Amerikaanse keten dwingt Utrechtse sapjesbar naam te veranderen

| AE 11173 | Intellectuele rechten | 12 reacties

De Utrechtse zaak Smood Juicebar, die nu bijna 3 jaar gevestigd zit op de Vismarkt in de binnenstad, wordt gezien als bedreiging door een soortgelijk bedrijf in de Verenigde Staten. Dat meldde stadskrant DUIC onlangs. Na een juridisch gevecht van een half jaar heeft de sapjesbar eieren voor haar geld gekozen en wordt de naam nu verandert. Dat bevreemde een hoop lezers, want merkrechten zijn toch per land beperkt en hoezo kan een hipstercafé in New York (Dr Smood) dan in Utrecht rechten hebben?

Een merk is inderdaad per land beperkt, hoewel er bijvoorbeeld in Europa ook merken voor de hele gemeenschap ineens aangevraagd kunnen worden. Maar voorop staat dat je ergens je merk geregistreerd moet hebben (en daadwerkelijk gebruiken) om rechten uit te kunnen oefenen.

Dit speelt vaak bij internetzaken: bedrijf A in het ene land claimt een domeinnaam waar bedrijf B in een ander land haar merk in ziet, en dan worden er dure advocaten losgelaten die op hoge poten afgifte van dit Ernstig Inbreukmakende Eigendom eisen (een kenmerk van blafbrieven is Zelfbedachte Dreigende Afkortingen). Ongeacht hoe het merkenrechtelijk nu precies zit. Dat kan dus niet, tenzij bedrijf A door haar handelen daadwerkelijk in het land van B interfereert met het gedeponeerde merk. Vanuit Nederland kún je je op de VS richten en zo een merkrecht aldaar schenden, maar specifiek met een sapjesbar in Utrecht kan ik me dat moeilijk voorstellen.

Het geval wil echter dat Dr Smood een Europees merk heeft, en dan komt het natuurlijk anders te liggen. Dan gaat het dus niet over Amerikaanse claims tegen een Utrechtse bar, maar een Europees recht dat botst met een Nederlandse onderneming. Het merk is uit 2014 en de bar uit 2016, dus zo op het eerste gezicht heeft de merkhouder daar een punt. Ook als ze (nog) niet in Europa actief zijn – het merk zou dan 5 jaar na de toekenning (2016) vervallen, en daar zijn we nog niet.

Arnoud

Hoe McDonald’s haar merk BIG MAC verloor (maar dit waarschijnlijk ook weer terugkrijgt)

| AE 11133 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 15 reacties

De Ierse fastfoodketen Supermac’s had last van het merk van een van de hamburgers van McDonald’s, namelijk de BIG MAC hamburger. Dat las ik bij de blog van Van Diepen van der Kroef advocaten. Supermac startte daarop een rechtszaak om dat merk van tafel te krijgen, en tot verbijstering van de hele merkengemeenschap werd dat nog toegewezen ook. De Big Mac mag dan een wereldwijd bekend merk zijn, volgens het Europese Merkenbureau kon McDonald’s niet aantonen dat het merk daadwerkelijk in de praktijk werd gebruikt. Iedereen die wel eens een Big Mac heeft besteld, zal hier de nodige vraagtekens bij hebben. Wat ging hier mis?

Je leest vaak dat bedrijven hun auteursrechten moeten handhaven “omdat ze anders vervallen”. Dat klopt niet, maar voor merken klopt dat wel. De merkenwet bepaalt dat wie een merk vastlegt, maar niet daadwerkelijk gebruikt, dit kwijtraakt na vijf jaar. Dit om te voorkomen dat allerlei grapjassen bergen merken gaan deponeren in de hoop dat een ander er dan veel voor komt betalen.

Nu heeft McDonald’s natuurlijk hun merk BIG MAC niet vastgelegd als een soort merkenkaperij, het is hun bekendste product dat al sinds 1967 verkocht wordt onder die naam, aldus Wikipedia. Je zou zeggen dat het dan ook vrij makkelijk moet zijn om aan te tonen dat hier de afgelopen jaren daadwerkelijk mee gehandeld is. Toen de eis tot vervallenverklaring binnen kwam, had McDonald’s dan ook snel haar bewijs klaar:

– drie beëdigde verklaringen met betrekking tot de verkoopaantallen van de BIG MAC in de periode van 2011 tot en met 2016;
– brochures en reclameposters met betrekking tot BIG MAC uit de periode van 2011 tot en met 2016 en kopieën van (McDonald’s)websites uit achttien verschillende landen betrekking hebbende op de jaren 2014 tot en met 2016;
– een kopie van de Engelse Wikipedia-pagina over de BIG MAC hamburger.

Redelijk overtuigend, zou je denken. Maar juridisch niet. Die beëdigde verklaringen waren afkomstig van eigen franchisenemers, en dergelijk ‘partijbewijs’ wordt niet heel zwaar gewogen. Je eigen mensen verklaren natúúrlijk dat er veel verkocht is, als je ze dat vraagt. Dat overtuigt dus niet.

Mijn bloed ging een beetje koken bij de gemakzuchtige manier waarop Wikipedia afgeserveerd werd: iedereen kan dat wel editten, dus dat bewijst helemaal niets. Dit is wat mij betreft een zwaar achterhaalde opvatting in het tijdperk van fakenews: Wikipedia is een van de weinige bronnen die zich actief inzet voor het behoud van feitelijke informatie en een gebalanceerde presentatie van bronnen en overzichten. Iedereen die zegt, dat kan iedereen wel aanpassen: probeer het eens en kijk of het een dag blijft staan.

Afijn. Ik ben alweer rustig. Wat dus overbleef waren die brochures en posters, alleen daar blijken geen verkoopcijfers uit. Leuk dat je reclame maakt, maar je gebruikt een merk pas actief als je ook dingen verkoopt en daar resultaten van kunt laten zien. En daarmee was het dus einde oefening voor de Big Mac®.

Dit is zeker niet het einde van het verhaal. McDonald’s mag met andere cijfers komen, zoals objectief gemeten bezoekersaantallen op hun sites of wellicht beëdigde accountantsverklaringen over de verkoop. De uitspraak is dan ook vooral een tik op de gemakzuchtige vingers van McDonald’s. Als je werkelijk wereldberoemd bent, dan mag je best even lopen om dat aan te tonen.

Arnoud

Liegen over een bijna ingepikte domeinnaam is dus echt bedrog

| AE 10729 | Intellectuele rechten | 25 reacties

Hij is al vaak langsgekomen, maar nu is het echt door de rechter bevestigd: mensen een domeinregistratiecontract aansmeren met als verkooptruc “iemand anders wil hem registreren” heet bedrog, en je kunt dat contract daarmee per direct van tafel krijgen. Dat blijkt uit een rechtszaak tussen het bedrijf Trademark Office (sowieso al een dubieuze naam gezien de kennelijke allures naar overheidsmerkinstanties) en een ondernemer die een rekening van € 425,10 voor een tienjarig domeincontract niet wilde betalen. Protip: neem als ondernemer alsjeblieft alle ongevraagde inkomende gesprekken op, als bewijs. En ja dat mag.

De feiten uit de zaak zijn zo simpel als het maar kan. Trademark Office (niet te verwarren met het US Patent and Trademark Office of het Benelux Merkenbureau) had de ondernemer gebeld om haar de dienst van registratie en doorverwijzen van een domeinnaam aan te bieden. Als verkoopbevorderend argument was daarbij gezegd dat een andere partij deze domeinnaam had geclaimd, en dat zij deze nu aanboden aan de gebelde ondernemer. Wees er snel bij want anders is ‘ie weg.

Klinkt dat bekend? Inderdaad, het doet sterk denken aan de vele alarmerende mails die ondernemers krijgen met als strekking dat iemand anders je merk als domein wilt vastleggen en dat jij nu de kans krijgt dit te voorkomen. Vaak wordt daarbij geschermd met enige autoriteit die men zou hebben (“By law we are requried to now seek your consent”). Ik ken deze truc vooral uit verre landen, omdat niemand voor een paar honderd euro naar Hongkong gaat voor een procedure om zijn geld terug te krijgen.

Trademark Office kwam onlangs ook in het nieuws vanwege een collectieve rechtszaak tegen zich namens vele gedupeerde ondernemers. Deze uitspraak staat daar los van, maar de feiten zijn wel precies hetzelfde. En voor mij is jezelf “Trademark Office” noemen net zo misleidend als schermen met verwegwetgeving die zou vereisen dat je bij een merkhouder moet navragen of hij de domeinnaam wil hebben.

In de comments werd nog verwezen (dank Wim) naar dit Vice-artikel over de schimmige praktijken van dit Groningse bedrijf, inclusief screenshots van de interne trainingsgids met daarin pareltjes als “the first registration law” en de aanduiding “handelsmerkenkantoor in de Benelux” voor het bedrijf.

Het hielp het bedrijf natuurlijk niet dat ze stilzwijgend erkenden dat dit het verkooppraatje is geweest. En dan is de rechter heel makkelijk:

Omdat Trademark Office niet heeft weersproken dat zij een ‘verkooptruc’ heeft toegepast om [gedaagde] te bewegen de overeenkomst te sluiten, door hem de onjuiste mededeling te doen dat een andere, onbekende partij de gebruikersnaam [domeinnaam] .com had geclaimd (en dat zij deze voor hem kon veiligstellen), is er sprake van bedrog. Een rechtshandeling die als gevolg van bedrog is tot stand gekomen, is vernietigbaar.

Had TO wél ontkend, dan had de ondernemer een heel stuk zwakker gestaan en waarschijnlijk de zaak verloren. Want als je een beroep doet op bedrog, moet jij bewijzen dat je bent bedrogen. Oftewel, dan moet je bewijzen dat deze club die mededeling daadwerkelijk heeft gedaan.

Er is maar één manier om dat te doen, en dat is een gespreksopname maken. Ik zou dus bij deze iedere ondernemer willen adviseren om bij ieder ongevraagd binnenkomend gesprek een telefoonopname te maken. En ja dat mag van de AVG, het gaat immers om bewijsvoering voor (toekomstige, gevreesde) rechtsvorderingen. Je hebt daarmee een legitiem belang dit te doen, zolang je de opnames maar weggooit zodra ze niet relevant blijken.

Arnoud

Nee, googelen is niet hetzelfde als zoeken op internet

| AE 9455 | Ondernemingsvrijheid | 41 reacties

Het merk “Google” mag gewoon blijven bestaan, las ik bij Ars Technica. In een rechtszaak tegen een domeinnaamhouder met 763 Google-gerelateerde domeinen werd het verweer gevoerd dat “Google” een generieke term was geworden voor “zoeken op internet”, zodat het geen geldig merk meer kan zijn. Maar de rechtbank in hoger beroep verwierp het verweer: ondanks… Lees verder

Mag je in een Git repository andermans merknaam gebruiken als verwijzing?

| AE 8983 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 5 reacties

Diverse lezers wezen me (dank!) op dit artikel over het Docker-merk dat strenge regels hanteert over wat je met hun merknaam mag doen. Eén van die regels is dat je geen extensies mag publiceren op Docker als je daarbij de term ‘Docker’ gebruikt. Kan dat zomaar? Docker is een containersysteem voor software, waardoor deze makkelijker… Lees verder

Mag McAfee zichzelf zakelijk geen McAfee meer noemen?

| AE 8950 | Ondernemingsvrijheid | 7 reacties

Antiviruspionier John McAfee mag zijn nieuwe bedrijf niet de naam John McAfee Global Technologies geven, meldde Nu.nl onlangs. Chipmaker Intel, de koper van zijn oude securitybedrijf McAfee, had formeel bezwaar gemaakt tegen deze bedrijfsnaam. Het nieuwe bedrijf van John McAfee zou zich gaan richten op het ontwikkelen van anti-spionagesoftware, en ik zie wel hoe Intel… Lees verder

Is een disclaimer genoeg tegen het merkenrecht?

| AE 8316 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 13 reacties

Ik kan niet eens meer een wandeling maken door de stad zonder disclaimers tegen te komen: “Wij zijn geen Auping dealer!” op het etalageraam van beddenhandel Tom Smeenk in Utrecht. Ook de website van Smeenk vermeldt deze tekst in diverse groottes. Over het gebruik van merken doen veel misverstanden de ronde. De belangrijkste: het zou… Lees verder

Wanneer mag je een productnaam in je domeinnaam opnemen?

| AE 8144 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 4 reacties

Een lezer vroeg me: Voor een nieuwe webshop wil ik Acer Aspire laptops gaan verkopen en wel onder de domeinnaam aspire-laptops punt nl. Ik weet dat je geen merknamen van bedrijven (zoals HP of Apple) in je domeinnaam mag voeren, maar geldt dat ook voor productnamen? Oftewel mag ik deze domeinnaam voeren? Het is onjuist… Lees verder