Wat moet ik onderzoeken als ik iets koop?

| AE 1762 | Ondernemingsvrijheid | 11 reacties

jeans-spijkerbroek.pngEen lezer vroeg me:

Laatst kocht ik een broek, gewoon in de winkel in de stad. Hij bleek heel makkelijk te scheuren, dus ik ben teruggegaan om te klagen over de nonconformiteit. Maar nu zegt de winkel dat ze hem niet hoeven terug te nemen omdat ik mijzelf vooraf niet voldoende heb “geinformeerd” over de stevigheid. Is dat zo? Heb ik een plicht om dat soort dingen te controleren?

Inderdaad, er is zoiets als een ‘onderzoeksplicht’: je moet als koper bepaalde dingen onderzoeken. Bij kleren bijvoorbeeld of het wel de goede maat is en wat je van de kleur vindt. Je kunt dus niet zomaar achteraf zeggen “ach het is de verkeerde maat, geef maar een andere”.

De vraag is altijd wat je nu precies moet onderzoeken en wat niet. Daar zijn een paar vuistregels voor.

Allereerst is er de regel dat je niet hoeft te onderzoeken wat voor zich spreekt. Koop je bij een kledingzaak een broek, dan mag je verwachten dat die geschikt is om aan te doen en mee rond te lopen (en op mee te gaan zitten natuurlijk). Koop je bij een stoffenzaak een lap op een rol, dan moet je wel even navraag doen of je daar een broek van kunt maken.

Een andere regel is: als de winkelier iets zegt, hoef jij dat niet meer te onderzoeken. Zegt hij “dit is maat 34”, dan hoef jij het labeltje niet meer te controleren, ook niet als de broek eruit ziet als een maat 48.

Een variant daarop is dat als de winkelier iets niet zegt maar hij dat wel had moeten doen, hij jou niet kan verwijten dat je het niet hebt onderzocht. Anders zegt: spreekplicht gaat voor onderzoeksplicht. Weet de winkel dat die stof snel verbleekt, dan moet hij dat zeggen. Doet hij dat niet, dan kan hij omruilen niet weigeren met het argument “je had toch even kunnen vragen over de kleurvastheid”.

En natuurlijk kan op basis van de welbekende ‘omstandigheden van het geval’ alles anders komen te liggen. Wil jij iets bijzonders met die broek (bv. chemische stoffen in plastic bakjes rondsjouwen) dan moet jij vragen of dat wel kan (“gaat zoutzuur hier meteen doorheen?”).

Praktisch gezien loont het vaak de moeite om zo veel mogelijk te vragen, hoewel lang niet iedere verkoper (m/v) daar het antwoord op zal weten. Maar dat is voor risico van de winkel.

Bij webwinkels is de mogelijkheid tot vragen stellen een stuk beperkter, daarom is er ook een herroepingsrecht van zeven werkdagen. In die periode kun je de broek dus uitproberen en er zelf achterkomen dat hij snel verbleekt bijvoorbeeld. Maar dat geldt niet voor alles: je mag niet uitproberen of de broek bestand is tegen zoutzuur.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Het klinkt heel erg alsof je dwaling (6:228 BW) beschrijft. (Alleen ken spreekplicht dan als meldingsplicht.) In dit geval vind ik het alleen wat onwaarschijnlijk dat je hier een beroep op wilt doen.

    Een product is non-conform als het niet aan de volgende punten beantwoord: – beantwoorden aan de mededelingen van de verkoper; – gelijkwaardig zijn aan een eventueel gegeven monster of getoond model; – geschikt zijn voor normaal gebruik, tenzij je daaraan moest twijfelen. – geschikt zijn voor afgesproken bijzonder gebruik; – geschikt zijn voor het gebruik dat men doorgaans pleegt met het zelfde soort product; – de kwaliteit en prestaties bezitten als soortgelijke producten, voor zover dat verwacht mocht worden.

  2. @Bram: Ja, dan mag je herroepen. Wel kan de winkel een schadevergoeding vragen als de verbleking jouw fout is. Als de verbleking komt door nonconformiteit dan komt het voor rekening van de winkelier.

    @Alex: “De onderzoeksplicht van de koper in het kader van non-conformiteit ligt besloten in de in artikel 7:17 lid 2 BW geformuleerde woorden ‘en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen” (bron)

  3. Ik blijf zeggen: alles wat je hier geschreven dat zou je zo kunnen plaatsen in een artikel over dwaling. Ik meen zelfs te kunnen schrijven dat je sub a en b hier summier behandeld hebt.

    Als je aan de kwaliteit, prestaties of de geschiktheid voor normaal gebruik zou moeten twijfelen dan mag je daar niet van uitgaan. Dat zou je een onderzoeksplicht kunnen noemen. Daar staat tegenover dat als je daaraan niet hoefde te twijfelen je er wel van uit mocht gaan. De winkel kan daar verandering in door iets te melden waardoor de koper er weer wel aan moet twijfelen. Dat kun je dan weer een meldingsplicht noemen.

    Je kan er trouwens ook een meldingsplicht voor de koper zien in:

    “De koper mag verwachten dat de zaak (…) alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.”

  4. @Alex: Een beroep op non-conformiteit levert een betere positie op. Bij dwaling wordt, volgens de jurisprudentie, uitgegaan van de juistheid van de mededelingen van de wederpartij, die zijn er hier niet (of niet bekend). Bij non-conformiteit is het uitgangpunt hetgeen waarop men mag afgaan, m.i. dat een broek niet scheurt bij normaal gebruik. Dit dus buiten vooraf gestelde vragen of gedane mededelingen.

    art 7:17 legt de gevolgen indien een product non-conform is bij normaal gebruik bij de verkoper, iets wat niet per definitie het geval is bij een (geslaagd) beroep op dwaling.

    Waar je wel gelijk in hebt is dat bij dwaling ook van belang kan zijn wat een verkoper juist niet heeft gezegd, wat hij dus wel had moeten zeggen. Non-conformiteit lijkt mij de aangewezen grond.

  5. Mij ook Maarten, maar dwaling lijkt mij niet uitgesloten.

    Een overeenkomst die is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar: b) indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten;

    De koper had de veronderstelling dat de broek niet zo makkelijk zou scheuren, want dat wet zegt dat een broek die eigenschappen moet bezitten die voor voor normaal gebruik nodig is. De koper had geen reden om daaraan te twijfelen. De verkoper wist of had behoorde te weten dat deze broek snel zou scheuren. Had de koper hiervan geweten dan had deze zeker de broek niet gekocht.

    Maar misschien is dit wel heel raar van me gedacht? Dat laatste kan overgens betwist worden en is geen voorwaarden bij non-conformiteit.

  6. Ehm, is het nou echt wel nodig om hier zo moeilijk over te doen. Een verkoper zou toch gewoon een goed product moeten leveren. En een broek die onder normale omstandigheden scheurt (en je er dus niks raars mee hebt gedaan of slecht mee bent omgegaan), lijkt me toch gewoon geen goed product…

    Althans, we zien wel veel voorbeelden van de consumentenbond dat er inderdaad zo naar gekeken wordt…

  7. hAI: Kijk, daarom moet je toch even doorvragen hoe het nou zit, voordat je zo’n lange tekst gaat schrijven (zoals Arnould hier…, sorry Arnoud, niks persoonlijk hoor 😉 ) waardoor het nog moeilijker kan lijken, dan het is.

    Terwijl je waarschijnlijk maar een simpel antwoord zoekt (de verkoper beweert …, wat kan ik daar tegen doen?) voor z’n eigen situatie….

    Samengevat: Vraag nog even naar de situatie, dus wat voor broek het was en wat hij/zij met de broek aan het doen was toen die scheurde?

    PS: Herinner ik me trouwens niet dat Arnoud vooral ICT jurist was 😉

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS