Marktplaatsoplichting is geen oplichting???

| AE 5601 | Ondernemingsvrijheid, Regulering | 27 reacties

Het niet leveren van spullen via Marktplaats terwijl daarvoor door slachtoffers wel is betaald, is niet altijd oplichting, las ik bij Webwereld. En dat terwijl de man met voorbedachten rade niet van plan was te leveren. Willens en wetens adverteren en mensen laten betalen terwijl je de spullen niet hebt, lijkt mij vrij evident oplichting maar dat is dus niet de Nederlandse wet. Je moet een “listige kunstgreep” of “valse hoedanigheid” aannemen, en “hoi ik heb een iPhone te koop” zeggen terwijl je die niet hebt, is niet listig en niet vals. U mag nu allemaal even hardop dafuq zeggen, dat doe ik ook.

Dit is niet een gekke rechter die internet niet begrijpt, maar een op zich gebruikelijke toepassing van de vaste rechtspraak van de Hoge Raad: wie niet levert, pleegt wanprestatie en dat moet de koper dus maar bij de burgerlijke rechter oplossen. En dat je niet weet wie je verkoper is, tsja dat is jouw probleem:

[Consumenten] kunnen immers het risico op moedwillige wanprestatie afwenden door hun aankoop te doen bij een (web)winkel waarvan de betrouwbaarheid is gebleken en/of die de mogelijkheid biedt tot betaling bij levering of op een later tijdstip.

Kortom, het is juridisch gewoon je eigen domme schuld dat je niet koopt bij een betrouwbare webwinkel en/of dat je vooruit betaalt terwijl dat wettelijk gezien helemaal niet hoeft. Dat je niet of nauwelijks kúnt weten of een webwinkel betrouwbaar is en dat je in de praktijk vrijwel altijd vooruit móet betalen, tsja luister eens dáar kunnen we geen rekening mee houden in de rechtspraak.

Er is echt meer nodig, want de wet eist een listige kunstgreep (een oplichtingstruc) of een valse hoedanigheid. Nou zou ik dus zeggen, het is evident listig en vals om dingen aan te bieden terwijl je volstrekt niet van plan bent ze te leveren – sterker nog terwijl je van plan bent virtueel hard weg te rennen zodra je het geld hebt. Maar nee, aldus ons hoogste rechtscollege:

De enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als een bonafide huurder die in staat en voornemens is het gehuurde goed na ommekomstvan de overeengekomen huurperiode terug te geven aan de verhuurder, levert niet op het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep in de zin van art. 326 Sr.

Ja, ik ben sarcastisch maar ik kan me dus écht kwaad maken over dit soort dingen. Iedereen wéét wat het probleem is, je voelt op je klompen aan dat de handelaar niet bona fide is maar toch willen we dat gewoon niet strafbaar maken. Die lagere rechters kan ik het niet verwijten: als ze wél zouden veroordelen dan gaat men gegarandeerd in hoger beroep en volgt alsnog vrijspraak. Tijd dus om hiermee opnieuw naar de Hoge Raad te gaan – of beter nog, naar de wetgever zodat die de definitie van ‘oplichting’ kan aanpassen. Want het loopt echt de spuigaten uit op dit moment.

Arnoud