De merkenwet versus de meningsuiting

| AE 852 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 3 reacties

Wilders vs MarlboroDeze posters (rechts) bevatten een meningsuiting over Geert Wilders. Dat mag, het is een politieke mening en die heeft een hoge mate van bescherming. De inbeslagname half januari was dus onterecht. Minder duidelijk is de vraag of Philip Morris, eigenaar van het merk Marlboro, iets kan doen tegen deze meningsuiting. Zij is niet betrokken bij de discussie, maar haar merk wordt wel gebruikt om die mening te onderstrepen. Mag dat zomaar?

Merkenrecht is in principe bedoeld om de handel te reguleren. Het is niet eerlijk als iemand zijn producten kan verkopen onder andermans merk, of onder een eigen merk dat verwarrend veel lijkt op het origineel. Je mag dus geen sigaretten verkopen die Malboro heten. Het Benelux-verdrag voor de Intellectuele Eigendom verbiedt echter niet alleen commercieel gebruik van een merk, maar ook nietcomercieel gebruik

indien door dat gebruik, zonder geldige reden, van dat teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk

Die “geldige reden” wordt streng getoetst. Er moet een strikte noodzaak zijn om het merk te gebruiken. Het noemen van een merknaam bij kritiek op het bedrijf is meestal wel een strikte noodzaak. Bij een persiflage of parodie wordt het al twijfelachtiger. En het gebruik op deze posters is nog verder weg van het merk. Waarom nou net Marlboro, zal de rechter vragen. Het gaat toch om de vergelijking met die sticker “kan de gezondheid ernstige schade toebrengen”, moet daar dan perse de layout van de Marlboro-pakjes ook nog bij?

Wolfgang Sakulin schreef hierover een commentaar in NRC Handelsblad. Hij signaleert terecht dat hier een botsing met de vrije meningsuiting optreedt. Een inbreuk op de vrije meningsuiting mag namelijk alleen als dat “in een democratische samenleving noodzakelijk is”. Ook dat is een strenge eis. En die botst met de strenge eis dat je alleen een merk mag gebruiken bij je meningsuiting als dat “strikt noodzakelijk” is.

Een merk is namelijk meer dan alleen de aanduiding van een product of bedrijf, zo schrijft hij:

Bekende merken dragen vaak meerdere lagen van betekenis in zich. Het zijn niet alleen commerciële, maar ook sociale en politieke symbolen. HEMA of McDonald’s zijn commerciële merken, maar staan daarnaast ook synoniem voor de Nederlandse consumptiecultuur, respectievelijk de mondialisering of het Amerikaans Imperialisme. Bij internationaal opererende bedrijven vervangen merken steeds vaker personen als gezicht van het bedrijf en als dragers van de macht. Het Marlboro merk representeert bijvoorbeeld de macht en invloed van Philip Morris en van de sigarettenindustrie in het algemeen. Zulke sociale en politieke betekenissen mogen niet exclusief toebehoren aan de merkhouder.

Wanneer een merk dus een dergelijke sociale of politieke bijbetekenis heeft, zou men er eerder gebruik van mogen maken in het kader van discussie of andere meningsuiting. Daar kan ik me wel in vinden, zolang het maar gaat om een ‘echte’ meningsuiting en niet om verkapt commercieel gebruik zoals bij die zogenaamde parodieën van Adidas, McDonald’s en dergelijke op t-shirts.

Wat vinden jullie? Moet dit kunnen, of kan Philip Morris terecht protesteren tegen de ongewenste associatie met het Wilders-debat?

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Zijn vergelijkingssites legaal?

| AE 612 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | Er zijn nog geen reacties

Het is alweer een tijdle geleden, maar er is weer een verse Vraag het Mr. Ras bij ISPam.nl: deze keer over de vraag of vergelijkingssites rechtmatig bezig zijn.

In principe zijn websites waarin mensen ervaringen over bedrijven, producten of diensten uitwisselen, natuurlijk gewoon legaal. Je mag je mening uiten over een bedrijf, ook als die negatief is. En ja, daarbij mag je de merknaam van het bedrijf gewoon noemen. Helaas blijkt dat die sites ook misbruikt worden. Gefrustreerde klanten laten overdreven negatieve reacties achter, soms zelfs verzonnen, en eigenaren van zulke bedrijven prijzen hun eigen producten onder pseudoniem de hemel in. En dan gaan mensen boos kijken naar de sitebeheerders.

Steven Ras legt uit dat er twee belangrijke voorwaarden zijn:

In de eerste plaats dient de inhoud van de ervaring/mening niet onrechtmatig te zijn. Ervaringen mogen in sterke bewoordingen worden omschreven, maar de inhoud mag niet onjuist zijn. De klaagsitebeheerder moet een onjuiste mening van de klant, die door de rechter in het ongelijk is gesteld, dan ook verwijderen. Daarnaast mag een mening niet onnodig beledigend zijn.

In de tweede plaats dient een klaagsite hoor en wederhoor toe te passen. Als er een negatieve ervaring over je bedrijf wordt geplaatst, moet je daar wel op kunnen reageren. Daarbij is het verstandig als klaagsitebeheerder maatregelen neemt om valse berichten tegen te gaan. Denk hierbij aan het weren van mensen die steeds onder verschillende namen negatieve ervaringen plaatsen.

Een hier relevante uitspraak is het vonnis in de Garagetest-zaak. Daar hadden de beheerders in het forum-reglement bepaald dat gebruikers hun negatieve ervaringen alleen mochten plaatsen als ze die onderbouwden. Bovendien boden ze de mogelijkheid voor een weerwoord door de garage over wie geklaagd werd. Door die maatregelen vond de rechtbank dat de site niet onrechtmatig handelde.

Arnoud