Wanneer kan een gewoon woord een merknaam zijn?

| AE 12049 | Intellectuele rechten | 10 reacties

Reiswebsite Booking.com mag haar bedrijfsnaam als merk vastleggen in de VS, las ik bij Ars Technica. De Supreme Court bepaalde dat hoewel de term ‘booking’ in het Engels natuurlijk vrij generiek is, de toevoeging van ‘.com’ het tot een unieke naam maakte. Hoewel mensen inderdaad “a booking” zouden maken bij een willekeurige dienstverlener, zou niemand zeggen “I’m going to make a booking.com tonight”. Dat maakt deze combinatie geschikt om als merk te dienen. Het punt van merken is immers dat je bedrijven of producten van elkaar kunt onderscheiden. Dit is wel opvallend, omdat in Nederland juist altijd is gezegd dat een toevoeging zoals .com niets zegt, dat heeft iedereen. Ik kreeg dan ook vele vragen over hoe onderscheidend of creatief een merknaam moet zijn.

Het merkrecht is bedoeld om namen (en logo’s en zelfs vormgeving, zoals het getoonde Coca-Cola flesje) te beschermen. Dat wil zeggen: als je naam geschikt is om als merk te dienen. Het criterium daarvoor is dat je naam onderscheidend vermogen heeft, oftewel het vermogen om met de naam een product, dienst of bedrijf te onderscheiden van de concurrent. “Melk” is bijvoorbeeld geen geschikte merknaam voor dat witte goedje, maar “Boerenland melk” en “Den Eelder melk” zijn dat wel omdat je hier meteen al ziet dat dit twee aparte soorten melk zijn.

Een veelgehoord misverstand is dat gewone, bestaande woorden geen merk kunnen zijn. Daar zeg ik dan altijd op: gazelle, randstad, diesel, telegraaf, hoezo mag dat niet? Dit zijn prima merknamen – alleen niet voor de letterlijke betekenis. Die spijkerbroeken zijn geen brandstof voor dieselmotoren, dus dat gaat goed.

In het Engels geldt hetzelfde criterium, en daarom had Booking.com een probleem want “booking” is natuurlijk letterlijk de dienst die je doet bij een booking-site. Althans dat vond het USPTO, het Amerikaanse merkenbureau. Daar ging de dienstverlener tegen in beroep, en bij de hoogste rechter krijgt men nu gelijk vanwege de toevoeging “.com”. Dat maakt het een unieke naam en dus geschikt als merk. Daarbij woog zwaar mee dat mensen in een enquête “booking.com” als een verwijzing naar die ene dienstverlener zagen, en niet een algemene term voor boekingssites op internet of iets dergelijks. Een beetje zoals bij ons “marktplaats” niet meer “de plek van de markt” betekent maar “die ene oranje website waar je je oude spullen kwijt kunt”.

Het gevaar dat meteen wordt gesignaleerd is dat dit merkrecht nu gebruikt kan worden om de concurrent te verhinderen het woord “booking” te gebruiken. Dat zou wel heel onhandig zijn op een concurrerende boekingwebsite, en om die reden zou dat ook niet moeten kunnen. Ik zeg “zou moeten” want ik lees in het Ars Technica artikel al meteen afschrikwekkende voorbeelden van bijvoorbeeld het bedrijf Monster (van die slechtvoordejeugdzijnde energiedrankjes) dat uitgave van een kinderboek met als titel “Albert and the Amazing Pillow Monsters” wist te verhinderen met een stevige blafbrief. Specifiek in de reisbranche maak ik me daar minder zorgen over, want die concurrenten zijn ook héle grote jongens met navenante juridische afdelingen en die herkennen een blaf echt als zodanig.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. “Monster” verhindert een auteur een educatief vervolgen te schrijven van “Albert and the Amazing Pillow Monsters”, maar verliest van Disney met de film “Monster Inc.”. Hoe dan? diepe zakken winnen? Dat is toch wel heel triest. Dat Disney hier nu niet even als kindervriend in gedoken is en die schrijver heeft geholpen

  2. Arnoud, hoe zit het dan met merknamen die een plaatsnaam of streek bevatten of zelfs bestaan uit plaatsnaam/streek? Houders van een dergelijk merk kunnen anderen verhinderen om de plaats/streek te gebruiken als oorsprongsbenaming van de herkomst van het goed.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS