs gekeken; het gaat om een automatisch gezichtsherkenningssysteem dat CATCH heet. De cijfers zijn schokkend: jaarlijks gaan zo’n duizend foto’s van verdachten door de database met 1.3 miljoen mensen. En dat levert dan 98 keer een match op. Nee, niet 980 of 98%, acht-en-negentig. Net geen honderd. Ja, ik val ook van mijn stoel.

Waarschijnlijk komt dat lage aantal omdat de meeste beveiligingscamera’s de kwaliteit van een aardappel hebben, als ik de beelden van Opsporing Verzocht mag geloven. Plus, veel criminelen weten natuurlijk dat ze hun gezicht moeten bedekken om niet te makkelijk herkend te worden. En men zal vast ook alleen een match willen geven als het systeem het heel zeker weet.

Maar hoe zeker is zeker? Dat weten we niet, en dat is ook fundamenteel lastig. Al is het maar vanwege de vraag of de werkelijke dader wel in het systeem zit. Anders krijg je gewoon “de best matchende persoon is deze” en als dat ook een hoog percentage betrouwbaarheid geeft, dan is de conclusie “dit is hem” snel gelegd. Natuurlijk kijken er dan nog mensen naar, maar “even checken, dit is hem toch” is heel wat anders dan “hier zijn duizend gezichten, welke is het”.

De rechtbank is er dan ook héél snel klaar mee:

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval de ‘hit’ op verdachte in het zgn. CATCH-systeem (Centrale Automatische Technologie voor herkenning) onvoldoende is om te concluderen dat verdachte – buiten redelijke twijfel – als pinner kan worden aangemerkt. De opmerking dat twee onderzoekers zagen dat er veel overeenkomsten waren en geen significante afwijkingen, acht de rechtbank niet zodanig overtuigend dat de ‘hit’ als basis voor een bewezenverklaring kan dienen. Nu er buiten de herkenning geen andere bewijsmiddelen voorhanden zijn die verdachte verbinden aan een van de ten laste gelegde feiten, is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Bij een strafzaak moet het gaan om wettig en vooral overtuigend bewijs. Oftewel, geen redelijke twijfel. Enkel “hij lijkt best goed” is niet hetzelfde als “er is geen twijfel dat dit hem is”. Tussen de regels door lees ik dat de rechtbank alléén een fotoherkenning te weinig vindt. Had zijn telefoon even uitgepeild, een vingerafdruk genomen of iets anders dat hem op de plaats delict zet. Maar dit is echt te weinig.

Arnoud

Zweedse politie beboet voor gebruik gezichtsherkenning Clearview

| AE 12507 | Regulering | 8 reacties

De Zweedse politie heeft van de Zweedse privacytoezichthouder een boete van 250.000 euro opgelegd gekregen wegens het onrechtmatig gebruik van het gezichtsherkenningssysteem van het bedrijf Clearview AI. Dat meldde Security.nl onlangs. “De politie heeft onvoldoende organisatorische maatregelen ingevoerd om ervoor te zorgen dat het verwerken van persoonlijke data in dit geval volgens de wet plaatsvond”, aldus de… Lees verder

Mag de makelaar van de buren je tuin met een drone fotograferen?

| AE 12431 | Ondernemingsvrijheid | 28 reacties

Een lezer vroeg me: Een makelaar maakt opnames met een drone om beelden te gebruiken bij verkoop huis. Daarbij neemt hij ook beelden op bij de buren om de koper goed te kunnen informeren, bovendien zijn die beelden te zien op Funda. Mag dit? Een drone is een bewegende camera die vanuit de hoogte filmt. Daarmee is… Lees verder

Mogen mensen je kind buiten fotograferen en op Facebook zetten?

| AE 12181 | Informatiemaatschappij, Privacy, Uitingsvrijheid | 8 reacties

Een lezer tipte me over deze Viva-forumdiscussie: Vorige week werd ik getagged op Facebook in een bericht van een winkelcentrum in de buurt. Hierop staat mijn kind in het midden met verder alleen een ander persoon die je alleen van De achterkant ziet weglopen. Mijn kind zie je vanaf de zijkant en precies midden in de foto. Nu… Lees verder

Oma moet van rechter foto’s kleinkinderen van social media verwijderen

| AE 11949 | Privacy | 18 reacties

Een oma moet de foto’s die ze van haar kleinkinderen op Facebook en Pinterest heeft geplaatst verwijderen, omdat dit zonder toestemming van de moeder gebeurde. Dat las ik bij Security.nl. Dit is weer zo’n vonnis dat tot vele misverstanden en broodjeaapverhalen gaat leiden. In de kern komt het (niet verrassend) erop neer dat als je… Lees verder

Ik word gefotografeerd als ik iemands huis fotografeer, mag dat?

| AE 11910 | Privacy, Uitingsvrijheid | 102 reacties

Een lezer vroeg me: Ik fotografeer graag huizen. Wanneer ik een huis zie dat voldoet en waar ik een gevoel bij krijg dan neem ik vanaf de openbare weg, vaak staand op mijn auto, foto’s. Nu iedereen dus thuis zit ben ik afgelopen week al meerdere malen aangesproken door enkele buurtgenoten van het desbetreffende huis… Lees verder

Moet ik nog zeggen dat die ondergoedfotoapp van Albert Heijn van de AVG niet mag?

| AE 11634 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 28 reacties

Winkelpersoneel van Albert Heijn is binnenkort in nieuwe bedrijfskleding te zien. De maat zou worden bepaald door foto’s in ondergoed. Dat las ik bij NRC (dank, vele tipgevers, ook voor dit gedicht). De foto’s worden – als ik het goed begrijp – door een AI geanalyseerd om zo de best passende maat te weten te… Lees verder

Je ex-werknemer mag zo snel mogelijk van de bedrijfsbus af

| AE 11347 | Ondernemingsvrijheid | 12 reacties

Tot hoe lang na uitdiensttreding mag je als werknemer worden ingezet als ‘gezicht’ van het bedrijf? Die vraag stond centraal in een conflict tussen een oud-werknemer van een pakketbezorger en de werkgever. Deze foto werd gebruikt bij persberichten over de dienst, maar op zeker moment ook aangebracht als foto op bezorgbussen en vrachtwagens. Daar maakte… Lees verder