Denemarken wil de nauwelijks van echt te onderscheiden deepfakes strafbaar stellen, meldde de NOS. Of nou ja: beeld en geluid op een of andere manier onder het auteursrecht brengen, zodat je een rechtszaak met schadeclaim kunt beginnen. Ook in Nederland speelt men met die gedachte. Hoe zou dat er concreet uit zien?
In ICT&Recht betoog ik dat ook het internetrecht zich niet herhaalt maar wel rijmt. Toen de fotografie populair werd, kregen we het portretrecht als bescherming voor mensen die ongevraagd op de foto gingen. Dat werd in de Auteurswet opgenomen, want die wet ging toch ook over foto’s.
Die plek is achteraf gezien onhandig gekozen, want portretrecht heeft niets te maken met auteursrecht. Anno 2025 zouden we dit in de AVG hebben opgeschreven. Ik zie op allerlei plekken dan nu ook verwarring: krijg je auteursrecht op je gezicht of stem, en wat betekent dat voor beeld- en geluidsanalyse?
Het gaat dus nadrukkelijk om bescherming tegen misbruik van beeld en geluid, en dat is iets heel anders dan zeggenschap over beeld en geluid. En sterker nog: misbruik in de vorm van nep beeld en geluid.
In 2024 deed professor Dirk Visser een concreet voorstel voor een antideepfakerecht dat beschermt tegen gebruik van zowel gezicht als stem in door AI gegenereerde deepfakes. Deze gebruikt de definitie daarvan uit de AI Act, zij het met de toevoeging dat het recht ook bij overledenen geldt. Die definitie is breed genoeg om zowel beeld als geluid te omvatten.
Kort en goed stelt het voorstel dat ieder maken of publiceren van een deepfake toestemming vergt van de betrokkene. Zonder toestemming kan dit zelfs een strafbaar feit zijn (net zoals het portretrecht schenden, hoewel dat een dode letter lijkt). Op die manier is dus vrij rechttoe rechtaan op te treden tegen bijvoorbeeld sites die mensen deepfakes laten uploaden: evident onrechtmatig materiaal, weg ermee.
Het toestemmingsrecht staat hier in de Wet op de naburige rechten, niet de Auteurswet. De gedachte daarachter is dat artiesten zich al kunnen verzetten tegen gebruik van hun uitvoeringen (zoals zingen of dansen), en dat gebruik van jouw stemgeluid of gezicht daarmee op één lijn staat. Met deze constructie past deze vorm dus heel mooi in het Europese recht.
Een lastig punt is altijd de uitzonderingen, zoals een deepfake als satire of parodie. Het wetsvoorstel werkt dat niet uit, maar het lijkt me logisch om bij artikel 10 punt j aan te sluiten dat al een uitzondering voor deze zaken creëert.
Nadeel daarvan is dan weer dat al die deepfakesites gaan zeggen “haha alles is satire om te lachen” en dan weigeren notice&action te doen. Pragmatisch is het dan misschien beter om géén uitzondering op te nemen. Wie dan bij de (straf)rechter meent dat de uitingsvrijheid moet winnen, kan ter plekke een beroep doen op de beperkende werking van artikel 10 EVRM.
(Wie nu denkt, Engelfriet was altijd zo anti-auteursrecht en pro-informatievrijheid: klopt, maar bij deepfakes denk ik daar anders over.)
Mag het van de AVG? Die vind ik lastiger. Een toestemmingsrecht voor deepfakes is hoe je het ook wendt of keert een beperking in gebruik van persoonsgegevens, en artikel 6 AVG is nu eenmaal een uitputtende opsomming. Een nationale wet mag niet zeggen “bij dit gebruik van deze persoonsgegevens is een beroep op gerechtvaardigd belang verboden”. En dat lijkt dit voorstel wel te doen. Daar staat tegenover dat deepfakes haast per definitie onrechtmatige verwerking zijn (tenzij dus met toestemming), zodat je volgens mij niet toekomt aan deze vraag.
Het Deense voorstel is nog niet uitgewerkt, maar het zou me verrassen als het er héél anders uit gaat zien. In Frankrijk loopt al sinds eind 2024 een wetsvoorstel tegen deepfakes, dat echter beperkt is tot seksueel getinte werken.
Arnoud









