Wat moet de TU/e met IE-rechten van haar studenten?

| AE 1454 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 19 reacties

tue-logo.pngSjonge, en ik heb er nog gestudeerd ook. De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e, ja met streepje) blijkt bij haar inschrijvingsformulier voor studenten de plicht te hanteren dat je al je auteursrechten, octrooirechten en andere rechten van intellectuele eigendom afdraagt aan de universiteit:

Door akkoord te gaan met je inschrijving aan de TU/e doe je afstand ten behoeve van de TU/e van alle intellectuele eigendomsrechten op door jouw gemaakte werken, modellen, tekeningen of gedane uitvindingen in het kader van je studie (en in het kader van door de TU/e of derden uitgevoerde projecten waarbij je betrokken bent) gedurende de periode dat je als student bij de TU/e ingeschreven staat (of anderszins voor of met de TU/e werkzaam is).

Bij Mitopics wordt de vraag gesteld of dit terecht is. Ik zou niet weten waarom. Waarom kan de TU/e niet volstaan met een licentie ten behoeve van onderwijs en onderzoek?

Het lijkt me dan ook dat deze verplichting als een onredelijk bezwarende algemene voorwaarde van tafel krijgt.

Verder is er nog de meer juridisch-theoretische vraag of je wel met zo’n zin toekomstige auteursrechten kunt opeisen. Overdracht van auteursrecht kan, maar je moet in de akte specifiek omschrijven welke rechten worden overgedragen en om welke werken het gaat. Hier wordt breedweg gesproken van ‘alle’ rechten, zonder dat duidelijk is of het nu gaat om bv. scripties, papers en werkstukken of ook om e-mails die je tijdens je studie verstuurt of websites die je onder college bouwt (al dan niet als opdracht).

Ik heb de vraag voorgelegd aan de communicatie-afdeling van de TU/e waarom zij voor deze insteek hebben gekozen. (Ja, ik doe aan wederhoor tegenwoordig! Journalistiek hè?) Het antwoord:

Wanneer de student buiten zijn opleiding om bijv. software ontwikkelt, dan staat dit buiten de verklaring die hij heeft ondertekend ten tijde van zijn inschrijving. Zoals op de website staat vermeld gaat het om door de student gemaakte werken, modellen, tekeningen of uitvindingen in het kader van de studie (en in het kader van door de TU/e of derden uitgevoerde projecten waarbij de student betrokken is geweest) gedurende de periode dat de student bij de TU/e ingeschreven staat (of anderszins voor of met de TU/e werkzaam is).

De reden:

Het speelt veelal in projecten die de TU/e uitvoert met of in opdracht van derden en waarin studenten worden ingezet voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden, welke werkzaamheden de student weer uitvoert in het kader van zijn opleiding aan de TU/e. Het is daarbij van belang dat er geen tegenstrijdige contractuele afspraken zijn.

De bedoeling is dus te voorkomen dat een student dwars kan liggen als deze bij een bedrijf of instelling werkzaam is en die derde het resultaat commercieel wil exploiteren.

Via de Regeling octrooien en vindingen TU/e kan de student bovendien de rechten terugvragen als hij zelf het werk wil exploiteren.

Kent iemand meer instellingen waar dit soort dingen worden geëist?

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Verder is er nog de meer juridisch-theoretische vraag of je wel met zo???n zin toekomstige auteursrechten kunt opeisen. Overdracht van auteursrecht kan, maar je moet in de akte specifiek omschrijven welke rechten worden overgedragen en om welke werken het gaat. Hier wordt breedweg gesproken van ???alle??? rechten, zonder dat duidelijk is of het nu gaat om bv. scripties, papers en werkstukken of ook om e-mails die je tijdens je studie verstuurt of websites die je onder college bouwt (al dan niet als opdracht).

    In arbeidsovereenkomsten wordt een dergelijke formulering ook opgenomen… Maar daar gaat het geloof ik over een eeuwigdurende vrij onbeperkte licentie. Ik zou onze arbeidsovereenkomst er eens op na moeten slaan. Ook staat er iets in over dat de medewerker geen rechten mag claimen op materiaal dat hij -tijdens- de loondienstperiode -buiten- zijn normale werkuren heeft gemaakt. Je wilt immers geen auteursrechtelijk trojaans paard binnenhalen.

  2. Ik heb inderdaad voor een baan ooit ook zo’n overeenkomst ondertekend (als onderdeel van m’n arbeidscontract) waarin ik zo’n beetje afstand deed van de rechten op alle programmeercode die ik bedacht (dus ook in m’n vrije tijd), tenzij in het specifieke geval anders overeengekomen. Ik vond dat aanvankelijk nogal overdreven, maar ik denk dat het lastig is om het anders te regelen.

  3. Ik weet niet of ik er expliciet voor heb getekend, maar ik geloof wel dat het op mijn universiteit ook zo was dat men in ieder geval van mening was dat de universiteit in principe met alles wat je aan opdrachten e.d. voor je studie maakte aan de haal zou kunnen gaan. Ik denk dat dit voornamelijk zo is opdat niemand onderzoek gebaseerd op eerder onderzoek kan blokkeren. Ik weet niet of de universiteit mijn oude practicumopgaven ook echt commercieel op de markt zou kunnen brengen, maar ik geloof ook niet dat de universiteit daar behoefte aan heeft. Desondanks is het naar mijn idee nooit een goed idee om iemand maar alle rechten te geven omdat die ‘er toch niks raars mee zal doen’.

  4. De TU/e regeling is zo stom nog niet. Zie voor uitvindingen bijvoorbeeld Artikel 12(2) Rijkoctrooiwet 1995: “Indien de uitvinding, waarvoor octrooi wordt aangevraagd, is gedaan door iemand die in het kader van een opleiding bij een ander werkzaamheden verricht, komt de aanspraak op octrooi toe aan degene bij wie de werkzaamheden worden verricht, tenzij de uitvinding geen verband houdt met het onderwerp van de werkzaamheden.”

    Verder is er nog het aspect van de financiering van het hoger onderwijs: door niet te stemmen op partijen die er anders over denken vinden wij blijkbaar met elkaar dat universiteiten niet alleen uit belastinggeld betaald moeten worden, maar dat zij een deel van hun financiering bij het bedrijfsleven moeten zien te halen. Dit bedrijfsleven wil dan natuurlijk wel met de universiteiten tot zaken kunnen komen over intellectuele eigendomsrechten. Het zou deze geldstroom aanzienlijk bemoeilijken als universiteiten geen eigenaar zouden zijn van de intellectuele eigendomsrechten op de geestesvruchten van hun studenten en medewerkers.

  5. Een onderwijsinstelling vindt aansluiting in de auteurswet wanneer het auteursrechten claimt op een deel van het werk van haar studenten (Art 6 Auterswet):

    Indien een werk is tot stand gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, wordt deze als de maker van dat werk aangemerkt.

    Dertien-in-een-dozijn prakticumuitwerkingen zijn voor de school, maar het claimen van alle rechten op creatief en origineel werk gaat een stap verder dan de standaard regeling in de auteurswet. Dit kan (in bepaalde gevallen) onredelijk uitvallen, zeket het stuk tekst “door […] derden uitgevoerde projecten waarbij je betrokken bent gedurende de periode dat je als student bij de TU/e ingeschreven staat”

  6. De KUN had iets soortgelijks toen ik daar studeerde.

    Het lijkt me dan ook dat deze verplichting als een onredelijk bezwarende algemene voorwaarde van tafel krijgt.

    Doe niet zo na?ef, het gaat om auteursrechten.

    Over van tevoren rechten afdragen, dit staat in mijn overeenkomst met een uitgever van stripverhalen: “Hiermee worden alle auteursrechten waarop jij als leverancier van STRIPSERIE-scenario’s aanspraak zou kunnen maken, overgedragen aan UITGEVER. Met vriendelijke groeten,”

  7. Ik ken veel meer van dit soort gevallen, dat was ook de reden dat ik deze zaak op ons blog heb gezet. De situatie die ik vaker heb gehoord is dat studenten niet weten waar het over gaat en er dan een situatie ontstaat waarin het vervolgens onduidelijk is of studenten anders wel kunnen afstuderen. Overigens betreft dit geen geval van de TU/e. Artikel 6 gaat niet op omdat de studenten dan meer een meewerkend voorwerp zouden zijn en geen eigen inbreng zouden hebben. Dan zouden zij niet voldaan hebben aan de Wet op het Hoger Onderwijs waarin staat dat de student zelf een proeve van bekwaamdheid moet afleggen.

  8. In de cao voor het voortgezet onderwijs (http://www.nvvw.nl/media/downloads/caovo20082009__plusbijlage26111.pdf) staat de volgende bepaling:

    17.5 Intellectueel eigendom

    Indien en voor zover de functie van de werknemer mede omvat het, in opdracht van de werkgever, vervaardigen van bepaalde werken vallend onder het auteursrecht, berust het auteursrecht van die werken bij de werkgever, tenzij anders wordt overeengekomen.

    Een bepaling die ik ook niet erg duidelijk vind. Het gaat hier niet over leerlingen maar over docenten(werknemers).

  9. Universiteit twente, samenvatting:

    De bedenker van de producten is ook de eigenaar. De student die zelfstandig een product heeft ontwikkeld is eigenaar van dat product, een groep studenten die gezamenlijk een product heeft ontwikkeld is collectief eigenaar van dat product.

    De eigenaar of het collectief van eigenaren heeft het recht het zelf ontwikkelde product commercieel te exploiteren.

    Een onderwijsproduct is altijd openbaar. Het feit dat de eigenaar het product commercieel exploiteert of wil exploiteren, geeft de eigenaar geen recht op geheimhouding.

    Een onderwijsproduct is altijd beschikbaar ten behoeve van de eigen activiteiten van de onderwijsinstelling.

    Op de regels over openbaarheid die staan beschreven in punt 3 en 4 is slechts een uitzondering mogelijk indien het product gebaseerd is op een uitvinding waarvoor de eigenaar octrooi aan wil vragen.

    volledige code of conduct (pdf)

  10. Dit stuk heeft een eenzijdige benadering. Alle redeneringen zijn gedaan vanuit de student. Voor de universiteiten is van belang dat het onderwijs hanteerbaar blijft. En dat komt bij projectonderwijs onder druk te staan als de rechten van (deel)uitvindingen bij studenten liggen. Met name bij meerjarige projecten en op het moment dat een student een ex-student wordt, kan het managen van een project een moeilijke taak worden. Het zou de bureaucratie op een onderwijsinstelling (voor hogescholen geldt dit ook) alleen maar verergeren en dat is iets wat we juist niet willen hebben. Deze regeling wijkt trouwens nauwelijks af van artikel 12 van de Rijksoctrooiwet, maar omdat hier geen sprake is van een dienstverband is het voor alle partijen goed om het eenduidig op papier te zetten. Overigens vindt u een dergelijk antwoord van de TU/e ook op http://sync.nl/tu-eindhoven-neemt-nieuwe-studenten-creatieve-rechten-af/2. Het heeft dus niets met ???afpakken van rechten??? te maken maar met het behoud van kwaliteiten van onderwijs.

    Alfons Laudy, accountmanager, Octrooicentrum Nederland

  11. Onderwijsinstellingen lijken volgens bovenstaande discussie gericht op het verwerven van auteursrecht, maar ik heb begrepen dat het (met uitzondering van octrooirecht) vooral gaat om het vrijelijk reproduceren van kennisproducten uit het onderwijs via databanken zoals NARCIS of de HBO-kennisbank. Het lijkt me verstandig om te beginnen een onderscheid te maken tussen auteursrechten van medewerkers en van studenten. Op de eerste groep is het arbeidsrecht van toepassing en hier geldt dat het auteursrecht bij de werkgever ligt, tenzij anders overeengekomen. De gangbare praktijk is dat medewerkers onder eigen naam hun kennisproducten exploiteren! Onderwijsinstellingen zouden via de werknemer moeten onderhandelen met uitgevers om de kennisproducten te mogen benutten en te mogen reproduceren. Door de gegroeide praktijk, waarbij medewerkers financieel voordeel hebben bij publicatie via commerciele media, lijkt het een harde dobber te worden om met publiek geld gefinancierde kennisproductie vrij beschikbaar te stellen.

    Op studenten is het arbeidsrecht niet van toepassing, zij kunnen min of meer onder leiding van docenten kennisproducten realiseren. Als aangetoond kan worden dat de docent resultaatverantwoordelijk is, lijkt het auteursrecht bij de onderwijsinstelling te liggen. In veel gevallen is dat niet het geval en lijkt de student of diens opdrachtgever auteursrecht te hebben (tenzij anders overeengekomen). Zoals eerder in deze discussie aangegeven wordt van studenten in het hoger onderwijs verwacht dat zij zelf een proeve van bekwaamheid afleggen. De onderwijsinstelling kan studenten en relaties bij bedrijven adviseren over het auteursrecht (meer info op SURF-auteursrechten).

    Als de onderwijsinstelling zelf de kennisproducten van studenten of hun opdrachtgever wil reproduceren (intern voor het onderwijs of via openbare of besloten websites) zal ze hiervoor toestemming moeten vragen aan de rechthebbende auteur (waarmee zij in dit geval geen arbeidsrechtelijke verhouding heeft). De vraag waarmee deze discussie begon, is of het auteurs- en/of reprorecht algemeen kan worden geregeld bij inschrijving van de student, standaard in stage-/leerovereenkomsten of achteraf per specifiek kennisproduct. Een complicerende factor is dat er in diverse opleidingen veelsoortige relaties met het betreffende werkveld worden onderhouden. Onderwijsinstellingen willen graag een actieve rol kunnen spelen in de kenniscirculatie en de administratieve rompslomp beperken door haar rechten vooraf te regelen. Maar is dat wettig? Naar mijn idee heeft tot nu toe niemand aan onderwijsinstellingen eenduidige en wettelijk verantwoorde richtlijnen gegeven voor het beperken van de bureaucratie bij het beschikbaar stellen van kennisproducten die studenten in het kader van het onderwijs maken. En daar zijn we toch naar op zoek?

  12. Het is al een verbetering dat studenten nu tenminste bij inschrijving op de hoogte worden gesteld en de TU/e een eenduidig beleid heeft. Veel opleidingen hebben dit soort regels al jaren ergens in een regeling staan zonder dat dit instellingsbreed is ingevoerd, zoals de UT bijvoorbeeld. De hierboven door Marielle genoemde regeling geldt alleen voor opleidingen van de faculteit EWI. Bij opleidingen van de faculteit CTW staat het zo in de onderwijs- en examenregeling:

    Het eigendomsrecht van de resultaten van taken, opdrachten en projecten die in het kader van de opleiding zijn uitgevoerd berust bij de faculteit Construerende Technische Wetenschappen. Aan (deel)resultaten van een in opdracht van de UT uitgevoerd project, onderzoek of opdracht kan door de betreffende student geen rechten worden ontleend, tenzij dit voor aanvang met het bestuur van de faculteit is overeengekomen en schriftelijk is vastgelegd. Afspraken met het bedrijf omtrent de openbaarheid van de resultaten, het eindrapport en de duur en mate van vertrouwelijkheid ervan dienen van tevoren te worden vastgelegd.

    (http://www.ide.utwente.nl/generalinformation/rulesregulations/oerIDE0809.pdf)

    Problematisch hieraan is dat opleidingen vaak menen dat studenten door ingeschreven te staan impliciet akkoord gaan met het reglement. Maar opleidingen passen deze jaarlijks aan op basis van voortschrijdend inzicht en voeren nieuwe versies in voor alle lichtingen studenten. Kan van studenten verwacht worden dat zij bij wijzigingen waar zij niet mee akkoord gaan de studie afbreken? Of is voor iedere student de regeling van toepassing zoals deze was ten tijde van de eerste inschrijving? (en worden zij geacht zelf een kopie hiervan te bewaren daar in ieder geval de UT dit niet doet)

    Hoewel opleidingen graag als argument gebruiken dat deze regelingen er zijn om conflicten tussen student en externe opdrachtgevers/stagebedrijven te voorkomen zie ik niet in hoe dit helpt. Voor studenten maakt het weinig verschil of de rechten naar het bedrijf of de opleiding gaan en bedrijven hebben weinig aan stagiaires als zij het resultaat van de werkzaamheden niet krijgen. Daarnaast eisen opleidingen ook de rechten op als er geen derde partij bij betrokken is.

    Een persoonlijk voorbeeld: in mijn vrije tijd heb ik een stukje simulatiesoftware geschreven en dit als ontwerptool gebruikt bij mijn afstudeeropdracht. Vervolgens heeft de faculteit op basis van bovengenoemde regeling de rechten hierop opgeeist, de broncode uit mijn persoonlijke map op het interne netwerk gehaald en dit niet alleen gebruikt voor verder onderzoek, maar ook voor het uitvoeren van simulaties voor een ontwerpbureau (nadat dit eerst mij als bijbaan was toegezegd). Bij navraag hierover werd gesteld dat deze werkwijze gebruikelijk was en werden door de opleiding soortgelijke situaties met andere studenten genoemd.

    Op zich is het wel begrijpelijk dat onderwijsinstellingen de auteursrechten willen hebben. Studenten die intern afstuderen worden tenslotte vaak gevraagd om onderzoek te verrichten waar de instelling subsidie op ontvangt en mee verder wil. Feitelijk word bij veel vakgroepen een deel van het onderzoek door studenten verricht en als zij aanspraak zouden maken op hun auteursrecht dan kan dat verder onderzoek dwarsliggen.

    Studenten vinden het vaak wel leuk als er nog iets nuttigs met hun werk gedaan wordt. Aan de andere kant krijgen studenten meestal geen vergoeding voor een interne opdracht en worden zij zo als gratis (collegegeld betalende) arbeidskrachten ingezet. Het lijkt mij eerlijker als bij interesse voor het werk van een student deze als een soort interne stage in dienst word genomen. Dan gaan de rechten naar de instelling en krijgt de student een stagevergoeding voor zijn werk.

    Het voordeel van de aanpak van de TU/e is dat alle studenten bekend zijn met de regeling en het wel uit hun hoofd laten om op eigen initiatief gemaakt werk met de universiteit te delen. Of zoals een docent het mij eens stelde “Als je een goed idee hebt, werk dat dan buiten de opleiding om uit”. Dit kan toch haast niet de bedoeling zijn?

  13. Onderwijsinstellingen functioneren niet in een vacu?m waarin ze hun eigen wetten kunnen schrijven. Het auteursrecht ligt gewoon bij de auteur, tenzij anders overeengekomen. En zo’n algemeen reglement lijkt me geen overdracht van auteursrecht. Heeft nog nooit iemand dat aangevochten?

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

Volg de reacties per RSS