Facebook en Gucci klagen samen verkoper van nepspullen aan

| AE 12641 | Intellectuele rechten | 6 reacties

Facebook heeft een rechtszaak aangespannen tegen een verkoper van namaakspullen, las ik bij Tweakers. Facebook werkt daarbij samen met modehuis Gucci, de partij wiens producten nagemaakt werden door deze verkoper. Nu komt handel in namaak al vele decennia voor, ook met Facebook of Instagram als platform, dus het verbaast in zoverre niet dat er een rechtszaak komt, maar waarom doet Facebook mee zo vroegen veel mensen zich af?

Volgens de eigen blog is de zaak “part of our ongoing efforts to enforce our Terms and protect against abuse”. Immers, de TOS van Facebook verbieden al sinds het begin het schenden van rechten van derden. Daarnaast heeft men “robust IP protection measures including a global notice-and-takedown program, a robust repeat infringement policy and additional measures”, waartoe dan kennelijk ook behoort dat je samen naar de rechter gaat.

Het doet in zoverre raar aan dat dit volgens mij de eerste keer is dat Facebook meedoet met zo’n rechtszaak. Juridisch is het ook een tikje gek, want Gucci kan gewoon merkinbreuk (of auteursrechtinbreuk, eventueel) aandragen als basis voor haar claim maar Facebook moet het gooien op een wanprestatie onder de overeenkomst met de gebruiker – de juridische term voor “schending van de TOS”. En dat is juridisch iets heel anders.

In zoverre is het handig dat als Gucci aantoont dat haar merk geschonden wordt, Facebook meteen gelijk krijgt dat haar TOS geschonden is. Dus efficiënt is het wel.

Het onderliggende punt is natuurlijk dat Facebook zelf niet aansprakelijk is voor die merkinbreuk door haar gebruiker. Dus waarom doen ze dan die moeite, zo’n dure rechtszaak? Ze kunnen ook – zoals zo veel platforms al decennialang doen – achterover leunen en wachten op de notice & takedown en dan de specifieke advertentie weghalen. Kennelijk is er dus een reden waarom Facebook zelf ook van deze gebruiker af wil. Te veel klachten gehad? Een precedent willen zetten pour encourages les autres? Geld krijgen van Gucci voor actief meewerken?

Arnoud

Koper van SCO’s OpenServer klaagt IBM en Red Hat aan

| AE 12605 | Intellectuele rechten | 5 reacties

Oh nee. Softwarebedrijf Xinuos klaagt IBM en Red Hat aan voor het illegaal kopieren van zijn broncode voor besturingssystemen voor servers, las ik bij Tweakers. Xinuous is de rechtsopvolger van het beruchte SCO, dat IBM een jarenlang slepende rechtszaak aandeed met de meest onzinnige claims over “gestolen IP” dat IBM in Linux zou hebben gestopt. Of zoiets. Ik blogde in mijn begintijd over die zaak, de kern is dat het totale onzin was en iedereen knettergek was van hoe veel werk het bleek om dat te weerleggen. En dan nu wéér?

Het eerste dat me opviel is dat Xinous de zaak op de Amerikaanse Maagdeneilanden heeft aangespannen. Dat leek me een transparante truc om de zaak over te mogen doen: je kunt immers niet tweemaal procederen over hetzelfde, maar wél als je in een andere jurisdictie staat. Maar dat blijkt te komen omdat Xinous haar hoofdkwartier op dat 100.000 inwoners tellende eilandengroepje heeft.

Daarnaast blijkt Xinous iets concreter over de “stolen IP”: het zou gaan om een emulatorlaag waarmee IBM’s eigen besturingssysteem AIX Linux-applicaties kan draaien. Die emulator, Affinity geheten, zou regelrecht gekopieerde broncode bevatten waar Xinous het auteursrecht op heeft. Ook betreft het de UnixWare 7 print subsystem en de multipath IO routines, en nog het een en ander. Nou kijk, daar kunnen we wat mee. Om nu op woensdagochtend even een volledige source review te doen gaat me wat ver, maar ik moet toegeven dat dit een concrete én andere beschuldiging is dan waar SCO destijds mee kwam.

IBM lijkt -aldus de aanklacht, een verweerschrift is er nog niet- te denken dat zij dit mochten doen omdat deze code uit UNIX en UnixWare komt, waar Novell (de echte eigenaar van UNIX, zo bleek in de SCO rechtszaak) ze een licentie op gegeven heeft. Maar Xinous zegt dus dat nou net díe auteursrechten naar hen zijn gegaan.

Gek genoeg komt er dan ook een zeer paranoïde klinkend verhaal over hoe IBM samenzwoer met Red Hat (dat inmiddels een IBM-dochter is) om zo de markt voor Unix-achtigen te verpesten:

As a result of these activities, Xinuos has been excluded from key opportunities in the market. For example, despite Xinuos offering a FreeBSD-based operating system with substantial commercial value for enterprise users, Xinuos was unable to garner as much financial support or customer interest in OpenServer 10 as it could and should have due to the market conditions. Indeed, the market is so distorted that Xinuos has determined that over 70% fewer of its customers are in a position to license its new operating system than would be available in a functioning market. The foreclosing effect on Xinuos is felt by all competitors as well.
Ik kan hier dus werkelijk geen chocola van maken, met name omdat men óók nog even Linux-alternatief FreeBSD aandraagt als slachtoffer van IBM’s Linux tactieken. De eis bij deze beschuldiging is overigens dat de aankoop van Red Hat ongedaan gemaakt moet worden, wat in theorie kan maar volgens mij nog nooit met succes geëist is.

Het wachten is nu op de eerste reactie van IBM. Echt een kloon van de SCO soap zou ik dit niet meteen willen noemen, de feitelijke beschuldigingen zijn daarvoor te concreet. Maar je mag het een reboot noemen met een nieuwe regisseur.

Arnoud

Google wint van Oracle, maar de rest van de wereld heeft daar weinig aan

| AE 12602 | Intellectuele rechten | 10 reacties

Google heeft geen inbreuk gemaakt op het copyright van softwarebedrijf Oracle toen het de code uit de programmeertaal Java gebruikte voor zijn mobiele besturingssysteem Android. Dat meldde RTL Nieuws onlangs. De Amerikaanse Supreme Court bepaalde namelijk dat de relevante code een fair use was onder eventuele auteursrechten van Oracle op diens Java-implementatie. Leuk voor Google, maar een uitspraak dat iets fair use is, daar heeft de rest van de wereld weinig aan. De kern van de zaak was namelijk: rust er überhaupt auteursrecht op een API definitie, wat de betreffende regels code uiteindelijk waren.

De zaak Google/Oracle draait om de universele programmeertaal Java, die begin jaren negentig is ontwikkeld door Sun Microsystems. In 2007 kwam het voor mobiele apparaten ontwikkelde besturingssysteem Android op de markt. Om ontwikkelaars over de streep te trekken Android-applicaties te maken, had Google daarin verschillende API’s opgenomen. Deze API’s bevatten elementen die ook aanwezig waren in de API’s van Java en droegen bovendien dezelfde namen. Alleen, de implementatie was verschillend.

Dat mag, zo dachten de meeste juristen destijds. Op een definitie of een naam rust geen auteursrecht. De implementatie wel, maar die was dus niet overgenomen. Desondanks kwam dit voor de Supreme Court en die bepaalde tot veler verrassing dat je op een API wél auteursrecht kunt hebben. Dit zou betekenen dat het interface-conform ontwikkelen van een implementatiekloon juridisch onmogelijk zou zijn, vandaar dat Google er met een truc een nieuwe zaak van maakte.

Die nieuwe zaak ging over fair use: mag je andermans werk gebruiken zonder toestemming als dat eerlijk of redelijk is, even kort gezegd. Dit Amerikaanse begrip is breder dan ons citaatrecht, parodierecht et cetera: weliswaar zijn al die dingen van ons vormen van fair use, maar wij hebben in Europa geen algemeen criterium “jamaar dat is toch doodnormaal, kom nou toch hoezo mag dat niet”. Dat is zowel een voordeel als een nadeel. Een nadeel, want als het niet in de wet staat dan vereist het dus toestemming. Maar ook een voordeel, want je weet nu precies wat wel en niet mag.

In de VS hebben ze dus die open norm, en de Supreme Court oordeelt nu dat Google daaronder dit mocht doen. Google had alleen die regels broncode gekopieerd – die API definities overgeschreven – die ze echt nodig had:

Google copied only what was needed to allow programmers to work in a different computing environment without discarding a portion of a familiar programming language. Google’s purpose was to create a different task-related system for a different computing environment (smartphones) and to create a platform—the Android platform—that would help achieve and popularize that objective. The record demonstrates numerous ways in which reimplementing an interface can further the development of computer programs.
Het probleem is alleen: geldt dit voor íedere herimplementatie van andermans API? Hoe ver gaat dat “what was needed”, hoe anders moet jouw eigen programmeeromgeving zijn en moet het gaan om een “bekende” (familiar) programmeertaal? Als ik de API van zeg de elearning-provider op de hoek kopieer, val ik dan hieronder? En dat is dan alleen nog maar wat ik in vijf seconden kan bedenken na het lezen van deze zin; kun je nagaan wat een advocaat van Oracle daarvan maakt als hij zes maanden fulltime 800 dollar per uur daarvoor mag rekenen.

Het Hof danst om de vraag heen of haar vorige uitspraak over auteursrecht op API definities terecht was. Dat is ook lastig want zelfs de Supreme Court kan niet zomaar haar eigen precedenten opzij zetten. Men houdt het dan ook bij

We shall assume, but purely for argument’s sake, that the entire Sun Java API falls within the definition of that which can be copyrighted. … As part of an interface, the copied lines are inherently bound together with uncopyrightable ideas (the overall organization of the API) and the creation of new creative expression (the code independently written by Google).
Dit laat dus het principe overeind dat er best auteursrecht op een API als zodanig kan zitten. Weliswaar niet heel veel, maar kennelijk net genoeg. En hoe je het idéé van een API hergebruikt zonder de letterlijke functienamen en dergelijke te gebruiken, daar laat men zich wijselijk niet over uit.

We kunnen dus nu wel roepen dat Google gewonnen heeft, maar de conclusie die op lange termijn blijft staan is dat vrijwel iedere API auteursrechtelijk beschermd is, met als gevolg dat interoperabiliteit vrijwel onmogelijk wordt. Immers, wil je die herimplementeren dan heb je toestemming nodig tenzij je in een beperkte uitzondering valt.

Dit versterkt de macht van rechthebbenden enorm. En ja, ik maak me daar ook bij Europese bedrijven zorgen over. De meeste innovatieve softwaredienstverleners opereren immers vanuit de VS. De ervaring leert dat hun gedrag (en contractuele voorwaarden) sterk Amerikaans georiënteerd zal zijn, waarbij men niet snel Europeesrechtelijk water bij de wijn zal doen. Daar komt bij dat een concurrent binnen dit juridisch kader geen API-compatibele eigen dienst kan aanbieden, omdat dit op auteursrechtelijke bezwaren zal stuiten in de VS – en de dienst aldaar niet aanbieden is commercieel dan geen optie.

Daar staat natuurlijk tegenover dat zeker de web API’s vaak al onder bepaalde voorwaarden worden aangeboden, zodat de praktijk niet direct zal wijzigen. Maar API-aanbieders hebben nu wel een stuk steviger fundament voor hun voorwaarden, namelijk dat wie deze schendt, tevens het auteursrecht te buiten gaat. Een app die jouw voorwaarden schendt, kun je afsluiten van de API en dat is het. Een app die jouw auteursrecht schendt, kun je van de markt halen onder opvordering winst en een verbod voor de toekomst. Dus nee, ik vind deze ‘overwinning’ best zorgelijk.

Arnoud

Laten we ophouden te doen of het EPO ooit wat nieuws over softwarepatenten bepaalt

| AE 12562 | Intellectuele rechten | 3 reacties

Naar aanleiding van het persbericht van het EPO over de laatste uitspraak inzake softwarepatenten kreeg ik vele vragen, allemaal met de strekking “zijn softwarepatenten nu alsnog legaal geworden”. Het maakt nogal indruk natuurlijk: de Grote Kamer van Beroep bepaalde dat simulatiesoftware octrooieerbaar kan zijn, en dus niet categorisch uitgesloten zijn. Maar al meer dan twintig… Lees verder

Anti-embed trucjes hebben auteursrechtelijke kracht gekregen van het Hof van Justitie

| AE 12552 | Intellectuele rechten | 30 reacties

Het embedden of framen van andermans werk in je eigen site is tegenwoordig ook al auteursrechtinbreuk, althans soms. Dat maak ik op uit een recente beslissing van het Hof van Justitie (C-329/19) over een zaak waarbij foto’s van kunstwerken werden geëmbed. Het is dus niet, zoals Mr het samenvat, dat je mag beslissen of je wordt geframed…. Lees verder

Gastblog: Ervaring uit de praktijk: hoe kun je het beste reageren bij een online auteursrechtinbreuk (3/3)

| AE 12481 | Intellectuele rechten | 54 reacties

Deze gastblog is geschreven door een bezoeker die anoniem wenst te blijven. Hij is meester in de rechten en procedeert regelmatig, maar is in het dagelijks leven niet werkzaam als jurist. In de voorgaande twee blogs heb ik een situatie beschreven waarin de beheerder van een website eigenlijk niet zoveel fout deed, maar toch met… Lees verder

Gastblog: Ervaring uit de praktijk: auteursrechtinbreuk (2/3)

| AE 12479 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Deze gastblog is geschreven door een bezoeker die anoniem wenst te blijven. Hij is meester in de rechten en procedeert regelmatig, maar is in het dagelijks leven niet werkzaam als jurist. Vorige week in  Gastblog deel 1 de casus en de vraag: wat zou de rechter gaan doen? We gaan kijken hoe dat uitpakt, zo vertelt de… Lees verder

Is een contributor license agreement wel gunstig voor een OSS ontwikkelaar?

| AE 12468 | Intellectuele rechten | 19 reacties

Een lezer vroeg me: Ik wilde een bijdrage doen aan een opensourceproject. De stichting erachter geeft echter aan dat ik daarvoor een contributor license agreement (CLA) moet tekenen. Dit omdat OSS licenties problematisch zijn in Europa vanwege morele rechten? Enig idee hoe dat zit? En welke nadelen haal ik me op de hals? Een contributor… Lees verder

Gastblog: Ervaring uit de praktijk: auteursrechtinbreuk (1/3)

| AE 12474 | Intellectuele rechten | 28 reacties

Deze gastblog is geschreven door een bezoeker die anoniem wenst te blijven. Hij is meester in de rechten en procedeert regelmatig, maar is in het dagelijks leven niet werkzaam als jurist. Mijn cliënt heeft ongeveer tien jaar geleden in zijn studententijd een website opgezet die een soort wiki is voor een specifieke beroepsgroep in Nederland…. Lees verder