Hoe strafbaar is het liken van strafbare berichten?

| AE 9462 | Strafrecht | 19 reacties

Een rechter in Zwitserland heeft een man veroordeeld vanwege het liken van lasterlijke berichten over een dierenrechtenactivist op Facebook, las ik bij de NOS. Met zijn likes zou hij de posts uitdrukkelijk hebben onderschreven, en daarmee zeg maar medeplichtig zijn aan het plegen van de laster. Dat vonden ze bij de NOS raar: liken is toch de basis van Facebook, dus hoezo kan dat nou strafbaar zijn?

Wat betreft het delict laster ligt het op zich relatief simpel. Wie een smadelijke bewering verspreidt wetende dat deze in strijd is met de waarheid, pleegt laster. Dat is Ouder Dan Het Internet, en op zich dus ook gewoon strafbaar om op internet te doen. Een Facebookbericht waarin je dus schadelijke onwaarheden verspreidt, is net zo goed lasterlijk als een krantenartikel.

Maar liken is natuurlijk niet hetzelfde als zelf een artikel schrijven. Alleen, dat is niet vereist om van smaad of laster te kunnen spreken. Je pleegt ook die misdrijven als je de betreffende beweringen verder verspreidt – althans als je dat doet op een positieve manier. Dan ga je achter de inhoud staan, en doe je in feite hetzelfde als de oorspronkelijke uiter van de bewering.

Het komt dus neer op de vraag wat een like nu precies betekent. Heel naïef kun je zeggen: er stáát “Dit vind ik leuk”, dus wat je doet is zeggen dat je die inhoud leuk vindt. Dat is een positieve uiting, en het bericht verschijnt ook nog eens op je tijdlijn. Dat is dus een manier van verspreiding waarbij jij achter de inhoud gaat staan, en dan kom je dus bij laster terecht.

In de praktijk heeft een like meer functies. Facebook kent niet echt een uitgebreid vocabulaire: ook als je een bericht juist stom vindt maar wel wilt delen (“gatver moet je dít nou zien, wat een schande”) dan moet je het liken. Vanuit dat perspectief zou het geen laster zijn om een bericht verder te verspreiden via dat mechanisme.

Uiteindelijk komt het er dus op neer wat je intenties waren, althans hoe dit overkomt bij de rest van de wereld. Dat is een vrij subjectieve inschatting, waardoor het voor een rechter dus geen eenvoudige kwestie zal worden. In een zaak uit 2007 werd een hyperlink naar opruiende teksten strafbaar geacht:

In het geval van de verdachte zijn die relevante omstandigheden dat zij een moslima is met een meer dan gewone belangstelling voor het jihadistisch-salafistisch gedachtegoed en dat zij actief is deze geloofsovertuiging uit te dragen via het internet door daar allerlei bestanden en stukken op te plaatsen. In ruim drie maanden tijd heeft de verdachte meer dan 65 artikelen geplaatst op het internet. […] Gelet op het voorgaande en met haar kennis van zaken aangaande de islam kan het plaatsen van de betreffende links door de verdachte, niet anders worden gezien dan als een strafbare handeling als bedoeld in artikel 132 van het Wetboek van Strafrecht, te weten – kort gezegd – het verspreiden van geschriften waarvan zij ernstige reden heeft te vermoeden dat die opruiend zijn.

Die lijn doortrekkend zou dus een like strafbaar zin als iemand ernstige reden had moeten hebben om te vermoeden dat sprake is van laster, en je enigszins in de materie zit waar het artikel over gaat. Je zou die strafbaarheid dan weer wel kunnen weerleggen door er expliciet afstand van te nemen.

Arnoud

Mag een blogger over je rechtszaak publiceren?

| AE 8856 | Meningsuiting | 5 reacties

blogger-blogspot.pngIemand filmt met de verborgen camera een opdracht tot een huurmoord, en verkoopt de beelden aan het programma Peter R. de Vries, die er een ophefmakende uitzending van maakt. Met een bevredigend slot: de opdrachtgever wordt strafrechtelijk veroordeeld (voor de fijnproevers: niet voor opdracht tot moord maar poging tot uitlokken van medeplegen van moord). Daarover verscheen een blog, waartegen het onderwerp van de uitzending bezwaar maakte. Moet die eraf?

Zowel rechtbank als Hof zien niets onrechtmatigs aan het artikel. Er was voldoende basis in de feiten en het artikel had voldoende nieuwswaarde. Aan de beelden wordt niet getwijfeld. Dat er voldoende basis in de feiten was, blijkt onder meer uit het feit dat de eisende partij strafrechtelijk veroordeeld werd (hoewel hoger beroep nog loopt). Verder kan natuurlijk geen beroep worden gedaan op het recht op bescherming van reputatie als het verlies van goede naam een voorzienbaar gevolg is van het eigen gedrag, zoals het plegen van een strafbaar feit (EHRM 27 oktober 2004, 55480/00, EHRC 2004/90, Sidabras, r.o. 49).

De blogger had er voor gekozen de eiser met volledige naam en toenaam én foto te noemen. Dit loopt tegen de journalistieke gewoonte aan om verdachten en veroordeelden met initialen aan te duiden, maar die gewoonte is geen harde rechtsregel. En natuurlijk kunnen ook bloggers gewoon profiteren van de vrijheid van meningsuiting. Je hoeft niet bij de pers te werken om informatie, feiten of ideeën aan het publiek te verkondigen.

Vervolgens brengt de eiser de Wet bescherming persoonsgegevens in stelling. Immers, het publiceren van feiten over een persoon op internet is een verwerking van diezelfde persoonsgegevens, en zonder toestemming is verwerking in beginsel niet toegestaan. In beginsel, want er zijn meer grondslagen. De hier relevante is artikel 8 sub f Wbp: een eigen dringende noodzaak van de verantwoordelijke (de blogger, en afgeleid ook Google) om de gegevens te verwerken, waarbij zo veel mogelijk rekening is gehouden met de privacy. Dit zijn strenge eisen.

Data protection is the new libel, heet het in sommige juridische kringen. De Wbp biedt immers zo’n mooie stok: niets mag behalve in héél specifieke situaties, en daarnaast zijn er genoeg afgeleide eisen (zoals beveiliging, informatieplichten en algemene principes van doelbinding en zorgvuldigheid) waar iemand altijd wel op te ‘pakken’ is. Zit je dus met een lastige publicatie, dan is een vordering op grond van de Wbp kansrijker dan op grond van smaad of laster.

Althans, zo lijkt het. Al eerder werd bepaald (het Kleintje Muurkrant-arrest, ECLI:NL:GHSHE:2011:BP3921) dat de Wbp géén aparte grondslag biedt voor de onrechtmatigheid van een publicatie. Als een publicatie volgens een afweging van belangen (uitingsvrijheid enerzijds en privacy anderzijds) rechtmatig is, dan is deze dat automatisch ook onder de Wbp.

Een bijzondere situatie ontstaat nog omdat het bericht bijzondere (strafrechtelijke) persoonsgegevens verwerkt. Voor deze gegevens geldt immers een nóg hogere lat binnen de Wbp: deze mogen niet worden verwerkt tenzij de Wbp bepaalt van wel (art. 16 Wbp). Dit verbod kent geen belangenafweging. In een eerdere zaak dit jaar achtte de rechter dan ook een publicatie over een strafrechtelijke veroordeling (wegens wapenbezit) in strijd met dit artikel. Dit was echter onjuist: de Wbp kent een persexceptie, en hoewel deze de journalist niet ontslaat van de gewone regels over toestemming of dringende noodzaak, is de journalist wél vrij om bijzondere persoonsgegevens te verwerken als dat nodig is bij de publicatie (art. 3 lid 2 Wbp).

Ook de argumenten tegen Google als hosting provider van de betreffende content slagen niet. Google is weliswaar als hoster gehouden in te grijpen bij klachten, maar daarvoor is vereist (art. 6:196c lid 4 BW) dat de klachten gaan over onmiskenbaar onrechtmatige inhoud, en daarvan is hier geen sprake. Ook het beroep op het Delfi-arrest slaagt niet: voor een ‘commercially-run Internet news portal’ geldt soms een iets hogere aansprakelijkheidslat, maar ook dat is pas relevant als de publicatie op zo’n portal (of de daarop volgende reacties) onrechtmatig is.

Alles bij elkaar ziet het Hof geen reden om het bestreden vonnis in stand te houden. En wij hebben er weer een mooie refresher in de onrechtmatige perspublicatie bij.

Arnoud

Het moet perse gezellig zijn op ons forum!

| AE 8207 | Meningsuiting | 12 reacties

megafoonEen lezer vroeg me:

Ik ben al enige tijd lid van een discussieforum maar de laatste tijd valt me op dat het beheer steeds vaker kritische opmerkingen weghaalt en streng modereert op negatieve uitingen. Geen strafbare dingen maar, zoals ze zelf zeggen, “het moet wel gezellig blijven hier”. Ik ben het daar niet mee eens, een vrije en kritische discussie is toch deel van de vrijheid van Nederland. Maar hoe krijg ik het beheer daarvan overtuigd?

Het klopt dat je in Nederland op grond van de vrijheid van meningsuiting kritisch mag zijn en mag zeggen wat je wilt. Dat gaat vrij ver: volgens de vaste rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is het toegestaan om te shockeren, beledigen en storende dingen te zeggen.

Vrijheid van meningsuiting is echter in principe iets dat alleen tegenover de overheid een argument kan zijn. Je kunt van de overheid eisen dat ze je niet hinderen bij het uiten van je mening, maar niet van particulieren. Laat staan dat je kunt eisen dat andere mensen naar je moeten luisteren in plaats van je weg te sturen. Dat bepaalde ook datzelfde Hof voor de mensenrechten:

[A]s a general rule, privately owned newspapers must be free to exercise editorial discretion in deciding whether to publish articles, comments and letters submitted by private individuals or even by their own staff reporters and journalists. The State’s obligation to ensure the individual’s freedom of expression does not give private citizens or organisations an unfettered right of access to the media in order to put forward opinions

Wat voor een krantenuitgever geldt, geldt natuurlijk ook voor de eigenaar van een website. (En zie ook deze uitspraak over het Elsevier-forum.)

In principe zei ik, want dit is recht en in het recht zijn er altijd uitzonderingen te verzinnen. Maar dat gaat hier wel heel moeilijk worden. De lat ligt namelijk zeer hoog; er moet sprake zijn van

preventing any effectieve exercise of freedom of expression or [if] it can be said that the essence of the right has been destroyed (r.o. 47).

Als de gezelligheidsban er dus toe leidt dat je op geen enkele manier meer je mening kunt uiten of op geen enkele manier de betreffende groep mensen kunt bereiken (en die groep is een maatschappelijk relevante groep) dan zou je heel misschien kunnen zeggen, het is een inbreuk op mijn vrije meningsuiting als ik niet meer mag posten. Maar dat is niet hetzelfde als “een willekeurige groep mensen op een forum kan mijn mening niet lezen”.

In de rechtszaak waar die uitspraak uit komt, ging het over een stel demonstranten die in een winkelcentrum geweerd werd. Op zich is dat een relevante groep mensen die je dan niet meer kunt bereiken: het winkelend publiek is een aardig grote groep en representatief voor de bevolking van een dorp of stad. Maar de demonstranten hadden ook de individuele winkeliers kunnen vragen om daar te mogen flyeren bijvoorbeeld, dus dit verbod kon niet een volledige blokkade van hun uiting genoemd worden.

Bij een gewoon forum lijkt het argument me vrijwel altijd kansloos. De groep mensen zal zelden groot genoeg zijn om de vergelijking met een winkelcentrum op te doen laten gaan. En zelfs als die groep groot genoeg is (en jouw belang bij een unban dus ook groot) dan nog zijn er vaak andere methoden genoeg. Heel misschien als we op het niveau Fok (voor Nederland) of Facebook (wereldwijd) uitkomen. Als je dáár categorisch geweerd wordt, dan is dat wel een erg stevige inperking van je uitingsvrijheid.

De vraagsteller zit met een iets subtieler probleem: hij wordt niet compleet geweerd, maar alleen bij het uiten van ongezellige dingen. Dat maakt de afweging niet echt anders: een mening weren wegens ongezellig is niet anders dan een mening weren wegens ermee oneens zijn.

Arnoud

Websites verantwoordelijk voor reacties anonieme bezoekers

| AE 7758 | Meningsuiting | 35 reacties

Als bezoekers anoniem op een website bedreigingen achterlaten, kan de eigenaar van die website verantwoordelijk worden gehouden voor het verspreiden van die bedreigingen. Dat meldde Nu.nl gisteren in buitengewoon stellige termen: het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft definitief een einde gemaakt aan een rechtszaak die al negen jaar lang voortsleept, en… Lees verder

Californië neemt antikritiekvoorwaardenwet aan, moeten wij dat ook?

| AE 6967 | Contracten, Meningsuiting | 17 reacties

De staat Californië heeft een wet aangenomen die antikritiekbedingen in algemene voorwaarden verbiedt, las ik in de Washington Post. Met zo’n voorwaarde proberen bedrijven te voorkomen dat men negatieve recensies krijgt, die de reputatie en inkomsten van bedrijven behoorlijk kunnen aantasten. Zou zoiets ook in Nederland nodig zijn? De populariteit van recensiesites is zodanig groot… Lees verder

De vrijheid van misselijkheid juridisch bekeken

| AE 6946 | Meningsuiting | 31 reacties

Naar aanleiding van de actie van diverse sociale media om beeld van de onthoofding van journalist James Foley te verwijderen schreef Rejo Zenger een erg mooi betoog over grondrechten op die sociale media. Twitter en Youtube hebben de beslissing genomen die beelden niet meer toe te laten, hoewel je je zeer kunt afvragen of die… Lees verder

Moet een forumbeheerder foto’s weggooien als een gebruiker daarom vraagt?

| AE 5150 | Meningsuiting, Privacy | 23 reacties

Een jaar geleden blogde ik over de vraag wat een forumbeheerder weg moet gooien als een (ex-)lid daarom vraagt. In de comments vroeg een lezer zich af wat dat nu specifiek voor foto’s betekent. Hij had een lid van zijn forum geband, en die eist nu dat al zijn foto’s van het forum verwijderd worden…. Lees verder

Is het valselijk als spam rapporteren van Twitteraars strafbaar?

| AE 4568 | Meningsuiting | 11 reacties

Twitter heeft een handig knopje voor vervelende spammers in je tijdlijn. Als genoeg mensen langs die weg rapporteren dat iemand een spammer is, dan wordt diens account geblokkeerd. Handig, maar ook vervelend: mensen kunnen de knop gebruiken omdat ze het oneens zijn met wat iemand twittert, terwijl er geen sprake is van volgens Twitter verboden… Lees verder

Een lichtroze achtergrond is voldoende duidelijk voor reclame

| AE 4563 | Meningsuiting | 14 reacties

Meteen zeggen: welke van de twee teksten hiernaast is commercieel? En waar zie je dat aan? Oké, niet helemaal eerlijk want ik heb ‘m bijgeknipt maar je had het moeten zien aan het lichtroze achtergrondkleurtje dat Google meegaf aan de bovenste, gesponsorde vermelding. De onderste, van mijn bedrijf ICTRecht, is organisch nummer één op “ict… Lees verder

Facebooken en het overtreden van een relatiebeding

| AE 4511 | Arbeidsrecht, Meningsuiting | 18 reacties

En we hebben er weer eentje: een overtreden relatiebeding dankzij Facebook. Waar eerder al gebruik van LinkedIn een overtreding bleek op te leveren, kan dat ook via Facebook. Zul je net zien: schrijf ik (samen met advocaat Elisabeth Thole) een artikel met vragen en antwoorden over arbeidsrecht versus social media, komt er vlak na publicatie… Lees verder