ACM doet onderzoek naar prijsafspraken bij verkoop van tv’s in webwinkels

| AE 11284 | Ondernemingsvrijheid | 11 reacties

Televisiefabrikanten worden ervan verdacht in Nederland minimumprijzen op te leggen aan webwinkels om de prijzen kunstmatig hoog te houden. Dat meldde Tweakers vorige week. Samsung bevestigt dat er een onderzoek bezig is, Sony zegt niet betrokken te zijn en LG geeft geen commentaar. TP-Vision, de fabrikant die Philips-tv’s maakt, zegt niet op de hoogte te zijn van een onderzoek. Webwinkels zouden volgens bronnen worden aangesproken op te lage prijzen, wat een vorm van prijsafspraken is die de markt verpest en daarmee door de ACM als concurrentiewaakhond aangepakt kan worden. Het lijkt me wel ontzettend lastig te bewijzen.

Eind vorig jaar maakte de toezichthouder bekend onderzoek te doen naar prijsafspraken tussen fabrikanten, winkels en webwinkels die consumentengoederen aanbieden. Hierbij werden onder meer invallen gedaan bij winkels en fabrikanten, een veelgebruikte manier om bewijs te verzamelen van zulke afspraken. Dat is natuurlijk lastig omdat het zelden formeel op papier staat. Deze aankondiging lijkt daarop een vervolg te zijn, al is het dus onduidelijk welke fabrikanten er precies in de gaten gehouden worden.

Op zich staat het een fabrikant natuurlijk vrij om eender welke prijs te rekenen aan winkels bij levering. Het probleem hier is dat men vervolgens een minimumprijs voorschrijft, waardoor de winkel niet kan stunten of onder de concurrent gaan zitten. En dát is een probleem met de concurrentieregels, want dit verstoort de vrije marktwerking op het gebied van prijs. Sneaky is dat die prijsregel niet op papier staat, maar je merkt het natuurlijk wel: je wordt ineens geweigerd bij levering of je krijgt hogere inkoopsprijzen. Maar maak het maar eens hard.

In de comments las ik nog de leuke tip dat je bij webshops vaak wel korting krijgt op grond van individuele verzoeken. Dat suggereert dat er in ieder geval de nodige ruimte in de prijzen is, wat weer een aanwijzing is dat de prijzen kunstmatig hoog gehouden worden.

Arnoud

Het foutgetypte concurrentiebeding

| AE 2187 | Ondernemingsvrijheid | 6 reacties

fence-hek-bord-afscheiding-blokkade-concurrentie-beding-verbod.jpgWie in de IT werkt, heeft er eentje in zijn contract: een concurrentiebeding. Daarmee kan een werkgever verhinderen dat je bij een concurrent aan de slag gaat. Op zich zijn concurrentiebedingen rechtsgeldig, maar de rechter stelt wel grenzen aan wat er mag. Zo kan je niet worden verboden om jarenlang niet in dezelfde branche te werken. Omdat een concurrentiebeding sterk in het nadeel van de werknemer is, worden fouten en onduidelijkheden dan juist weer in het voordeel van die werknemer uitgelegd. Maar dat is niet altijd zo, zo blijkt uit een recent arrest over een rare verschrijving in een concurrentiebeding.

In deze zaak gingen werkgever en werknemer op basis van een vaststellingsovereenkomst uit elkaar. Daarin was een concurrentiebeding opgenomen, met een uitzondering voor de werknemer. Hij mocht niet gaan werken bij concurrenten, maar wél bij Fietsnet (een internetfietsenwinkel). Alleen, de ex-werknemer was gaan werken bij Netfiets (een rijwielgroothandel) en werd aangesproken op de schending van het concurrentiebeding. Daartegen kwam de werknemer in het geweer: dit was een typfout geweest, er was duidelijk Netfiets bedoeld al die tijd dus een schending kon dit niet zijn.

Nu is het in Nederland zo dat een contract niet alleen maar wordt bepaald door wat er letterlijk staat. De wederzijdse bedoelingen en achterliggende gedachte van het contract wegen zeker mee bij de uitleg van het contract. Juristen noemen dit Haviltexen, naar het Haviltex-arrest dat als eerste bepaalde dat het bij contractsuitleg aankomt op

[wat partijen] in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten

Een typfout of onduidelijke omschrijving kan dus via de Haviltex-route alsnog gecorrigeerd of verduidelijkt worden. Als duidelijk is wat werd bedoeld (bv. op basis van de gebruikelijke betekenis van een term of hoe men eerder in de onderhandelingen de achtergrond had geschetst), dan beïnvloedt dat wat er staat.

Het Gerechtshof stelt voorop dat een schriftelijk onderhandeld en ondertekend beding dat op zichzelf genomen duidelijk is, in principe dwingend bewijs oplevert. Het is mogelijk om aan te tonen dat hier sprake is van een fout, maar dan zul je wel een héél goed verhaal moeten hebben. Het Gerechtshof gelooft daar niet echt in:

[De ex-werknemer heeft] zich tijdens de onderhandelingen over de beëindiging van het dienstverband laten bijstaan door een advocaat en deze advocaat in zijn (…) brief van 17 juni 2009 aan de advocaat van Odice (voorafgaand aan het moment waarop partijen de vaststellingsovereenkomst hebben getekend) tot twee keer toe uitdrukkelijk spreekt over Fietsnet.nl, als de op het concurrentieverbod geldende uitzondering, waar [de ex-werknemer] voornemens is te gaan werken.

Als je zó uitdrukkelijk die naam hebt gehanteerd, dan lijkt het me inderdaad nauwelijks nog verdedigbaar dat je eigenlijk een anderen naam had bedoeld. Dat het dan toch een fout is geweest, moet dan voor je eigen rekening komen.

Of beter gezegd: voor die van de advocaat, want dit lijkt me toch wel een erg domme fout voor een professional.

Arnoud

Linkedin versus het relatiebeding

| AE 1750 | Informatiemaatschappij, Ondernemingsvrijheid | 6 reacties

linkedin-connecties-contacten.pngEen lezer mailde me:

Linkedin lijkt in veel opzichten op het visitekaartjesboek dat iedere commerciële man vroeger bijhield. Niets zo handig als je klanten en relaties daarin bijhouden. Maar wat nu als je weggaat bij je huidige bedrijf, moet je dan je Linkedin-profiel opschonen? Of kan je baas zelfs eisen dat je het profiel moet opheffen?

Veel arbeidscontracten hebben een zogeheten relatiebeding, een clausule die je verbiedt om gedurende een zekere tijd met relaties (klanten of opdrachtgevers) van je werkgever in zee te gaan. Hier zitten grenzen aan, maar in principe mag een werkgever zo’n eis stellen. Wel moet het relatiebeding schriftelijk afgesproken zijn (art. 7:653 BW).

Het lijkt mij dat als je afspreekt je “oude” relaties niet meer te benaderen na ontslag, je dat ook niet via Linkedin (of Hyves of Xing of Facebook) mag doen. Het technisch middel doet er niet toe, waar het om gaat is wat jij als ex-werknemer doet: probeer je oude relaties mee te nemen naar je nieuwe werk? Zo ja, dan overtreed je het relatiebeding. Update het Hof Arnhem vindt dat ook:

zal het hof de gedeeltelijke schorsing van het concurrentiebeding zo formuleren dat het [A] verboden is (blijft) zakelijk contact te onderhouden met klanten van Smeba. Daarbij maakt het niet uit van wie dat contact uitgaat en waarover het contact gaat, zodat ook het hebben van contact via een zakelijk netwerkmedium als LinkedIn onder dat verbod valt. Alleen contact dat zuiver in de privésfeer ligt valt niet onder het verbod.

Natuurlijk wil contact via Linkedin niet automatisch zeggen dat je ze weghaalt bij je ex-werkgever of opdrachten bij ze probeert los te krijgen. Koen Roozen wijst er bij Ikki bijvoorbeeld op dat “een online profiel updaten iets heel is anders dan het “actief en stelselmatig benaderen van zakelijke relaties’.” Je status aanpassen bij Linkedin, of je nieuwe werkgever in je profiel zetten, lijkt me nog geen overtreding.

Maar afhankelijk van hoe het beding is geformuleerd, kan zo’n contact toch een overtreding van het relatiebeding zijn. Iedereen een mailtje sturen met de mededeling dat je weg bent maar bij je nieuwe werk dezelfde kwaliteit werk wilt leveren zou ik bijvoorbeeld riskant vinden. De ondertoon is “kom met me mee” en dat is nu net wat een relatiebeding bedoelt tegen te houden.

Bouw je dus tijdens een dienstverband een Linkedin-netwerk op, en heb je een relatiebeding in je arbeidscontract, ga dan goed na of dat netwerk daaronder valt. En zo ja, dan zou ik daar expliciete afspraken over maken met je werkgever. Je zou bijvoorbeeld tegen het einde van je dienstverband kunnen aanbieden dat hij door je netwerk heen mag lopen en zijn belangrijke klanten eruit kan laten halen, zodat hij gerustgesteld wordt dat jij die niet meteen zult benaderen. En als je dat op schrift zet, kan hij achteraf moeilijk nog protesteren als je de rest van je netwerk gaat benaderen.

Update (21:09) in het Financieel Dagblad staat een stuk van Astrid Helstone en Eva Visser (advocaten bij Stibbe) waarin ze onder andere betoogt dat het enkele updaten van een Linkedinprofiel geen schending van een relatiebeding is onder Nederlands recht. Importeren van de CRM-database naar je Linkedinprofiel is daarentegen wel verboden.

Arnoud