Intellectueel eigendom versus de mededinging

| AE 1699 | Informatiemaatschappij | 11 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik las een artikel op jouw site over mededinging en toen kwam het volgende in mij op. In de Europese Gemeenschap is oneerlijke concurrentie/monopolie posities verboden. Maar intellectuele eigendomsrechten zijn ook een vorm oneerlijke concurrentie dan wel (oneerlijke) monopolie posities. Hoe verhouden intellectuele eigendomsrechten zich dan tot het mededingings/monopolie recht? Staat er soms een uitzondering het het EG verdrag dat IE rechten uitzondert van de algemene verboden?

Een intellectueel eigendomsrecht geeft je inderdaad een monopolie. Maar: in de EU is het toegestaan om een monopolie -beter gezegd, een machtspositie in de markt- te hebben. Je mag er alleen geen misbruik van maken. Je mag dus met je auteursrecht verbieden dat iemand je werk gebruikt, of een octrooi inzetten tegen een concurrent die een vergelijkbaar product op de markt brengt. Normaal kun je concurrenten niet verbieden om je productaanbod na te maken of dezelfde dienst te introduceren, maar met een IE-recht kan dat wel. Een verbod eisen is op zichzelf geen misbruik van een machtspositie.

Maak je echter misbruik van je octrooi of auteursrecht, dan kan daar met een beroep op de Mededingingswet of artikel 81 EG-verdrag (bij Europawijd misbruik) tegen worden ingegrepen. De vraag is dan natuurlijk: wat is misbruik? Al in 1966 oordeelde het Hof van Justitie (in het Grundig-Consten arrest) dat IE-rechten gewoon kunnen worden gehandhaafd ondanks het mededingingsrecht. Wel geldt daarbij de belangrijke regel van uitputting: als iets legaal op de markt is gekomen, kan de rechthebbende dit niet meer tegenhouden met een beroep op zijn merk, auteursrecht, octrooi of ander recht. Zo wordt een soort van balans getroffen.

In het kader van octrooien is een en ander verder uitgewerkt in de verordening 772/2004 over technologie-overdracht, die bijvoorbeeld van belang is als je gezamenlijk met een aantal andere bedrijven een technologie-standaard opzet. Zo’n standaard kan de mededinging hinderen (omdat alternatieve technologieën geen kans meer krijgen) maar kan ook erg nuttig zijn. Deze verordening werkt dan ook uit hoe je dit op een legale manier kunt doen. Belangrijk is bijvoorbeeld dat je iedereen die daarom vraagt een licentie geeft op “reasonable and non-discriminatory” (RAND) voorwaarden. Daarmee wordt willekeur voorkomen, en willekeur kan wijzen op misbruik.

Als je misbruik blijkt te maken van een machtspositie en je IE-rechten spelen daarbij een rol, dan kunnen die IE-rechten worden ingeperkt of kun je worden verplicht deze te licentiëren. Dat ondervond Microsoft in 2007 toen zij werd veroordeeld wegens misbruik van haar machtspositie in de markt voor besturingssystemen. Zij moest verplicht de Application Programming Interfaces (API’s) documenteren en vrijgeven, en de bijbehorende IE-rechten licentiëren zodat anderen deze konden gebruiken. Het is trouwens alweer een tijdje rustig aan dat front, weet iemand waar we staan ondertussen?

Hoe dan ook, misbruik van IE-rechten lijkt een zeldzame zaak in het mededingingsrecht. Dat komt wellicht ook doordat de mededingingsautoriteiten maar beperkte capaciteit hebben en dus niet snel kunnen optreden tegen één auteursrechthebbende die iemand op oneerlijke gronden licenties weigert.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. “Een intellectueel eigendomsrecht geeft je inderdaad een monopolie.”

    Niet eens met deze stelling, toch niet als je verwijst naar een machtspositie in de zin van artikel 82 EG. Dan ga je voorbij aan de definitie van de markt die hieraan vooraf moet gaan.

    Een octrooi op een bepaalde gloeilamp leidt bijvoorbeeld niet per se tot een machtspositie, ondanks je exclusief recht op de gloeilamp volgens de octrooiconclusies. De “markt” waarnaar je moet kijken is immers breder dan die van de specifieke gloeilampen volgens jouw octrooi, en beslaat de markt van gloeilampen in haar geheel.

  2. Het is trouwens alweer een tijdje rustig aan dat front, weet iemand waar we staan ondertussen?

    De informatie over de MS protocollen is beschikbaar voor een ieder die deze wil. Zover ik weer heeft onder andere een stichting een licentie genomen bedoeld voor Samba. Ook de aanvullende informatie die gevraagd werd is inmiddels beschikbaar.

    Verder loopt er nog een beroep van MS dacht ik ten aanzien van de verhoging van de boete met ruim 800 miljoen die door de EU was opgelegd (MS is akkoord gegaan met de originele boete van 460 miljoen)

  3. De vraag is dan natuurlijk: wat is misbruik?

    Inderdaad en het blijkt een erg subjectief punt. De EU regelgeving laat eigenlijk de EU vrij om zo goed als alle handelingen mbt concurrerend handelen als misbruik aan te merken. Daardoor is er eigenlijk ook geen zinvol beroep bij een rechter meer mogelijk tegen een EU besluit op mededingingsgebied (tenzij er procedurele fouten zijn gemaakt).

  4. Ik had ooit een voorbeeld (rechtzaak) van auteursrecht dat gebruikt werd om een monopoliepositie te bewaken, maar ik ben het kwijt. (Ik heb het ergens opgeschreven, maar kan er nu niet bij.) Kan zijn dat het met programmagegevens te maken had. Nu is er een speciaal auteursrecht voor programmagegevens, wat ik destijds niet wist omdat het in de mediawet staat, wat de zaken nodeloos ingewikkeld maakt: maak je nog wel misbruik van je monopolie als dat monopolie door de staat is gecre?erd?

  5. Kan zijn dat het met programmagegevens te maken had.

    Dat zou me niets verbazen. Hier valt te lezen dat de NMa in 2004 na een jarenlange strijd een zaak tegen de NOS heeft verloren.

    Dat er een speciaal auteursrecht is voor programmagegevens heeft er waarschijnlijk mee te maken dat er geen auteursrecht zit op programmagegevens. Volgens mij is daar ook jarenlang over geprocedeerd (maar misschien zit ik er helemaal naast, het fijne weet ik er in ieder geval niet van). Een databankrecht zit er denk ik ook niet op.

    Ah, zie Verkade/Visser/Spoor.

  6. @ K.

    De Dikke Van Dale zegt over monopolie het volgende:

    mo?no?po?lie het; o -s, -li?n 1 de situatie dat men als enige iets kan of mag verkopen 2 uitsluitende bevoegdheid tot iets: machtsmonopolie

    Dat is precies wat je verkrijgt met een IE-recht jij bent dan de enige die bijvoorbeeld een bepaald merk- of octrooirecht kan uitoefenen. De machtspositie die verkregen wordt hoeft niet perse groot te zijn. Er wordt in ieder geval een machtspositie verstrekt.

    @ Branko Ik zie niet in waarom er met door de staat gecre?erde rechten geen misbruik plaats kan vinden. De staat is niet feilloos. En ik kan een heleboel momenten in de geschiedenis bedenken waar gebruik van door/voor de staat gecreeerde rechten misbruikt zijn.

  7. De definitie van wat een markt is maakt bepaald inderdaad of iets een monopolie is. Typisch kijken economen daarvoor welke andere producten gekocht kunnen worden om een bepaald product te vervangen. Voor veel producten is er inderdaad zo’n vervangbaarheid: met een auto van Ford kom ik net zo goed op de plaats van bestemming als met een Opel. Voor werken waar auteursrecht op rust is dat een ander verhaal. Het genot van een stripboek van Ollie B. Bommel is toch heel anders dan een van Suske en Wiske. Ze zijn niet echt onderling uitwisselbaar op de manier waarop je auto’s kunt uitwisselen, en daarmee vormen ze toch een soort van mini-monopolies. Nog erger wordt het als werken op een of andere manier voorgeschreven worden, zoals typisch bij schoolboeken het geval is. Dan zie je de prijzen ook dramatisch stijgen: dan is er duidelijk sprake van monopolie (of kartel) misbruik.

  8. @ Branko Collin:

    Je verwijst allicht naar de zaak Magill (voor de liefhebbers: Gevoegde zaken C-241/91 P en C-242/91 P). In die rechtzaak hadden Ierse omroepmaatschappijen een tijdschrift verboden om een overzicht van de TV-programmatie op te nemen, en dit op basis van hun auteursrechten op de programmaoverzichten. Dit werd door de Commissie en later door het Europese Hof van Justitie beschouwd als een verboden misbruik van een machtspositie en dus (indirect) als een misbruik van auteursrechten.

    Tekst van het arrest hier.

    Vergelijkbare arresten werden geveld i.v.m. rechten op reserve auto-onderdelen (Volvo v. Veng); gegevens die apotheken in kaart brengen (IMS Health) en, zoals gezegd, interoperabiliteitsinformatie voor software (Microsoft).

    @ Martijn:

    Akkoord met je verwijzing naar de alledaagse betekenis van het woord hoor, in deze context lijkt me het juridische begrip relevanter. Ik wou enkel nuanceren.

  9. Het genot van een stripboek van Ollie B. Bommel is toch heel anders dan een van Suske en Wiske. Ze zijn niet echt onderling uitwisselbaar op de manier waarop je auto???s kunt uitwisselen, en daarmee vormen ze toch een soort van mini-monopolies.

    Ik denk dat het merk van een auto er voor een aankoopbeslissing minimaal zoveel toe doet als de personages van een stripboek. Dus ook bij auto’s kunnen je zeggen dat er sprake is van mini-monopolies.

    Maar hoewel er vast wel Mercedesrijders zijn die nooit een BMW zullen kopen en andersom, zijn het over de hele markt genomen wel concurrerende merken. Mercedes-Benz kan geen prijsdifferentiatie toepassen tussen kopers die toch wel Mercedes kopen en kopers die ook bereid zijn een ander merk aan te schaffen, en kan het zich niet veroorloven alleen auto’s voor verstokte Mercedesrijders te maken. Dus Mercedes-Benz moet rekening houden met de prijs van een BMW. (Natuurlijk kan Mercedes-Benz daarbij wel profiteren van de meerwaarde van haar IE-rechten.)

    Voor stripboeken lijkt het me niet veel anders. Misschien liggen Tom Poezen en Suske en Wiskes te ver uit elkaar, maar er zijn voldoende andere stripboeken die op marktniveau wel vergelijkbaar zijn. Ik denk dat je pas kunt spreken van een machtspositie als de maker van een stripboekenserie zich puur op verstokte verzamelaars zou richten.

  10. Over de discussie over hoe men moet bepalen of een product een markt op zich uitmaakt hebben vele academici zich al uitgesproken. Wat daarbij bijvoorbeeld wordt toegepast is de zogenaamde SSNIP-test. Daarbij maakt men de hypothetische oefening of er een grote hoeveelheid mensen zou overschakelen naar een ander product als de prijs ervan ongeveer 5 ? 10% wordt verhoogd (eigenlijk dus: zou het winstgevend zijn om zo’n prijsverhoging door te voeren). De test komt eigenlijk neer op een studie van de inwisselbaarheid, zoals Piet hierboven meldt.

    Simpel gezegd: als Mercedes zijn prijzen 5 ? 10% zou verhogen, zouden er dan veel Mercedesrijders zijn die over zouden schakelen naar een ander merk (of: zou dit winstgevend zijn voor Mercedes)? Zo ja (op de eerste vraag): Mercedes is geen markt op zich, maar moet worden gezien op de markt van auto’s in zijn geheel. Zo nee: Mercedes is een markt op zich.

    Marktbepaling is een heel stuk complexer dan dit, maar dit geeft een idee.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS