Is het dagboek van Anne Frank nu publiek domein ondertussen?

| AE 8341 | Intellectuele rechten | 28 reacties

Het auteursrecht op het dagboek van Anne Frank is nog jaren van kracht, blogde ik eind november. Het Zwitserse Anne Frank Fonds stelt dat Annes vader Otto medeauteur van het dagboek is, en aangezien Otto Frank pas in 1980 overleed, zou het verval van het auteursrecht pas vanaf die datum berekend worden in plaats van vanaf 1945, Annes overlijdensjaar. Ondertussen is het 2016, dus hoe zit het nu?

Dat touwtrekken over het auteursrecht zal nog wel even duren. Heel toevallig verscheen 29 december een vonnis (via) van de rechtbank Amsterdam, waarin het Anne Frank Fonds uit Basel optrad tegen de Nederlandse Koninklijke Academie voor de Wetenschappen. De KNAW wilde wetenschappelijk werk verrichten aan het dagboek, maar het Fonds vond dat auteursrechtinbreuk, met name omdat er integrale kopieën zouden rond gaan zwerven binnen die organisatie.

De eerste vraag is dan: zit er nog wel auteursrecht op die werken? Volgens de hoofdregel niet. Auteursrechten vervallen 70 jaar na de dood van de maker, en voor Frank zou dat dan dus per 1 januari 2016 het geval zijn geweest.

Deze regel geldt echter alleen bij werken die bij leven van de auteur zijn gepubliceerd. Dat is met het dagboek niet het geval: de eerste uitgave verscheen pas in 1947, twee jaar na Annes dood. Het wordt dan wat ingewikkeld: de termijn is dan 50 jaar na de eerste publicatie, mits dat maar minstens even lang is als 70 jaar na het sterfjaar van de maker. Nee, daar is nul logica aan te ontdekken, maar dat komt door de verlenging van het postmortem auteursrecht van 50 jaar na 70 jaar.

Volgens de rechtbank:

Een deel van de werken is opgenomen in “Het Achterhuis”, gepubliceerd in 1947. Voor dat deel gold een termijn van 50 jaar na de publicatie, zodat deze op 1 januari 1998 in het publieke domein zouden zijn gevallen, indien de wet in 1995 niet was gewijzigd. Ingevolge de wetswijziging geldt echter dat de termijn is verlengd tot 70 jaar na het overlijden van Anne Frank.

Voor de delen die voor het eerst zijn openbaar gemaakt in de editie van 1986 gold op grond van de regeling van voor 1995 dat die delen eerst in het publieke domein vallen 50 jaren na 1 januari 1987. Deze beschermingstermijn is op grond van artikel 51 Aw door de wetswijziging in 1995 niet verkort.

Volgt u het nog?

Het KNAW legde zich hierbij neer, zodat de rechtbank er formeel geen uitspraak over doet, maar het zet wel een precedent. Derhalve lijkt het er nu op dat het auteursrecht op de 1986-editie van het dagboek doorloopt tot 50 jaar na 1986, 1 januari 2037 dus. Ik ben dan nog net niet met pensioen geloof ik. En ja, dat is frustrerend.

Arnoud

Hugenholtz boos op Europese Commissie over 95 jaar naburige rechten

| AE 1192 | Intellectuele rechten | 11 reacties

Professor Bernt Hugenholtz stelt zich in een open brief aan de Europese Commissie zeer kritisch op over het zogeheten forward-looking package van diezelfde Commissie. Naast een ongetwijfeld interessant Groenboek bevat dit voorstel namelijk een voorstel tot verlenging van de bescherming voor naburige rechten (op geluids- en filmopnames) van 50 naar 95 jaar na opname. “The extended term would benefit performers who could continue earning money over an additional period.” staat er dan ook doodleuk als motivatie in het voorstel bij.

Het Instituut voor Informatierecht, waar Hugenholtz directeur van is, heeft de afgelopen jaren twee uitgebreide studies uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie over de consequenties van verlenging van auteursrechten en naburige rechten. De conclusie: niet doen, die verlenging.

In het vooruitkijkend pakket staat echter geen enkele verwijzing naar deze studies. Sterker nog, in het voorstel staat dat er geen noodzaak was om bij de consultatie enige externe expertise in te schakelen. Leuk inderdaad, als twee jaar werk op die manier afgepoeierd wordt. Vooral als ze dan precies met die argumenten komen die jij in dat werk keurig weerlegd hebt.

En ja, het voorstel is echt alleen gebaseerd op het idee “anders verliezen artiesten hun inkomsten.” Geluidsopnamen uit de jaren ’50 en ’60 zijn binnenkort namelijk publiek domein. Mooi, zou ik denken. Maar nee, dat zou betekenen dat artiesten “lose all of their contractual royalty income or statutory remuneration for broadcasting and communication to the public over the next ten years. This would have considerable social and cultural impacts.”

Waarom het erg is dat mensen die royalties kwijtraken, staat er niet bij. Dat kan ook niet, want daar is geen fatsoenlijke motivatie voor te geven. Zoveel wordt wel duidelijk uit de studies van het IViR. Nou mag je het daar best mee oneens zijn – zoals de Commissie ook duidelijk is – maar het is dan wel zo netjes om aan te geven waarom en wat dan je tegenargumenten zijn.

Uit de brief:

By wilfully ignoring scientific analysis and evidence that was made available to the Commission upon its own initiative, the Commission’s recent Intellectual Property package does not live up to this ambition. Indeed, the Commission’s obscuration of the IViR studies and its failures to confront the critical arguments made therein seem to reveal an intention to mislead the Council and the Parliament, as well as the citizens of the European Union.

Inderdaad.

Via Livre.

Arnoud