Github introduceert werknemersvriendelijk IP-contract

| AE 9359 | Arbeidsrecht | 4 reacties

Broncodebeheerbedrijf Github staat sinds kort toe dat hun werknemers de rechten (IP) op eigen werk mogen houden als ze die met bedrijfsmiddelen of onder werktijd hebben gemaakt, meldde QZ onlangs. Hiermee wijkt men werknemersvriendelijk af van de standaard in de VS: gebruikelijk daar is dat alle IP toekomt aan de werkgever van alles dat ook maar enigszins gerelateerd is aan het werk, of dat met een bedrijfsmiddel vervaardigd is. Met de Balanced Employee IP Agreement wil men een modeltekst voor andere werkgevers bieden. Zou dat ook in Nederland nodig zijn?

Allereerst meteen even een ergernis uit de weg: nee, IP bestaat niet en intellectueel eigendom ook niet. Die termen verwijzen naar een juridisch rechtsgebied, net zoals arbeidsrecht – maar we spreken niet van aantasting van je arbeidsrechten, we zeggen dat je te weinig vakantiedagen krijgt of dat de proeftijd in strijd met de wet is. Doe dat dus ook niet meer met “IE”: wil men auteursrechten hebben, octrooien of iets anders? (En dit is geen muggeziften, ik zie te veel contracten waarin “het IE” als een autonoom onderwerp wordt behandeld náást auteursrechten.)

Maar goed. Auteursrecht dan maar even. Volgens de wet (artikel 7 Auteurswet) komt, tenzij anders overeengekomen, het auteursrecht toe op wat de werknemer maakt in het kader van het dienstverband. Wij kennen dus geen criteria zoals “het moet onder werktijd zijn gemaakt” of “het moet in directe opdracht zijn gemaakt” of “er moet een werkcomputer zijn gebruikt”. In het weekend op je eigen laptop een ongevraagd rapport met aanbevelingen voor een betere testprocedure typen, maakt dat de werkgever daar het auteursrecht op heeft. Op werkdagen tussen 9 en 12 op de bedrijfscomputer een roman schrijven is waarschijnlijk plichtsverzuim maar de rechten op die roman heb je zelf.

Amerikaansrechtelijke brede claims op alles dat je doet tot 2 jaar na je ontslag, ongeacht tijdstip of middel, zijn dus tegen de wet bij ons. Afgezien van dat “tenzij anders overeengekomen” dan: je mag als werkgever en werknemer anders afspreken. Ik blijf erbij dat dat beide kanten op gaat (sorry Alex), als beiden willen afspreken dat ook privéprojecten werkgeverseigendom worden, dan moet dat contractueel kunnen. (Wel op schrift en met handtekening, in verband met artikel 2 Auteurswet.) Waarom je dat als werknemer zou tekenen is natuurlijk een andere vraag.

Een probleem daarbij is wel dat zo’n afspraak tegen het basale principe van kenbaarheid aanloopt. Een toekomstig auteursrecht afstaan kan namelijk alleen als het betreffende werk op voorhand voldoende kenbaar is. “Ik wil dat je een roman schrijft en ik wil daar de auteursrechten op” voldoet daar waarschijnlijk wel aan. Maar “ieder project dat jij de komende jaren start, wordt van mij” is écht te vaag.

Misschien als je het koppelt aan het werk: “alle projecten die verwant zijn aan producten/diensten die wij leveren, worden van ons”, dat is nog redelijk te toetsen. Alleen: wélke? Die men nu heeft? Of ook in de toekomst? En alleen van de afdeling waar meneer/mevrouw werkt, of het hele bedrijf? Wereldwijd? En hoe definieer je ‘verwant’? Ik denk dat het daar al snel op zal stranden.

Hoe dan ook, die BEIPA van Github lijkt me te Amerikaans specifiek. Als principe vind ik het wel een heel goed idee: laat werkgevers ook eens nadenken over wat creatieve werknemers naast het werk willen doen, en claim niet op voorhand daar de rechten op. Programmeren is niet alleen werk, het is ook gewoon leuk.

Arnoud

Valt een configuratiebestand onder intellectueel eigendom?

| AE 7418 | Auteursrecht | 14 reacties

Via Twitter een tip naar deze al wat oudere discussie over intellectueel eigendom ten aanzien van een configuratiebestand:

Een relatie van mij heeft een probleem met een ICT leverancier. Deze weigert het password van de bedrijfs firewall van de klant (dus niet die van een eventuele kabelprovider) te overhandigen. Het argument van de leverancier is dat de configuratie (of de kennis die hij daarvoor gebruikt heeft) onder het intelectueel eigendom valt.

Dit soort spraakverwarring krijg je als je juridische termen buiten hun scope gaat gebruiken. “Intellectueel eigendom” is de naam voor een vakgebied binnen het recht, waaronder we auteursrecht, merken, octrooien en nog een paar dingen rekenen die niet tastbaar zijn maar waar je wel een soort van eigendom op kunt laten gelden. Niemand mag in je tuin, en niemand mag in je auteursrecht.

Die term is op zeker moment de betekenis gaan krijgen van “iets creatiefs dat ik heb bedacht” en is daarmee los gaan staan van dat vakgebied en de rechten die daaronder vallen. En dat klopt gewoon niet. Je hebt wel eigendom op je dingen maar intellectueel eigendom op je ideeën of creatieve zaken heb je niet. Het is zoiets als zeggen dat iemand een dossier is. Nee, je hébt een dossier over een persoon.

Maar ik ben dan weer jurist genoeg om te erkennen dat als de monteur had gezegd “dat is ons bedrijfsgeheim” hij een juridisch punt(je) had gehad. Informatie die waarde heeft doordat hij als strikt geheim wordt behandeld, is namelijk beschermd als een vorm van intellectueel eigendom. De formule van Coca-Cola is het bekendste voorbeeld. Het aftroggelen of stelen van bedrijfsgeheimen (trade secrets) is onrechtmatig en strafbaar.

Of dat ook voor configuratiebestanden geldt, vraag ik me echter zeer af. Hoe je de beste configuratie maakt, is zeker waardevol en als iedereen dat weet dan wordt die waarde verminderd. Dus dat is wel als bedrijfsgeheim te beschouwen. Maar om dan elk bestánd ook meteen maar afgeleid geheim te noemen, daar heb ik moeite mee.

Een ander punt is dat normaliter zo’n ICT-apparaat verkocht wordt. Als je dat doet, dan moet je de volledige eigendom overdragen zonder rare verplichtingen erbij (art. 7:15 BW), tenzij je die uitdrukkelijk hebt afgesproken. Dan zou er dus in dit geval in het contract moeten staan “u koopt de router maar we spreken af dat u het wachtwoord niet krijgt”. Het lijkt me sterk dat veel klanten dat accepteren.

Misschien gaat het om een full service leasecontract of iets dergelijks? Als de leverancier alle onderhoudsplichten op zich heeft genomen, dan is het niet handig als de klant zelf gaat rommelen in configuratiebestanden. Maar dan zou het argument zijn “dan vervalt de garantie” of “dan stoppen wij met onderhoud” lijkt me, en niet “intellectueel eigendom!!1!”

Jullie enig idee wat hierachter kan ziten?

Arnoud

Intellectueel eigendom versus de mededinging

| AE 1699 | Internetrecht | 11 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik las een artikel op jouw site over mededinging en toen kwam het volgende in mij op. In de Europese Gemeenschap is oneerlijke concurrentie/monopolie posities verboden. Maar intellectuele eigendomsrechten zijn ook een vorm oneerlijke concurrentie dan wel (oneerlijke) monopolie posities. Hoe verhouden intellectuele eigendomsrechten zich dan tot het mededingings/monopolie recht? Staat er soms een uitzondering het het EG verdrag dat IE rechten uitzondert van de algemene verboden?

Een intellectueel eigendomsrecht geeft je inderdaad een monopolie. Maar: in de EU is het toegestaan om een monopolie -beter gezegd, een machtspositie in de markt- te hebben. Je mag er alleen geen misbruik van maken. Je mag dus met je auteursrecht verbieden dat iemand je werk gebruikt, of een octrooi inzetten tegen een concurrent die een vergelijkbaar product op de markt brengt. Normaal kun je concurrenten niet verbieden om je productaanbod na te maken of dezelfde dienst te introduceren, maar met een IE-recht kan dat wel. Een verbod eisen is op zichzelf geen misbruik van een machtspositie.

Maak je echter misbruik van je octrooi of auteursrecht, dan kan daar met een beroep op de Mededingingswet of artikel 81 EG-verdrag (bij Europawijd misbruik) tegen worden ingegrepen. De vraag is dan natuurlijk: wat is misbruik? Al in 1966 oordeelde het Hof van Justitie (in het Grundig-Consten arrest) dat IE-rechten gewoon kunnen worden gehandhaafd ondanks het mededingingsrecht. Wel geldt daarbij de belangrijke regel van uitputting: als iets legaal op de markt is gekomen, kan de rechthebbende dit niet meer tegenhouden met een beroep op zijn merk, auteursrecht, octrooi of ander recht. Zo wordt een soort van balans getroffen.

In het kader van octrooien is een en ander verder uitgewerkt in de verordening 772/2004 over technologie-overdracht, die bijvoorbeeld van belang is als je gezamenlijk met een aantal andere bedrijven een technologie-standaard opzet. Zo’n standaard kan de mededinging hinderen (omdat alternatieve technologieën geen kans meer krijgen) maar kan ook erg nuttig zijn. Deze verordening werkt dan ook uit hoe je dit op een legale manier kunt doen. Belangrijk is bijvoorbeeld dat je iedereen die daarom vraagt een licentie geeft op “reasonable and non-discriminatory” (RAND) voorwaarden. Daarmee wordt willekeur voorkomen, en willekeur kan wijzen op misbruik.

Als je misbruik blijkt te maken van een machtspositie en je IE-rechten spelen daarbij een rol, dan kunnen die IE-rechten worden ingeperkt of kun je worden verplicht deze te licentiëren. Dat ondervond Microsoft in 2007 toen zij werd veroordeeld wegens misbruik van haar machtspositie in de markt voor besturingssystemen. Zij moest verplicht de Application Programming Interfaces (API’s) documenteren en vrijgeven, en de bijbehorende IE-rechten licentiëren zodat anderen deze konden gebruiken. Het is trouwens alweer een tijdje rustig aan dat front, weet iemand waar we staan ondertussen?

Hoe dan ook, misbruik van IE-rechten lijkt een zeldzame zaak in het mededingingsrecht. Dat komt wellicht ook doordat de mededingingsautoriteiten maar beperkte capaciteit hebben en dus niet snel kunnen optreden tegen één auteursrechthebbende die iemand op oneerlijke gronden licenties weigert.

Arnoud