Leveranciers GPS-horloges doen tevergeefs beroep op AVG tegen concurrenten

| AE 12511 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 10 reacties

Een poging van twee leveranciers van GPS-horloges om een concurrent aan te pakken via de privacywet AVG is tot nu toe niet geslaagd. Dat meldde het FD onlangs. De rechtszaak was aangespannen omdat de concurrent de AVG zou overtreden, en daarmee een oneerlijke voorsprong zou nemen op de wél netjes AVG-compliant opererende eisers uit de zaak. Maar volgens de rechter is de AVG niet bedoeld om concurrenten mee aan te pakken; alleen consumenten en de AP kunnen zich op deze wet beroepen. Buitengewoon jammer!

De rechtszaak was aangespannen door Leading Care Technologies (LCT) en Lifewatcher uit Zoetermeer. Deze bedrijven leveren GPS-horloges aan ouderen, die daarmee direct contact kunnen houden met verzorgers. Alles netjes geregeld, zo te lezen: ze kopen in bij een Oostenrijks bedrijf en voor de verwerking van persoonsgegevens is een verwerkersovereenkomst gesloten met de leverancier.

De gedaagde was iets makkelijker: het door hem geleverde horloge en de app komen uit China. De app is gratis en kan gedownload worden uit de app-stores van Apple en Google, zonder enige check of toezicht vanuit de verkoper. Dat lijkt mij ook niet direct AVG-compliant, dus ik snap wel dat je je dan gefrustreerd voelt als concurrent die wél hard z’n best doet.

Het vonnis laat zien dat het gaat om de ‘relativiteit’, is het wel de bedoeling dat deze wet voor dit doel wordt ingezet. De AVG is een vertaling van het grondrecht van grip op je persoonsgegevens, en dat is per definitie iets persoonlijks waar gewone mensen wat aan hebben. De concurrent van een gebruiker van persoonsgegevens heeft weinig te maken met mijn grondrechten als betrokkene.

Het is natuurlijk erg jammer want juist private handhaving heeft bij dit soort wetgeving het meeste effect. Kijk naar reclamerecht en oneerlijke handelspraktijken: daar gaat het erg netjes mee in Nederland, omdat iedereen weet dat de concurrent in je nek springt als je ten onrechte zegt dat je goedkoper, sneller, beter of compatibeler bent.

Formeel is natuurlijk ook die wetgeving gericht op bescherming van consumenten, maar in de Europese Richtlijn over handelspraktijken staat vrij expliciet dat deze indirect legitieme ondernemingen beschermt tegen concurrenten die de regels in de richtlijn niet in acht nemen. Een dergelijke opmerking ontbreekt in de AVG, dus dat argument gaat hier niet op.

Dat had bij de AVG ook best kunnen werken: wie persoonsgegevens oneerlijk verwerkt, zet zichzelf op een oneerlijke voorsprong en daar lijdt de concurrent schade door. En bedrijven zijn prima in staat om in te schatten waar een bedrijf de fout in gaat met een wet als de AVG. Maar daar zet de rechter nu dus een streep door. Gemiste kans.

Opvallend nog is wat de rechter zegt over de gratis app. Die zou oneerlijke concurrentie opleveren: een gooi-en-smijt app met mogelijk Chinese achterdeur versus een zorgvuldig ontwikkelde en pas na dpia uitgebrachte Europese app, dat gaat nergens over natuurlijk. Maar nee:

Op computers kan gratis software worden geïnstalleerd en ook met de mogelijkheid om via App Store of Google Play Store gratis apps te downloaden zijn gebruikers van smartphones en tablets al jaren bekend. Ook de eventueel daaraan verbonden voor- en nadelen mogen inmiddels bekend worden verondersteld. Eén van die gratis apps is de SeTracker app, die niet alleen op de door Avium geleverd GPS-horloges werkt maar door iedereen op een geschikt apparaat, zoals een smartwatch of smartphone, kan worden geïnstalleerd.
Dit voelt wel erg kort door de bocht: iedereen weet dat gratis apps de privacy kunnen schenden, dus het is niet oneerlijk als een bedrijf daarvoor kiest. Zolang ze maar eerlijk zijn dat je AVG-technisch kaalgesnuffeld wordt. Daar heb ik geen juridische argumenten meer tegen.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Ik heb er toch wel moeite mee dat zonder enig bewijs wordt gesproken van mogelijk achterdeur (want zij) versus zorgvuldig (want wij). Ik ben al best moe van de gemakzuchtige tot zelfs zwakzinnige journalistiek, die klakkeloos anti China/Rusland/Iran/Noord-Korea propaganda persberichten overtikt. Maar just in de juridische hoek zou ik dit soort berichten vergezeld van bewijs verwachten.

    Dus wil je je concurent aanspreken op een mogelijke Chinese achterdeurapp? Kom dan op zijn minst met iets van bewijs, inplaats van ‘jeweetog?’. Analyseer de app en de data die het verstuurt, en kom dan pas met de beschuldiging.

    De ACM zegt er volgens het vonnis dit over:

    Met betrekking tot de kwaliteit van het platform of de app wil het enkele feit dat deze apps en platforms (waarschijnlijk) gratis worden aangeboden door Chinese aanbieders niet zeggen dat deze apps en platforms niet van goede kwaliteit kunnen zijn. LCT heeft de slechte kwaliteit en veiligheid van de Chinese apps en platforms niet aangetoond.

  2. Gisteren vertelde je dat een rechter niet zoveel kan met niet door partijen aangehaalde artikelen (toen 7:7 BW). Had een rechter hier het verschil tussen de Europese Richtlijn over handelspraktijken en de AVG wel (voorstelbaar) kunnen oppakken als thema? Ik stel me even voor dat een rechter een mens is, met een leidinggevende, die hem X uur geeft voor een zaak van complexiteit Y. Dus enige druk om je niet te verliezen in theoretische uitweidingen kan ik me goed voorstellen, helemaal wanneer het gaat om een kort geding.

    Correctie: Zie dat de OHP is aangedragen door partijen en ook behandeld (kort). Blijf ik wel denken dat de opmerking over de gemiste kans niet echt past bij een kort geding.

  3. Kun je je niet beroepen op een onrechtmatige daad als een concurrent voordeel haalt uit het breken van een Wet (op privacy) terwijl jij je aan de wet houdt? Bij een onrechtmatige daad maakt het toch niet uit dat de wetsovertreding in de onrechtmatige daad niet jegens de eiser plaatsvindt als de schade maar wel bij de eiser plaatsvindt.

    • re: hAl Dat onderscheid wordt bij een Onrechtmatige Daad wel degelijk gemaakt, door middel van de zogenaamde correctie-Langemeijer. Dit komt voort uit het Arrest Beukers/Dorenbos. Hierin beriep een groep tandartsen uit Tilburg zich op een onrechtmatige daad jegens een persoon die zich uitgaf voor tandarts in die plaats hoewel hij geen tandheelkundige of medische bevoegdheid had. Dit werd afgewezen omdat:

      dat weliswaar de uitoefening van het beroep van tandarts waarvoor de wet een toelating vordert, zonder een zodanige toelating in strijd is met het wettelijk voorschrift van art. 436 Sr, doch dit voorschrift niet strekt om de belangen van de bevoegde beoefenaren van het beroep te beschermen; dat de bedoelde wettelijke bepaling niet anders beoogt, dan het publiek, dat zich tot de beoefenaar van het beroep wendt, te beveiligen tegen ondeskundige beroepsuitoefening; dat derhalve de omstandigheid, dat Dorenbos in strijd met art. 436 Sr heeft gehandeld, niet meebrengt, dat hij tegenover Beukers c.s. onrechtmatig heeft gehandeld

    • Alleen als de geschonden norm tot bescherming van de eiser strekt; dit is het relativiteitsbeginsel dat Arnoud al noemt (art. 6:163 BW). Een klassiek voorbeeld is een tandarts die onbevoegd werkzaam is: dit is in strijd met de wet, maar die wet strekt tot bescherming van de volksgezondheid, niet de commerciële belangen van de concurrenten van die tandarts, dus de concurrenten kunnen niet met succes schadevergoeding vordering wegens een onrechtmatige daad.

      • Wat ze natuurlijk wel kunnen doen is op zoek gaan naar een slachtoffer van die beunhaas tandarts, en die aanbieden het proces te voeren. Lijkt me voor die horloges eenvoudig: een medewerker van het bona-vide bedrijf koopt als prive persoon een exemplaar van de omstreden smart-watch, en begint dan een zaak tegen die smart-watch fabrikant, op de achtergrond volledig gesteund door zijn werkgever. Omdat zo’n U-bocht zo makkelijk is, lijkt het me onzin om de rechte lijn te blokkeren, zeker omdat handhaving door concurrenten juist zo’n potentieel sterk middel is. Valse concurrentie is naar mijn mening wel degelijk onrechtmatig.

  4. Als ik het vonnis goed lees beweert de ene partij dat de software van de ander inferieur is en dat de AVG niet gerespecteerd wordt. Dat wordt nergens onderbouwd, alleen gesuggereerd omdat het nu eenmaal een Chinese app is. Ik kan me goed voorstellen dat de rechter daar niet in kon meegaan.

    Ik zie ook niet zo snel Arnoud’s conclusie: ‘ De app is gratis en kan gedownload worden uit de app-stores van Apple en Google, zonder enige check of toezicht vanuit de verkoper. Dat lijkt mij ook niet direct AVG-compliant, dus ik snap wel dat je je dan gefrustreerd voelt als concurrent die wél hard z’n best doet.’

    Waarom zou dat niet AVG compliant zijn? En zelfs als dat zo is, waarom zou de gedaagde daarvoor verantwoordelijk zijn? Die levert een horloge dat ingericht is om te werken met een veelgebruikte gratis app van een derde partij, en heeft daarmee een goedkoper aanbod.

    Afgezien van dat een AVG probleem niet bewezen is, zie ik ook gewoon niet waar het AVG probleem nu echt zit.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS