Hugenholtz boos op Europese Commissie over 95 jaar naburige rechten

| AE 1192 | Auteursrecht | 11 reacties

Professor Bernt Hugenholtz stelt zich in een open brief aan de Europese Commissie zeer kritisch op over het zogeheten forward-looking package van diezelfde Commissie. Naast een ongetwijfeld interessant Groenboek bevat dit voorstel namelijk een voorstel tot verlenging van de bescherming voor naburige rechten (op geluids- en filmopnames) van 50 naar 95 jaar na opname. “The extended term would benefit performers who could continue earning money over an additional period.” staat er dan ook doodleuk als motivatie in het voorstel bij.

Het Instituut voor Informatierecht, waar Hugenholtz directeur van is, heeft de afgelopen jaren twee uitgebreide studies uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie over de consequenties van verlenging van auteursrechten en naburige rechten. De conclusie: niet doen, die verlenging.

In het vooruitkijkend pakket staat echter geen enkele verwijzing naar deze studies. Sterker nog, in het voorstel staat dat er geen noodzaak was om bij de consultatie enige externe expertise in te schakelen. Leuk inderdaad, als twee jaar werk op die manier afgepoeierd wordt. Vooral als ze dan precies met die argumenten komen die jij in dat werk keurig weerlegd hebt.

En ja, het voorstel is echt alleen gebaseerd op het idee “anders verliezen artiesten hun inkomsten.” Geluidsopnamen uit de jaren ’50 en ’60 zijn binnenkort namelijk publiek domein. Mooi, zou ik denken. Maar nee, dat zou betekenen dat artiesten “lose all of their contractual royalty income or statutory remuneration for broadcasting and communication to the public over the next ten years. This would have considerable social and cultural impacts.”

Waarom het erg is dat mensen die royalties kwijtraken, staat er niet bij. Dat kan ook niet, want daar is geen fatsoenlijke motivatie voor te geven. Zoveel wordt wel duidelijk uit de studies van het IViR. Nou mag je het daar best mee oneens zijn – zoals de Commissie ook duidelijk is – maar het is dan wel zo netjes om aan te geven waarom en wat dan je tegenargumenten zijn.

Uit de brief:

By wilfully ignoring scientific analysis and evidence that was made available to the Commission upon its own initiative, the Commission’s recent Intellectual Property package does not live up to this ambition. Indeed, the Commission’s obscuration of the IViR studies and its failures to confront the critical arguments made therein seem to reveal an intention to mislead the Council and the Parliament, as well as the citizens of the European Union.

Inderdaad.

Via Livre.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Cliff Richard heeft nu eenmaal meer invloed dan een groepje onderzoekers 😉

    Hij vindt het onrechtvaardig dat de rechten van de uitvoerende artiest veel eerder verlopen dan de rechten van de componist. Misschien zit daar ook wel iets in?

    Hij heeft inmiddels de rechten verloren op zijn eerste opnames, maar wij kunnen die opnames nog steeds niet vrij gebruiken. Daarvoor moeten we wachten tot 70 jaar na de dood van de componist. Ik denk ook niet dat die oude nummers nu voor de helft over de toonbank zullen gaan, want de prijs wordt toch bepaald door de markt. Maar ik zal eens kijken wat Hugenholtz hiertegen heeft in te brengen.

    Nu begrijp ik trouwens die samenwerking met The Young Ones!

  2. “Unlike the exclusive rights that are granted to authors, i.e. the creators of literary, musical or dramatic works, the objectives for granting related rights to sound recording producers are exclusively of an economic nature, not of a social or moral nature. This fact is often overlooked by proponents of a term extension complaining about an unreasonable discrimination of sound reconrding producers vis-?-vis authors, who enjoy a far longer term of protection of their creations.”

    Maar ja, waarom hebben uitvoerende artiesten dan geen sociale of morele rechten? (Of voor mijn part: waarom componisten dan wel?)

  3. Het tweede meestal ook. Of anders in ieder geval heel vaak.

    Kijk, ik schrijf niet voor niets ‘misschien’. Ik heb al opgezocht wat de rechtvaardiging is die Hugenholtz ervoor geeft, en die vind ik persoonlijk nou ook niet direct overdonderend overtuigend.

    Verder lijkt het nadeel dat de maatschappij ondervindt van verlenging van de bescherming voor uitvoerende artiesten mij redelijk beperkt, als je in aanmerking neemt dat die opnames op basis van het auteursrecht beschermd blijven. Het lijkt mij dat vooral de rechthebbenden op het auteursrecht zouden worden benadeeld door verlenging van de bescherming voor uitvoerende artiesten.

    Ik besef dat er ook opnames zijn van oude werken (van lang geleden gestorven componisten) die alleen door naburige rechten worden beschermd. Maar goed, wat stelt die bescherming precies voor? Je mag die liedjes gratis zelf inzingen en verkopen. Alleen die ene uitvoering is beschermd. De “prijs” die de maatschappij betaalt is dan toch een stuk lager dan wat het auteursrecht de maatschappij kost.

    Ik pleit niet voor het ??n of het ander, maar deze samenvatting overtuigt mij nog niet. Voorlopig denk ik dat het aan de politiek moet worden overgelaten, waarbij het natuurlijk wel zo aardig is als de politiek laat blijken zich in de materie te hebben verdiept.

  4. Hugenholtz hoeft geen rechtvaardiging te geven. Gepubliceerde werken zijn van het publiek: degene die werken aan het publiek wil onttrekken is degene met de buitengewone claim, en die persoon zal met een rechtvaardiging moeten komen.

    Zoals Hugenholtz c.s. al aangeven: met die rechtvaardiging komt de EC niet. In plaats daarvan worden al lang weerlegde varianten van het emotionele beroep op mededogen met de “poor starving artist” van stal gehaald.

    Overigens: ik heb een bruine schoen. Ik wil een bruineschoenrecht. Volgens mij is dat een natuurrecht. Ik hoef dat verder niet te rechtvaardigen, ik hoef er alleen maar op te wijzen dat ik van alle belastingbetalers elk jaar een kleine bijdrage moet ontvangen. Waarom? Omdat het onrechtvaardig is dat uitvoerende muzikanten wel geld van de burger krijgen, maar eigenaren van een bruine schoen niet. Daar zit een scheefheid, dat zie je zelf toch ook wel in? Politiek, ga aan het werk. Mensen hebben al veel te lang het genoegen kunnen smaken zonder te betalen van de aanblik van mijn schoen te genieten.

  5. Als jij een nieuw model bruine schoen maakt, dan kun jij verhinderen dat anderen die namaken. Bijv. met behulp van het auteursrecht of het modellenrecht.

    Als jij een nieuw exemplaar bruine schoen fabriceert, dan kun jij op basis van het eigendomsrecht verhinderen dat ik dat exemplaar meeneem. Het eigendomsrecht is zelfs eeuwigdurend.

    Met belasting hebben naburige rechten niets te maken. En als ik zeg politieke keuze dan beroep ik me niet op het natuurrecht.

    Met het argument van de “poor starving artist” ben ik het ook niet eens, vooral omdat die artist het al 50 jaar heeft kunnen zien aankomen (of is die termijn van recentere datum)? Het lijkt mij niet goed om de beschermingstermijn voor reeds bestaande uitvoeringen te verlengen (en al helemaal niet voor werken waarvan de naburige rechten al zijn verlopen). Voor nieuwe uitvoeringen zie ik daarentegen veel minder bezwaren tegen een uitbreiding van de termijn.

    En nogmaals, vrijwel al die werken blijven hoe dan ook nog heel lang beschermd door het auteursrecht. Het is vooral de rechthebbende op dat auteursrecht die “beroofd” wordt, want die verkeerde jarenlang in de gerechtvaardigde veronderstelling dat hij na verloop van tijd helemaal zelf zal kunnen bepalen wat er met een uitvoering van het werk gebeurt.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS