Gastpost: Netneutraliteit en de Mediawet, het vervolg

| AE 5781 | Ondernemingsvrijheid | 4 reacties

Deze week ben ik met vakantie. Daarom vandaag wederom een gastpost van Michel Arts over een interessant probleem rond netneutraliteit: de Mediawet heeft daar ook nog wat over te zeggen. In dit vervolg gaat hij dieper in op de situatie rond omroepzenders.

Vorige week woensdag heb ik uitgelegd waarom de Mediawet 2008 niet netneutraal is. Ik heb het toen alleen gehad over de vraag of het internet als omroepnetwerk (kabeltelevisienetwerk) beschouwd moet worden en welke consequenties dit heeft voor de netneutraliteit. Bij omroepzenders heb je hetzelfde probleem. Is een zender van een 3G- of 4G-netwerk een omroepzender als via die zender omroepprogramma’s verspreid worden?

Een omroepzender wordt in artikel 1.1 van de Mediawet 2008 gedefinieerd als

radiozendapparaat als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel kk, van de Telecommunicatiewet dat wordt gebruikt of mede wordt gebruikt voor het verspreiden van programma’s
De gebruikte frequentie is dus niet van belang. Het gaat er alleen om of de zender gebruikt wordt voor de verspreiding van programma’s. Dat zou betekenen dat zendmasten voor 3G- en 4G-netwerken ook omroepzenders zijn: via mobiel internet worden immers ook radio- en televisieprogramma’s verspreid. Artikel 6.10 van de Mediawet 2008 is ook van toepassing op de aanbieder van een omroepzender. Als een zender de status van omroepzender heeft moet de aanbieder van die zender dus omroepdiensten waarvoor geen toestemming is verleend, blokkeren. Dat is in strijd is met het beginsel van netneutraliteit als de aanbieder van die zender geen zeggenschap heeft over de inhoud die verspreid wordt.

Maar wordt de soep wel ze heet gegeten als hij wordt opgediend? Als je naar de ontwikkeling van kerkradio kijkt, blijkt dat dat niet het geval is. Kerkradio is het uitzenden van kerkdiensten via een zender naar ontvangers bij gelovigen thuis. Zij kunnen de kerkdienst dan thuis volgen. Lange tijd had Nederland slechts twee kerkzenders, namelijk die van de Geformeerde Kerk in Bloemendaal (al sinds 1924) en die van de Gereformeerde Kerk in Apeldoorn. De kerkzender van Bloemendaal zendt uit via de middengolf en die van Apeldoorn via de FM-band. De wetgever beschouwde deze zenders als een vorm van radio-omroep. De oude mediawet regelde deze zenders in artikel 161. Dat artikel stond het aan beide kerkelijke gemeenten toe om een radioprogramma te verzorgen dat bestaat uit een weergave van kerkdiensten. In de Mediawet 2008 komt een dergelijk artikel niet meer voor. Tegenwoordig zenden deze zenders uit als evenementenzender op basis van artikel 6.9 van de Mediawet 2008 (Handelingen Tweede Kamer 26 juni 2008, p. 7212).

Sinds 2005 bestaat er ook een andere vorm van kerkradio. Die is destijds ingevoerd als alternatief voor kerktelefonie via telefoonlijnen, de kabel of internet. Daarbij worden kerkdiensten niet uitgezonden via de middengolf of de FM-band maar via de 150MHz-band die vroeger gebruikt werd voor het eerste autotelefoonnetwerk (ATF1). Volgens Agentschap Telecom is dit geen vorm van omroep die onder de Mediawet 2008 valt. Op zijn website schrijft Agentschap Telecom namelijk:

Uitzendingen als bedoeld in de Mediawet, zoals bijvoorbeeld omroepprogramma’s, muziekprogramma’s, berichten van derden en reclame zijn niet toegestaan.
Ook rangschikt Agentschap Telecom op zijn website kerkradio onder de noemer Mobiele communicatie en niet onder Media en omroepen. Overigens spreekt het agentschap niet over kerkradio maar over kerktelefonie.

Het lijkt er dus op dat het onderscheid tussen kerkradio via de middengolf en FM-band enerzijds en kerkradio via de 150MHz-band anderzijds, gemaakt wordt op basis van de gebruikte frequentie. Maar zoals ik hierboven al aangegeven heb is dat voor de Mediawet 2008 helemaal geen criterium. Ook het feit dat de uitzendingen via de 150MHz-band slechts voor een beperkt publiek bestemd zijn kan geen reden zijn om deze uitzendingen anders te beschouwen dan die via de middengolf en FM-band. In de definitie van omroepdienst in artikel 1.1 wordt namelijk ook gerefereerd naar ontvangst door een deel van van het algemene publiek.

3G- en 4G-netwerken maken geen gebruik van omroepfrequenties zoals de middengolf en de FM-band. Naar analogie van de kerkzenders in de 150MHz-band moeten de zenders van 3G- en 4G-netwerken dus ook niet beschouwd worden als omroepzenders. Maar dat volgt dus niet duidelijk uit de Mediawet 2008.

Hoe kan de Mediawet 2008 op dit punt verbeterd worden? De definitie van omroepzender zou uitgebreid kunnen worden tot

radiozendapparaat als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel kk, van de Telecommunicatiewet dat wordt gebruikt of mede wordt gebruikt voor het verspreiden van programma’s en waarbij gebruik wordt gemaakt van frequentieruimte waaraan in het frequentieplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Telecommunicatiewet omroep als hoofdcategorie van gebruik is toegewezen
De betekenis van het begrip omroepzender wordt dan beperkt tot zenders die uitzenden op frequenties die speciaal voor omroepdiensten bestemd zijn. Het Nationaal Frequentieplan 2005 wijst de middengolf, de FM-band en de frequenties die voor DVB-T en DAB gebruikt worden aan als frequentieruimte met omroep als hoofdbestemming. Hetzelfde geldt voor de (in Nederland niet meer gebruikte) omroepbanden op de lange- en kortegolf. De frequenties die voor 3G- en 4G-netwerken gebruikt worden en de frequentieruimte in de 150MHz-band voor kerkradio hebben geen omroep als hoofdbestemming. Volgens de door mij voorgestelde definitie van omroepzender zijn de zenders die daarvoor gebruikt worden dus geen omroepzender.

Michel Arts heeft elektrotechniek gestudeerd aan de Technische Universiteit Eindhoven en is antenneontwerper bij ASTRON. Naast techniek gaat zijn persoonlijke belangstelling uit naar (de geschiedenis van) auteursrecht, mediarecht en telecommunicatierecht.

Deel dit artikel

  1. Is het gebruik van de 150MHz band überhaupt toegestaan? AFAIK is die band gereserveerd (licensed band, zoals dat op zijn Amerikaans heet), waarmee het zenden op deze banden specifiek toegestaan moet worden. Als ik me goed herinner wordt deze band o.a. door relatief oude medische apperatuur gebruikt…

    Met een beetje zoekwerk vond ik hier (fancy PDF plaatje voor de USA) een aardig overzicht; voor Duitsland is er een mooie PDF van de BNA (4MiB), waar 150MHz voor satellietcommunicatie gereserveerd is (zie pagina 186-187). Overgens: amateur radio ligt in de buurt van 150MHz, maar net eronder. Volgens het eerste wiki-artikel geldt dit in Amerika:

    148-150 Land mobile, fixed, satellite 150–156 MHz: “VHF business band,” public safety, the unlicensed Multi-Use Radio Service (MURS), and other 2-way land mobile, FM

    < /offtopic>

    Interessanter vind ik als informaticus dat die beide wetten überhaupt wat te zeggen hebben over de zendmasten. Immers: het zijn verbindingsnetwerken, net als bijvoorbeeld de glas/kabelverbinding naar je huis. Valt mijn eigen (layer 2) switch nu ook onder deze wet? Hoe zit het dan met routers/NATs? Als informaticus vind ik het natuurlijk makkelijk(er) om het geheel afhankelijk van layers te reguleren, maar wat vinden jullie daarvan?

  2. Is het gebruik van de 150MHz band überhaupt toegestaan? AFAIK is die band gereserveerd (licensed band, zoals dat op zijn Amerikaans heet), waarmee het zenden op deze banden specifiek toegestaan moet worden. Als ik me goed herinner wordt deze band o.a. door relatief oude medische apperatuur gebruikt…

    Voor het gebruik van de 150MHz-band voor het gebruik van kerktelefonie heb je een vergunning nodig. Dat gebruik is dus niet vergunningvrij. De precieze frequentieband voor kerktelefonie ligt tussen 153 en 154 MHz. Volgens het Nationaal Frequentieplan 2005 is deze band naast kerktelefonie ook bestemd voor landmobiele communicatie.

    Interessanter vind ik als informaticus dat die beide wetten überhaupt wat te zeggen hebben over de zendmasten. Immers: het zijn verbindingsnetwerken, net als bijvoorbeeld de glas/kabelverbinding naar je huis. Valt mijn eigen (layer 2) switch nu ook onder deze wet? Hoe zit het dan met routers/NATs? Als informaticus vind ik het natuurlijk makkelijk(er) om het geheel afhankelijk van layers te reguleren, maar wat vinden jullie daarvan?
    Je eigen switch of router maakt geen deel uit van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Dat kan dus geen omroepnetwerk zijn. De mediawet is daarop dus niet van toepassing.

    • Daarop moet ik misschien mijn vraag nieuw formuleren; wat is de definitie van ‘openbaar’ in deze context? Immers zijn de zendmasten ook in privaat bezit, voor zover ik weet. Ik heb even gespiekt, en ik denk dat ik het meeste nu snap. Ik copy-paste even om alles bijelkaar te hebben: mediawet ’08 verwijst naar telcowet ’13 en die zegt onder andere:

      g. openbare elektronische communicatiedienst: elektronische communicatiedienst die beschikbaar is voor het publiek;

      h. openbaar elektronisch communicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma’s voor zover dit aan het publiek geschiedt; Bij deze h. staat geheel of hoofdzakelijk wat bij routers en hotspots natuurlijk niet van toepassing is (hoewel die wel openbaar kunnen zijn, ik heb bijvoorbeeld vernomen dat Ziggo routers van klanten als hotspots gebruikt). Mijn vraag nu: waarom zijn 3/4G netwerken anders dan 802.11(a/b/g/n/…) netwerken? Merk op dat beiden onder de definitie ” radiozendapparaat als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel kk, van de Telecommunicatiewet dat wordt gebruikt of mede wordt gebruikt voor het verspreiden van programma’s” vallen:

      kk. radiozendapparaten: uitrusting die naar haar aard bestemd is voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen;

      • Daarop moet ik misschien mijn vraag nieuw formuleren; wat is de definitie van ‘openbaar’ in deze context? Immers zijn de zendmasten ook in privaat bezit, voor zover ik weet. Ik heb even gespiekt, en ik denk dat ik het meeste nu snap.

        De eigendom van de zendmasten doet er niet toe. Het gaat er om of het netwerk geheel of hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het aanbieden van openbare elektronische communicatiediensten zoals het verspreiden van programma’s naar het publiek.

        Bij deze h. staat geheel of hoofdzakelijk wat bij routers en hotspots natuurlijk niet van toepassing is (hoewel die wel openbaar kunnen zijn, ik heb bijvoorbeeld vernomen dat Ziggo routers van klanten als hotspots gebruikt). Mijn vraag nu: waarom zijn 3/4G netwerken anders dan 802.11(a/b/g/n/…) netwerken?
        Bij de Ziggo hotspots zijn de Ziggo-routers onderdeel van een openbaar elektronisch communicatienetwerk omdat andere Ziggo-abonnees via die routers gebruik kunnen maken van het Ziggo-netwerk. Als de router niet door andere abonnees gebruikt kan worden maakt deze geen deel uit van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, maar is het slechts een randapparaat. Er is dus geen principieel verschil tussen 3G/4G-netwerken en Wifi-netwerken. Het gaat er slechts om of het netwerk gebruikt wordt voor het aanbieden van openbare elektronische communicatiediensten. Bij 3G/4G-netwerken is dat het geval. Bij Wifi-netwerken meestal niet (uitgezonderd Ziggo-hotspots en openbare hotspots).

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS