Ziggo stopt prijsverhogingsrecht in voorwaarden om opzegging te voorkomen, wacht wat?

| AE 13324 | Ondernemingsvrijheid | 31 reacties

Ziggo verhoogt per 1 juli de prijzen van de meeste internetabonnementen, meldde Tweakers onlangs. De algemene voorwaarden zijn ook aangepast: er staat nu een wijzigingsbeding in. “Door de prijswijziging in de voorwaarden op te nemen, zijn klanten met een lopend contract niet meer contractvrij na een prijsverhoging”, zo legt men behulpzaam uit. Maar eh, zo werkt dat niet met consumentenrecht.

De provider zegt dat de prijswijziging nodig is vanwege hogere kosten, zoals duurder wordende netwerkapparatuur en een ‘enorme prijsstijging op het energieverbruik van het netwerk’. Dat kan, en ik geloof het ook onmiddellijk. Het gebeurt natuurlijk vaker dat kostenverhogingen worden doorbelast aan consumenten, maar daar steekt de wet bij telecomdiensten een stokje voor.

Artikel 7.2 Telecommunicatiewet bepaalt dat je bij iedere contractswijziging vier weken van tevoren moet worden geïnformeerd én dat je het recht hebt om dan op te zeggen. Dat is dwingend recht, dus geen algemene voorwaarde (of zelfs een expliciet onderhandeld of kernbeding) die daar verandering in kan brengen. Ook mogen er geen kosten, zoals afkoopsom of boete, worden gerekend voor opzeggen.

Dat is waar die zin over “contractsvrij” over gaat: dergelijke contracten worden vaak gesloten voor één of twee jaar en worden daarna stilzwijgend onbepaalde tijd. Wie dus in die eerste termijn zit, zit daar dan ook echt aan vast, maar kan ineens tóch opzeggen als de provider de voorwaarden (de prijs is een voorwaarde, in juridische taal) aanpast.

Het ingewikkelde is dat het wel moet gaan om een negatieve wijziging in de contractuele relatie. Een prijsverlaging is dus geen reden om op te mogen zeggen, net zo min als een inflatiecorrectie. En laat precies dat nu zijn waar de gewijzigde voorwaarden van Ziggo over gaan. Ziggo mag dus eenzijdig de prijzen aanpassen aan inflatie, en dat geeft dan geen recht om tussentijds weg te gaan.

Specifiek bij deze verhoging geldt wel een recht van tussentijds opzeggen. Ziggo geeft namelijk aan dat de verhoging is vanwege hogere inkoopskosten. Dat is géén inflatiecorrectie maar een zelfgekozen verhoging om die kosten door te berekenen. En dat mag, maar is nadelig voor de consument en daarmee een grond om op te zeggen.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Ik heb in het verleden wel vaker twijfelachtige informatie gezien op acm/Consuwijzer. Dus ik vraag me af: hoe is inflatiecorrectie zonder opzegrecht onderbouwd? En is het niet-nadelig als de aanbieder alleen inflatie verhogingen doorvoert, maar deflatie verlagingen nalaat?

    • Inflatiecorrectie zonder opzegrecht mag mits de algemene voorwaarden expliciet bepalen dat dat mag. Er hoeft niet ook een deflatiecorrectieplicht voor de ondernemer bij te staan.

      De redenering is dat in de wet weliswaar “verandering” staat, maar dat je dat moet lezen als “nadelige verandering” omdat de wetgever dat zo bedoeld zou hebben. De onderbouwing hiervoor is wat mager, maar goed. En dan is de volgende stap dat een inflatiecorrectie niet nadelig is, omdat de prijs enkel bij de tijd getrokken wordt: effectief is het weer even duur als vorig jaar, en even duur is niet nadelig.

      • Mijn kennis van inflatie sluit niet volledig aan bij jouw redenatie. Inflatie is dat alles duurder wordt. Als Netflix een inflatiecorrectie toepast, dan is de maandprijs nog steeds 10x de gemiddelde prijs van een brood. In dat opzicht is de prijs dus even duur als vorig jaar en dus niet nadelig.

        Maar volgens mij kijkt de inflatie alleen naar hoeveel alles kost en kijkt het niet naar hoeveel men verdient. Als de lonen dus niet met de huidige inflatie meestijgen terwijl Netflix wel met de inflatie mee stijgt, dan is door de correctie de prijs wel een groter deel van jouw inkomsten geworden en dus nadelig.

      • Ik heb dit vonnis gevonden, waarin de rechter oordeelt dat een inflatiecorrectie niet onder de reikwijdte van artikel 7.2 Tw valt, vanwege Beleidsregels kosteloos beëindigingsrecht telecomovereenkomsten van de ACM (r.o. 2.2 en 4.9).

        1. De ACM is niet bevoegd om te bepalen dat artikel 7.2 lid 1 Tw niet van toepassing is op inflatiecorrecties. Artikel 7.2 lid 1 Tw bepaald dat een aanbieder ten minste een maand voordat voorgenomen wijzig van een beding dat is opgenomen in een overeenkomst ingaat klanten instaat moet stellen om de overeenkomst (i) te ontbinden, en (ii) kennis te nemen van de wijziging, terwijl artikel 7.2 lid 2 Tw bepaald dat in een ministeriële regeling categorieën van programmadiensten kunnen worden aangewezen waarop het eerste lid niet van toepassing is. Een ministeriële regeling wordt niet door een bestuursorgaan, maar door een minister vastgesteld.

        2. De ACM meent ten onrechte dat een wijziging van een beding geen wijziging van een beding is wanneer de klant vooraf akkoord is gegaan met die wijziging. In artikel 6 van het ACM besluit besluit de ACM dat zij van mening is dat een voldoende bepaalbare en objectief vast te stellen periodieke prijsverhoging (inflatiecorrectie), die is opgenomen in de overeenkomst, niet onder de reikwijdte valt. De ratio van de ACM is dat een prijsverhoging helemaal geen wijziging van een beding in de overeenkomst, omdat de consument vooraf reeds akkoord is gegaan met de periodieke tariefsverhoging (randnummers 52-54). Het probleem hiermee dat de prijs een beding (prijsbeding) is en dat een beding dat de aanbieding het recht geeft de prijs te verhogen beoogd het eerder genoemde beding te wijzigen (wijzigingsbeding). Dat dit wijzigingsbeding in voldoende mate bepaalbaar is en objectief vast te stellen doet niets af aan het feit dat het prijsbeding gewijzigd wordt.

        • Bij 1: de ACM stelt geen ministeriële regeling vast maar maakt beleid (iets dat ieder bestuursorgaan mag, art. 4:81 Awb) over hoe zij de regels handhaaft waar zij bevoegd toe is. Daar hoort ook bij opmerken wanneer je niet bevoegd bent. Ik zie dit bezwaar niet.

          Bij 2: volgens mij doet de ACM daar nodeloos moeilijk om het breder te trekken dan enkel “inflatiecorrectie”, want ik kan eigenlijk geen ander voorbeeld bedenken van zo’n periodieke verhoging. Het kan natuurlijk niet een door de aanbieder zelf bedachte periodieke verhoging zijn “elk jaar mogen wij 10% bovenop de prijs doen en dan mag u niet weg”, dat zou bizar zijn.

          Ik lees het als “wanneer de verhoging komt door inflatie of daarmee vergelijkbare van buitenaf komende oorzaak die duidelijk is omschreven”. Ik zie daar dus specifiek geen probleem mee.

          • Het eerste is een bezwaar tegen de rechter die het besluit van de ACM aanhaalt om art. 7.2 lid 1 BW niet toe te passen in een civiel geschil.

            Het tweede is ook een inhoudelijk bezwaar. Het aangedragen argument blijft ondeugdelijk. Een prijsverhoging als gevolg van een inflatiecorrectie blijft een wijziging van een beding.

            De klant zou zo’n verhoging wel eens niet kunnen dragen. In de energiemarkt zien we momenteel verdubbelingen en verdriedubbelingen. Leuk hoor, dat dit van buiten komt, maar ik zie daarin geen legitieme reden voor een uitzondering. Als een bedrijf niet kan leveren wegens overmacht dan kun je ook ontbinden.

          • Ik kan het beoordelingskader van de ACM niet anders lezen dan dat “wij verhogen de prijs ieder jaar periodiek met 10%” niet anders lezen dan dat dit -in de ogen van de ACM- geen wijziging van een beding in de overeenkomst is.

            52. Uitsluitend indien een aanbieder een voldoende bepaalbare en objectief vast te stellen periodieke prijsverhoging in de overeenkomst met een abonnee heeft opgenomen hoeft hij, naar het oordeel van ACM, het kosteloos beëindigingsrecht niet aan te bieden. In een dergelijk geval moet het voor de abonnee voldoende duidelijk en objectief bepaalbaar zijn op welk tijdstip, welke verhoging periodiek wordt toegepast. Met objectief bepaalbaar bedoelt ACM dat deze waarden voor de abonnee duidelijk en onafhankelijk van de aanbieder zijn vast te stellen. Met het onafhankelijk van de aanbieder kunnen vaststellen van de waarden wordt bedoeld dat het voor de abonnee niet nodig moet zijn om bij de aanbieder te moeten navragen hoe de hoogte van de periodieke prijsverhoging tot stand is gekomen.

            53. Als voorbeeld van een periodieke prijsverhoging, die niet onder de reikwijdte valt van artikel 7.2 van de Tw, kan genoemd worden een verhoging van de prijs op basis van het inflatiecijfer dat jaarlijks door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gepubliceerd in de Consumenten Prijs Index. Dit wel onder de voorwaarde dat het gepubliceerde inflatiecijfer gebruikt wordt en niet een gemiddelde van verschillende cijfers wordt gebruikt (bijvoorbeeld het gemiddelde inflatiecijfer over de laatste helft van 2012 en de eerste helft van 2013) en de prijsverhoging niet gebruikt wordt om ook nog andere prijsverhogingen door te voeren. Ook geldt dat wanneer een korting met de abonnee is afgesproken de inflatiecorrectie ook moet worden toegepast op de gegeven korting.

            54. In het geval de periodieke prijsverhoging voldoende objectief bepaalbaar en concreet is opgenomen in de overeenkomst zal er in beginsel geen sprake zijn van een wijziging van een beding in de overeenkomst, aangezien de abonnee in dat geval immers bij het aangaan van de overeenkomst akkoord gaat met de daarin opgenomen bepaling dat de tarieven periodiek met een bepaald bedrag of percentage worden verhoogd.

            • Ik vind een arbitrair getal niet “objectief bepaalbaar”. Dat getal is ontzettend subjectief, het is gewoon uit de dikke duim van de aanbieder gezogen.

              Ik kan me niet voorstellen dat de ACM bedoelde te zeggen “als je het concreet maakt door een getal te zetten dan mag alles”. Dan zet iedereen “wij mogen de prijs jaarlijks 100% verhogen” en zeggen ze elk jaar dat ze uit coulance er maar X van maken. Dan blijft er niets over van de hoofdregel. In juridische redeneringen geldt: een conclusie waarbij een speciaal geval de hoofdregel geheel omver werpt, is onjuist.

              • De prijsverhoging moet objectief vast te stellen zijn. Objectief betekent dat de prijsverhoging gebaseerd moet zijn op feiten. Dat feit is hier dat het percentage overeengekomen is. Met objectief bepaalbaar bedoelt ACM dat deze waarden voor de abonnee duidelijk en onafhankelijk van de aanbieder zijn vast te stellen. Betaalde je voorheen € 10,- dan betaal je nu € 11,-.

                De ACM geeft expliciet aan dat er in haar ogen geen sprake is va een wijziging van een beding in de voorwaarden als de abonnee bij het aangaan van de overeenkomst akkoord gaat met de periodieke verhoging met een bepaald bedrag of een zeker percentage. Als de aanbieder en abonnee afspreken dat de abonnee € 10,- betaald en dit bedrag iedere maand met € 1,- wordt verhoogt, dan wordt de prijs in de ogen van de ACM niet gewijzigd, omdat je vooraf met deze periodieke verhoging akkoord bent gegaan: je had kunnen weten dat je in maand 11 € 20,- moet betalen door de kleine lettertjes te lezen.

                • “Objectief betekent dat de prijsverhoging gebaseerd moet zijn op feiten.” In een woordenboek misschien, niet hier in deze beleidsregels. Want zoals je zelf laat zien, leidt die definitie van “objectief” tot de conclusie dat het speciaal geval de hoofdregel buiten spel zet: dienstverleners mogen dan alles mits ze maar een getal gebruiken. Dat kan niet waar zijn en dus ís het niet waar. Daarom heb jij ongelijk en móet “objectief” wat anders betekenen.

                  • Tja, de ACM geeft toch heel duidelijk aan:

                    Met objectief bepaalbaar bedoelt ACM dat deze waarden voor de abonnee duidelijk en onafhankelijk van de aanbieder zijn vast te stellen.
                    En dat kan de abonnee: € 10 + 10% = € 11,-. De ACM geeft ook heel duidelijk aan:
                    In het geval de periodieke prijsverhoging voldoende objectief bepaalbaar en concreet is opgenomen in de overeenkomst zal er in beginsel geen sprake zijn van een wijziging van een beding in de overeenkomst, aangezien de abonnee in dat geval immers bij het aangaan van de overeenkomst akkoord gaat met de daarin opgenomen bepaling dat de tarieven periodiek met een bepaald bedrag of percentage worden verhoogd.
                    Bijvoorbeeld als in de een bepaling is opgenomen waarin staat dat het tarief maandelijks met € 1,- wordt verhoogd.

          • Ik heb de bepaling inmiddels herleid op artikel 20 van de Universeledienstrichtlijn. Lid 4 van dat artikel geen abonnees “het recht om bij kennisgeving van voorgestelde wijzigingen in de contractuele voorwaarden het contract zonder boete op te zeggen.” De uitzonderingen die de ACM opnoemt zijn niet opgenomen in de richtlijn. Heb jij enig idee hoe hierover door de andere Europese toezichthouders over wordt gedacht?

  2. Ziggo geeft namelijk aan dat de verhoging is vanwege hogere inkoopskosten. Dat is géén inflatiecorrectie maar een zelfgekozen verhoging om die kosten door te berekenen.

    Ziggo verwijst in de voorwaarden naar de CBS consumentenprijsindex. En dat zijn niet de kosten die Ziggo maakt.

    In het algemeen: ‘hogere kosten’ is niet veel meer dan een minder-moeilijk-woord-vertaling van het woord inflatie (stijging van het prijspeil)? Dan zou ik het niet vreemd vinden als ze die uitleg er dan ook bij geven. Maar dan wel o.b.v. een meer voor het bedrijf relevante index, zoals CAO-lonen.

    • Ziggo geeft namelijk aan dat de verhoging is vanwege hogere inkoopskosten. Dat is géén inflatiecorrectie maar een zelfgekozen verhoging om die kosten door te berekenen.

      Nu ben je me even kwijt. ‘hogere kosten’ = per definitie: ‘inflatie’.

      Je kunt natuurlijk allerlei verschillende wegingen toepassen op verschillende producten en diensten, en daar verschillende indices uit berekenen (waarvan de ene index GEMIDDELD meer relevant is voor de ene groep mensen en de andere index GEMIDDELD meer relevant is voor een andere groep mensen), maar fundamenteel zijn hogere kosten en inflatie hetzelfde.

      En wat nu als Ziggo niet had gezegd ‘ wegens hogere kosten’, maar ‘ wegens inflatie’ en dus zou liegen. De prijsverhoging was dan wel OK geweest volgens jou. Dan zet je dus een beloning op liegen. Dat lijkt me ook niet wenselijk.

      • Nee, hogere kosten is specifiek voor mij. Als mijn leverancier duurder wordt, dan heb ik hogere kosten maar dat bewijst niet dat er inflatie opgetreden is. Inflatie treedt op als er sprake is van een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten, dus als alle leveranciers duurder worden (grosso modo). Dit zie je in prijsindexen zoals van het CBS.

        Als je zegt dat je een verhoging doet op basis van inflatie, dan is dat na te rekenen want natuurlijk zeg je er dan bij welke prijsindex je volgt. Zomaar 20 euro er bovenop “want inflatie” gaat niet werken.

        • Ah nee, het is andersom:

          Goederen en diensten veranderen van prijs (meestal stijgen). Als de prijs van aardbeien stijgt is dat al inflatie in de prijs van aardbeien.

          Dat meet het CBS voor vele goederen en diensten, legt er een wegingsfactor op en bepaalt een soort gewogen gemiddelde zodat het voor de gemiddelde consument (whatever that may be) een betekenisvol getal wordt.

          Je zou dat getal van het CBS de gemiddelde consumenteninflatie, of kortweg, de inflatie, kunnen noemen, maar eigenlijk rapporteert het CBS gewoon een gewogen gemiddelde van individuele prijsontwikkelingen.

          Het CBS cijfer is het GEVOLG van de prijsstijgingen van de individuele producten, niet andersom.

          Net zoals vroeger op school het gemiddelde rapportcijfer van de klas een gevolg was van de cijfers op de diverse proefwerken van iedere leerling.

          In die analogie zegt Ziggo nu: ‘ Ik moet meer uren studeren want mijn punten zijn gedaald’. En jij zegt: ‘ Het klasgemiddelde is inderdaad gedaald, en als je dat had ingeroepen had je meer uren mogen studeren, maar omdat jij je eigen puntendaling hebt ingeroepen, mag het niet’. Daarbij voorbijgaand aan het feit dat er best wel een sterke correlatie is tussen beide.

          De grote verwarrring is, dat door het brede gebruik (en wettelijke/contractuele verankering) van ‘de inflatie’ als verantwoording van stijgingen van huurprijzen, lonen, uitkeringen etc, mensen niet meer zien wat oorzaak is en wat gevolg is.

          Dan hoor je bijvoorbeeld: ‘ de huren gaan omhoog vanwege de ‘de inflatie” . Nee dus: de huren gaan omhoog omdat de kosten van de verhuurder omhoog gaan, en omdat nu eenmaal de afspraak is dat de huren maximaal mogen groeien in lijn met het CBS inflatiecijfer (onafhankelijk van het feit of de kosten van de verhuurder in grotere, of minder grote, mate gestegen zijn)

  3. Inflatie betekent economisch: verlies aan koopkracht. Daarbij wordt de koopkracht van dezelfde aantal Euro’s in een basisperiode (t=0) vergeleken met de koopkracht in periode t=1. Natuurlijk is het dan logisch om te kijken wat het verschil in de koopkracht per object is, nadeel voor elk object is er een ander inflatiecijfer.

    In het contractenrecht is dat niet erg handig, dus heeft de overheid een aantal norm inflatiecijfers benoemd, waaronder de ConsumentenPrijsIndex (CPI). De vraag is nu of VodafoneZiggo – in mijn optiek als ‘de facto’ monopolist – haar prijzen redelijk verhoogt of als monopolist haar winst opschroeft door prijsverhoging (cynisch: ‘passend gedrag’ ervan uitgaande dat consumenten in werkelijkheid geen vrije keus hebben?!). Zo heeft Ziggo het enkele TV-abonnement verhoogt met € 1,00 per maand (=0,025% per maand over € 40,45 [t=0]), terwijl ‘verstandige’ abonnees, die een ‘all-in-one’ abonnement (TV/Internet & telefonie) zelfs meer kwijt kunnen zijn. CV: waar zat ook al weer het voordeel in dat soort abonnementen?

    Het aantal abonnees van VodafoneZiggo bedraagt: Bron————-Jaar——-Aansluitingen—-Vaste diensten—-Mobiele diensten—-TV & telefoon—-Mobiel & vast—-Totaal Wikipedia——-2020——-7.300.000————–3.836.300————–5.189.800———————————————————————————-9.026.100 Tweakersnet —2021.Q4——————————–3.330.000————–4.990.000——————–3.740.000———–-1.490.000———— 10.570.000

    Het is lastig om met zekerheid tot juiste calculatie te komen, omdat een snelle internetscan slechts een jaarverslag 2019 en een impact report 2020 opleveren alsook een 4ekwartaal rapport 2021. CV: lastig die 6 maanden rapportage plicht na afloop van het boekjaar.

    Maar terug naar de inflatie voor VodafoneZiggo: – laten wij veronderstellen dat VodafoneZiggo slechts € 1,00 per maand extra rekent over alle abonnementsvormen; – laten wij aannemen dat VodafoneZiggo buiten de doublure van mobiel & vast (al afgetrokken) nog eens 570.000 abonnees geen verhoging in rekening brengt dan zegt VodafoneZiggo dat zij aan inflatie verliest: € 1,00 x 12 x 10.000.000 = € 120.000.000 Dat op een resultaat van € 269.900.000 (31.12.2021). Laatste cijfer ontleend aan de rapportage over het 4e kwartaal van 2021 Dat betekent dat de inflatiecorrectie voor hen 44,5% van het ‘operating income’ bedraagt. Dat lijkt mij een stijf bedrag en vooral gebaseerd op een monopolistisch uitgangspunt.

    Misschien is het aan de tijd om bij deze multinationale ondernemingen wettelijk op te leggen dat er een op hun ‘assets’ en operationele kosten gebaseerd inflatiepercentage wordt gecalculeerd, met inachtname van slechts een achteraf verhoging van tarieven, indien cijfers niet binnen 6 maanden gepubliceerd zijn. Daarbij zou dan geborgd moeten zijn dat deze ondernemingen niet via hun investeringen en de daaruit resulterende ‘inflatieverhogingen’ de financiering regelen van die investeringen.

    Het is in mijn optiek tijd om weer eens terug te keren naar het ontstaan van nutsbedrijven voor de primaire dienstverlening(en) aan de burger. Inflatiecijfers mogen denk ik niet anticiperend worden opgelegd en zouden een meerjarige trend (30 jaar) moeten weerspiegelen, niet de incidentele breuk (zoals oorzaak oorlog in Oekraïne). Evenmin mag het een éénrichtingweg zijn, dus alleen omhoog. Neen, ook verlaging van prijs bij dalende kosten hoort bij primaire diensten.

    Bronnen: https://nl.wikipedia.org/wiki/VodafoneZiggo https://tweakers.net/nieuws/193420/aantal-vodafone-abonnees-stijgt-met-45000-aantal-ziggo-klanten-blijft-dalen.html Vierde Kwartaal verslag 2021: https://vodafoneziggo.nl/resultaten/kwartaalverslagen/

    • Maar terug naar de inflatie voor VodafoneZiggo: – laten wij veronderstellen dat VodafoneZiggo slechts € 1,00 per maand extra rekent over alle abonnementsvormen; – laten wij aannemen dat VodafoneZiggo buiten de doublure van mobiel & vast (al afgetrokken) nog eens 570.000 abonnees geen verhoging in rekening brengt dan zegt VodafoneZiggo dat zij aan inflatie verliest: € 1,00 x 12 x 10.000.000 = € 120.000.000 Dat op een resultaat van € 269.900.000 (31.12.2021). Laatste cijfer ontleend aan de rapportage over het 4e kwartaal van 2021 Dat betekent dat de inflatiecorrectie voor hen 44,5% van het ‘operating income’ bedraagt. Dat lijkt mij een stijf bedrag en vooral gebaseerd op een monopolistisch uitgangspunt.

      Goh, ik interpreteer dat toch anders.

      Blijkbaar verdienen ze slechts 269Miljoen/10 miljoen*12 maanden = circa 2.25 Euro per abbonee per maand. Dat vindt ik nu echt geen dikke marge. Zeg dat de de gemiddelde abbonnee 45 Euro per maand betaalt, dan is dat 5% winst. Vind je dat veel?

      En natuurlijk gaan ook hun kosten (apparatuur, lonen, kosten van werkkapitaal) omhoog door de inflatie. Dus 95% van hun omzet gaat gewoon omhoog, misschien met meer dan de inflatie, misschien met minder, wie zal het zeggen.

      Ik zie hier echt geen exorbitante, onredelijke winsten. Zou jij je geld beleggen voor 5% rendement in een goed jaar, met de kans dat er jaren geen winst gemaakt wordt, of dat de boel failliet gaat en je dus alles kwijt bent? Ik niet.

      Natuurlijk kun je rekenen en de inflatiecompensatie berekenen als percentage van de winst, maar dat is een valse voorstelling van de zaken. Als ze geen inflatiecorrectie toepassen, is die winst NUL volgend jaar. Die winstmarge van 5% is in een half jaar weg met een inflatie van 10%.

  4. Uit de mailing van Ziggo naar ons als klant: Het Centraal Bureau voor de Statistiek stelt jaarlijks de CBS Consumentenprijsindex vast. Hierin maken ze bekend met welk percentage de prijzen in Nederland stijgen. Op basis daarvan mogen we onze tarieven jaarlijks indexeren tot een percentage gelijk aan de CBS Consumentenprijsindex. Als we de tarieven indexeren, is dat op 1 juli, op basis van de gemiddelde inflatie over het voorgaande kalenderjaar. Is de CBS Consumentprijsindex negatief dan blijven de prijzen gelijk.

    Is het niet verlagen van de prijs bij deflatie te zien een verandering van de ‘prijsvoorwaarde’ in negatieve zin en daarmee een consument gerechtigd het abonnement te beëindigen?

    • Ik denk dat je “Als we de tarieven indexeren” moet lezen als: “We gaan de tarieven iedere keer indexeren als dat voor ons gunstig is”.

      Als je een prijsaanpassing wilt doen in de vorm van een inflatiecorrectie, dan moet je consequent zijn en die altijd toepassen, negatief of positief. Doe je dat niet bij een negatieve inflatiecorrectie, dan resulteert de contractbepaling op de lange termijn in een systematische prijsverhoging, waarmee je mijns inziens toch een basis voor opzegging van het contract hebt.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS