Mag de politie particuliere beveiligingscamera’s in een database stoppen?

| AE 9651 | Privacy | 11 reacties

Particulieren en bedrijven hebben al 160.000 beveiligingscamera’s aangemeld bij de politie, las ik bij Nu.nl. Via de database kunnen camerabeelden sneller worden opgevraagd na misdaden. De politie kan (uiteraard) niet live meekijken in al die databases, maar wel sneller een relevante camera vinden die mogelijk beelden van een ongeval of strafbaar feit heeft vastgelegd. Wat de vraag oproept, mogen ze die database zo opbouwen en mag men dan ook beelden opvragen bij de camera-eigenaar?

De politiedatabank, Camera in beeld geheten, is een politiesysteem dat alle (particuliere en overheids-)camera’s op een kaart weergeeft. Het gaat dus alleen om contactgegevens van de eigenaar en gegevens over de locatie van de camera en wat er wordt gefilmd. Er komen geen beelden in de databank.

Ik zie weinig bezwaren tegen het opbouwen van zo’n databank. De mensen die meedoen, doen dat geheel vrijwillig en niemand is verplicht om zijn cameragegevens aan de politie te verstrekken.

Het opvragen van die beelden ligt iets ingewikkelder. Op zich is -zoals de site van de politie ook terecht meldt- het volstrekt legaal om particuliere camerabeelden in te brengen als bewijs. Een ondernemer die een misdrijf vastgelegd ziet op zijn camerabeelden, kan daar dus zonder problemen mee naar de politie om aangifte te doen (ook als hij geen slachtoffer is overigens maar alleen getuige). Dat geldt zelfs wanneer zijn camera er in strijd met de wet hangt, bijvoorbeeld omdat er geen duidelijk waarschuwingsbordje hangt.

Alleen wat hier gebeurt, is dat de politie het initiatief neemt om de camerabeelden op te vragen wanneer zij een redelijk vermoeden heeft dat er een strafbaar feit op te zien is. Denk aan een vluchtende overvaller of een beroving in het zicht van die camera. De regels worden anders wanneer de politie dingen doet: wanneer dat raakt aan de privacy of andere grondrechten van de burger, dan mag dat alleen wanneer daar een specifieke wettelijke regeling voor getroffen is.

De Vraag en Antwoord geven aan:

Wanneer de politie het vermoeden heeft dat de beelden een daadwerkelijke meerwaarde kunnen geven in een opsporingsonderzoek. De politiefunctionaris zal altijd met een machtiging van het Openbaar Ministerie de betreffende beelden vorderen.

En zo hoort het. In 2010 bepaalde de Hoge Raad dat camerabeelden alleen gevorderd kunnen worden, en dan ook nog eens onder de zware eis dat de rechter-commissaris er een machtiging voor geeft. Dit omdat camerabeelden bijzondere persoonsgegevens (zoals ras/etnische afkomst of gezondheid) bevatten van de mensen in beeld.

Wel vond het Hof Arnhem een tijdje later dat het wel uitmaakt of het gaat om camerabeelden van gewone openbare locaties, in tegenstelling tot de pasfoto’s die in de Hoge Raad-zaak werden gevorderd.

Om meer of anders dan een foto- of videoregistratie van de (bij een duidelijke opname voor het bewijs bruikbare) fysionomie van degene die voor een bepaalde geldtransactie van de pinautomaat in kwestie gebruik heeft gemaakt, gaat het hier niet. Van een (aan de beelden of de opnamen daarvan) voorafgegane verwerking van gevoelige persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 Wet bescherming persoonsgegevens, is bij deze registratie geen sprake geweest.

De politie mocht toen de beelden vorderen onder het ‘gewone’ artikel voor opeisen van persoonsgegevens. Maar het basale punt blijft: er mag alleen worden gevorderd, en dus niet gevraagd.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Zoals ik uit eerdere blogposts heb begrepen, is onrechtmatig verkregen bewijs nog steeds bewijs. Geldt dat ook voor opgevraagde video (dus zonder machtiging)? En staat daar nog een straf tegenover ten opzichte van de agent of het bureau dat deze hebben opgevraagd?

    • Dat is een goeie inderdaad. Voor de politie gelden andere regels. Als die in strijd met de wet (met name het Wetboek van Strafvordering) bewijs opeisen, dan maakt dat het bewijs onrechtmatig verkregen. Dat betekent niet perse dat de hele zaak stuk is, maar de rechter kan dan besluiten dat bewijs niet mee te laten doen of minder zwaar te laten wegen. (Het criterium is of de rechten van de verdachten erdoor geschaad zouden zijn.)

      In principe heeft dat geen gevolgen voor de agent zelf, tenzij de wijze van verkrijging zelf onrechtmatig was. Een agent die dus gewoon vraagt “Ach mag ik een kopietje van de beelden” en een usb-stick krijgt, verkrijgt het bewijs onrechtmatig (want geen machtiging OvJ) maar handelt niet onrechtmatig. Een agent die bij een halsstarrige camera-eigenaar boos dan maar de harde schijf uit de computer trekt, handelt zelf onrechtmatig. Naast dat het bewijs dan onrechtmatig is, kan hij ook daarop worden aangesproken.

    • Volgens mij is het bij dit soort zaken vaak dat een database o.i.d. voor niets anders mag worden gebruikt dan waarvoor het is opgemaakt. Ik geloof dat er eens zoiets was met kentekens die langs de snelweg werden gefotografeerd voor het één, en een andere overheidsinstantie het wilde gebruiken voor het ander. Ik vermoed dus dat dat wel losloopt. Mijn vader heeft ook eens videobeelden aangeboden die hij maakte van zijn bestelbus (daar was al meerdere malen in ingebroken), omdat deze ook een poortje in beeld had waardoor twee inbrekers waren gekomen en bij de buren hadden ingebroken. Volgens mij mag de camera technisch gezien ook niet, maar wordt het voorkomen en oplossen van inbraken als belangrijker gezien. Zolang dit soort beelden ook niet voor commercieel gewin worden gebruikt en niet wordt gebruikt om smakelijk om de vieze praktijken van de dorpsgek te lachen of worden doorgestuurd aan de werkgever van de toch-niet-zo-geblesseerde overbuurman lijkt het me niet zo’n groot probleem.

  2. Precies!

    Wat ik zorgelijk vind is dat de Politie hier in een situatie met twee geheel tegenstrijdige drijfveren wordt opgezadeld. Aan de ene kant is het haar taak op te treden tegen verkeerd cameragebruik, zoals wanneer particuliere camera’s de openbare ruimte filmen; anderzijds is er groot opsporingsbelang verbonden aan een zo groot mogelijke database met camera’s die zo veel mogelijk (ook) openbare ruimte filmen.

    Privacy is een particulier belang van derden – althans, zo wordt het ervaren. Opsporingssucces is een direct eigenbelang van de Politie. Welke afweging hier gemaakt zal worden, ligt voor de hand.

  3. Wat hier gebeurt is dat de overheid in feite goedkoop voorziet in een infrastructuur. Met het vooraf vastleggen wordt efficiency en versnelling beoogd, maar tegelijkertijd wil de overheid kennelijk wegblijven van de verantwoordelijkheid die er bij de camera’s hoort. Als burger kan ik het verschil tussen een camera van een burger en een voor de overheid beschikbare camera niet zien. Het wordt en enge vorm van inperking van mijn vrijheid mij in de openbare ruimte te begeven en daar te doen wat ik wil.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS