Apple weigert app-update omdat automatisch verlengen na proefperiode uit staat

| AE 12051 | Ondernemingsvrijheid | 6 reacties

Apple heeft de update van een yoga-app geweigerd, omdat het bedrijf erachter niet wil dat gebruikers na een proefperiode automatisch gaan betalen tenzij ze annuleren. Dat meldde Tweakers onlangs. Wie apps met een abonnement aan wil bieden in de appstore van Apple, moet dat doen via App Store Connect. In de regels daarvan staat dat klanten die een proefperiode starten automatisch betalende klanten worden tenzij ze zelf opzeggen. Het is dan niet toegestaan om in je app dat anders aan te pakken, jij als publisher van een app moet de leveringsvoorwaarden van App Store Connect ook volgen jegens jouw klanten. Dat is wel ergerlijk gezien de praktijk van een stilzwijgend omgezet proefabonnement sterk negatief wordt ervaren door klanten, en je als bedrijf dus wil kunnen scoren door dat eens niét te doen. Ook vermijd je zo een hoop klachten. Kan dat zomaar?

Het doet wat gek aan dat Apple zich bemoeit met de voorwaarden tussen een app-aanbieder en haar klanten. Maar het is eigenlijk logisch: Apple krijgt 30% van die abonnementsprijs, en heeft er dus belang bij om te zorgen dat haar aanbieders zo veel mogelijk abonnementen afsluiten. En in de VS is het niet verboden om proefabonnementen stilzwijgend om te zetten naar echte (ook niet met een hele korte proeftermijn en een hele hoge prijs) dus het is legaal om zo’n voorwaarde te hebben. En dan dus ook voor Apple om te eisen dat jij die hebt.

Hier in Nederland ligt dat ongeveer hetzelfde, ook met de Wet Van Dam in de hand. De wet kent het concept “proefabonnement” eigenlijk niet. De enige plek waar zoiets voorkomt is op de zwarte lijst voor algemene voorwaarden (art. 6:236 sub s BW), waarin staat dat een abonnement ter kennismaking op bladen en tijdschriften etc niet stilzwijgend omgezet mag worden in een gewoon abonnement. Daaruit volgt dat het bij andere dienstverlening wél mag.

Hooguit kun je je afvragen dat als iemand zegt “proef” abonnement, of daarin besloten ligt dat het omgezet wordt naar een echt abonnement. Als dat niet zo is – en volgens mij is er geen algemene opvatting dat proefabonnementen altijd omgezet worden – dan heb je een probleem. Dat valt dan onder misleidende handelspraktijken want je moet expliciet en duidelijk informeren over essentiële kenmerken, en de duur en verlenging van een dienst valt onder die kenmerken. Als je dus alleen in je AV wat hebt staan over verlenging, is je contract vernietigbaar.

Als de uitleg duidelijk is dan mag het wel, en volgens mij mag je er dan zelfs een jaar van maken. Weliswaar is de bedoeling van de Wet Van Dam dat stilzwijgende verlenging maximaal met een maand mag, maar in de wet (art. 6:237 sub k BW) staat dat dit pas na het eerste jaar de grens is. Ik denk dus dat een omzetting van een proef naar een echt abonnement kan, zolang de totale lengte maar één jaar is en je dus vooraf expliciet bent gewaarschuwd dát het wordt omgezet.

Een probleem daarbij is dat het opzeggen vaak een stuk moeilijker is dan het aangaan. Dat is ook een klacht van die yogaäpp-aanbieder uit het artikel, omdat het opzeggen ook via Apple moet en mensen de knop niet altijd kunnen vinden. Hij krijgt er dan de schuld van. En ik moet zeggen, ik had er ook een lief ding voor over als mijn creditcardmaatschappij bij elke incasso een knopje “Beëindig deze incasso en zeg abonnement op” had in de online omgeving.

Arnoud

Argh! Waar staan we nu met de Wet Van Dam?

| AE 2808 | Informatiemaatschappij | 18 reacties

Ok, argh. Heb je net een half jaar besteed aan uitleggen hoe de Wet Van Dam in elkaar steekt en een hoop in paniek geraakte klanten uitgelegd wat er nog wél kan, gaat ineens het hele ding op de schop. Althans, het reparatiewetje is aangehouden vanwege “nieuwe informatie” over de betekenis van de Overgangswet Nieuw BW. En dus gaan alle bedrijven nu roepen dat de Wet Van Dam is uitgesteld.

Om maar met dat laatste te beginnen: nee, dat is niet waar, de Wet Van Dam is en blijft per vandaag van kracht. Een contract met stilzwijgende verlenging dat vanaf nu wordt aangegaan is alleen nog rechtsgeldig als dat na die verlenging op elk moment met een maand kan worden opgezegd. En dus zonder kosten of boetes.

Het discussiepunt zit hem in hoe de wet nu geldt voor al eerder aangegane contracten. Want hoewel Van Dam bij invoering in de memorie van toelichting had gezegd

Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. Daardoor is deze wijziging ook van toepassing op reeds gesloten overeenkomsten.

werd er in de afgelopen maanden toch flink geroepen dat er wél overgangsrecht geldt. Er is immers de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek, die in 1969 (ja, 69) is aangenomen om de overgang van het ‘oude’ BW naar wat we nu hebben mogelijk te maken. In die wet werd geregeld hoe de nieuwe wet zou uitpakken voor bestaande contracten en andere zaken. Prima, dat was nodig destijds, maar is die wet werkelijk ook geldig voor álle wijzigingen van het BW die na 1969 doorgevoerd werden?

Natuurlijk, roepen alle uitgevers en sportschoolhouders, want die Overgangswet is een essentieel deel van de democratische samenleving. Wij moeten ons immers kunnen voorbereiden op de nieuwe wet, en een rechtsgeldige overeenkomst met eerlijk stilzwijgend gesloten verlenging van een jaar kan toch niet zomaar worden aangetast door een nieuwe wet?

Mijn sarcastische toon maakt wel duidelijk dat ik vind dat dit een onhoudbaar standpunt is. En gelukkig bleek prof. Loos het met me eens toen hij in een gastblog hier schreef

Het lijkt dan ook in strijd met de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om na de uitgestelde werking van een jaar, aan de uitgevers op basis van het overgangsrecht een extra termijn van een jaar toe te kennen. Het moge zo zijn dat gezien het ontbreken van een aanpassing van art. 191 Overgangswet NBW deze wet zich verzet tegen directe toepasselijkheid van de nieuwe bepalingen van de zwarte en grijze lijst op bestaande abonnementen. Niets verzet zich echter tegen anticiperende interpretatie van art. 6:233 sub a BW. Sterker nog: gezien de onmiskenbare bedoeling van de wetgever lijkt mij een dergelijke anticiperende interpretatie nogal voor de hand liggen.

Van Dam introduceerde vervolgens een reparatiewetje om nog eens expliciet die Overgangswet buiten toepassing te verklaren, maar verwees daarbij uitsluitend naar artikel 191. Dat artikel bepaalt dat je pas een jaar na inwerkingtreding van de wet je kunt beroepen op enige bepaling daaruit voor bestaande contracten. De reparatiewet zou dit artikel uitschakelen, zodat vast zou staan dat je ook bij bestaande contracten de Wet Van Dam kunt inroepen.

Otto Volgenant van Kennedy Van der Laan wees erop dat er óók nog een artikel 79 is, dat zegt dat reeds aangegane verlengingen niet kunnen worden opgezegd met een beroep op de Wet Van Dam. En dat artikel werd dus niet genoemd in de reparatiewet.

Waarom precies Van Dam de reparatiewet nu heeft aangehouden, kan ik niet zeggen. Het plaatst ons nu wel in een lastige situatie.

Enerzijds is goed verdedigbaar dat die expliciete zin uit de memorie van toelichting duidelijk maakt dat er géén overgangsrecht geldt, ook niet op grond van die Overgangswet. Iedereen had dit een jaar geleden kunnen zien aankomen, dus niet meer piepen nu.

Anderzijds was die reparatiewet kennelijk ergens voor nodig, en het openbreken van bestaande stilzwijgende verlengingen is iets waar uitgevers niet op hoefden te rekenen vanwege die overgangswet uit 1969.

Veel bedrijven waren zich al aan het voorbereiden op de Wet, en hebben zelfs hun voorwaarden al aangepast. Ik verwacht niet dat ze dat nu weer terug gaan draaien. Maar er zullen genoeg bedrijven zijn die nu nog hun oude voorwaarden hanteren en dat dus vrolijk in 2012 blijven doen – en mogelijk in 2013 ook nog, met een beroep op die overgangswet.

Buitengewoon frustrerend allemaal. Want ik verwacht niet dat er veel consumenten nu naar de rechter gaan stappen, en de Consumentenautoriteit lijkt in dezen ook niet echt een consumentvriendelijke interpretatie van de wet in te nemen. Grmbl.

Update (1 mei 2014) Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch zegt dat de Wet Van Dam wél zou gelden op bestaande overeenkomsten:

Nu de onderhavige overeenkomst dus vóór de inwerkingtreding van deze wet was uitgewerkt, kan de overeenkomst naar het oordeel van het hof niet meer onder de Wet-Van Dam vallen. Dit zou anders zijn indien de overeenkomst tussen partijen nog op 1 december 2011, zijnde de datum waarop de wet in werking trad, voortduurde.

Arnoud

Mogen proefabonnementen nu wel of niet stilzwijgend verlengd worden?

| AE 2710 | Informatiemaatschappij | 2 reacties

stilte-stilzwijgen-verlengen.jpgEen lezer vroeg me:

Recent werd ik lid van een dienst waarbij je elke dag gratis een proefmonstertje van een schoonheidsproduct toegezonden krijgt. Je moet dan op een website invullen hoe dat bevalt, maar het kost niets. Dacht ik, want in de laatste week las ik het contract nog eens door en op pagina 6 stond dat als ik niet deed, het contract zou worden omgezet in een jaarcontract waarbij de producten ineens wél geld zouden kosten. Ik was nog net op tijd met opzeggen. Maar is dat eigenlijk wel legaal, zo mensen iets gratis beloven en ze dan aan een jaarcontract hangen?

Of proefabonnementen stilzwijgend verlengd mogen worden, is onder de huidige wet onduidelijk. Veel rechtspraak lijkt van mening dat stilzwijgende omzetting van een proefabonnement niet redelijk is, maar een uitgemaakte zaak is het niet. Meestal verliest de abonnementsgever het omdat de omzetting te zeer verstopt is om bindend te zijn, of omdat de spelregels wel héél eenzijdig zijn opgesteld (“als u niet binnen 3 werkdagen na het eerste product van de 12 een notariële akte laat beteken door een deurwaarder die Feng Shui-gecertificeerd is, wordt het abonnement omgezet in een jaarcontract”).

Met de Wet Van Dam komt daar per 1 december verandering in. Proefabonnementen van dag-, nieuws, weekbladen en tijdschriften mogen niet langer automatisch tot verlenging leiden maar dienen na de proeftijd automatisch te eindigen. Het stilzwijgend omzetten van zo’n proefabonnement staat op de zwarte lijst: zo’n beding is dus altijd te vernietigen, ongeacht de reden waarom het bedrijf dit beding zou willen gebruiken. (Wel mag men natuurlijk vrágen of u het proefabonnement beviel en of u door wilt gaan, dat is geen stilzwijgende verlenging.)

Voor proefabonnementen in andere gevallen (bv. wekelijkse toezending van beautyproducten of een betaalwebsite) geldt dat zij wél stilzwijgend verlengd mogen worden. Echter, na stilzwijgende verlenging gelden de gewone regels uit deze nieuwe consumentenwet: de consument mag deze elke dag opzeggen, met een opzegtermijn van maximaal een maand.

En eventjes commercieel: met onze Wet Van Dam-generator maak je snel en voor slechts 45 euro algemene voorwaarden die Van Dam-conform zijn én rekening houden met bovenstaande regel over proefabonnementen.

Arnoud

Stilzwijgende verlenging van een proefabonnement, mag dat?

| AE 2247 | Informatiemaatschappij | 22 reacties

Regelmatig krijg ik vragen over proefabonnementen op van alles en nog wat (maar opvallend vaak websites voor volwassenen). De term “proefabonnement” wekt de indruk dat je gedurende een korte tijd het gebodene mag uitproberen, en daarna kunt beslissen of je verder wilt. Maar in de praktijk staat er vaak in de kleine lettertjes dat zonder… Lees verder

Hugenholtz boos op Europese Commissie over 95 jaar naburige rechten

| AE 1192 | Intellectuele rechten | 11 reacties

Professor Bernt Hugenholtz stelt zich in een open brief aan de Europese Commissie zeer kritisch op over het zogeheten forward-looking package van diezelfde Commissie. Naast een ongetwijfeld interessant Groenboek bevat dit voorstel namelijk een voorstel tot verlenging van de bescherming voor naburige rechten (op geluids- en filmopnames) van 50 naar 95 jaar na opname. “The… Lees verder