Wat mag een provider nog als netneutraliteit wet wordt?

| AE 2611 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 35 reacties

dpi-deep-packet-inspectionRecent is netneutraliteit expliciet wettelijk vastgelegd. De Eerste Kamer moet er nog over stemmen, maar dat lijkt slechts een hamerstuk te gaan worden. Vorige week blogde ik over het gepuzzel met de cookiewet, die in hetzelfde wetsvoorstel is overgenomen. Puzzelen over de regels rond netneutraliteit hoeft niet meer, want het wetsvoorstel zoals aangeboden aan de Eerste Kamer is nu gewoon beschikbaar. Welke regels gelden er nu voor internetproviders?

Het belangrijkste artikel over netneutraliteit is artikel 7.4a geworden. Dit stelt in klare taal (nou ja, voor juristen dan): aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken waarover internettoegangsdiensten worden geleverd en aanbieders van internettoegangsdiensten belemmeren of vertragen geen diensten of toepassingen op het internet. Het gaat dus specifiek en alleen over internettoegang, voor andere diensten (bijvoorbeeld telefonie of televisie) geldt dus geen netneutraliteit. (Opmerkelijk genoeg bevat het wetsvoorstel geen definitie van ‘internet’, terwijl de Telecommunicatiewet zo ongeveer elk woord definieert dat erin voorkomt.)

Natuurlijk zijn er uitzonderingen op deze algemene regel. Deze zijn beperkt geformuleerd:

  1. om de gevolgen van congestie te beperken, waarbij gelijke soorten verkeer gelijk worden behandeld;
  2. ten behoeve van de integriteit en de veiligheid van het netwerk en de dienst van de betrokken aanbieder of het randapparaat van de eindgebruiker;
  3. om de doorgifte van ongevraagde communicatie als bedoeld in artikel 11.7, eerste lid, aan een eindgebruiker te beperken, mits de eindgebruiker daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend;
  4. ter uitvoering van een wettelijk voorschrift of rechterlijk bevel.

(In de wetstekst staat nog een item e. Dat is het SGP-amendement over filters met ideologische motieven, maar dat is ondertussen via een lompe hack er weer uit gehaald.)

Item a roept natuurlijk de vraag op wat “gelijke soorten verkeer” dan wel zijn. Skype is niet gelijksoortig met e-mail, en Youtube niet met Nu.nl. Het afknijpen van bijvoorbeeld streaming video via internet is dan ook toegestaan bij congestieproblemen, mits maar alle streamingvideodiensten worden afgeknepen en niet alleen die van de concurrentie. Ook toegestaan is bijvoorbeeld de snelheid van internet in het algemeen te beperken op drukke momenten, of om de capaciteit op de lijn met prioriteit in te zetten voor de eigen video-on-demanddienst die buiten internet om loopt. Tevens mag de provider premiumabonnementen invoeren waarvan het verkeer voorrang krijgt.

Item b gaat erg belangrijk worden voor providers die maatregelen willen nemen tegen malware en inkomende of uitgaande hackpogingen. Het categorisch blokkeren van bijvoorbeeld poort 139 (Samba) omdat daar vaak misbruik van wordt gemaakt, of een PC in quarantaine gooien zodra er spam of malware uit komt, is een probleem. De wet eist namelijk dat wanneer het gaat om verkeer afkomstig van een eindgebruiker, de provider deze eerst moet contacteren en gelegenheid moet geven de inbreuk te staken. Dat moet dus vóór het afsluiten gebeuren.

Pas als “wegens de vereiste spoed” dit niet haalbaar is, mag er eerst gehandeld en dan gemeld worden. Maar ik denk niet dat je mag zeggen “malware is vervelend dus er is vereiste spoed”. Spoedgevallen lijken me eerder zalen als ddos-aanvallen waar de klant aan meedoet, dat richt nú grote schade aan en moet dus nú gestaakt worden. Een grote spamrun is misschien ook wel spoedhandelwaardig.

Item c stelt kort gezegd dat een spamfilter alleen nog mag als de klant daar expliciet mee ingestemd heeft. Wat mij betreft had dat niet gehoeven; spam is categorisch verboden in artikel 11.7 Telecommunicatiewet, en het lijkt me geen probleem om toe te staan dat verboden ongevraagde communicatie sowieso geblokkeerd mag worden. Maar het is wel netjes en principieel juist natuurlijk. Al snap ik niet waarom spam wel en malware niet deze uitzonderingspositie krijgt.

Ook erg belangrijk is lid 3 van dit wetsartikel:

Aanbieders van internettoegangsdiensten stellen de hoogte van tarieven voor internettoegangsdiensten niet afhankelijk van de diensten en toepassingen die via deze diensten worden aangeboden of gebruikt.

Effectief mag een aanbieder dus alleen nog op de hoeveelheid dataverkeer afrekenen. Een “onbeperkt / fair use”-constructie kan denk ik ook nog wel, hoewel ik erbij blijf dat deze snel een oneerlijke handelspraktijk oplevert. Andere afrekenmodellen voor internetproviders kan ik niet echt bedenken. Ja, hij mag de up- en/of downloadsnelheid in het algemeen differentiëren (een supersneldownloadpakket of een goedkoop pakket voor mailende moeders – hoi mam!). Maar iets anders kan ik niet bedenken; wie het weet mag het zeggen!

Aanverwant is het nieuwe artikel 7.6a, dat beperkingen oplegt aan de gronden voor opzeggen van een internetabonnement door de provider. Kort gezegd mag dat alleen nog

  1. op verzoek van de abonnee;
  2. bij een tekortkoming in de nakoming van de betalingsverplichting door de abonnee of faillissement van de abonnee;
  3. bij bedrog in de zin van artikel 3:44 van het Burgerlijk Wetboek door de abonnee;
  4. wanneer de looptijd van de overeenkomst van bepaalde duur tot levering van de internettoegangsdienst afloopt en de overeenkomst met instemming van de abonnee niet wordt verlengd of vernieuwd;
  5. ter uitvoering van een wettelijk voorschrift of rechterlijk bevel; en
  6. bij overmacht en onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 van het Burgerlijk Wetboek.

Dit artikel is bedoeld om “lichtvaardig afsluiten” van klanten te kunnen blokkeren. Een internetprovider kan dus niet meer eigen regels verzinnen in de algemene voorwaarden en mensen op grond daarvan afsluiten. En ook is het hiermee onmogelijk geworden om mensen af te sluiten die auteursrechten schenden, tenzij een rechter oordeelt dat dit een gepaste sanctie is.

In het geval van bedrog (bijvoorbeeld een vals adres opgeven) heeft de provider de bewijslast: hij moet schriftelijk de klant informeren en hem een redelijke termijn gunnen om te reageren. Pas als daar niets uit komt, mag de provider tot afsluiting overgaan.

Bij het niet-betalen geldt overigens dat de provider nog steeds niet meteen mag afsluiten. De gewone regels van niet-nakoming gelden ook hier. De abonnee moet eerst in gebreke zijn gesteld en krijgt hij de gelegenheid het gebrek te herstellen en alsnog aan zijn betalingsverplichting te voldoen. (Waarom er dan niet gewoon gezegd is “de abonnee in verzuim is met zijn betalingsverplichting” in plaats van het generieke woord “tekortkoming”, weet ik niet. Voer voor iemands afstudeerscriptie.)

De regels over netneutraliteit treden niet meteen in werking. Ze gaan pas gelden voor abonnementen die een jaar na inwerkingtreding van de wet actief zijn. Ik ben benieuwd of KPN en collega’s dan ook tot die tijd gaan wachten met de aangekondigde prijsverhogingen. Vodafone in ieder geval niet.

Heel veel stof tot lezen dit, en de exacte implicaties zullen nog heel wat discussie geven. Misschien moest ik er maar eens een studiemiddag of workshop over organiseren. Zouden jullie daarbij willen zijn? En welke concrete vragen moeten we dan behandelen?

Arnoud