De gebruiksvoorwaardenfail van Zappos

| AE 4666 | Informatiemaatschappij | 10 reacties

Shoppingsite Zappos ging de mist in met haar gebruiksvoorwaarden, bepaalde een Amerikaanse rechter onlangs. De site had een datalek gehad en werd daarvoor natuurlijk gesued, wat men pareerde met de bekende arbitragetruc waarmee class actions werden verboden. Die clausule blijkt echter ongeldig, aldus de rechter, omdat naar Amerikaans recht het onderaan op je site “Terms of Service” vermelden geen bindend contract oplevert.

In Amerika kennen ze het concept “algemene voorwaarden” niet. Contract is contract, of je nu alles eenzijdig dicteert dan wel het samen woord voor woord uitonderhandelt. Er zijn dus ook geen speciale regels zoals bij ons over dat algemene voorwaarden snel van toepassing zijn, ook als ze niet gelezen zijn. De regels zijn eigenlijk simpel: wijs mensen op het contract en bewijs dat ze akkoord zijn gegaan.

Een akkoord mag je uit allerlei omstandigheden afhandelen, maar enkel een linkje opnemen in je voeter is geen relevante omstandigheid, bepaalt deze rechter nu. Je moet op zijn minst mensen bij de registratie even wijzen op dat linkje, al dan niet met een aanvinkvakje ter bevestiging dat mensen deze gelezen (haha) hebben.

A party cannot assent to terms of which it has no knowledge or constructive notice, and a highly inconspicuous hyperlink buried among a sea of links does not provide such notice. Because Plaintiffs did not assent to the terms, no contract exists, and they cannot be compelled to arbitrate.

Ook met de eenzijdig-aanpasclausule van Zappos heeft de rechtbank heel veel moeite. Vrijwel iedere site hanteert zo’n clausule, maar de rechtbank vindt het toch echt best wel onredelijk bezwarend dat je als site op elk moment elke clausule mag aanpassen – met name de arbitrageclausule. Want zo kun je je bezoekers houden aan arbitrage, maar heb je er zelf geen zin in dan verander je het snel even in wat anders. Dat is “illusory and unenforceable” en ook daarom gaat het contract dus de prullenmand in.

Regelmatig krijg ik vragen of mensen hun Nederlandse voorwaarden zomaar kunnen vertalen naar het Engels om zo de Amerikaanse markt te betreden. Ze hebben dan vaak allerlei Amerikaanse voorbeelden van voorwaarden die véél botter zijn en alleen met zo’n linkje aangeboden worden. Die hebben dus maar bar weinig waarde, maar omgekeerd wie het op de Nederlandse manier doet (met linkje of vinkje én met een eerlijke wijzigingsclausule) zou geen problemen moeten hebben.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Een mooie uitspraak, alleen kan je er nu natuurlijk op wachten dat je op alle amerikaanse websites wordt gevraagd om even de voorwaarden te bevestigen. Op zich een logisch gevolg, waarna vervolgens de Nederlandse versies van die websites allemaal hetzelfde gaan doen, want we doen toch blind wat ze in Amerika doen.

    Als je als Nederlander op zowel de Nederlandse als de Amrikaanse markt wil richten, wat is dan handig? Aparte voorwaarden, of de meest restrictieve voorwaarden, waarbij je opneemt dat als één van de voorwaarden tegen het lokale recht ingaan, deze voorwaarde komt te vervallen zonder afbreuk te doen aan de overige voorwaarden?

    • Elroy, met een Nederlandse website die zich op de Nederlandse markt richt ontkom je niet aan het Nederlandse recht. Met het EU consumentenrecht kan een Engelse consument-gebruiker van jouw website een rechtszaak in Engeland aanspannen, maar de rechter daar moet het contract dan volgens Nederlands recht beoordelen als je Nederlands recht kiest in je voorwaarden.

      Met consumenten buiten de EU ligt het complexer… “Choice of law” clausules zijn heel normaal in de VS en ik denk dat je een Amerikaanse consument kunt dwingen een rechtszaak in Den Haag aan te spannen. Hoe het bij Canadezen, Australiërs en Nieuw-Zeelanders ligt weet ik niet, daarvoor zou ik een gespecialiseerde jurist raadplegen.

      Het is altijd aan te raden om algemene voorwaarden door een jurist die de context van het gebruik weet te laten nalopen: B2B is anders dan B2C; verkoop eist andere zaken dan dienstverlening, enz.

  2. Ik vind het wel allemaal enorm complex worden hoe in diverse landen wel of geen algemene voorwaarden gepresenteerd kunnen worden. Het lijkt er zelfs op dat in deze uitspraak de rechter de gedachte heeft dat de gemiddelde bezoeker te dom is om te beseffen dat er algemene voorwaarden zijn, onder aan de pagina. Om die reden zijn die voorwaarden dan ook niet rechtsgeldig. Lijkt mij vergelijkbaar als ik een supermarkt in ga, mijn wagentje vul met spullen en vervolgens via de nooduitgang, zonder de kassa te passeren, naar buiten ga. Zonder te betalen, dus. En dan is het geen diefstal, want niemand had mij vertelt dat ik niet met een wagen vol spullen via de nooduitgang de winkel mocht verlaten… Toch heeft deze uitspraak wel mijn steun want als software engineer weet ik dat er veel “domme bezoekers” zijn op het Internet. Ik heb zelf vaak snel door hoe een website werkt maar ik zie genoeg vrienden en familie (en dan vooral ouderen) worstelen met hoe een website precies werkt. Rekening houden met die “domme gebruiker” is erg belangrijk als je websites ontwerpt, want alles moet zo duidelijk mogelijk zijn. Het verbaast mij dan ook meer dat diverse websites juist proberen om al hun voorwaarden zo verborgen mogelijk proberen te houden, of deze dusdanig moeilijk opstellen dat de gemiddelde bezoeker ze niet zal tezen. Dat je een jurist nodig hebt om algemene voorwaarden op te stellen is al vervelend. Dat je een jurist moet zijn om algemene voorwaarden te begrijpen, vind ik gewoon niet kunnen. Duidelijkheid richting de bezoeker en openheid over hoe je handelt, dat is belangrijk. Zowel bij B2B als B2C.

  3. Heu? Moet ik nou betogen waarom jouw analogie niet klopt? Nouja, vooruit dan 🙂 De crux zit hem in “indien je weet dat er vast voorwaarden zijn”. Dat weet je niet behalve wanneer de klant daar expliciet mee instemt.

    Jouw voorbeeld gaat mank omdat wanneer er niks is afgesproken of de afspraken ongeldig zijn, de ‘default’ situatie geldt. De ‘default’ is dat wanneer je een pand inloopt je geen spullen mee naar buiten neemt, tenzij je anders overeenkomt (in de supermarkt gebeurt dat bij de kassa).

    Rondom die afspraken geldt dan bovendien gewoon de Nederlandse wetgeving. Andere regels die gelden in een supermarkt worden óf aangegeven bij de ingang in de vorm van huisregels (maar die gelden dan niet zozeer de overeenkomst, maar je gedrag in hun pand), óf zijn een verruiming in het voordeel van de consument van de wettelijke regels (“bij ons mag je altijd iets terugbrengen zonder opgaaf van reden”). Indien er tóch regels worden gehanteerd die in het nadeel van de consument zijn (“bij een defect product krijgt u een tegoedbon”) dan kunnen die verworpen worden.

    • Ik ben er nog steeds niet van overtuigd dat je huisregels eenzijdig en achteraf op kunt leggen. Ik zie ze echt als algemene voorwaarden, deel van de overeenkomst tot binnentreden.

      Ook als je het insteekt als een voorwaardelijke eenzijdige toestemming en niet een overeenkomst, dan nog zullen de huisregels vóóraf bekend moeten zijn gemaakt. Je kunt niet zeggen “komt u binnen” en nadat iemand binnen is “oh ja u moet wel een mandje gebruiken” en hem eruit zetten.

      • Eens, slimme huisregels beginnen dan ook met ‘toegang wordt verschaft onder de volgende voorwaarden’.

        Maar dat laat onverlet dat het eventueel ongeldig zijn van de huisregels nooit mogelijk zou kunnen maken dat je een supermarkt legaal kan leeghalen door de kar met boodschappen door de nooduitgang naar buiten te rijden.

        Terzijde: tijdens mijn middelbare schooltijd was er een hoop discussie omdat de plaatselijke Albert Heijn allerlei regels voor scholieren ging opleggen (omdat er nog net geen karren met snoepgoed door de nooduitgang naar buiten werden gereden), zoals ‘geen groepen van meer dan 2 personen’ en ‘hooguit 5 scholieren tegelijkertijd binnen’. Toen riep iedereen dat dat ‘discriminatie’ was. Mogen zulke huisregels?

        • In mijn schooltijd, zo’n 30 jaar geleden, waren er ook enkele winkels in de buurt van mijn school die dergelijke huisregels hanteerden. De reden daarvoor was ook vrij simpel, want grote groepen jongeren gingen toen massaal een bepaalde winkel binnen, waarbij een paar spullen kochten en zodoende het personeel bezig hielden, terwijl de rest bezig ging om hun zakken te vullen. Maar de gehele groep als medeplichtigen beschouwen als er dan toch een leerling betrapt werd ging ook weer te ver. Dus moesten de winkels wel dergelijke regels instellen om de “plotselinge druk” tijdens schoolpauses aan te kunnen. Is het discriminatie? Wel, winkels mogen zelf beslissen wie er wel en niet naar binnen mogen. Groepen die in het algemeen voor overlast zorgen mogen daarbij worden geweerd, net zoals winkeldieven geweerd mogen worden indien hun identiteit bekend is. Met een goede motivatie zou het waarschijnlijk geen discriminatie zijn. Maar dat verschilt per situatie en je ziet een dergelijk verbod vaak in de buurt van middelbare scholen.

      • Deze huisregels zul je bij een winkel dan ook moeten zien op de voordeur of voor de toegang tot het winkel-gedeelte. Maar goed, erg moeilijke huisregels zullen supermarkten ook weer niet hebben. Maar wie bij een supermarkt binnenkomt, die zou moeten weten dat er bij de ingang ook een huishoudelijk reglement te vinden moet zijn. Idem voor websites, waar een huishoudelijk reglement vaak onder iedere pagina staat. En ook voor veel websites geldt dat de huisregels in het algemeen erg simpel zijn.

        Met deze vaste locaties voor de reglementen denk ik dat iedereen zich hiervan op de hoogte zou moeten kunnen stellen. Dit is een dusdanig vast patroon dat ze wat mij betreft wel zouden moeten gelden. Alleen, die arbitrage-truuk moet op de zwarte lijst.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS