Het is natuurlijk van de zotte dat we op internet handhaving volledig geprivatiseerd hebben

| AE 11509 | Informatiemaatschappij, Privacy | 4 reacties

Facebook heeft zijn eigen Supreme Court, las ik laatst. Dit interne orgaan heeft de hoogste macht om directiebeslissingen (met name die van Zuckerberg zelf) tegen te houden. Ik dacht eerst dat dit een hogerberoepsorgaan was voor bezwaren vanuit de gemeenschap; een van de grootste problemen met dit soort platforms is namelijk de onmogelijkheid om echt een claim tegen je account of postings aan te vechten. Maar het lijkt er niet op dat dat er gaat worden. Ik ben er nog niet over uit of dat nou een goed idee zou zijn of niet.

Al sinds het begin van internet is het zo dat de eigenaar van een site daar de baas is. Niet heel raar, het is jouw site en jouw server, dus jouw eigendom. In Nederland werd dat in 2004 al bevestigd in het Ab.fab arrest van de Hoge Raad: de eigenaar van een server mag zeggen wat er op die site gebeurt. Willen ze geen spammers die mails aanbieden, dan hoeven ze dat gewoon niet te tolereren. Niks belangenafweging, gewoon eigendom.

Veel site-eigenaren stellen huisregels; Compuserve was volgens mij de eerste die met Terms of Service kwam om het netjes te houden in de discussies op haar prikbordforum. Helemaal prima, welk café heeft er geen huisregels? Maar die TOSsen op internet gaan ondertussen wel een heel stuk verder dan de huisregels van het café op de hoek, waar je eruit gezet wordt als je je misdraagt maar na een persoonlijke babbel met de eigenaar er toch weer in mag. Of niet.

Dit doet wel heel raar aan. Als je een geschil hebt met Youtube of Facebook dan moet je reageren op een vrij anoniem formulier, waarna je moet hopen dat je teruggesteld wordt in de vorige toestand, in plaats van het cryptische bericht “Uw bericht heeft de gemeenschapsrichtlijnen overtreden. Hiertegen is geen beroep mogelijk.” Zou een rechtbank op die manier haar vonnissen formuleren, dan zouden we die rechters meteen afzetten. En terecht. Maar zo’n platform laten we ermee wegkomen, terwijl hun invloed veel groter is dan van de gemiddelde kantonrechter. Waarom is dat zo?

Tegelijkertijd zou het ook niet heel handig zijn als ieder geschil over een scheldwoord of een blootfoto tot een procedure bij de rechter moet leiden. Dat is duur en tijdrovend, een intern proces met op maat gesneden beoordeling en maatregelen (je mag doorgaan maar geen advertentie-inkomsten meer, om eens wat te noemen) is dan zeer wenselijk. Maar omdat het zo veel tijd en moeite kost – en vooral omdat het niet bijdraagt aan de core business, vermoed ik – worden die interne processen al heel snel geminimaliseerd. Geautomatiseerde afwijzingen, ongemotiveerde beoordelingen en een intern bezwaarteam dat ook maar zelden echt naar de zaak kijkt.

Op dat niveau is het nog wel te begrijpen. Maar ook op groter niveau hebben deze platforms en andere grote dienstverleners wel héél veel macht, waarin ze niet alleen mensen aanspreken op de regels maar ook de regels maken én ze handhaven met sancties. Die situatie is uniek voor internet; heel logisch gezien hoe het werkt maar heel raar gezien hoe de maatschappij in elkaar zit. Op welk punt zeggen we, dit bedrijf is zo groot, die moet gewoon onafhankelijke rechtspraak met dezelfde status en kwaliteit als de ‘gewone’ rechter?

Meediscussiëren over dit onderwerp? Op 15 november geeft Michiel Steltman een debatlezing over dit onderwerp op mijn congres The Future is Legal:

In de fysieke wereld heeft de overheid het monopolie op geweld en de regie over middelen om onrechtmatigheid te stoppen. Maar in de digitale wereld vraagt de overheid aan bedrijven om onrechtmatigheid en ongewenste uitingen te stoppen. Zo worden internetbedrijven – politie, OM, rechter en deurwaarder tegelijk. En worden ze machtiger dan goed voor ons is. In deze sessie schetst Michiel de situatie en verkent mogelijkheden om het tij te keren: hoe herstellen we de rechtsstaat voor het internet?

Tot dan!

Arnoud