Hoe groot mag een beeldcitaat anno 2018 zijn?

Een lezer vroeg me:

Bij een nieuw project wil ik afbeeldingen en stukjes tekst van andere websites gebruiken. Ik wil dat graag netjes als citaat doen, maar klopt het echt dat je anno 2018 nog steeds aan die grens van 194×145 pixels zit? Dat is toch vandaag de dag te bizar voor woorden, dat is kleiner dan zelfs een Facebook-thumbnail!

Volgens de Auteurswet mag je inderdaad afbeeldingen of tekst van een ander overnemen binnen de grenzen van het citaatrecht. Denk aan het tonen van een screenshot bij een bespreking van een website, of een stukje tekst met een “lees meer bij” link bij wijze van aankondiging wat je bij die bron kunt gaan lezen. Of het overnemen van teksten om daarop te kunnen reageren.

Het citaatrecht geldt ook voor beeld. Je mag dus ook een foto of zelfs bewegend beeld overnemen zonder toestemming (maar met bronvermelding) wanneer je dat binnen de grenzen van het citaatrecht kunt rechtvaardigen. Belangrijkste daarbij is de inhoudelijke reden, waarom neem je dat beeld over? Bespreken van het beeld is een evidente reden, maar ook aankondigen of bespreken van iets dat direct aan het beeld gerelateerd is, is een reden. Dat screenshot van de website bijvoorbeeld illustreert de website die je gaat behandelen. Dat mag.

De eis is wel dat je niet meer dan nodig mag overnemen. En dat is waar die 194×145 een rol speelt: dat is in 2007 ooit goedgekeurd als “nodig” voor een huizenzoekmachine. Die liet op Funda te koop staande huizen zien inclusief een overgenomen afbeelding van dat formaat. De rechter vond het een geldig beroep op citaatrecht om die foto te laten zien, want zo krijg je snel een indruk van het te koop staande huis en kun je beslissen naar de bron te gaan. Dat is dan aankondigen van de bron.

Die 194×145 was echter nooit bedoeld als algemene grens. De rechter wilde alleen bevestigen dat de gekozen omvang van het thumbnailtje in orde was, en noemde daarom letterlijk de omvang van de duimnagel. Maar de wet blijft functioneel: niet meer dan nodig voor het beoogde gebruik.

Als je dus zegt, anno 2018 is het echt nodig om een huizenfoto van 640×480 te tonen anders lukt het niet, dan is een beeldcitaat van 640×480 dus legaal. Meen je dat bij jouw doelgroep een fullscreen-afbeelding van 1920×1080 pixels nodig is, dan kun je dat inzetten. Natuurlijk heb je wel een héél stevig verhaal nodig waarom dat dan nodig is, want de wederpartij zal erop wijzen dat er genoeg sites zijn met 200×200 pixel thumbnails zodat dat dus kennelijk de norm is. Zelf zou ik geen argument weten om boven de zeg 640×480 pixels uit te komen.

Arnoud

Van wie is samen geschreven software eigenlijk?

Een lezer vroeg me:

Samen met een kennis werk ik al geruime tijd aan een stuk software, dat we gebruiken voor een betaalde webdienst. Nu overweeg ik ermee te stoppen, want ik heb privé andere prioriteiten. Ik heb de bulk van het werk gedaan, maar mijn partner ook best aardig wat. Hoe moeten wij dit regelen, aan wie komen deze rechten toe?

Hoofdregel van de Auteurswet is dat de rechten liggen bij de partij die het creatieve werk heeft gedaan. Als twee mensen werk doen, dan ontstaan er dus twee auteursrechten naast elkaar. Ieder van de ontwikkelaars mag dan beslissen wat hij of zij daarmee doet.

Althans in principe, want je moet in alle redelijkheid wel rekening houden met de belangen van de ander. Dit is altijd een heel gedoe om achteraf recht te trekken, zeker als mensen met ruzie uit elkaar gaan. Het is dus veel beter dit vooraf te regelen, of zoals deze vraagsteller het netjes op het moment zelf te willen uitzoeken.

Iets ingewikkelder wordt het als het werk van de twee niet goed los te weven is. Er is dan namelijk sprake van een gemeenschappelijk auteursrecht, één recht dat aan beide ontwikkelaars toekomt. Dat kun je niet zomaar verdelen, je bent er samen eigenaar van. Hier moet dus worden afgesproken wie van de twee het recht meeneemt – en natuurlijk wat de ander er dan nog mee mag doen.

Als een van de twee ermee stopt, dan is het makkelijk. Je spreekt dan af (schriftelijk en met handtekening) dat alle rechten naar de voortzettende partner gaan, en waarschijnlijk zal de stoppende partner dan een afkoopsom ontvangen of een laatste winstuitkering. Je hoeft je dan denk ik geen zorgen te maken over licenties aan de stoppende partner, hij ging immers stoppen.

Willen beiden uit elkaar en apart hetzelfde gaan doen, dan wordt het ingewikkelder. Degene met de rechten staat net wat sterker dan degene die alleen een licentie krijgt om onder die rechten óók te opereren. Je kunt natuurlijk keiharde afspraken maken, maar wat doe je dan als er toch ruzie komt of de partij met rechten verkoopt die aan een derde? Om die reden kan het interessant zijn om in dat geval alle rechten gemeenschappelijk te verklaren, zodat je beiden van elkaar afhankelijk blijft.

Arnoud

Een website als gemeenschappelijk eigendom, het kan

Een opmerkelijke (maar positieve) uitspraak van de rechtbank Amsterdam: de website Boschproject.org (over het werk van Jheronimus Bosch) telt als gemeenschappelijk eigendom van partijen die daaraan gewerkt hebben. Dat las ik bij IE-Forum. Dat is opmerkelijk omdat een website niet echt een ding is dat je in eigendom kunt hebben, laat staan gemeenschappelijk eigendom dus. Maar de uitspraak is een mooie oplossing voor een praktisch probleem: wat doe je met een gezamenlijk gebouwde site als er ruzie ontstaat en partijen uit elkaar willen?

Achtergrond van deze zaak was de verdieping van kennis van het werk van Jheronimus Bosch door middel van internationaal wetenschappelijk onderzoek. Deel hiervan was het ontwikkelen van een projectwebsite waarin met geavanceerde technieken hoge kwaliteit reproducties van het werk van Bosch ontsloten zou worden. De ontwikkeling hiervan liep kort gezegd niet zoals iedereen beoogd had, maar uiteindelijk kwam er toch iets te staan dat rudimentair in de buurt kwam.

Na het nodige geharrewar wilde de stichting achter het Bosch-initiatief de website aanpassen en verder publiceren, maar de persoon die de reproducties maakte weigerde dat met onder meer een beroep op zijn auteursrechten op de software die daarbij nodig was. Vervolgens zette deze ook de domeinnaam op zijn eigen naam, althans niet meer die van de stichting. Wat nu?

Dit is een voorbeeld van iets dat ik vaak in de mail krijg: mensen hebben samen een site gebouwd, krijgen dan ruzie of verschil van inzicht over hoe verder en zitten dan met de vraag, van wie is dat ding nu? En daar zit hem het probleem, want een website is geen ding. Het is een verzameling rechten (met name auteursrechten) plus gestolde kennis rondom configuratie et cetera, en een heleboel nuttigs daar omheen dat juridisch echter niet bestaat. Daar een verdeling in maken is bepaald niet eenvoudig.

In dit geval zag de rechtbank gelukkig wel een optie: er is nauw samengewerkt in het begin om die site te bouwen, en ieders aandeel lijkt ongeveer van gelijke waarde te zijn geweest. Daarom merken we de site aan als een gemeenschap (art. 3:166 BW), waarbij iedereen gelijke rechten heeft op dat resultaat. Meestal hebben we het dan over fysieke dingen maar de gemeenschap gaat over goederen – inderdaad, die waarin je kunt trouwen – en omvat dus ook intellectuele scheppingen. Zoals een website.

Ik blijf er altijd wat moeite mee hebben om een website als een schepping te zien, alsof het één ding is zoals een stoel of een auto. Maar het werkt wel in dit soort situaties. Je moet vervolgens er samen uit zien te komen wie wat mag, want je bent nu tot elkaar veroordeeld. Het bijpassende schilderij mag u zelf bedenken.

Arnoud

Bijtertjesblog 925 daagt haarklovende advocaten van Permission Machine uit voor auteursrechtzaak

Hoi haarklovende advocaten van Permission Machine, komt u naar de zitting op 23 maart. Aldus werkendemannenblog 925. De site is tegen een bekend internetprobleem aangelopen: je hebt als internetpublicatie veel beeldmateriaal nodig, en als je dan een keer niet oplet dan krijg je gelijk een hap van een advocaat die geld wil zien namens een fotograaf die zich ernstig in zijn exclusieve rechten getast voelt. In dit geval een hap van maar liefst € 840.011, maar iets gebruikelijker zijn bedragen van enkele honderden tot een paar duizend euro. Exclusief advocaatkosten, want dat komt er dan ook nog eens bovenop.

Wie deze blog al wat langer volgt, weet van deze problematiek. Internet is gegroeid op het idee dat foto’s vrij beschikbaar zijn, en fotografen zijn er relatief laat achter gekomen dat het internet dat vond. Dat heeft tot een héle serie aan claims en ruzies geleid, waarbij elke keer de conclusie was dat de Auteurswet nu eenmaal streng is en dat je (zeker bij zakelijk gebruik) gewoon moet betalen als je iemands foto overneemt. Dat je niet wist van de rechten of dat je terecht meende rechtenvrije foto’s te hebben, of welk argument dan ook, deed daar niet aan af.

Veel bedrijven zien daar op zich het punt wel van in, maar verslikken zich vervolgens in de hoogte van de claim. Want waar je rechtenvrij beeld normaal koopt voor hooguit enkele tientjes, blijkt zo’n overgenomen foto altijd minstens 255 euro te kosten en als je niet uitkijkt 999. En daar bovenop komt dan nog eens de scrabbleclaim: 2x of 3x de beeldwaarde omdat dat in de algemene voorwaarden staat of “omdat overnemen zonder toestemming niet beloond moet worden”, onder verwijzing naar stapels jurisprudentie (of, met een beetje pech, Mr. Reid, John Reid) die dat zou legaliseren.

De claim tegen 925 maakt het wel erg bont met dik acht ton, maar van facturen van 5000 euro voor één foto van 300×300 pixels kijk ik werkelijk niet meer op. Wat er uiteindelijk van overblijft bij de rechter blijft vooralsnog een spannende, al is mijn ervaring dat wie ernstig overvraagt vaak het deksel op de neus krijgt. Desondanks, frustrerend blijft het om te zien hoe dit elke keer maar mis en mis blijft gaan.

Arnoud

Mag je reacties gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek?

Een lezer vroeg me:

Ik wil wetenschappelijk onderzoek doen naar stijlontwikkelingen in de taal, en wil daarvoor onder meer reacties van diverse grote forums gebruiken. De beheerders geven aan dat dat niet mag vanwege auteursrecht, maar zit er wel auteursrecht op de vaak korte en simpele reacties die je overal vindt? En is er geen uitzondering voor wetenschappelijke studie?

Auteursrechtelijk is het vrij simpel, als er een “eigen intellectuele prestatie” is geleverd dan zit er auteursrecht op de reactie. Een enkele “+1” of dergelijke opmerking is dus vrij, maar een zin of twee komt al door die toets heen. Ook als je niet weet wie de reageerder is en hem niet kunt bereiken.

Als site mag je aannemen dat je een licentie krijgt voor gebruik van die reacties, maar dat zal dan altijd in combinatie met het bronartikel zijn. De reacties opnemen in een corpus is dus problematisch, in theorie. Immers, dat is gebruik dat buiten de context van de site valt en dus niet door de reageerder in de licentie is toegestaan.

Soms zie je dat een site een bredere licentie eist, maar die is dan vaak weer beperkt tot enkel de forumbeheerder. Die mag er dan alles mee doen, inclusief op mokken afdrukken of in boeken compileren. In dat geval zou de forumbeheerder aan een onderzoeker kunnen toestaan dat hij de reacties gebruikt. Maar dat moet je dan echt uitzoeken vooraf, want het moet er dan wel expliciet hebben gestaan.

Juridisch gezien kun je zeggen dat wetenschappelijk gebruik eigenlijk niet als concurrerend of oneerlijk gebruik te zien is. Er wordt geen geld verdiend met de reacties, de reacties zelf worden eigenlijk niet eens verspreid. Ze worden -zoals hier- in woorden opgehakt en gebruikt voor bijvoorbeeld sentimentanalyse, detectie van taaltrends en ga zo maar door. Ook voor dergelijk analyseren is formeel toestemming nodig, want onze auteursrecht kent geen algemeen “fair use” recht en in de Auteurswet staat nergens expliciet een wettelijk recht op wetenschappelijk onderzoek naar auteursrechtelijk beschermde werken.

Daar komt bij dat je praktisch gezien zelden tot nooit ziet dat reageerders hier een punt van maken. Vaak zijn ze niet bekend, of willen ze niet zichzelf associëren met die opmerkingen. Bij een rechtszaak zou je jezelf bekend moeten maken immers. Plus, er is geen cent te halen want welke vergoeding had je kunnen vragen om je reactie te mogen gebruiken? Daar wordt alleen de advocaat rijker van dus.

Kortom het mag niet maar ik zie praktisch eigenlijk geen bezwaar om het te doen.

Arnoud

Mogen de Olympische Spelen de auteursrechten op je filmpjes opeisen?

Een lezer wees me op de Terms and Conditions of Ticket Purchase, Possession and Use van de Olympische Spelen in Pyeongchang, met daarin deze opmerkelijke clausule:

5.3. Ticket Holders may take or record still and moving images and/or sounds within Venues and agree that the IOC shall be sole owner of any intellectual property rights (including copyright) in such content without further authorization from, or compensation to, the Ticket Holder or anyone acting on his/her behalf, and hereby assign any rights he/she may have in respect of such content to the IOC, including without limitation the right to make derivative works, waiving all moral rights in the same.

Oftewel, mocht je van plan zijn om tijdens je bezoek aan de Spelen video’s te maken dan worden die automatisch eigenaar van de IOC. Het intellectueel eigendom van deze fantastische Spelen (immers met Hoofdletter) moet toch beschermd worden?

Leuk geprobeerd, maar zo werkt het niet. Algemene voorwaarden kunnen geen auteursrechten opeisen, niet in Nederland, niet in de VS en niet in Korea. Al die landen (voor zover ik weet álle landen) eisen namelijk dat auteursrechten worden verkocht middels een schriftelijk stuk met handtekening. Ik lees dat Korea zelfs registratie van die akte vereist voordat de levering effect heeft.

Natuurlijk is zo’n tekst ook niet perse bedoeld om juridisch echt iets voor elkaar te krijgen. Vaak is het al genoeg dat mensen het lezen en denken “het staat er in juridische taal dus zal het wel zo zijn”. Want dan krijg je makkelijker video’s van Youtube, wat denk ik het voornaamste doel is van deze clausule. Heel ergerlijk.

Arnoud

Speluitgevers maken bezwaar tegen opheffen merkrecht offline gehaalde games

Verschillende speluitgevers hebben bezwaar aangetekend tegen het verzoek om online games vrij te stellen van merkrecht als ze offline worden gehaald. Dat schreef Nu.nl vorige week. Juridische jeuk: het gaat over auteursrecht, niet over merkrecht. Het punt is namelijk dat de US Copyright Office, die dus over copyrights gaat en niet over trademarks, van plan is een uitzondering op de Amerikaanse auteurswet in te voeren waarmee ‘abandonware’ online games in musea of bibliotheken mogen worden opgenomen. Abandonware wil zeggen dat de eigenaar het spel achtergelaten heeft, zodat er geen economische reden meer zou zijn dit tegen te houden. Toch vinden deze speluitgevers dit buitengewoon vervelend.

Het begrip abandonware bestaat al langer. Een hele hoop software slingert nog her en der op internet rond terwijl de uitgever of maker al lang verdwenen is, bijvoorbeeld door een faillissement. Dat voelt zonde, vandaar dat er mensen zijn die dergelijke software opzoeken en proberen beschikbaar te houden. Net zoals met oude boeken of kranten wel gebeurt.

Een lastig punt daarbij is dat je voor gebruik van software kopieën moet maken, waardoor je tegen de Auteurswet aanloopt. Een oud boek mag je gewoon op de plank zetten als museum, en je mag mensen er doorheen laten bladeren zonder dat de Auteurswet daar iets van vindt. Maar een oud spel of ander stuk software beschikbaar stellen kan dus eigenlijk niet. In de VS is daar een regeling voor; het US Copyright Office heeft de bevoegdheid om uitzonderingen op de Auteurswet op te nemen en heeft dat gedaan voor oude spellen. Dit vanuit de motivatie dat dat deel is van het cultureel erfgoed (“wie is er niet opgegroeid met”).

Steeds meer spellen worden als dienst aangeboden: je hebt een server nodig om te spelen, bijvoorbeeld in een multiplayer modus of vanwege anti-valsspeelchecks. Als zo’n spel nu ook abandonware wordt, dan moet dus die server op een of andere manier ook worden nagemaakt door het museum of de bibliotheek.

Dat is waar de game-uitgevers bezwaar tegen maken, want dat gaat een stuk verder dan een rondslingerende kopie van software zonder zichtbare eigenaar op je museale harddisk zetten. Tegelijkertijd denk ik dan, juist als er geen eigenaar is, wat is dan het probleem van het klonen van de server? Wie zou daar bezwaar tegen hebben, tegen mógen hebben als de eigenaar weg is? Ik kom niet verder dan situaties waarin de serversoftware ook wordt gebruikt door andere aanbieders, zodat ook hun spellen met de kloonserver gespeeld kunnen worden.

De speluitgevers richten hun pijlen met name op het feit dat die musea geld verdienen door bijvoorbeeld toegang te vragen tot de ruimte waar de spellen liggen ($10 voor een dag gamen in het museum). Dat zou het “commercial use” maken, iets dat niet toegestaan is onder de beoogde uitzondering.

Arnoud

Op een technisch natuurgetrouwe foto zit natuurlijk geen auteursrecht

Als je als fotograaf je best doet om je onderwerp zo natuurgetrouw, duidelijk en correct mogelijk in close-up in beeld te brengen, dan heb je op die foto geen auteursrecht. Die weinig verrassende maar toch ongetwijfeld controversiële uitspraak haal ik uit een recent vonnis van auteursrechtscrabbelaar Masterfile tegen een bedrijf dat één van haar stockfoto’s had gebruikt. De foto betrof een close-up van een dashboard, en de rechter kon daar niets creatiefs in ontwaren.

De zaak is op zich zo standaard als alle andere Masterfile/fotoclaims: een bedrijf gebruikt een foto zonder toestemming, de rechthebbende ontdekt dat en claimt twee- of driemaal het normale tarief (vandaar mijn term scrabbleclaim) waarbij vaak op een dure schikking wordt aangestuurd onder dreiging van duizenden euro’s proceskosten.

In dit geval liet het bedrijf het erop aan komen bij de rechter. Niet perse verstandig, zeker niet als je nooit had aangeboden schadevergoeding te betalen want als je een beschermde foto gebruikt als bedrijf, dan moet je betalen. Ook als je niet eerst wordt gewaarschuwd. (Natuurlijk moet de hoogte van de schadevergoeding wel reëel zijn, en botweg het tarief verdrievoudigen is dat niet, punt.)

Wat wil nu het geval: de foto in kwestie was weinig bijzonders, een close-up van een autodashboard, specifiek een temperatuurmeter. Leuk stockbeeld inderdaad, maar te weinig om van auteursrecht te spreken. Daarvoor is immers nodig dat het werk een eigen intellectuele creatie is, of in oud Nederlands een eigen origineel karakter met stempel van de maker vormt.

Bij fotografen is dan het standaardargument dat zij keuzes maken in belichting, hoek en afstand. Iets dat ik wat gemakzuchtig vind, en hier gelukkig ook afgewezen wordt omdat je uiteindelijk wel moet aantonen dat die keuzes leidden tot een creatieve foto:

[D]aarmee draagt de foto nog niet het persoonlijk stempel van de fotograaf. Dat is pas het geval als de keuzes die worden gemaakt in een foto resulteren, die zich zodanig van andere foto’s onderscheidt, dat daaraan is af te zien dat de fotograaf persoonlijke keuzes heeft gemaakt. Desgevraagd hebben Masterfile en Mediapro ter zitting niet concreet gesteld en/of onderbouwd in welke aspecten – die op een persoonlijk stempel van de maker zouden kunnen duiden – de onderhavige foto zich onderscheidt van andere door andere fotografen gemaakte foto’s van een dashboard of meer specifiek een temperatuurmeter in een auto.

Als gevolg is deze foto dus vrij van auteursrechten en daarmee kan er dus geen sprake zijn van inbreuk. Masterfile moet de ongeveer 8000 euro proceskosten van het bedrijf betalen. Het kan dus specifiek bij productfoto’s en stockbeeld zeker lonen om eens extra kritisch te kijken naar het creatief gehalte van de foto voordat je besluit te schikken.

Arnoud

Mag je legale streams in strijd met de gebruiksvoorwaarden nog wel streamen?

Een lezer vroeg me:

Recent las ik dat het strafbaar is om een streamingkastje aan te bieden dat illegale streams kan ontvangen en tonen. Nu maak ik me zorgen omdat ik via zo’n kastje kijk naar onder meer de Publieke Omroep. Dat mag niet van hun gebruiksvoorwaarden, dus is dit nu ook strafbaar?

Het is inderdaad verboden om een streamplayer aan te bieden of te gebruiken wanneer deze ingericht is om streams in strijd met het auteursrecht te ontvangen. Dat weten van het Europese arrest in mei over dergelijke kastjes.

Alleen: het gaat dan om streams die an sich in strijd met het auteursrecht worden aangeboden. Die verspreiding is niet toegestaan, ongeacht of je dat via een webbrowser laat bekijken of via een speciaal kastje. Het arrest bepaalde vooral dat het aanbieden van die kastjes zelf ook inbreuk op auteursrecht is.

Er zit een essentieel verschil tussen de NPO streams en een illegale stream zoals Brein die aanpakt. De NPO streams worden legaal aangeboden, en het Hof van Justitie heeft gezegd dat deze dan mogen worden geëmbed (niet gekopieerd) zonder nadere toestemming. Het is dus legaal om een dergelijke stream via embedding te vertonen in zo’n mediaspeler.

Dat de context verandert (een andere player) is niet relevant. Dat staat letterlijk in het Svensson-arrest

Deze vaststelling [dat het legaal is] wordt niet op losse schroeven gezet indien de verwijzende rechter zou vaststellen – hetgeen niet duidelijk blijkt uit het dossier – dat wanneer de internetgebruikers op de betrokken link klikken, het werk verschijnt en daarbij de indruk wordt gewekt dat het wordt getoond op de website waar de link zich bevindt, terwijl dit werk in werkelijkheid afkomstig is van een andere website. Deze bijkomende omstandigheid wijzigt immers niets aan de vaststelling dat het plaatsen op een website van een aanklikbare link naar een beschermd werk dat op een andere website is bekendgemaakt en vrij toegankelijk is, tot gevolg heeft dat dit werk ter beschikking van de gebruikers van eerstgenoemde website wordt gesteld en dus een mededeling aan het publiek vormt.

Pas wanneer de NPO maatregelen zou nemen waardoor de stream niet embedbaar is in andere spelers, en je die maatregelen zou gaan omzeilen, dan kom je tegen de grenzen van het Svensson-arrest aan.

Ik geloof graag dat de gebruikersvoorwaarden schrijven:

De Content mag uitsluitend door middel van normaal browserbezoek worden geraadpleegd via de pagina’s van de publieke omroepwebsites, de Omroepplayers of andere door de publieke omroep aangeboden diensten. Het is niet toegestaan de Content op geautomatiseerde wijze te (laten) raadplegen en/of analyseren bijvoorbeeld via scripts, spiders en of bots.

Alleen, die kunnen niet dingen tot auteursrechtinbreuk verklaren die legaal zijn volgens de wet of de jurisprudentie. Gebruiksvoorwaarden regelen, eh, gebruik en het schenden daarvan kan hooguit leiden tot een verbod op dat gebruik. Maar een speler aanbieden die die streams kan ophalen in strijd met de gebruiksvoorwaarden, is geen activiteit die onder die gebruiksvoorwaarden kan vallen.

Arnoud

Terugblik: Een cynisch stukje piratenbaaifrustratie

Vanwege mijn vakantie deze week geen nieuwe blogs. In plaats daarvan een terugblik op de afgelopen tien jaar: ik heb vijf populaire blogs geselecteerd en kijk er anno 2017 graag nog eens naar met jullie.

Vandaag: Een cynisch stukje piratenbaaifrustratie, met bijna 2000 woorden en 287 stevige reacties een van mijn cynischste stukken ooit.

Goed. In kort geding bepaalde de rechtbank Den Haag dat ook UPC, KPN, T-Mobile en Tele2 de piratenbaai moeten blokkeren. De motivatie is uitgebreid maar komt neer op “dit hadden we in het vonnis tegen Ziggo allemaal al gezegd”. En dat is eigenlijk niet zo heel gek: in de Ziggo-zaak is uitgebreid van alles besproken, en waarom zou de rechter in kort geding dat nog eens dunnetjes over moeten doen?

Wat me vervolgens búitengewoon stoorde, is dat zo ongeveer iedereen weer ging roepen dat die rechters geen verstand hadden van internet, dat dit tegen netneutraliteit was en dat torrentsites geen auteursrechten schenden dus belachelijk dat rechters dit toewijzen. Ehm. Nee.

En mensen die roepen dat hier sprake is van corruptie, zijn écht knettergek. Ja jij, Rick Falkvinge, mafkees die je bent. Ik moet me inhouden om niet “ga eens deaud” te zeggen. En niet alleen omdat er geen schijn van bewijs is (nee, een cursus uit 2010 is geen bewijs van corruptie), maar ook omdat je jezelf daarmee volstrekt diskwalificeert bij de partijen bij wie je wél moet zijn – de politiek. En niet alleen jezelf: iederéén die probeert iets te zeggen ter verdediging van TPB of die tegen filteren is.

En nee het hielp niet dat die opmerking naar Falkvinge me op het verwijt kwam te staan dat ik een doodsbedreiging uitstuurde. Sjonge.

Het blijft pijnlijk om die blog terug te lezen. Maar de ergenis zat diep. Enerzijds auteursrechthebbenden die hun werken gewoon als hun eigendom zien en geen millimeter rechten van derden erkennen. Anderzijds contentafnemers die eigenlijk al die regels maar stom vinden en onder het motto “het kan dus het mag” pakken wat ze pakken kunnen. Maar ik leg de schuld vooral bij de politiek die geen knopen doorhakt en niet met regels komt om deze jarenlange puinhoop eens op te ruimen.

Arnoud