Starbucks gaat porno blokkeren op zijn gratis wifi

| AE 10997 | Ondernemingsvrijheid | 30 reacties

Na jaren van protestacties heeft Starbucks in de VS besloten om porno te blokkeren op de gratis wifi-netwerken in zijn koffiezaken. Dat las ik bij RTL Nieuws vorige week. De koffieketen staat al jaren onder druk van de bezorgde burgers van ‘Enough Is Enough’, die fel tegen porno is en bedacht heeft dat Starbucks wezenlijke invloed daarop kan uitoefenen. Starbucks gaat nu overstag, waarschijnlijk vanuit bezorgdheid om haar reputatie – ik zag het argument “veroordeelde zedendelinquenten gaan dan ook in de Starbucks porno kijken” en dan wordt het ongezellig. Wel vooralsnog alleen in de VS, maar het riep toch de vraag op hoe dit bij ons zou uitpakken. Is dat niet in strijd met netneutraliteit?

Netneutraliteit is het beginsel dat alle internetverkeer gelijk moet worden behandeld. Er mag geen onderscheid op afkomst of inhoud worden gemaakt, behalve in een beperkte set situaties zoals netwerkbeveiliging of een wettelijke plicht. Een internetprovider mag dus geen toeslag vragen voor bijvoorbeeld internetbellen, maar mag ook geen blokkades opwerpen tegen ongepast (maar legaal) internetverkeer zoals pornografie.

In Nederland hadden we als tweede land ter wereld een wet die netneutraliteit regelde. Daarbij was lange tijd onduidelijk of dit nu gold voor iedereen die een ander op internet liet, of alleen voor ‘echte’ internetproviders die het algemene publiek toelieten.

De Europese Verordening op dit gebied die tegenwoordig geldt, lijkt duidelijk genoeg:

Aanbieders van internettoegangsdiensten behandelen bij het aanbieden van internettoegangsdiensten alle verkeer op gelijke wijze, zonder discriminatie, beperking of interferentie, en ongeacht de verzender en de ontvanger, de inhoud waartoe toegang wordt verleend of die wordt verspreid, de gebruikte of aangeboden toepassingen of diensten, of de gebruikte eindapparatuur.

Echter, een ‘aanbieder’ wordt in het vorige artikel gedefinieerd als een “onderneming die openbare communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanbiedt”. Een koffieketen zoals Starbucks voldoet niet aan die omschrijving, omdat hun netwerk en dienst alleen toegankelijk is voor het beperkte publiek dat haar cafés bezoekt. Dus ja, dit zou mogen.

Wel denk ik dat Starbucks dit expliciet moet melden, omdat anders een essentieel aspect van de geboden dienst (koffie met internet) ontbreekt. Dit vanuit de algemene informatieplichten die je als winkelier hebt. Ik weet alleen niet goed hoe je dát bordje zou moeten formuleren.

Arnoud