Vraag om interieurfoto’s op te sturen voor WOZ-waarde valt slecht

| AE 13643 | Privacy, Regulering | 27 reacties

bedrck / Pixabay

De gemeenteraad van Enschede wil dat zijn inwoners niet meer om foto’s van de binnenkant van hun huis worden gevraagd. Dat meldde de NOS onlangs. Wethouder Marc Teutelink wordt volgens 1Twente als verantwoordelijke bestuurder op pad gestuurd, om alles in het werk te stellen om de proef met huis- en keukenfoto’s te beëindigen. Dit is raar, denken veel mensen, hoezo moet men het interieur zien voor de WOZ waarde? Maar het is een proef en daarom kan het niet stoppen. Eh.

Traditioneel wordt de WOZ-waarde van je huis bepaald door taxatie. Zoals expertisecentrum Waarderingskamer het uitlegt:

Gemeenten gebruiken hiervoor een vergelijkingsmethode, ook wel bekend onder de naam modelmatige waardebepaling. Zowel verkoopcijfers als de kenmerken van een woning spelen daarbij een rol. De WOZ-waarde is de marktwaarde rekening houdend met enkele waarderingsvoorschriften. … Een gemeente beoordeelt in hoeverre woningen onderling vergelijkbaar zijn op basis van de bij de gemeente bekende objectkenmerken. Dit zijn bijvoorbeeld het woningtype, de grootte van de woning, de grondoppervlakte en het bouwjaar maar ook het onderhoudsniveau en de ligging.
In Twente ligt die taak bij het Gemeentelijke Belastingkantoor Twente, die nog een stapje verder gaat dan de uiterlijke kenmerken zoals hierboven geciteerd: ook van binnen moeten er kenmerken gedocumenteerd worden, oftewel je moet foto’s van je interieur opsturen.
De gegevens van de binnenkant van een woning (bijv. de staat van de badkamer/keuken, onderhoud, etc. ) zijn lastiger te beoordelen.  Hiervoor vragen wij de hulp van de inwoner. … Via een QR-code in de brief, wordt de inwoner door een foto-tool geleid. Stapsgewijs kan er van iedere relevante leefruimte een foto worden gemaakt. Ook kunnen er vragen over bijvoorbeeld de leeftijd van de keuken of badkamer worden beantwoord. Zo kan de onderhoudstoestand van de woning verduidelijkt worden.
Het zal theoretisch vast uit kunnen maken, dat ik een afgeleefde dertig jaar oude badkamer heb en de buren twee jaar terug een superdeluxe moderne badkamer met jetstream bubbelbad, of dat de balken bij mijn buren zwaar doorhangen en de zwammen de muur hebben overgenomen. Maar hoe je dat ook wendt of keert, het betekent dat je als burger de gemeente in je huis moet laten kijken zodat die de hoogte van een belasting op het pand kan vaststellen en dat gaat wel érg ver.

Geen zorgen, er worden geen persoonsgegevens verwerkt, aldus die brief met QR code. Eh ja haha, een huis is natuurlijk geen persoonsgegeven maar als je het administreert bij een belastingplichtige en er diens WOZ-aanslag op baseert dan natuurlijk wel. Dus op grond van artikel 5 AVG: kom nou.

Men lijkt de analogie te trekken met de menselijke taxateur, die ook in sommige gevallen verzoekt om het huis van binnen te mogen bekijken voor de waardebepaling. Alleen: je bent dus -precies vanwege privacy- niet verplicht die binnen te laten. Dat kan wel effect hebben op je WOZ waarde, want de taxateur zal dan pessimistischer taxeren. Weigeren de app te gebruiken “mag niet”, al is dus onduidelijk waarom niet. Op de ChristenUnie na steunden alle gemeentepartijen vervolgens een motie waarin het college, meer specifiek wethouder Teutelink, wordt gevraagd om bij het GBT aan te dringen op het beëindigen van de proef.

Dat blijkt echter ingewikkeld op een manier die alleen in de lokale politiek kan:

De wethouder heeft namelijk ook twee andere petten op: die van algemeen bestuurslid en – sinds afgelopen vrijdag – die van lid van het dagelijks bestuur van het GBT. En vanuit die rollen schetst Teutelink de context van het vragen naar interieurfoto’s. Die zit volgens hem in de *opkomst van zogenaamde ‘no cure no pay bedrijfjes’. Kantoren die bezwaren indienen voor woningeigenaren en geen vergoeding vragen als er geen succesvolle afronding is. “Die komen aan de deur en zeggen dat ze de WOZ-waarde lager kunnen krijgen door een bezwaar in te dienen. Dat kan tot wel 10 euro aan ozb schelen”, aldus Teutelink. Als de bezwaren gegrond worden verklaard, draait het GBT – en uiteindelijk de belastingbetalers – op voor de juridische proceskosten. “Dat kan wel oplopen tot 1,5 miljoen euro. En dat was niet nodig geweest als de WOZ-waarde vooraf duidelijk was geweest.”
Wat de foto’s hieraan veranderen, snap ik niet helemaal. Kennelijk bedoelt men, als de interieurfoto’s in het dossier zitten, dan is de WOZ-waardebepaling hélemaal correct en kan zo’n bureau het niet aanvechten met “de taxateur is niet eens binnen geweest!!1!” Dat is een niet te verwaarlozen argument, getuige bijvoorbeeld dit vonnis uit Den Haag (2007):
Ter zitting heeft verweerder verklaard dat de taxateur bij de taxatie niet in de woning is geweest; hij heeft volstaan met een buitenopname. Derhalve berust de stelling van verweerder, dat hem van scheurvorming in de woning niet is gebleken, niet op een concrete waarneming. Immers, niet valt in te zien hoe een taxateur zich, zonder in de woning te zijn geweest, een beeld heeft kunnen vormen van de aanwezigheid en de ernst van scheuren in de binnenmuren en de plafonds, laat staan van de invloed die de scheurvorming heeft op de waarde van de woning. Het vorenstaande brengt mee dat verweerder niet aannemelijk maakt dat met de verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten in voldoende mate rekening is gehouden. Niet kan worden geoordeeld dat de vastgestelde waarde van de woning in een juiste verhouding staat tot de behaalde verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten.
En ik vond ook nog nieuws uit 2020 waarin gemeenten aangeven ‘miljoenen’ kwijt te zijn aan WOZ-bezwaren. De kern is dus: er komt geen taxateur (want onderbemenst), je wacht op je WOZ-waarde en je gaat in bezwaar omdat je muren vol scheuren en zwammen zitten, waarna je én een lagere WOZ waarde krijgt én de gemeente de proceskosten betaalt (die dat bureau dus no-cure-no-pay mag houden). Ik citeer:
Van alle bezwaarschriften wordt gemiddeld 40 procent gegrond verklaard. Gemeenten zitten er dus vaak naast. Het is voor burgers vrij moeilijk om te achterhalen hoe een waarde precies tot stand is gekomen. De waarde wordt door een computer berekend en het huis wordt zelden door een taxateur bezocht om in detail te kijken hoe de staat is.
Dus ja, ik zie wel ergens hoe de gemeente tot dit beleid heeft kunnen komen. Tegelijk is dat een probleem als je er nu mee gaat stoppen: dan hanteer je een ongelijke methodiek (de waarde van voor en na het stoppen met de proef) en daar zullen die aasgieren, pardon bezwaarbureaus ook weer bovenop springen (gok ik dat de wethouder zou zeggen, maar hij is vast niet zo cynisch als ik). Dus dat is dan even ingewikkeld, juridisch gezien. Maar de oplossing kan dan niet zijn, iedereen moet z’n huis van binnen fotograferen met een aardappelcamera, pardon Samsung C3050. Is er capaciteit om al die foto’s dan wél te beoordelen?

Arnoud

 

Deel dit artikel

  1. Een nettere oplossing (die mogelijk wel een wetswijziging nodig heeft) zou zijn dat iedereen een algemene computer taxatie krijgt en men kan vervolgens gratis een detail taxatie aanvragen waarbij foto’s gemaakt moeten worden (of er een echte taxateur langskomt). Zolang de detail taxatie niet gemaakt is, kan je niet in beroep gaan tegen de waarde van de taxatie.

    No-cure-no-pay bedrijfjes kunnen dan niet meer massaal in bezwaar gaan tegen de computer taxaties en mensen kunnen zelf afwegen of zij de algemene taxatie goed genoeg vertrouwen zodat ze geen foto’s hoeven te maken.

    Fouten in de algemene taxatie kunnen dan ook makkelijk opgelost worden door de detail taxatie aan te vragen. Pas als er echt discussies komen over hoeveel waarde vermindering die ene scheur in de muur is, dan kunnen de no-cure-no-pay bedrijfjes inspringen. Dat is een stuk redelijker naar de gemeente dan dat zij een heel duidelijk foutje in de normale taxatie gemaakt hebben dat met even contact opnemen opgelost had kunnen heel duur wordt gemaakt omdat dat even contact opnemen nu gebeurt door een no-cure-no-pay bedrijf.

  2. Tijdens een stage bij een taxatiebureau – lang jaren geleden in de jaren ’90 – heb ik ooit geleerd dat keukens, badkamers, etc helemaal geen invloed op de waarde zouden hebben, omdat deze teveel van smaak afhankelijk zijn. Een evt nieuwe koper kan mijn nieuwe keuken wel eens heel lelijk vinden en daarom juist minder voor mijn woning kunnen bieden omdat de keuken dus vervangen moet worden. Maar wellicht zijn de richtlijnen sindsdien veranderd.

    En terzijde: ik leerde destijds ook dat men wel bezwaar kan maken tegen de taxatie, maar niet tegen de tarieven die de gemeente vaststelt per 1000,- waarde. Er waren destijds verdenkingen dat gemeenten de gebouwen bewust lager taxeerden en gewoon een hoger tarief vaststelden, juist om die dure bezwaren te voorkomen, maar daarmee toch hetzelfde totaal aan WOZ belastingen konden innen. Sommige medewerkers van het bureau hebben toen uit principe bezwaar gemaakt tegen hun te lage taxatie…

    • Helemaal geen waarde is natuurlijk onzin; smaken kunnen verschillen, maar functionaliteit is ook belangrijk. Als ik een mooi huis op de top van mijn budget zou willen kopen, maar alleen de keuken staat me niet aan, dan doe ik dat, en leef ik wel een paar jaar met die keuken, tot er weer budget is voor een andere. Is de bestaande keuken totaal vernield of afwezig, dan is het een ander verhaal. Maar inderdaad: een keuken vervangen om de prijs te krikken is bijna nooit zinvol.

      Slimme zet van die gemeenten, voorkomt een boel procedures met o.a. werkverschaffing voor taxateurs. En als ik die gemeente ben, zou ik niet moeilijk doen over die bezwaarschriften: U heeft bezwaar tegen uw te lage taxatie, geef maar aan wat u op de aanslag als waarde wil zien, en dan gebruiken we dat. Geef je niets aan, dan gaat er 10.000 euro bovenop en gebruiken we dat.

  3. Slaat echt nergens op. Als dat echt de reden zou zijn dan kunnen ze gewoon zeggen: “Als er aan de binnenkant van uw woning dingen zijn die waardevermindering veroorzaken, dan mag u hier foto’s van opsturen en dan nemen wij dat mee bij de WOZ-bepaling”.

    Nu voelt het gewoon heel erg als burgertje pesten.

  4. In het hele verhaal van de gemeente heb ik nog niet kunnen ontdekken hoe er wordt omgegaan met de geüploade foto’s. Als we ervan uitgaan dat die wel degelijk als persoonsgegeven kunnen worden aangemerkt (want gekoppeld aan een belastingplichtige) dan kun je ook betogen dat ze potentieel bijzondere persoonsgegevens zijn. Uit de informatie op de foto’s kan immers wellicht iets worden afgeleid over de gezondheidstoestand van de betrokkene, religieuze, politieke of seksuele voorkeuren, enzovoort. (Een taxateur die je binnenlaat kan dat ook waarnemen, maar die zal in een rapport alleen de zakelijke informatie mogen opschrijven over de staat van de constructie.) Wie krijgt die foto’s allemaal te zien, en wordt dat netjes gelogd? Worden ze meteen vernietigd na taxatie, of ‘nog even’ bewaard want er kan immers altijd nog een rechtzaak volgen? Is er überhaupt een DPIA gemaakt, en wat zou daar dan in staan? In de verwerkingsregisters die Enschede op z’n website heeft komen ze in ieder geval net voor.

  5. Eigenlijk is de oplossing voor dit hele probleen vrij simpel: Als de wetgever gewoon besluit dat de WOZ waarde bepaald wordt op basis van een model dat in de wet gedefinieerd is, met parameters die door een ministrieel besluit kunnen worden bepaald, dan is er geen probleem meer.

    (Of, zoals in Belgie gebeurt: eenmalig taxeren, en dan de komende dertig jaar op basis van indexatie).

  6. Een betere oplossing is gewoon afstappen van de WOZ-waardering op basis van taxaties. Gewoon WOZ-waarde puur op basis van de gangbare vierkante meter prijs (in Bruto Vloeropperlakte die bekend is of zou moeten worden) bepalen (samenhangend met de publiekrechtelijke bestemming, en zo nodig ook de privaatrechtelijke bestemming (denk erfpacht), van het gebouw). Discussie gaat dan alleen over het aantal meter BVO en daar kan een onafhankelijke derde vrij snel een oordeel over vellen, mochten gemeente en belastingplichtige hier niet uitkomen. Waarbij kosten prima gedragen kunnen worden door de partij die in het ongelijk gesteld wordt. Even de wet hierop aanpassen en vervolgens vele miljoenen besparen aan uitvoeringskosten. Kunnen de WOZ-bezwaarschriftambtenaren ook eindelijk iets nuttig(er)s gaan doen. Want wie is daar nou jurist voor geworden?

  7. Gezien dat er ophef is over die proef neem ik aan dat deelname niet vrijwillig was. Mensen hebben dus gewoon ongevraagd een brief in de bus gekregen. Ik zou denken dat vervolgens meedoen aan zo’n ongevraagde taxatie dan vrijwillig is, maar dat lijkt dus ook niet zo te zijn.

    Wat ik niet snap is op welke wettelijke basis het GBT die medewerking kan eisen?

    En daarnaast, er is dus een brief, met daarin een QR-code, en “Weigeren de app te gebruiken “mag niet”” ? Impliceert dat niet een soort plicht om een smartphone met internettoegang te hebben die QR-codes kan scannen en compatible is met de aangeboden apps (ik neem aan: android en ios)? En als je die niet wil of kan gebruiken, of niet hebt, wat dan? Op welke basis kan een (semi-)overheidsinstelling eisen dat je een specifieke app gaat gebruiken?

    • Die wettelijke basis kan ik ook niet vinden. Het lijkt terug te gaan tot de Algemene wet bestuursrecht, die eist dat iedereen meewerkt als een toezichthouder (zoals de gemeentebelastingambtenaar) dat eist, art. 5:20 Awb. Deze mag dus informatie opeisen en dwingen dat men hem toelaat tot plaatsen die relevant zijn voor het toezicht. De grens daarbij is het betreden van woningen (art. 5:27 lid 2 Awb), dat mag alleen met machtiging van bv. de burgemeester (openbare ordeverstoring, noodbevel) of rechter-commissaris en dan geldt de Algemene wet op het binnentreden. En die krijg je niet voor een WOZ-aanslagtaxatie.

      Het lijkt erop dat het GBT dus redeneert, wij betreden geen woning dus art. 5:27 niet aan de orde. Wij mogen medewerking eisen (art. 5:20 lid 1) en “maak foto’s” is een vorm van medewerking eisen, dus dat mogen wij.

      GBT zegt in hun FAQ trouwens:

      De manier waarop [je informatie aanlevert / meewerkt] staat echter vrij. Daarom heeft GBTwente ervoor gekozen een brief naar inwoners te sturen die de mogelijkheid biedt om de gegevens op een andere manier – dan foto’s – door te geven.
      • Die FAQ lijkt tegenstrijdigheden te bevatten, of is in elk geval onduidelijk, want ik lees ook:

        Kunnen de gegevens op een andere manier worden aangeleverd?Het is helaas niet mogelijk om de foto’s en gegevens op een andere manier aan te leveren. Lukt het echt niet om de gegevens via de QR code aan te leveren, neemt u dan telefonisch contact met ons op via nummer 088 – 64 64 800. Wij helpen u dan graag verder.

        De FAQ heeft nog iets anders waar ik mij behoorlijk aan stoor:

        Ik kan de QR code niet scannen.

        Open de camera app op uw mobiele telefoon en richt de camera op de QR code. U ziet nu een pop-up met een link naar een webpagina. Klik op deze link.
        

        Kijk, ik begrijp natuurlijk best dat bijna iedereen tegenwoordig een smartphone heeft, maar niet iedereen heeft er een. Ik ken meerdere mensen die geen smartphone hebben (Mijn ouders hebben een hele oude nokia in een lade liggen, die gaat alleen aan als ze op reis gaan, en mee als ze met de auto gaan rijden zodat ze de anwb kunnen bellen. Mijn schoonmoeder vind het onzin en heeft er helemaal geen een, en dan ken ik nog mensen die uit religieuze overwegingen die mij ontgaan er geen hebben. Ook geen TV, bijv). Wat mij zo stoort is die impliciete aanname in dit soort FAQ’s: “open de app op uw mobiele telefoon”, alsof het onmogelijk is om geen smartphone te hebben. Dit soort aannames zie je veel meer bij gemeenten en instellingen. Ik kan bijvoorbeeld geen afspraak meer plannen bij de gemeente zonder, en ook geen tijdstip meer reserveren om grof afval naar de milieustraat te brengen. Het is tijd dat de overheid van al deze impliciete aannames een expliciete maakt door het bezit van een mobiele telefoon met internet-toegang verplicht te stellen, of in elk geval een wetsvoorstel met deze strekking naar de kamer te sturen. Niet dat ik dat wil, maar dan kan er een publiek debat komen waarin we, hopelijk, kunnen vaststellen wat we tegenwoordig precies mogen verwachten van mensen en wat niet, inclusief een of andere alternatieve methode voor mensen die echt geen smartphone willen of kunnen gebruiken. Dit soort overheidsinstellingen moeten dan bij wet vastgelegde alternatieven aanbieden, in plaats van de huidige situatie waarin ze min of meer aannemen dat mensen het hebben, en het probleem vervolgens bij de burger leggen, die nu op geen enkele wijze verplicht is zo’n smartphone te hebben.

        • Ik begrijp die afhankelijkheid ook niet, om de redenen die jij al noemt, maar ook omdat ze het op andere vlakken niet doen. Je zult bijvoorbeeld niet horen “Als u een afspraak op het gemeentehuis heeft, dan moet u verplicht met de auto komen.”. En waarom niet? Omdat er genoeg mensen zijn die met het OV, de fiets of al wandelend (willen) komen, ONDANKS dat een hoop mensen een auto hebben. Dus waarom dan bij zoiets als smartphones wél zo’n verplichting opleggen?

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS