Mogen onze politici mensen op social media blokkeren?

| AE 9575 | Meningsuiting | 17 reacties

Amerikaanse politici mogen van een rechter in de staat Virginia geen mensen blokkeren op sociale media, las ik bij Nu.nl. Dit is strijd met het 1st Amendment, de vrijheid van meningsuiting, omdat politici in een openbaar forum niet zomaar mensen mogen verbieden hun mening te uiten. En daaronder valt ook het als politicus jezelf afschermen voor die mening. Dat geldt op het dorpsplein maar ook op het virtuele plein van Twitter. Hoe zou dat bij ons uitpakken?

Bij ons gaat de vrijheid van meningsuiting niet zo ver dat de beoogde ontvanger naar je moet luisteren. Wie zich wil afschermen voor andermans uiting, staat in zijn recht. Dus dat Amerikaanse argument van het public forum gaat hier niet op.

Alleen specifiek politici, althans diegenen die je redelijkerwijs tot “de overheid” kunt rekenen hebben wel rekening te houden met een ander recht, namelijk het Grondwettelijk recht van petitie:

Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen.

En nee, dat gaat niet alleen over formele petities en verzoekschriften. Ook het indienen van vragen en klachten – en complimenten, om in communicatiesfeer te blijven – is een Grondwettelijk recht. En opmerkelijk: aan dit recht zitten géén grenzen, zoals bij de vrijheid van meningsuiting die bijvoorbeeld moet wijken voor andermans eigendomsrecht (geen mening in de krant zonder toestemming van de eigenaar van die krant) of de privacy die moet wijken voor bijvoorbeeld de volksgezondheid.

Twitter is een elektronisch medium en dus een geschrift in de zin van dit artikel. Daarmee heeft iedereen dus het recht om via Twitter verzoeken, vragen, klachten en complimenten bij het bevoegd gezag in te dienen. Dat laatste begrip betekent zo veel als de overheid, maar dat iemand politicus is, betekent nog niet dat hij “bevoegd gezag” is. Hij moet echt aan de overheid verbonden zijn, maar zitting hebben in een gemeenteraad, de Eerste of Tweede Kamer of minister/staatssecretaris zijn is daarvoor al genoeg.

Het blokkeren van iemand op Twitter zorgt er voor dat de bevoegdgezaghebbende achter het account de berichten van de geblokkeerde in het geheel niet meer ziet. Ik zou dat wel durven aanmerken als een blokkade op dat recht om verzoeken in te dienen. Het komt immers niet meer aan. En nee, dat je nog steeds een brief kunt sturen is daarbij geen argument. Als de overheid zou zeggen, verzoekschriften alleen vrijdag in persoon afgeven tussen twee en vier dan zou dat ook geen toegestaan alternatief zijn voor gewoon elektronische of schriftelijke post.

Daar staat tegenover dat de overheid niet verplicht is om te antwoorden op een verzoek. In principe hoort dat wel, dat volgt uit de beginselen van behoorlijk bestuur zoals dat heet. Als je als burger een antwoord mag verwachten, dan mag je een antwoord verwachten. Maar een verplichting is het niet, tenzij uit andere wetgeving volgt van wel (denk aan een Wob-verzoek of een bezwaarschrift onder de Awb).

Lastig is natuurlijk dat zo’n recht zich goed leent voor misbruik, denk aan querulanten die de overheid bestoken met allerlei verzoeken met als geen ander doel overlast veroorzaken of dwangsommen incasseren. Dat bestrijden is een hele moeilijke, juist omdat toegang tot de overheid zo belangrijk is. Je moet het dan ook wel heel bont maken wil de rechter je verbieden contact te zoeken met politici.

Alles bij elkaar denk ik dus dat het nog best moeilijk ligt, om als politicus (verbonden aan de overheid) mensen te blokkeren op Twitter. De enige escape zou nog kunnen zijn dat je account persoonlijk is en niet aan de overheid gelieerd. Voor bijvoorbeeld het Twitter-account van de minister-president zie ik dat niet*, maar bij veel politici zie je eigenlijk alleen persoonlijke uitingen. Daar zou een blokkade dus niet gericht zijn op het tegenhouden van verzoeken bij het bevoegd gezag en dus wel toegestaan.

  • De RVD meldt desgevraagd dat het @MinPres account nul blokkades in Twitter ingesteld heeft.

Arnoud

Hoe strafbaar is het liken van strafbare berichten?

| AE 9462 | Strafrecht | 19 reacties

Een rechter in Zwitserland heeft een man veroordeeld vanwege het liken van lasterlijke berichten over een dierenrechtenactivist op Facebook, las ik bij de NOS. Met zijn likes zou hij de posts uitdrukkelijk hebben onderschreven, en daarmee zeg maar medeplichtig zijn aan het plegen van de laster. Dat vonden ze bij de NOS raar: liken is toch de basis van Facebook, dus hoezo kan dat nou strafbaar zijn?

Wat betreft het delict laster ligt het op zich relatief simpel. Wie een smadelijke bewering verspreidt wetende dat deze in strijd is met de waarheid, pleegt laster. Dat is Ouder Dan Het Internet, en op zich dus ook gewoon strafbaar om op internet te doen. Een Facebookbericht waarin je dus schadelijke onwaarheden verspreidt, is net zo goed lasterlijk als een krantenartikel.

Maar liken is natuurlijk niet hetzelfde als zelf een artikel schrijven. Alleen, dat is niet vereist om van smaad of laster te kunnen spreken. Je pleegt ook die misdrijven als je de betreffende beweringen verder verspreidt – althans als je dat doet op een positieve manier. Dan ga je achter de inhoud staan, en doe je in feite hetzelfde als de oorspronkelijke uiter van de bewering.

Het komt dus neer op de vraag wat een like nu precies betekent. Heel naïef kun je zeggen: er stáát “Dit vind ik leuk”, dus wat je doet is zeggen dat je die inhoud leuk vindt. Dat is een positieve uiting, en het bericht verschijnt ook nog eens op je tijdlijn. Dat is dus een manier van verspreiding waarbij jij achter de inhoud gaat staan, en dan kom je dus bij laster terecht.

In de praktijk heeft een like meer functies. Facebook kent niet echt een uitgebreid vocabulaire: ook als je een bericht juist stom vindt maar wel wilt delen (“gatver moet je dít nou zien, wat een schande”) dan moet je het liken. Vanuit dat perspectief zou het geen laster zijn om een bericht verder te verspreiden via dat mechanisme.

Uiteindelijk komt het er dus op neer wat je intenties waren, althans hoe dit overkomt bij de rest van de wereld. Dat is een vrij subjectieve inschatting, waardoor het voor een rechter dus geen eenvoudige kwestie zal worden. In een zaak uit 2007 werd een hyperlink naar opruiende teksten strafbaar geacht:

In het geval van de verdachte zijn die relevante omstandigheden dat zij een moslima is met een meer dan gewone belangstelling voor het jihadistisch-salafistisch gedachtegoed en dat zij actief is deze geloofsovertuiging uit te dragen via het internet door daar allerlei bestanden en stukken op te plaatsen. In ruim drie maanden tijd heeft de verdachte meer dan 65 artikelen geplaatst op het internet. […] Gelet op het voorgaande en met haar kennis van zaken aangaande de islam kan het plaatsen van de betreffende links door de verdachte, niet anders worden gezien dan als een strafbare handeling als bedoeld in artikel 132 van het Wetboek van Strafrecht, te weten – kort gezegd – het verspreiden van geschriften waarvan zij ernstige reden heeft te vermoeden dat die opruiend zijn.

Die lijn doortrekkend zou dus een like strafbaar zin als iemand ernstige reden had moeten hebben om te vermoeden dat sprake is van laster, en je enigszins in de materie zit waar het artikel over gaat. Je zou die strafbaarheid dan weer wel kunnen weerleggen door er expliciet afstand van te nemen.

Arnoud

Mag een blogger over je rechtszaak publiceren?

| AE 8856 | Meningsuiting | 5 reacties

blogger-blogspot.pngIemand filmt met de verborgen camera een opdracht tot een huurmoord, en verkoopt de beelden aan het programma Peter R. de Vries, die er een ophefmakende uitzending van maakt. Met een bevredigend slot: de opdrachtgever wordt strafrechtelijk veroordeeld (voor de fijnproevers: niet voor opdracht tot moord maar poging tot uitlokken van medeplegen van moord). Daarover verscheen een blog, waartegen het onderwerp van de uitzending bezwaar maakte. Moet die eraf?

Zowel rechtbank als Hof zien niets onrechtmatigs aan het artikel. Er was voldoende basis in de feiten en het artikel had voldoende nieuwswaarde. Aan de beelden wordt niet getwijfeld. Dat er voldoende basis in de feiten was, blijkt onder meer uit het feit dat de eisende partij strafrechtelijk veroordeeld werd (hoewel hoger beroep nog loopt). Verder kan natuurlijk geen beroep worden gedaan op het recht op bescherming van reputatie als het verlies van goede naam een voorzienbaar gevolg is van het eigen gedrag, zoals het plegen van een strafbaar feit (EHRM 27 oktober 2004, 55480/00, EHRC 2004/90, Sidabras, r.o. 49).

De blogger had er voor gekozen de eiser met volledige naam en toenaam én foto te noemen. Dit loopt tegen de journalistieke gewoonte aan om verdachten en veroordeelden met initialen aan te duiden, maar die gewoonte is geen harde rechtsregel. En natuurlijk kunnen ook bloggers gewoon profiteren van de vrijheid van meningsuiting. Je hoeft niet bij de pers te werken om informatie, feiten of ideeën aan het publiek te verkondigen.

Vervolgens brengt de eiser de Wet bescherming persoonsgegevens in stelling. Immers, het publiceren van feiten over een persoon op internet is een verwerking van diezelfde persoonsgegevens, en zonder toestemming is verwerking in beginsel niet toegestaan. In beginsel, want er zijn meer grondslagen. De hier relevante is artikel 8 sub f Wbp: een eigen dringende noodzaak van de verantwoordelijke (de blogger, en afgeleid ook Google) om de gegevens te verwerken, waarbij zo veel mogelijk rekening is gehouden met de privacy. Dit zijn strenge eisen.

Data protection is the new libel, heet het in sommige juridische kringen. De Wbp biedt immers zo’n mooie stok: niets mag behalve in héél specifieke situaties, en daarnaast zijn er genoeg afgeleide eisen (zoals beveiliging, informatieplichten en algemene principes van doelbinding en zorgvuldigheid) waar iemand altijd wel op te ‘pakken’ is. Zit je dus met een lastige publicatie, dan is een vordering op grond van de Wbp kansrijker dan op grond van smaad of laster.

Althans, zo lijkt het. Al eerder werd bepaald (het Kleintje Muurkrant-arrest, ECLI:NL:GHSHE:2011:BP3921) dat de Wbp géén aparte grondslag biedt voor de onrechtmatigheid van een publicatie. Als een publicatie volgens een afweging van belangen (uitingsvrijheid enerzijds en privacy anderzijds) rechtmatig is, dan is deze dat automatisch ook onder de Wbp.

Een bijzondere situatie ontstaat nog omdat het bericht bijzondere (strafrechtelijke) persoonsgegevens verwerkt. Voor deze gegevens geldt immers een nóg hogere lat binnen de Wbp: deze mogen niet worden verwerkt tenzij de Wbp bepaalt van wel (art. 16 Wbp). Dit verbod kent geen belangenafweging. In een eerdere zaak dit jaar achtte de rechter dan ook een publicatie over een strafrechtelijke veroordeling (wegens wapenbezit) in strijd met dit artikel. Dit was echter onjuist: de Wbp kent een persexceptie, en hoewel deze de journalist niet ontslaat van de gewone regels over toestemming of dringende noodzaak, is de journalist wél vrij om bijzondere persoonsgegevens te verwerken als dat nodig is bij de publicatie (art. 3 lid 2 Wbp).

Ook de argumenten tegen Google als hosting provider van de betreffende content slagen niet. Google is weliswaar als hoster gehouden in te grijpen bij klachten, maar daarvoor is vereist (art. 6:196c lid 4 BW) dat de klachten gaan over onmiskenbaar onrechtmatige inhoud, en daarvan is hier geen sprake. Ook het beroep op het Delfi-arrest slaagt niet: voor een ‘commercially-run Internet news portal’ geldt soms een iets hogere aansprakelijkheidslat, maar ook dat is pas relevant als de publicatie op zo’n portal (of de daarop volgende reacties) onrechtmatig is.

Alles bij elkaar ziet het Hof geen reden om het bestreden vonnis in stand te houden. En wij hebben er weer een mooie refresher in de onrechtmatige perspublicatie bij.

Arnoud

Websites verantwoordelijk voor reacties anonieme bezoekers

| AE 7758 | Meningsuiting | 35 reacties

Als bezoekers anoniem op een website bedreigingen achterlaten, kan de eigenaar van die website verantwoordelijk worden gehouden voor het verspreiden van die bedreigingen. Dat meldde Nu.nl gisteren in buitengewoon stellige termen: het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft definitief een einde gemaakt aan een rechtszaak die al negen jaar lang voortsleept, en… Lees verder

Californië neemt antikritiekvoorwaardenwet aan, moeten wij dat ook?

| AE 6967 | Contracten, Meningsuiting | 17 reacties

De staat Californië heeft een wet aangenomen die antikritiekbedingen in algemene voorwaarden verbiedt, las ik in de Washington Post. Met zo’n voorwaarde proberen bedrijven te voorkomen dat men negatieve recensies krijgt, die de reputatie en inkomsten van bedrijven behoorlijk kunnen aantasten. Zou zoiets ook in Nederland nodig zijn? De populariteit van recensiesites is zodanig groot… Lees verder

De vrijheid van misselijkheid juridisch bekeken

| AE 6946 | Meningsuiting | 31 reacties

Naar aanleiding van de actie van diverse sociale media om beeld van de onthoofding van journalist James Foley te verwijderen schreef Rejo Zenger een erg mooi betoog over grondrechten op die sociale media. Twitter en Youtube hebben de beslissing genomen die beelden niet meer toe te laten, hoewel je je zeer kunt afvragen of die… Lees verder

Moet een forumbeheerder foto’s weggooien als een gebruiker daarom vraagt?

| AE 5150 | Meningsuiting, Privacy | 23 reacties

Een jaar geleden blogde ik over de vraag wat een forumbeheerder weg moet gooien als een (ex-)lid daarom vraagt. In de comments vroeg een lezer zich af wat dat nu specifiek voor foto’s betekent. Hij had een lid van zijn forum geband, en die eist nu dat al zijn foto’s van het forum verwijderd worden…. Lees verder

Is het valselijk als spam rapporteren van Twitteraars strafbaar?

| AE 4568 | Meningsuiting | 11 reacties

Twitter heeft een handig knopje voor vervelende spammers in je tijdlijn. Als genoeg mensen langs die weg rapporteren dat iemand een spammer is, dan wordt diens account geblokkeerd. Handig, maar ook vervelend: mensen kunnen de knop gebruiken omdat ze het oneens zijn met wat iemand twittert, terwijl er geen sprake is van volgens Twitter verboden… Lees verder

Een lichtroze achtergrond is voldoende duidelijk voor reclame

| AE 4563 | Meningsuiting | 14 reacties

Meteen zeggen: welke van de twee teksten hiernaast is commercieel? En waar zie je dat aan? Oké, niet helemaal eerlijk want ik heb ‘m bijgeknipt maar je had het moeten zien aan het lichtroze achtergrondkleurtje dat Google meegaf aan de bovenste, gesponsorde vermelding. De onderste, van mijn bedrijf ICTRecht, is organisch nummer één op “ict… Lees verder