Van wie is die oude harde schijf?

| AE 1934 | Informatiemaatschappij | 43 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik heb een vraag aangaande een interne harde schijf die binnen een maand na aankoop stuk gegaan is. Ik ben teruggegaan en de winkel kwam na onderzoek tot de conclusie dat de harde schijf “stuk” was, maar men kon niet zeggen waarom. De gegevens op de schijf waren niet meer terug te halen, zei men. Ik kreeg gratis een nieuwe harde schijf van hetzelfde type. Prima service, zou je zo zeggen.

Alleen: er stonden onvervangbare bestanden op die schijf en ik wil toch proberen die terug te krijgen via een gespecialiseerd bureau. Ik heb dus gevraagd of ik de oude, kapotte schijf mee mag nemen. De winkel weigert dit, biedt mij de schijf eventueel tegen nieuwprijs te koop aan maar zegt mij dat de vervangen schijf mijn eigendom niet meer is. Klopt dat?

Het bedrijf heeft gelijk. De schijf die je een maand geleden kocht, werd je eigendom toen je deze meenam. Maar nu heb je deze omgeruild voor een nieuw exemplaar, omdat de oude niet conform de eisen was (harde schijven horen ~3 jaar mee te gaan). Daarmee is het nieuwe exemplaar nu je eigendom geworden – in plaats van de oude dus. Ik zie niet hoe je zonder betaling de oude schijf nu ook mee naar huis mag nemen.

Wellicht is te verdedigen dat de winkel de gegevens op de schijf moet terughalen, omdat dit een vorm van schade is die jij hebt geleden door hun ondermaatse harde schijf. Maar als zij aangeven dit te hebben geprobeerd en niets terug kunnen halen, dan houdt het voor hen denk ik op. Ik zie niet hoe je kunt eisen dat je dan de schijf terug moet krijgen zodat je elders een laatste poging kunt wagen.

Arnoud

Van wie is informatie?

| AE 1781 | Informatiemaatschappij | 3 reacties

Kijk, dat zijn nog eens filosofische lezersvragen: van wie is informatie eigenlijk?

Heel algemeen denk ik dat je wel kunt zeggen: die is van degene die deze geschapen heeft. Dit is bijvoorbeeld duidelijk bij persoonsgegevens. (De discussie over informatie versus gegevens voeren we een andere keer.) Daar is namelijk een duidelijk uitgangspunt voor gekozen in de Wet Bescherming Persoonsgegevens: die zijn van de betrokkene, de persoon over wie het gaat. Daarom is het uitgangspunt van de ‘privacywet’ ook dat er voor zo ongeveer elke verwerking van persoonsgegevens toestemming nodig is van die betrokkene.

Maar helemaal correct is dat niet: feitelijke informatie is vrij te gebruiken. Hoewel ook dat weer niet helemaal klopt: informatie kan zijn ‘opgesloten’ in een auteursrechtelijk beschermd werk, of nog erger onderdeel zijn van een databankrechtelijk beschermde databank. En dan kun je die informatie er niet zomaar uithalen. Of toch weer wel, want auteursrecht of databankrecht geldt niet voor de feiten als zodanig. Het is dus moeilijk daar in het algemeen iets zinnigs over te zeggen.

Een mooi voorbeeld hier vind ik de discussie rond de Dodezeerollen (of is het nou Dode zee-rollen?). Deze teksten zijn zo oud dat er uiteraard geen auteursrecht meer op rust, maar voordat ze in leesbare vorm konden worden gepubliceerd, moest er wel het nodige aan bewerkt en gedaan worden. Zo veel zelfs dat het Israelisch Hooggerechtshof oordeelde dat de restaurateur de auteursrechthebbende op het eindresultaat was. Een beetje zoals je tegenwoordig eigenlijk geen Sneeuwwitje- of Pinokkio-afbeelding kunt publiceren zonder ruzie met Disney te krijgen over auteursrechten.

In theorie zit er alleen auteursrecht op de uitwerking, in dit geval de moderne vertaling en de eigen aanvullingen op de antieke teksten. Maar in de praktijk is de scheiding tussen informatie en uitwerking daarvan bijzonder moeilijk te trekken. Daarvoor moet je immers als gebruiker de originele teksten hebben om te zien wat er door de ‘vertaler’ is toegevoegd, iets dat praktisch nauwelijks te doen is. Daarmee zijn die feiten in de praktijk toch eigendom van die vertaler geworden, hoewel dat eigenlijk zeer onwenselijk is. Want informatie behoort vrij te zijn.

Arnoud