Volgens het mailtje dat ik vanochtend kreeg, zitten er 93 mensen met smart te wachten op mijn terugkeer op LinkedIn. Hoe veel er op Plaxo zitten weet ik niet, maar ik word er regelmatig aan herinnerd dat dat nog bestaat. En op Facebook is het ook heel gezellig maar zou het toch leuker zijn met mij erop. Zo ongeveer de enige waar ik géén regelmatige mailtjes van krijg is Google+. Maar mag dat allemaal zomaar, al dat commerciële gemail om mij op die netwerken te krijgen?
In principe mag dat natuurlijk niet. Ongevraagde commerciële mail heet spam, en is voor Facebook of LinkedIn net zo hard verboden als voor de Aziatische v1agraspammers. Ook in de VS, waar die bedrijven gevestigd zijn. Maar de truc die ze daar hanteren, is dat degene die zijn adresboek openzet zodat de sociale netwerken iedereen daarin kunnen oogsten en mailen, in de voorwaarden moet garanderen dat hij van iedereen uit dat adresboek toestemming heeft om dit te mogen doen. En dan kan Facebook dus met een oprecht gezicht melden dat de mail opt-in is. Ehm, tsja.
In Nederland zie ik dat argument de giecheltoets niet doorstaan. Maar bij ons is er een andere escape, namelijk de tell a friend systemen waarvoor in 2008 een soort-van uitzondering is gemaakt door spamtoezichthouder OPTA en privacywaakhond Cbp.
Een tell-a-friendsysteem is een mailsysteem op een website waarbij je als bezoeker je eigen gegevens en die van een ontvanger (een vriend) kunt invullen, waarna de website daar een mail heen stuur. Het originele idee was dat je zo snel even een tipje of signalering kon versturen, maar zoals met zo ongeveer alle technologieën op internet wordt dat binnen de kortste keren tot op het bot uitgemolken om advertenties en andere meuk mee te versturen.
Een tell-a-friendsysteem is uitgezonderd van het spamverbod als aan vier eisen is voldaan:
- De communicatie gebeurt volledig op eigen initiatief van de internetgebruiker (of afzender), de website stelt hier geen (kans op) beloning tegenover voor afzender of ontvanger.
- Voor de ontvanger moet het duidelijk zijn wie de initiatiefnemer van de e-mail is, zodat hij diegene kan aanspreken als hij niet gediend is van dergelijke mails.
- De afzender moet volledige inzage hebben in het bericht dat namens hem wordt verzonden, zodat hij de verantwoordelijkheid kan nemen voor de persoonlijke inhoud van het bericht.
- De website in kwestie mag de e-mailadressen en andere persoonsgegevens niet gebruiken of bewaren voor andere doeleinden dan het eenmalig verzenden van een bericht namens de afzender. Daarnaast dient de website het systeem te beveiligen tegen misbruik, zoals het geautomatiseerd verzenden van spam.
Een uitnodiging om lid te worden van bijvoorbeeld Facebook kan voldoen aan deze eisen. In de praktijk gaat het meestal fout bij eisen 3 en 4. Zo krijg je vaak herinneringen, dus dan worden de gegevens bewaard voor meer dan een eenmalig verzenden. En ook krijg je lang niet altijd een preview van het bericht zoals dat verzonden gaat worden.
Wél fijn is dat sommige van die netwerken de optie bieden “stuur mij nooit meer uitnodigingen”. Die zwarte lijst is niet verplicht maar ik vind dat dat eigenlijk wel zou moeten.
Arnoud
Een lezer vroeg me:
Ik neem aan dat julie je LinkedIn-wachtwoorden ook hebben veranderd ondertussen? Wat een
Een lezer vroeg me:
De cookiewet. Weinig onderwerpen hebben zó veel reacties losgemaakt vanuit de branche. Je mag geen cookies meer zetten, geen browserdetails meer uitlezen en mensen niet meer volgen zonder hun toestemming.
Regelmatig krijg ik vragen van webwinkeliers én hun klanten over retourzendingen onder de Wet koop op afstand. Een veel voorkomend discussiepunt is de beschadigde verpakking: van een stukje plakbandrest tot een compleet ontbrekende doos. Winkeliers hebben weinig trek in beschadigde verpakkingen, want dat maakt het product onverkoopbaar, maar klanten zitten vaak met een niet onbeschadigd te openen doos. Of ze willen het product efficiënt terugsturen en schrijven het retouradres op de doos.
Een lezer vroeg me:
Een lezer vroeg me:
Een lezer vroeg me: