Mogen Facebook, LinkedIn en consorten mij uitnodigen via mijn vrienden?

facebook-invite.pngVolgens het mailtje dat ik vanochtend kreeg, zitten er 93 mensen met smart te wachten op mijn terugkeer op LinkedIn. Hoe veel er op Plaxo zitten weet ik niet, maar ik word er regelmatig aan herinnerd dat dat nog bestaat. En op Facebook is het ook heel gezellig maar zou het toch leuker zijn met mij erop. Zo ongeveer de enige waar ik géén regelmatige mailtjes van krijg is Google+. Maar mag dat allemaal zomaar, al dat commerciële gemail om mij op die netwerken te krijgen?

In principe mag dat natuurlijk niet. Ongevraagde commerciële mail heet spam, en is voor Facebook of LinkedIn net zo hard verboden als voor de Aziatische v1agraspammers. Ook in de VS, waar die bedrijven gevestigd zijn. Maar de truc die ze daar hanteren, is dat degene die zijn adresboek openzet zodat de sociale netwerken iedereen daarin kunnen oogsten en mailen, in de voorwaarden moet garanderen dat hij van iedereen uit dat adresboek toestemming heeft om dit te mogen doen. En dan kan Facebook dus met een oprecht gezicht melden dat de mail opt-in is. Ehm, tsja.

In Nederland zie ik dat argument de giecheltoets niet doorstaan. Maar bij ons is er een andere escape, namelijk de tell a friend systemen waarvoor in 2008 een soort-van uitzondering is gemaakt door spamtoezichthouder OPTA en privacywaakhond Cbp.

Een tell-a-friendsysteem is een mailsysteem op een website waarbij je als bezoeker je eigen gegevens en die van een ontvanger (een vriend) kunt invullen, waarna de website daar een mail heen stuur. Het originele idee was dat je zo snel even een tipje of signalering kon versturen, maar zoals met zo ongeveer alle technologieën op internet wordt dat binnen de kortste keren tot op het bot uitgemolken om advertenties en andere meuk mee te versturen.

Een tell-a-friendsysteem is uitgezonderd van het spamverbod als aan vier eisen is voldaan:

  1. De communicatie gebeurt volledig op eigen initiatief van de internetgebruiker (of afzender), de website stelt hier geen (kans op) beloning tegenover voor afzender of ontvanger.
  2. Voor de ontvanger moet het duidelijk zijn wie de initiatiefnemer van de e-mail is, zodat hij diegene kan aanspreken als hij niet gediend is van dergelijke mails.
  3. De afzender moet volledige inzage hebben in het bericht dat namens hem wordt verzonden, zodat hij de verantwoordelijkheid kan nemen voor de persoonlijke inhoud van het bericht.
  4. De website in kwestie mag de e-mailadressen en andere persoonsgegevens niet gebruiken of bewaren voor andere doeleinden dan het eenmalig verzenden van een bericht namens de afzender. Daarnaast dient de website het systeem te beveiligen tegen misbruik, zoals het geautomatiseerd verzenden van spam.

Een uitnodiging om lid te worden van bijvoorbeeld Facebook kan voldoen aan deze eisen. In de praktijk gaat het meestal fout bij eisen 3 en 4. Zo krijg je vaak herinneringen, dus dan worden de gegevens bewaard voor meer dan een eenmalig verzenden. En ook krijg je lang niet altijd een preview van het bericht zoals dat verzonden gaat worden.

Wél fijn is dat sommige van die netwerken de optie bieden “stuur mij nooit meer uitnodigingen”. Die zwarte lijst is niet verplicht maar ik vind dat dat eigenlijk wel zou moeten.

Arnoud

Het faillissement van een online-backupdienstverlener

Een lezer vroeg me:

Ik wil graag weten hoe de volgende zaken bij een online backupdienst geregeld zijn. Stel dat de provider failliet gaat. Op welke wijze is de klant dan gegarandeerd dat hij zijn data nog kan benaderen en dat de data terugkomt en dat hij de tijd heeft om zijn data kan weghalen?

Dit is niet geregeld en je hebt dus een probleem als dit gebeurt.

Online dienstverlening is zo nieuw dat er maar bar weinig geregeld is, en al helemaal niet op het gebied van beschikbaarheid en continuïteit. Als je de wet erbij pakt, kom je niet verder dan algemene zinnen als dat de dienstverlener “de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen” moet. Maar dat vertalen naar een harde SLA is echt onmogelijk; dat moet de markt zelf verzinnen, is de gedachte. En pas als dat niet blijkt te werken, komen er misschien wettelijke maatregelen.

Een contract kan nog zo veel mooie dingen beloven, maar bij faillissement houdt alles op. De curator is gerechtigd de stekker eruit te trekken, ook bij klanten die al vooruit betaald hadden en ook bij klanten tegen wie gegarandeerd was dat het systeem zou blijven draaien ook na faillissement. En ja, dat is natuurlijk contractbreuk maar een claim wegens contractbreuk mag u indienen bij de boedel en die wordt dan misschien betaald – als de Belastingdienst en de bank zijn betaald.

De enige echte manier om dit te regelen binnen de huidige wetgeving is een stichting continuïteit opzetten die met de provider van de cloudprovider regelt dat het systeem blijft doordraaien na het faillissement. De stichting betaalt dan de rekening. Op die manier kan iedereen nog even doorhobbelen. Ook heb ik wel constructies gezien waarbij de data onder beheer van een stichting kwam (bijvoorbeeld door een nachtelijke kopie af te geven) die vervolgens bij faillissement deze toegankelijk maakt in een open bestandsformaat. Kan, maar iedereen moet dat wel apart regelen.

Biedt het bedrijf niet zo’n regeling, dan heb je twee opties: 1) de dienst niet gebruiken of 2) elke nacht een kopie maken van de data. Wat eigenlijk ook weer neerkomt op niet gebruiken want je zet nou net dingen online in een backup zodat je het niet zelf hoeft te backuppen. Maar iets beters weet ik niet.

En oh ja, meer over dit soort problemen lees je in ons nieuwe boek Cloud: Deskundig en praktisch juridisch advies waarvan de voorintekening net is geopend.

Arnoud

Moet je van de wet wachtwoorden salten?

password-salt.jpgIk neem aan dat julie je LinkedIn-wachtwoorden ook hebben veranderd ondertussen? Wat een pijnlijke fout was dat zeg, lekken van hashes van 6,5 miljoen wachtwoorden van gebruikers. Vooral omdat die hashes niet “gesalt” waren, waardoor eenvoudig te raden was wat de werkelijke wachtwoorden waren. Maar, zo vroegen vele lezers me, is hashen dan niet wettelijk verplicht?

Het flauwe antwoord op die vraag is dat wat verplicht is vaak totaal losstaat van wat bedrijven doen. Maar een iets minder flauw antwoord is dat de wet eigenlijk helemaal niets specifiek voorschrijft omtrent beveiliging. Zo ongeveer de enige relevante wet hier is de Wet bescherming persoonsgegevens, en die bepaalt dat je “adequate” beveiliging moet hanteren voor persoonsgegevens. Een LinkedIn-profiel is een verzameling persoonsgegevens, dus daar geldt die eis zonder meer op.

Maar wat is nu adequaat? Dat staat niet in de wet. Er zijn allerlei aanbevelingen van allerlei partijen (zoals de paper van het Cbp zelf) maar die zijn formeel niet bindend. Je moet dus zelf bepalen wat adequaat is, gezien het soort gegevens en hoe kwetsbaar of aantrekkelijk die zijn. LinkedIn zou dus kunnen zeggen “ongesalte wachtwoordhashes zijn goed genoeg voor onze profielen”, maar dan ben ik héél benieuwd naar de onderbouwing daarvan.

Sterker nog, ik kan me bijna niet voorstellen dat daar een onderbouwing voor te bedenken is. Het is ondertussen algemeen bekend dat gehashte wachtwoorden eenvoudig te kraken zijn. Hoewel ze in theorie niet omkeerbaar zijn, is het ondertussen praktisch goed te doen om met brute force uit te proberen welke wachtwoorden tot welke hashes leiden. Zo goed zelfs dat ik wel durf te zeggen dat ongesalte wachtwoordhashes bewaren net zo veilig is als gewoon de wachtwoorden zelf opslaan. Bijna niet dus.

Wettelijk gezien is er dus geen harde eis en geen vast toetsingskader. Maar van concrete maatregelen is wel te zeggen of ze wel of niet verstandig zijn. Weten jullie nog meer veel gemaakte fouten omtrent beveiliging?

Arnoud<br/> Foto: Cardinal Path

Embedden van plaatjes bij Pinterest

pinterest-embed-knopje.jpgEen lezer vroeg me:

Pinterest laat derden plaatjes publiceren op hun site. Maar ze bieden de plaatjes ook via embedlink aan. Dat betekent dat ik ze dus op mijn site kan zetten, zonder dat ik ze zelf hoef te hosten. Welke positie heb ik als de maker van dat plaatje vervolgens bij mij komt klagen dat zijn auteursrecht is geschonden?

Enige tijd terug blogde ik al over Pinterest: zij zijn niet aansprakelijk voor de foto’s die hun gebruikers (pinners?) bij hen hosten. De pinners zelf zijn dat wel natuurlijk, want zij kopiëren en herpubliceren die foto’s op de site van Pinterest. Maar hier gaat het om een net iets ander stukje: met een speciaal knopje kun je plaatjes die op Pinterest staan, embedden in je eigen blog of site.

In al wat oudere rechtspraak werd nog wel eens aangenomen dat het embedden (inline linken) van een foto vanaf andermans site tot auteursrechtinbreuk leidde. De rechtbank Rotterdam vond het in 2004 bijvoorbeeld een inbreuk om foto’s te tonen op een forumpagina “door middel van een zogenoemde deep-link”. En in 2007 vond de rechtbank Haarlem het inbreuk omdat “[h]et werk immers als onderdeel van een ander werk weergegeven [is]”.

In 2010 werden we verrast door het Gerechtshof Den Bosch dat oordeelde dat “betrekkelijk eensgezind aangenomen [wordt] dat een embedded link wel een openbaarmaking inhoudt.” Maar waar die eensgezindheid uit blijkt, ik weet het nog steeds niet.

Mede vanwege deze uitspraken is Buma/Stemra enige tijd geleden gaan roepen dat embedden van Youtubemuziek je B/S-betalingsplichtig maakt. Ik weet niet of de situaties echt vergelijkbaar zijn: bij embedden van Youtube is immers duidelijk de Youtube-player zichtbaar. Daarmee is die player niet “onderdeel van een ander werk”.

Ik denk dat dit argument ook opgaat bij het embedden van Pinterest-collecties. Die worden in de layout en vormgeving van Pinterest opgenomen, en zijn zo duidelijk een stukje dat van Pinterest afkomstig is. Pas als je individuele plaatjes direct gaat embedden (met je eigen <img src=”http://pinterest.com/example.jpg”>) zou je in de situatie terechtkomen waar deze rechtspraak over ging.

Arnoud

De cookiewet: ook voor affiliate marketing een probleem

cookie-bril.jpgDe cookiewet. Weinig onderwerpen hebben zó veel reacties losgemaakt vanuit de branche. Je mag geen cookies meer zetten, geen browserdetails meer uitlezen en mensen niet meer volgen zonder hun toestemming.

Meest gehoorde misverstand: de cookiewet gaat over tracking cookies, dus als je geen tracking doet (of op andere manier persoonsgegevens verwerkt) dan is er niets aan de hand. Niets is minder waar. De cookiewet gaat over élk cookie, ongeacht welk doel. Alleen cookies die “strikt noodzakelijk” zijn voor de door de gebruiker gewenste dienst, vallen buiten de wet. En gezien het doel van de cookiewet en de gekozen formulering van dat stukje uit de wet, is het erg moeilijk om onder deze uitzondering te vallen.

Eén soort cookies waar ik nog maar weinig over gezien heb maar die wél een probleem heeft met de cookiewet, is(*) het affiliatecookie. Wanneer iemand een site bezoekt en vanaf daar doorgelinkt wordt naar een webwinkel waar hij iets koopt, kan de winkel de eigenaar van die site (de partner of affiliate) belonen met een deel van de aankoopsom. Hierbij wordt een cookie gezet bij de affiliatesite en uitgelezen bij de webwinkel, zodat de winkel weet wie de affiliate was die deze koper aanbracht. (Naast koop kun je ook beloond worden voor het aanbrengen van leads, mensen die interesse hebben maar nog niks kopen).

Dit soort cookies vereist toestemming, ook al identificeert het alleen de affiliate en niet de bezoeker zelf. Net als overigens de andere trucs waarmee affiliates herkend worden, zoals codes in de URL of zelfs de referrer header die meegestuurd wordt. De cookiewet is als naam immers licht misleidend: het gaat niet om cookies, het gaat om uitlezen van gegevens van de computer van de bezoeker. En een referrer is net zo goed “gegevens” als een cookie.

En nee, dit is volstrekt onwerkbaar want je wilt bezoekers écht niet lastigvallen met zulke vragen. Probeer überhaupt eens uit te leggen wat een affiliate is en hoe hij werkt, aan iemand die gewoon je artikel wil lezen. Ik zou alleen écht niet weten hoe dit anders kan onder de cookiewet. Gegevens lezen is toestemming vragen, tenzij je die gegevens echt nodig hebt om de data te kunnen sturen waar de bezoeker om vraagt. En affiliate-cookies zijn niet nodig om een webpagina op het scherm te krijgen of naar een webwinkel te verwijzen.

Een sprankje hoop biedt nog de recente cookiewetopinie van de Artikel 29 Werkgroep. Deze analyseert op onnavolgbaar juridische wijze de uitzondering onder de cookiewet om zo toch een aantal dingen te kunnen noemen die legaal zouden moeten zijn. Maar veel verder dan dat load balancing cookies en Flash cookies (mits niet persistent) legaal zijn, komen ze niet.

Opmerkelijk is wel dat men constateert dat first-party Analytics tools (zoals Piwik) óók toestemming vereisen maar dat dit eigenlijk anders zou moeten (kunnen?) zijn:

[F]irst party analytics cookies are not likely to create a privacy risk when they are strictly limited to first party aggregated statistical purposes and when they are used by websites that already provide clear information about these cookies in their privacy policy as well as adequate privacy safeguards. Such safeguards are expected to include a user friendly mechanism to opt-out from any data collection and comprehensive anonymization mechanisms that are applied to other collected identifiable information such as IP addresses.

Ik hoop dat de OPTA hieruit de wijze les trekt dat handhaving tegen dergelijke bagatelcookies weinig productief is.

Oh, wie meer wil weten over deze wet: schrijf je in voor onze Cookie Workshop op 28 juni aanstaande. Lezers van deze blog krijgen met code iusmentisblog 25 euro korting.

Arnoud<br/> * Het soort cookies is? Het soort cookies zijn? Ruud, help!

“De doos is beschreven en dus wordt uw retour niet geaccepteerd”

doos-pakket-beschadigd.jpgRegelmatig krijg ik vragen van webwinkeliers én hun klanten over retourzendingen onder de Wet koop op afstand. Een veel voorkomend discussiepunt is de beschadigde verpakking: van een stukje plakbandrest tot een compleet ontbrekende doos. Winkeliers hebben weinig trek in beschadigde verpakkingen, want dat maakt het product onverkoopbaar, maar klanten zitten vaak met een niet onbeschadigd te openen doos. Of ze willen het product efficiënt terugsturen en schrijven het retouradres op de doos.

De Wet koop op afstand is eigenlijk simpel: de consument mag elke aankoop (nou ja, bijna) terugsturen binnen zeven werkdagen. Dit recht van retour kan niet worden ingeperkt door de winkel. Regels als “u moet eerst een RMA autorisatie hebben” of “indien u niet binnen 24 uur inspecteert vervalt uw recht” gaan dus niet op.

Het recht van retour vervalt óók niet doordat het product beschadigd is, laat staan als alleen de verpakking dat is. Een beschadigde verpakking mag hooguit leiden tot een schadeclaim door de winkelier voor de vervangingswaarde van de verpakking. Een winkel kan dus een paar euro van het terug te betalen bedrag halen als dat bedrag de schade dekt. (En vaste “administratiekosten” of “forfaitaire vervangingswaarde”-bedragen gaan natuurlijk niet op.)

Dat het product onverkoopbaar wordt door de manier waarop de consument het terugstuurde, is erg vervelend maar géén argument om de retour niet te weigeren. Het zou erg fijn zijn als consumenten de bruine verzenddozen bewaren en daar het product weer in terugsturen (en dáár dan dus met grote markeerstiften adressen op zetten) maar de wet eist dit nu eenmaal niet.

Dat gezegd hebbende vraag ik me ook wel eens af hoe mensen bepaalde krassen, deuken of andere beschadigingen voor elkáár krijgen.

Arnoud

“De doos is beschreven en dus wordt uw retour niet geaccepteerd”

doos-pakket-beschadigd.jpgRegelmatig krijg ik vragen van webwinkeliers én hun klanten over retourzendingen onder de Wet koop op afstand. Een veel voorkomend discussiepunt is de beschadigde verpakking: van een stukje plakbandrest tot een compleet ontbrekende doos. Winkeliers hebben weinig trek in beschadigde verpakkingen, want dat maakt het product onverkoopbaar, maar klanten zitten vaak met een niet onbeschadigd te openen doos. Of ze willen het product efficiënt terugsturen en schrijven het retouradres op de doos.

De Wet koop op afstand is eigenlijk simpel: de consument mag elke aankoop (nou ja, bijna) terugsturen binnen zeven werkdagen. Dit recht van retour kan niet worden ingeperkt door de winkel. Regels als “u moet eerst een RMA autorisatie hebben” of “indien u niet binnen 24 uur inspecteert vervalt uw recht” gaan dus niet op.

Het recht van retour vervalt óók niet doordat het product beschadigd is, laat staan als alleen de verpakking dat is. Een beschadigde verpakking mag hooguit leiden tot een schadeclaim door de winkelier voor de vervangingswaarde van de verpakking. Een winkel kan dus een paar euro van het terug te betalen bedrag halen als dat bedrag de schade dekt. (En vaste “administratiekosten” of “forfaitaire vervangingswaarde”-bedragen gaan natuurlijk niet op.)

Dat het product onverkoopbaar wordt door de manier waarop de consument het terugstuurde, is erg vervelend maar géén argument om de retour niet te weigeren. Het zou erg fijn zijn als consumenten de bruine verzenddozen bewaren en daar het product weer in terugsturen (en dáár dan dus met grote markeerstiften adressen op zetten) maar de wet eist dit nu eenmaal niet.

Dat gezegd hebbende vraag ik me ook wel eens af hoe mensen bepaalde krassen, deuken of andere beschadigingen voor elkáár krijgen.

Arnoud

Is dat internetreglement eigenlijk wel bindend?

modelgedragscode-internet.pngEen lezer vroeg me:

Vorige week ontving ik ineens een “Reglement Gebruik ICT-middelen en Internet” in de interne mail. Hierin worden strenge regels gesteld over wat ik wel en niet mag met de computer en internetverbinding van het werk. Zo mag ik alleen in de lunchpauze en na 17:00 nog privédingen doen, kunnen ze mijn mail screenen en mogen websites worden geblokkeerd. Ik heb meteen teruggemaild dat ik niet akkoord ben met deze wijziging van mijn arbeidscontract, maar mijn manager zegt dat ik er gewoon aan gebonden ben! Hoe zit dat nu?

Veel mensen denken dat de werkgever alleen regels mag stellen of veranderingen mag doorvoeren als de werknemers daarmee instemmen, of als het in het arbeidscontract staat. Dat is niet zo. Een internetreglement (om het zo maar even te noemen) mag de werkgever eenzijdig invoeren. De wet (art. 7:660 BW) bepaalt dat de werkgever een instructiebevoegdheid heeft: hij mag regels stellen over hoe het werk wordt uitgevoerd en hoe volgens hem de goede sfeer op de werkvloer wordt bewaard.

Op deze grond kan een werkgever bijvoorbeeld bepalen dat je van een kantoor naar een kantoortuin gaat, of dat verkopers bepaalde kledingvoorschriften moeten volgen. Een internetreglement bevat ook dergelijke regels, maar dan specifiek over internet- en ICT-gebruik. Dat is dus toegestaan om in te voeren, ook zonder overleg en ook als in de arbeidsovereenkomst niets staat over die bevoegdheid.

Wel ligt de grens bij “voorschriften omtrent het verrichten van de arbeid” en “bevordering van de goede orde in de onderneming”. Elke regel moet dus uiteindelijk tot één van deze twee grondslagen te rechtvaardigen zijn. Je kunt als werkgever dus bijvoorbeeld het luisteren naar internetradio verbieden als dat overlast op het netwerk veroorzaakt (vanwege het vele dataverkeer) maar niet het hebben van een Facebookprofiel. Dat laatste heeft niets te maken met het werk of de goede orde. Wél zou je kunnen verbieden dat men op dat Facebookprofiel roddelt over collega’s, want dát raakt de goede orde.

Wil een bedrijf verder gaan dan deze grens, dan moet het terugvallen op de open norm van goed werknemerschap (artikel 7:611 BW), waaraan werknemers gebonden zijn. Maar dat is meer iets voor concrete situaties: jij, medewerker Wim, bent in dit geval niet bezig als goed werknemer. Een algemene regel “doe X niet want dat is geen goed werknemerschap” is lastig voorstelbaar. Een alternatief is in de arbeidsovereenkomst expliciete regels op te nemen, maar dat kan dan niet eenzijdig. Denk aan het LinkedIn-opschoonbeding.

Arnoud

Downtime van Diablo 3 versus werkende mensen

diablo-down-error.jpgEen lezer vroeg me:

Zoals je misschien weet is op 15 mei Diablo 3 gereleased. Een spel om heerlijk kwaad monstertjes dood te klikken, er is toch niks mooiers! zou je zeggen. 12 jaar lang wachten werd eindelijk beloond. Welnu, het feest pakt anders uit. Want vanwege mijn fulltime baan kan ik alleen in de piekuren spelen, en precies tijdens die tijden is de online component van Diablo steeds overbelast. Bottom line: ik heb 60 euro betaald voor een spel dat ik nauwelijks kan spelen. Wat kan ik nu doen?

Het is voor de vraagsteller erg zuur dat hij veel downtime heeft omdat hij alleen ’s avonds kunt spelen, net in hun maintenance window. Maar juridisch gezien is de vraag of zij daar rekening mee moeten houden, zeker omdat hij ze dat niet vooraf verteld heeft. Ik denk dus niet dat je met dát argument heel ver komt.

Algemeen gezegd: een spel is een product (want software kun je kopen) en dus moet het spel voldoen aan de verwachtingen. Het spel moet dus speelbaar zijn. Nu is Diablo 3 dat op zich wel, alleen vereist elk potje (ook in single player) dat je online gaat en verbinding maakt met die online component. En als die er steeds uit ligt, dan is het spel niet speelbaar.

Voor die dienst ligt het juridisch iets lastiger, want dat is geen product en de verwachtingen die je mag hebben, zijn dus minder duidelijk. Je mag een goede inspanning verwachten van de leveranciers van Diablo, maar hoe ver gaat dat? Wanneer hebben ze hun best gedaan? Daarbij zullen allerlei factoren meespelen, zoals of het hier gaat om een kortetermijnprobleem van vlak na de lancering of een structureel probleem.

Er is gewoon geen goede wetgeving op dit gebied. Meer dan de hele algemene regel “dit voelt niet als een redelijke invulling van het contract” met dan wat zelfbedachte argumenten is er niet.

Het wordt echt tijd voor een setje consumentenwetgeving die hier duidelijker regelt waar je aan toe bent. Of op zijn minst eens een rechtszaak.

Arnoud

Ik moet mijn LinkedIn opschonen bij mijn ontslag!

linkedin-breek-connecties.pngEen lezer vroeg me:

Ik werk tot 1 juli als sales manager en daarna stap ik over naar een concurrent. Nu heb ik een relatiebeding in mijn contract, en mijn huidige werkgever zegt dat ik hierom verplicht ben om mijn LinkedIn op te schonen. Alle contacten die als relatie van het werk tellen, moet ik verbreken. Inclusief contacten die ik al hád toen ik hier kwam. Moet dat echt?

Met een relatiebeding kan een werkgever voorkomen dat werknemers gedurende een zekere tijd zijn relaties benadert met het oog op acquisitie of overname van dienstverlening. Een relatiebeding moet schriftelijk worden overeengekomen, en wel in de arbeidsovereenkomst zelf. Je hebt er dus voor getekend en dan zit je er ‘gewoon’ aan vast.

Het lijkt mij dat als je afspreekt je “oude” relaties niet meer te benaderen na ontslag, je dat ook niet via Linkedin (of Hyves of Xing of Facebook) mag doen. Het technisch middel doet er niet toe, waar het om gaat is wat jij als ex-werknemer doet: probeer je oude relaties mee te nemen naar je nieuwe werk? Zo ja, dan overtreed je het relatiebeding.

In 2011 bleek een ex-werknemer zijn relatiebeding te hebben geschonden door een relatie van zijn voormalige werkgever via LinkedIn te accepteren. Maar dat is wel wat meer dan het enkele hébben van een contact.

Of het louter hébben van het contact, of het over koetjes en kalfjes communiceren met zo’n contact ook al onder het relatiebeding valt, is dubieus. In februari bepaalde de Maastrichtse de rechter dat het enkele communiceren via sociale media met ‘verboden’ relaties nog geen overtreding was:

[Voor een overtreding zou gedaagde] bijvoorbeeld zijn contacten op die media (friends/vrienden) expliciet moeten vragen om wanneer zij bij [eiser] zijn ingeschreven, over te stappen naar zijn dansschool.

Het lijkt me dus zeker geen automatisme dat een relatiebeding dús impliceert dat de LinkedIn moet worden opgeruimd op de laatste werkdag.

Voor een paar klanten heb ik “opschoonbedingen” gemaakt die naast het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst komen. Hierin wordt bepaald dat werkgever en werknemer op de laatste werkdag gezamenlijk het LinkedIn account doornemen en ‘verboden’ relaties zullen verwijderen. Dan is er geen discussie meer: je hebt getekend voor opschonen, dus je gáát opschonen.

Enige nadeel hiervan is dat je de discussie of dit wel passend is, nu moet voeren bij je net-nieuwe werkgever. Of nog niet eens echt werkgever: je moet het contract nog tekenen, dus hij kán je zomaar eruit zetten als je nu gaat piepen. Liever zou ik dus zien dat een werkgever dit soort bedingen in het onderhandelingstraject meldt en niet op de dag voor de eerste werkdag waar je de formele handtekening komt zetten.

Arnoud