De waarde van elektronisch bewijs

| AE 2348 | Informatiemaatschappij | 40 reacties

betere-byte-strijd-gelijk-bewijs.jpgJa, je moet wat tijdens de kerstdagen: ik heb het proefschrift De betere byte in de strijd om het gelijk van Maarten van Stekelenburg gelezen. Hij snijdt een zeer lastige kwestie aan:

De toename in gebruik van elektronische gegevens, leidt ertoe dat deze steeds vaker ingezet worden als bewijsmiddel in rechtzaken. Elektronische gegevens staan aan andere gevaren bloot dan traditionele media, temeer omdat deze gegevens veelal worder verstuurd over het internet. Het is niet altijd duidelijk of degene die de gegevens heeft verzonden ook daadwerkelijk de persoon is die zich als afzender identificeert. Daarnaast is het mogelijk dat derden vertrouwelijke gegevens onderscheppen en eventueel zelfs wijzigingen aanbrengen. Dit roept de vraag op hoe betrouwbaar deze gegevens zijn om rechten en feiten aan te kunnen tonen. dat deze slechts in een enkel geval houvast biedt in het geven van een betrouwbaarheidsoordeel van elektronische bewijsmiddelen.

Van Stekelenburg onderzocht een stapel Nederlandse, Duitse en Amerikaanse jurisprudentie om te bepalen hoe deze landen omgaan met elektronisch bewijs.

Een eerste opvallend aspect is wat Van Stekelenburg de “toelatingsfase” noemt: mag dit materiaal überhaupt de rechtszaal binnen? In Nederland wordt niet op voorhand bewijs uitgesloten omdat het elektronisch is, of om welke reden dan ook. De rechter bekijkt en beoordeeld wat hem wordt voorgelegd, en of het nu op een bierviltje staat of op een CD-ROM zal hem in principe worst wezen. In de VS is dat anders: we kennen allemaal de televisieseries waar dat prachtige stukje bewijs ineens van tafel moet omdat het onjuist verkregen zou zijn.

Ik zie in vaktijdschriften en met name bij dure congressen over bewijzen en bewaren veel aanstelleritis dat je alleen na de zwaarste technische en organisatorische waarborgen rechtsgeldig bewijs zou kunnen verkrijgen. De Nederlandse jurisprudentie die Van Stekelenburg vond, laat mooi zien hoe de praktijk omgaat met elektronisch bewijs.

In een contract met een profvoetballer:

De stelling van Appellant dat de e-mail van 3 augustus 2006 hem niet heeft bereikt is in het licht van de door Nike overgelegde producties niet aannemelijk. … Deze is niet alleen verzonden vanaf hetzelfde e-mailadres als dat waarnaar de e-mail van Nike is verzonden (xxx@post.cz), doch vermeldt dezelfde referentie (“Re:Nike smiouva”) en valt ook qua inhoud moeilijk anders te begrijpen dan als een reactie op de e-mail van Nike.

Natuurlijk kun je een heel verhaal ophangen over mailheadervervalsende hackers of raar routerende mailservers, maar als alles bij elkaar er echt genoeg uitziet en er ook geen reden is waarom het nu net deze keer fout zou gaan, dan kan de rechter gewoon aannemen dat die mail echt is.

Een leuke uit een andere zaak:

Op grond van hetgeen daaromtrent door de getuigen is verklaard, acht het hof het aannemelijk dat de e-mail van 16 maart 2006 is verzonden, en dat [betrokkene 1] de gemaakte afspraken daarmee heeft willen bevestigen. De inhoud van de mail stemt overeen met de verklaring van [betrokkene 1] en draagt om die reden bij aan de geloofwaardigheid daarvan. Het betoog dat de ontvangst van deze e-mail ook vast moet staan (wat niet het geval is), treft geen doel.

Die laatste zin verrast misschien: hoofdregel uit het recht is immers dat een verklaring pas effect heeft als deze de ontvanger daadwerkelijk heeft bereikt. Maar daar geeft het Hof een leuke draai aan: het gaat hier niet om een afspraak per e-mail maar om een bevestiging per e-mail van een afspraak. Bewijs mag je op elke manier leveren, en bewijs hoeft niet ontvangen te zijn door de wederpartij. Zolang de mail dus geloofwaardig overkomt, kan deze als bewijs dienen. (Je dagboek met daarin een verslag van een gesprek kan dus óók bewijs zijn van dat gesprek, als de rechter maar gelooft dat je eerlijk bent in je dagboek.)

In deze zaak speelde niet de vraag of de mails echt waren, maar of ze mochten worden gelezen als concreet aanbod en concrete aanvaarding, of dat er alleen maar werd dooronderhandeld. Omdat de afspraken duidelijk genoeg waren, vond de rechter dat een overeenkomst was gesloten.

In een zaak waarin de rechter “in het duister tastte” over de vraag welke motieven een partij had om zich in zowel Nederland als Duitsland in te schrijven, werd een uitdrukkelijk betwiste mail naar de advocaat van de wederpartij als niet relevant beschouwd.

Lichte hoofdpijn kreeg ik van een zaak waarin de gedaagde getuigen had laten opdraven die verklaarden dat hij toch echt een bepaalde mail had gezonden:

nu de getuigen (zijn vrouw en Francois van Gijzen) wél kunnen verklaren dat [gedaagde] de e-mail heeft verzonden, maar niet kunnen bewijzen dat Lis de e-mail heeft ontvangen, kan aan deze e-mail niet het beoogde effect van opzegging van het proefabonnement worden toegekend.

Hoe groot is nou werkelijk de kans dat die mail nooit is aangekomen?

En dan ter afsluiting nog twee zaken waarin korte metten wordt gemaakt met het m.i. belachelijke vereiste dat je een stuk papier aangetekend moet versturen en dat een daadwerkelijk ontvangen e-mail niet geldig kan zijn.

De eerste:

De strekking van de e-mail van 3 december 2007 laat aan duidelijkheid niet te wensen over. [eisers] hebben niet gesteld dat zij niet hebben begrepen dat [gedaagden] zich wilden beroepen op de ontbindende voorwaarde omdat zij de financiering niet rond konden krijgen. Vast staat dat het bericht de verkopers heeft bereikt en dat de inhoud hen duidelijk was. Daarom wordt geoordeeld dat [eisers] in redelijkheid geen beroep kunnen doen op het voornoemde formele vereiste.

De rechter haalt hier artikel 6:248 BW van stal, waarin staat dat je redelijk & billijk tegenover elkaar moet zijn. En eisen dat iemand een bericht nogmaals verstuurt (maar dan aangetekend) nadat je het daadwerkelijk al hebt gehad, is niet redelijk.

De tweede:

Dat [gedaagden] een beroep op de ontbindende voorwaarde hebben gedaan door middel van een e-mailbericht en niet op de in artikel 6.1 van de koopovereenkomst voorgeschreven wijze (namelijk schriftelijk, gericht aan de verkoper en diens makelaar, per aangetekende brief met bericht van ontvangst of per deurwaardersexploot), maakt niet dat het beroep op de ontbindende voorwaarde rechtsgevolg mist. Het gaat er om dat [ eiser] binnen de overeengekomen termijn op de hoogte is gebracht van het inroepen van de ontbindende voorwaarde. Dat is gebeurd met de e-mail van 9 april 2008, waarvan de ontvangst niet is betwist.

En wederom een rechter met clue: u bent op tijd ingelicht, dus dan kunt u zich niet achter een formaliteit verschuilen.

Afgezien van die ene hoofdpijnzaak een mooi setje jurisprudentie. Het gaat er niet om welke Received: header er in de mail staat of dat een systeembeheerder onderweg je mailbox zou kunnen manipuleren, maar om wat er daadwerkelijk is gebeurd en hoe de mail past binnen de rest van het plaatje van het geschil. En zo hoort het ook: niet focussen op één technisch aspect maar beoordeel wie er gelijk heeft op basis van al het bewijs, bekeken binnen de context.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Heeft die krampachtige houding die je aan het begin van je artikel signaleert niet veel te maken met het inzetten van leken in een jury van wie niet verwacht wordt of kan worden dat zij bewijsstukken genuanceerd bekijken maar slechts zwart wit. Terwijl in het nederlandse rechtssysteem een mondige rechter zit die zelf alle bewijs beoordeeld en die, wanneer hij of zij dat nodig acht, zelf nog experts aan kan laten rukken om de betrouwbaarheid van bewijs nader te duiden? Zodat die rechter altijd nog zelf kan besluiten om een bewijsstuk dat weliswaar is gezien niet te geloven. Terwijl bij een jury vaak de angst lijkt dat zij een eenmaal getoond bewijs niet meer kan negeren ook al is het later ontkracht.

  2. Dat zit er denk ik wel voor een deel in ja. De jury oordeelt op basis van het bewijs en er zijn dus meer regels om dat in goede banen te leiden. Maar de rechter beslist in de VS of bewijs ge?ntroduceerd mag worden, dus helemaal kan dit het niet verklaren.

    Wellicht dat het ook het adversarial systeem is dat ze daar hebben. Het OM en de advocaat gaan met elkaar in gevecht en de rechter zorgt als een soort scheidsrechter dat er geen rare dingen gebeuren. Bij ons is dat niet de bedoeling, men werkt met z’n allen aan de waarheidsvinding (ja, ook de advocaat). En daar past een actiever rechter bij. Hoewel er nu wel een verschuiving is waarbij het OM duidelijker positie kiest (verdacht = schuldig) en de advocaat zich ook eigenlijk alleen nog als vertegenwoordiger van verdachte ziet.

  3. Zou die nieuwe houding ook dankzij de televisie zijn? Crimefighters lijken wel in de mode. En ik zie ook steeds meer oud officieren van Justitie en procureurs generaal in de politiek verschijnen. Maar de opvallende strafpleiters mis ik nog. Of is die kant van het strafrecht te lucratief om op te geven voor de politiek?

  4. Aangetekend zegt ook alleen maar dat het door de receptie is ontvangen

    Sterker nog, aangetekend wil alleen maar zeggen dat de envelop is ontvangen; het zegt niets over het ontvangen van de inhoud. Ik heb zo wel eens (aangetekend) twee fietssleutels naar een verzekeringsmaatschappij gestuurd, die daarop doodleuk een brief terugstuurde ‘wij gaan niet tot uitkering over, tenzij u de andere sleutel ook kunt opsturen.’.

  5. Goed punt Ookalex, maar hoe moet het dan? Hoe bewijs je dat je daadwerkelijk een bepaalde inhoud hebt verzonden? Enige wat ik kan bedenken is dat je geen envelop gebruikt maar de brief zelf dichtplakt (verzegelt met was?) en daar de stempels op laat zetten.

    Juridisch is het genoeg dat de aangetekende brief door de receptie is aangenomen, dat men het daarna intern kwijtmaakt of manipuleert is hun probleem. Zelfs als men de brief weigert, zal de rechter de boodschap als “ontvangen” aanmerken (art. 3:37 lid 3 BW).

  6. Een e-mail kan blijkbaar onderschept worden, inhoud veranderd, en doorverzonden. Maar dit kan net zo goed met een aangetekend poststuk. Onwaarschijnlijk, maar technisch mogelijk.

    Dat zou betekenen dat iedereen zich kan beroepen op “tsja, kans van 0.000001, maar die email/brief is dus echt niet zoals jij hem hebt verstuurd aangekomen… echt niet”. Want bewijzen dat je hem wel als dusdanig hebt verstuurd kan eigenlijk niet.

    Hoe kun je daar nu mee om gaan?

  7. Lepelaar, het simpele antwoord is: een digitale handtekening. Met een digitale handtekening kun je aantonen of de versie die je gearchiveerd hebt er een is die door de ondertekenaar gezien is.

    Bijna alle emailprogramma’s bewaren ook de verzonden berichten; de rechter kan aan beide partijen vragen om zowel de binnengekomen als verzonden berichten te leveren; de ontvangen berichten horen (modulo extra header regels) overeen te komen met de verzonden berichten van de andere partij. Als je in je correspondentie ooit de fout maakt te refereren aan een “niet ontvangen” bericht doet dat “aanzienlijke afbreuk” aan je geloofwaardigheid.

  8. @9 Ben op de hoogte van de digitale handtekening. Maar zelfs veel grote bedrijven zitten dat nog voor zich uit te schuiven. Mijn zorg was meer, zoals @10Arnoud ook aangeeft, dat het een heel raar idee is dat er voor geen enkele email van uit mag worden gegaan dat die rechtsgeldig is (zonder handtekening).

    Als je zoiets in je disclaimer probeert af te vangen “je mag niet uitgaan dat wat ik hier schrijf waar is, tenzij ik dit expliciet vermeld…” wordt dit beschouwt als nutteloos. Maar je kan het dus wel afvangen door in de rechtzaal te zeggen: “je mag niet uitgaan dat wat ik hier schreef waar was, want ik ben dit wellicht helemaal niet”.

    Een kwaadwillende kan op die manier overal onderuit komen onder het voorwendsel dat hij niet de verzender was.

    Waar leg je de grens? De ‘kans’ dat een email zonder digitale handtekening gemanipuleerd is, is niet 0.00000%. De ‘kans’ dat een email met digitale handtekening onderweg is gemanipuleerd zal ook niet 0.000000% zijn. De ‘kans’ dat alle elektronen opeens zo stonden dat er automatisch een e-mail verstuurd werd (i-robot) is ook niet 0.00000%. Op een gegeven moment komt het de giecheltoets niet meer door, maar was is de grens?

  9. Lepelaar: het gaat er in een civiele rechtszaak om wie met het beste bewijs komt. Vreemd genoeg is er bijna nooit discussie over de inhoud van afspraken die zwart op wit (elektronisch of op papier) vastgelegd zijn, beide partijen hebben gelijkluidende kopie?n. Problemen zijn er meer bij mondelinge afspraken.

  10. Ik zou een screenshot van iusmentis.com kunnen photoshoppen met een Google advertentie erop die inbreuk maakt op mijn merknaam. Als ik vervolgens aan een rechter laat zien, met dit screenshot en een opgeslagen html bestand (die ik natuurlijk ook even van de advertentie heb voorzien) als bewijs, dan krijgen we toch een woord tegen woord discussie? Ik zeg dat jij snel de advertentie hebt aangepast na mijn dreigbrief, en jij zegt nooit die advertentie geplaatst te hebben. Hoe moet de rechter dan zien dat mijn bewijs gephotoshopt is? Als je dat netjes doet, is dat niet te onderscheiden.

    Even afgezien van het feit dat in je Google Account wellicht te zien is welke precieze advertenties je plaatst, maar er zijn voorbeelden denkbaar waarbij niet te verifi?ren is of bewijs vervalst is of niet. Hoe gaat men daarmee om?

  11. Het gaat bij rechtszaken nooit om ??n stuk bewijs dat de hele zaak wint of verliest. Het gaat altijd om alle omstandigheden en alle bewijzen in samenhang bekeken. Ik denk dat ik bv. genoeg getuigen kan vinden die willen verklaren dat ze hier nooit advertenties zien. Bovendien, waarom zou ik hier adverteren op jouw merknaam? Wat voor concurrentierelatie hebben wij dat zo’n advertentie voor mij zinvol is?

    En ik kan me goed voorstellen dat in zo’n geval er iemand in mijn Google Adsense account gaat kijken wat ik aan advertenties heb gedraaid.

    Nou ja en dat is dus hoe men ermee omgaat. Bekijk niet het ene stuk betwist bewijs in isolatie, maar bekijk alles in context. Een tijd geleden schreef ik in een column bij Security.nl over diverse zaken waarbij digitaal bewijs een rol speelde. Mooie quote uit een vonnis:

    Dat de andere berichten verzonden zouden kunnen zijn van een andere computer – hetgeen inderdaad bij een hotmail-adres mogelijk is – is een mogelijkheid die het Hof als hoogst onwaarschijnlijk buiten beschouwing heeft kunnen laten, mede in aanmerking genomen wat het Hof over het IP-adres, zoals hiervoor vermeld en de verhouding tussen verdachte en [het slachtoffer] heeft vastgesteld.
    Oftewel: het kan maar we geloven er gewoon niks van. De “kom nou”-toets dus.

    (De rechter neemt dus ook andere omstandigheden mee, zoals in dit geval het feit dat de twee elkaar kenden en de verdachte een hekel aan het slachtoffer had. En dan is het helemaal ongeloofwaardig dat zomaar iemand toevallig net die pc hackte en het slachtoffer ging mailen.)

    Uit een andere column over digitaal bewijs:

    In een andere, m.i. bijzonder kwalijke zaak werden op een PC versleutelde kinderporno-bestanden aangetroffen. Het leek de rechtbank duidelijk dat hier geen derde bezig was geweest. Waarom zou die a) kinderporno uploaden naar die PC b) dat encrypten met een wachtwoord dat bestond uit sigarettenmerk en geboortejaar van de verdachte en dan c) het icoon van het encryptieprogramma (Privacy Master) op de desktop zetten waar de verdachte het meteen zou zien?

    Los van het feit dat geen sporen van computerinbraak waren aangetroffen. Het verweer dat het dan misschien de dertienjarige zoon(!) van de verdachte zou zijn geweest, werd eveneens niet aanvaard.

  12. Helder.

    Toch zit zo’n “kom nou”-toets me niet helemaal lekker. Maar dat zul je wel met alle bewijzen houden.

    Het eerste waar het me aan herinnerde was http://www.youtube.com/watch?v=kLmzxmRcUTo 13:50: “Here is a more topical example of exactly the same…”

    Foutieve kansberekening negerend… je zegt niet alleen “72.999.999 van 73.000.000 vrouwen die zeggen dat ze het niet hebben gedaan, hebben het wel gedaan en sluiten we op”, maar je zegt ook “1 van de 73.000.000 vrouwen die het niet hebben gedaan, sluiten we onschuldig op.”

    Tsja, je kan er weinig mee, want op basis daarvan helemaal niemand veroordelen geeft een veel groter maatschappelijk probleem. Ben desondanks benieuwd naar waar die grens van “Kom nou” ligt. Maar wellicht zien we nog een mooi grensgeval hiervan terug in dit jaar 🙂

  13. Wat jij de hoofdpijnzaak noemt vind ik een mooi vonnis. Het verhaal van de gedaagde doorstaat bij mij die ” kom nou” toets ook niet. Ik heb in mijn leven zo’n 30000 mails verzonden en van geen enkele heb ik twee getuigen. Ik heb ook nog nooit meegemaakt dat een mail en niet aankwam en ik had hem niet meer en ik vond het niet vreemd dat ik niks meer hoorde.

  14. Ik zou er zenuwachtig van worden als iets alleen bewijs kon zijn wanneer er een digitale handtekening onder staat. Dan zou je hier dus ongestraft smadelijke dingen kunnen zeggen omdat je handtekening er niet onder staat, en het dus gemanipuleerd zou kunnen zijn.

    Ik zie het probleem niet. ‘smadelijke dingen’ is toch gewoon free speech? En er wordt tegenwoordig zo veel smadelijks gezegd, dat veel mensen zich er niets meer van aan trekken, waardoor de smadelijke uitspraken (terecht) aan invloed verliezen. Tenzij er redenen zijn om te geloven dat de smadelijke beweringen wel eens waar zouden kunnen zijn. En dan is het juist belangrijk dat die uitspraken wel gedaan kunnen worden.

    En als je met ‘hier’ dit blog bedoelt: mocht een bepaalde bewering je niet aan staan, dan neem ik aan dat je in staat bent om als moderator op te treden. En hoewel ik nooit een digitale handtekening toevoeg, voeg ik wel telkens het zelfde email-adres toe aan een post. Zolang jij de enige bent die dit email-adres ontvangt, kan je met een redelijke betrouwbaarheid zien wanneer iemand anders onder de naam Corn? een reactie opstuurt. Ik denk niet dat digital signatures in alle gevallen noodzakelijk zijn voor voldoende sterk bewijsmateriaal, maar ik heb wel eens de indruk dat er nonchalant wordt omgesprongen met de mogelijkheid dat dingen vervalst / in scene gezet kunnen zijn.

  15. Ik zie het probleem niet. ???smadelijke dingen??? is toch gewoon free speech? En er wordt tegenwoordig zo veel smadelijks gezegd, dat veel mensen zich er niets meer van aan trekken, waardoor de smadelijke uitspraken (terecht) aan invloed verliezen.

    Maar wat nu als je toch ?cht te ver gaat en de benadeelde partij wil maatregelen nemen? Als dan de regel geldt “niet rechtsgeldig als bewijs tenzij digitaal ondertekend” dan zou de plaatser wel heel makkelijk wegkomen daarmee.

  16. @ 18: Wanneer is het ‘?cht te ver’? Ik begrijp dat mensen schade kunnen oplopen door beweringen die over hun gedaan worden, ook als die beweringen ongefundeerd zijn, eenvoudigweg omdat deze wereld vol zit met mensen die niet kijken of een bewering gefundeerd is of niet. Maar ik vind dat niet een voldoende reden om een uitzondering op de vrije meningsuiting te maken.

    Ik zie het als een vorm van etiquette dat je anderen niet beledigt, geen schade veroorzaakt met ongefundeerde beweringen, en dat je anderen niet beoordeelt op basis van beweringen van derden, als je niet hebt gecontroleerd of die beweringen wel kloppen. Dit zijn dingen waar mensen zich aan zouden moeten houden, maar die niet door de overheid gehandhaafd moeten worden.

  17. De wet kent strafbepalingen over smaad, laster etcetera. Ik zou zeggen dat je te ver gaat als je daar overheen gaat. Jouw opsomming lijkt me een prima vuistregel om smaad en laster te vermijden.

    Maar het punt is: stel ik vind dat jij wel degelijk ongefundeerde bewerkingen over mij doet en zo schade veroorzaakt. Ik wil je nu aanklagen. Hoe kan ik dan jouw uiting gebruiken? Er staat geen digitale handtekening onder, dus ik kan niet bewijzen (volgens de hierboven voorgestelde norm) dat jij deze geplaatst hebt. Dat is me dus te streng.

  18. @ 20: Het gaat mis op de punten “De wet kent strafbepalingen over smaad, laster etcetera” en “Ik wil je nu aanklagen”. Ik denk dat ik wat meer een free speech purist ben dan de Nederlandse wetgever en blijkbaar ook dan jij. Als digitale handtekeningen vereist zijn, dan verzacht dat wat mij betreft de kwalijke gevolgen van een onjuiste wet.

    En er zijn natuurlijk mensen die daar niet blij mee zijn. En ook ik vind dat, als mensen aantoonbaar schade hebben opgelopen, dat de aantoonbaar daar voor verantwoordelijke partij veroordeeld moet kunnen worden. Maar dat heeft niet de hoogste prioriteit. Het is belangrijker dat de waarheidsvinding zorgvuldig gebeurt, en dat het niet redelijkerwijs mogelijk is om iemand onschuldig veroordeeld te krijgen met digitaal bewijs.

    Overigens wil ik niet dat digitale handtekeningen per wet verplicht worden voor bewijsmateriaal of zo. Er zijn vast in bepaalde situaties ook wel andere manieren om betrouwbaar bewijs te verkrijgen, en die andere middelen mogen niet zomaar uitgesloten worden.

  19. Ik ben alleszins voor free speech maar er zijn zeker grenzen aan. Waar we die precies trekken is nu alleen even niet relevant: we zijn het geloof ik eens dat ?ls er schade wordt veroorzaakt ?n we die schade onverdiend vinden, dat je dan een rechtszaak moet kunnen beginnen.

    Waar het om gaat, is of je een digitale uiting mag gebruiken als bewijs en zo ja welke grenzen daarbij getrokken mogen worden. Jij zegt nu eigenlijk dat dat nooit het geval mag zijn, omdat je eigenlijk nooit met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunt vaststellen dat de post door meneer X gedaan is. Ik denk dat je z? ver niet moet gaan. Als redelijkerwijs duidelijk is dat meneer X het gedaan heeft, dan moet dat tot veroordeling kunnen leiden. En daarbij vind ik het ongepast om te zeggen “de post is niet voorzien van een digitale handtekening dus we mogen niets doen met de post”.

  20. Ben zelf ook in het bezit van het proefschrift van Maarten Van Stekelenburg, echter nog niet de tijd gehad om het door te spitten. Zolang het bewijs in een rechtsgeding niet wordt betwist door de tegenpartij is het toelaatbaar en kan een rechter dit bewijs meenemen in zijn uitspraak. Relatief gezien simpel en toch wordt er veel geschreven over de waarde van elektronisch bewijs in een geschil, echter heb ik er gemengde gevoelens bij. Bedrijven zoals Diginotar hadden in het verleden, bijv: Mailwittness, echter doordat er teveel tussenliggende servers waren is dit geschrapt. Op dit moment raden ze dan ook Docproof aan, met (uiteraard) de bekende tijdstempel om de betrouwbaarheid te waarborgen. Voordeel van deze applicatie is dat men zelf het portaal kan beheren. Is het dan raadzaam om dit te incorporeren in een zakelijke e-mail? Mijns inziens zijn deze applicaties overbodig, mede doordat forensisch experts, bijv: RSE te Utrecht zulke kwesties (eenvoudig?) kunnen beantwoorden. Van de andere kant is het uiteraard handig om de betrouwbaarheid van elektronisch bewijs te waarborgen om verrassingen te voorkomen.

  21. Even hypothetisch…

    Een collega vindt mij maar in de weg van zijn carri?re zitten. Hij weet dat ik graag deze blog bezoek, en erg moeilijk is het niet om te achterhalen waar ik woon. Hij gaat buiten mijn huis staan, logt in op mijn open netwerk waar wij geen logs van bijhouden, gaat naar het blog-contactformulier en schrijft onder mijn alias en e-mail een doodsbedreiging zonder smileys. Actie wordt ondernomen. Ik doe mijn verdediging “ma da was ik nie…”…

    Dan lijkt het me aan de ene kant toch wel heel raar dat je er niks mee kan, want in 99.99% van de gevallen zal het wel de persoon in kwestie zijn, maar ja…

    Bij bedrijven/fabrieken staan ze de kans op een ramp toe als deze dusdanig onwaarschijnlijk is dat experts deze stellen op “eens in de miljoen jaar”. (Maar met een miljoen fabrieken heb je er dus wel ??n per jaar) Zou zoiets ook mogelijk zijn voor het veroordelen van mensen? “De kans dat we een onschuldige veroordelen moet kleiner zijn dan X? op de X?.”

  22. Zeker. Ik zou het ook niet geloven. Toch kan het zijn dat ik/jij/rechter de kansen verkeerd inschat en er (te) vaak onder de onbepaalde grens van onwaarschijnlijkheid wordt veroordeelt. Maar dan heb je het hoger beroep en moet je je onschuld als waarschijnlijker tonen dan eerst werd aangenomen.

  23. @Corne dus digitale handtekening onder tweets (die soms heel (veel te) ver gaan) elke post op facebook hyves etc etc.

    Jij zult het waarschijnlijk ook vanzelfsprekend vinden om iemand niet in zijn gezicht te slaan. Maar het gebeurt wel. Er ligt ergens een grens in de wet (die tot op zekere hoogte verschoven kan worden door een rechter) maar als je het middengebied even laat voor wat het is dan is er fout en goed. Als je dan zegt fout is alleen fout met digitale handtekening dan wordt het denk ik een puinhoop. Dan zit je al snel aan een verplichte digitale ID (kaart) op het internet.

    Ik denk dat het huidige systeem een stuk vrijer is dan wat jij voor ogen hebt.

    En free speech betekend niet alles mag.

  24. > Hoe kun je daar nu mee om gaan?

    Een elektronische handtekening toevoegen, bijvoorbeeld met PGP. Daarmee is aan te tonen dat de mail inclusief die handtekening gemaakt is door iemand die op dat moment over een bepaalde geheime sleutel beschikte (wat te verfi?ren is met een publieke sleutel).

    Of die geheime sleutel gestolen was, dat weet je dan nog steeds niet.

  25. Corn?:

    Het gaat mis op de punten ???De wet kent strafbepalingen over smaad, laster etcetera??? en ???Ik wil je nu aanklagen???. Ik denk dat ik wat meer een free speech purist ben dan de Nederlandse wetgever en blijkbaar ook dan jij. /===

    Wettelijk ligt dat inderdaad anders. De vrijheid van meningsuiting wordt in de Grondwet en het Europese verdrag voor de mensenrechten duidelijk beperkt door andere wetten. Smaad en laster bestaan strafrechtelijk, en civielrechtelijk (schadevergoeding) is er de ‘onrechtmatige daad’.

    Er is heel wat jurisprudentie over, zie bijv. De Hond versus De Jong in diverse zaken. Hier een lijstje: http://rudhar.com/politics/devmrdzk/devmvonn.htm

    Vrijheid van meningsuiting is NIET absoluut (en terecht, vind ik persoonlijk). Veel mensen snappen, weten of aanvaarden dat niet. Dat mag, maar de wetgever beslist, en vervolgens in concrete zaken de rechter.

  26. Ik zat hier wel mee toen ik 10 jaar geleden systeembeheerder was.

    Zo nu en dan werd er op een systeem ingebroken. Ik zat soms halve of hele dagen uit te zoeken wat er aan de hand was en zo veel mogelijk bewijsmateriaal te verzamelen. Leuk om te doen maar niet erg nuttig.

    Ik had geen flauw idee wat ik precies moest vastleggen en hoe, voor het geval dat iemand er eens een strafrechtelijke vervolging van zou willen maken. Wat overigens nooit is gebeurd.

    In de praktijk zocht ik terug naar de bron (het kwam meestal van buiten) zodat ik mijn collega’s daar kon waarschuwen, deed dat, en stopte daar. Het lastigste was dan nog om uit te maken om, als je een gebruiker geidentificeerd had, die niet zelf het slachtoffer was van computerinbraak en het dus niet zelf op zijn geweten had. Dat probleem zal tegenwoordig verveelvoudigd zijn.

    Gelukkig ging het toen zelden om serieuze zaken.

  27. @ 27:

    Dan zit je al snel aan een verplichte digitale ID (kaart) op het internet.
    Dat is echt het tegenovergestelde van wat ik wil. Ik wil juist dat mensen anoniem, ongestraft en onstrafbaar dingen kunnen zeggen op het internet. Maar ik begrijp dat er krachten in de maatschappij werkzaam zijn die ons richting de big brother-samenleving duwen.

    @ 25:

    Is dat scenario waarschijnlijk genoeg
    Waar je met je “waarschijnlijkheid” rekening mee moet houden is dat de meeste mensen nooit bij een rechtszaak betrokken zullen zijn, dus dat de situatie op zich al onwaarschijnlijk is. Er zijn zaken die in het gewone leven onwaarschijnlijk zijn, maar die wel kunnen correleren met dit andere onwaarschijnlijke gegeven. Bijv. als je ergens voor aangeklaagd wordt, dan is de kans groot dat je ruzie hebt met iemand. De kans is dan al groter dat er iemand is die moeite wil doen om je er in te luizen.

    Statistiek is een enorm lastig onderwerp, en intu?tie is er in het algemeen geen goede raadgever. Ik denk niet dat je zonder grondige argumentatie bepaalde scenario’s mag afwijzen op basis van onwaarschijnlijkheid.

  28. @Arnoud:

    Bij ons is dat niet de bedoeling, men werkt met z???n allen aan de waarheidsvinding (ja, ook de advocaat).
    Ook de advocaat? Daar ben ik het niet mee eens. De advocaat is er in het belang van de verdachte, niet in het belang van de waarheidsvinding. Voor de waarheidsvinding zijn het OM en de rechter verantwoordelijk.

    @Peter van G:

    Maar de opvallende strafpleiters mis ik nog.
    Britta B?hler zit in de Eerste Kamer, Cees Korvinus is voorzitter van de VARA (waarmee hij in ieder geval politiek kleur bekent). Van der Laan was tot voor kort advocaat (bij Kennedy Van der Laan), weliswaar geen strafrecht maar dat OvJ’s uit het strafrecht komen is niet echt toevallig.

  29. @35 Valt er op basis van ethiek-filosofie iets te zeggen over waar die grens zou moeten liggen?

    Ethiek/filosofie is vrij lastig.

    Vanuit het standpunt “nooit een onschuldig iemand straffen” kan je eigenlijk nooit iemand veroordelen. En dat werkt niet.

    De kans zal altijd tussen de 1 en 0 liggen. Je kan nooit helemaal zeker zijn van iets. Daaruit volgt dat we soms onschuldigen veroordelen.

    We kiezen daarbij voor het maatschappelijk goed. “The greater good”. Ten koste van X-aantal onschuldigen Y-aantal schuldigen straffen is wenselijk voor de maatschappij. Maar bij welke X-Y verhouding hangt sterk af van de situatie.

    Stel we hebben 100 keer een zaak waar de verdachte met het moordwapen, met motief, zonder alibi, is aangehouden en daaruit volgt een kans van 99% dat hij/zij schuldig is… zijn we bereid 1% van de mensen die in die situatie beland te veroordelen om de andere 99% te straffen?

    En wat als het poging tot moord was? En wat als hij wel een alibi had? En wat als het motief bestond uit wraak? En wat als het motief bestond uit financi?le redenen? En wat als het een huisvrouw was? En wat als… Er is geen grens te stellen, anders was het al lang gebeurd. En die grens wordt dus eigenlijk elke rechtszaak opnieuw bepaald, omdat vrijwel alle situaties uniek zijn. Maar belangrijk om mee te nemen is dat, ondanks dat ‘wij’ telkens die afweging/schatting maken, wij allemaal ongelofelijk slecht zijn in kansen inschatten, en dat daar wellicht iets mee moet gebeuren. Een kans-controleur bij rechtszaken?

  30. @32

    Ik wil juist dat mensen anoniem, ongestraft en onstrafbaar dingen kunnen zeggen op het internet
    [anoniem modus aan]Ik vin corne een verschrikelijke [bleep][anoniem modus uit] Arnoud je hoef me niet te bannen want corne vind het goed 😉

    onstrafbaar = grenzeloos en helaas gaat dat niet, daar is de mens nog niet aan toe.

  31. Interessant proefschrift, en discussie.

    Maar hoe verhoudt dit proefschrift zich tot de literatuur? Ik kan geen Nederlandse literatuur vinden die dezelfde aanbevelingen als Van Stekelenburg doet (althans niet zo gedetailleerd) om de betrouwbaarheid van elektronische gegevens als bewijsmiddel te vergroten. Ook de vier niveaus van betrouwbaarheid van elektronische gegevens zie ik verder niet terug in de literatuur.

    Zijn deze niveaus een aanbevelingen geaccepteerd door de juridische gemeenschap? Zijn de aanbevolen maatregelen effectief in de rechtszaal, of slechts hypotheses gebaseerd op Amerikaans recht (al dan niet gerechtvaardigd) ge?xtrapoleerd naar Nederlands recht?

    Hoe zit dat? Hoe zie jij dat, Arnoud?

  32. Ik vind het proefschrift erg waardevol. En ik ben heel blij om juist een eigen aanpak te zien. Te veel proefschriften en met name afstudeerscripties herkauwen alleen de literatuur, daar zit niemand op te wachten. Proefschriften moeten baanbrekend zijn en iets toevoegen op wat we al wisten.

    Dit is bij mijn weten niet getest bij de rechter, maar ik hoop van harte dat de rechter ze ter harte neemt als het nog eens aan de orde komt. Iemand moet het als eerste formuleren anders weet de rechter niet wat de bedoeling is immers.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS