Hoe kan ik mijn algoritme zo goed mogelijk anti-patent publiceren?

| AE 11104 | Intellectuele rechten | 29 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik heb een algoritme ontwikkeld waarvan ik verwacht dat het patenteerbaar is, maar dat ik beschikbaar wil stellen in het publiek domein. Ik wil voorkomen dat iemand anders er patent op aanvraagt. Welke eisen gelden er dan aan de publicatie? Kan ik het gewoon op mijn Linkedin-feed publiceren, is dat publiek genoeg?

Wie wil voorkomen dat zijn uitvinding door een ander gepatenteerd wordt, moet deze publiceren. Een octrooi wordt volgens de wet niet verleend op een uitvinding die al bekend was (het nieuwheidsvereiste). Aan ‘bekendheid’ worden geen hoge eisen gesteld, het gaat er eigenlijk alleen maar om dat het publiek toegang had tot de publicatie op de dag voordat het octrooi werd aangevraagd.

In theorie kun je de uitvinding dus op een briefje schrijven en in de lokale bibliotheek ophangen. Praktisch gezien is dat niet handig, want octrooiverlenende instanties kijken daar niet en zullen dus het octrooi gewoon verlenen. Dan moet je achteraf gaan bewijzen dat je dat briefje daar opgehangen had en wat er precies in stond.

Beter is dus een publicatie op een plek waarvan je weet dat die instanties (zoals het EPO of het USPTO) ze lezen. Je komt dan bij de zogeheten defensive publication-uitgevers terecht. Deze spannen zich in om bijdragen van derden doorzoekbaar te maken voor octrooiverlenende instanties, zodat deze de publicatie gebruiken om meteen aanvragen af te wijzen.

Een mooie die ik zelf zou aanraden is Defensive Publications, een initiatief van onder meer patentalliantie Open Invention Network en het Software Freedom Law Center (dat weer gelieerd is aan de Free Software Foundation). Een andere is de Prior Art Search Database van IP.com.

Belangrijk voor mij zou nog zijn om zo veel mogelijk steekwoorden en patentterminologie toe te voegen, en vooral de uitleg in gewone taal te doen. Niet alleen broncode of een wiskundige beschrijving. Daar kun je namelijk niet op zoeken.

Arnoud

Mag je een historisch relevant bedrijf met merknaam opvoeren in je online game?

| AE 11080 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 15 reacties

Red Dead Redemption 2-uitgever Take Two heeft detectivebureau Pinkerton aangeklaagd, las ik bij Nu.nl. Het detectivebureau wil geld hebben omdat er Pinkerton-agenten voorkomen in de game, en stuurde een juridische blafbrief, waarna de uitgever preventief naar de rechter stapte om een uitspraak te krijgen dat dit gewoon mag. Ik vind het een lastige. Ik zie het argument van historische accuratesse zeker wel, maar het zou wel wat ver gaan als je met dat argument ieder merk mag opvoeren dat je tegenkomt. Coca-Cola dronken ze ook al sinds 1886 en Levi’s spijkerbroeken waren uit 1873, dus kan dit spel gesitueerd in 1899 die mogen tonen?

De westerngame verscheen eind oktober en bevat een aantal Pinkerton-agenten. Zulke agenten waren gangbaar in 1899, het jaar waarin de game zich afspeelt. Maar de term Pinkerton is ook een beschermd merk van beveiligingsbedrijf Securitas AB, en andermans merknaam gebruiken om je eigen aanhaakproducten te promoten is normaal merkinbreuk. Dat levert dus een spanningsveld op: is dit gewoon een deel van het historisch verhaal, of is dit gewoon gebruik van andermans merk om meer winst te maken?

De voor mij belangwekkende voorvraag is wat een computergame nu eigenlijk is. Want de context maakt nogal uit: een logo op een t-shirt drukken en verkopen vind ik heel wat anders dan een historisch tijdschrift dat een onderbouwd artikel publiceert en daarbij het logo toont als illustratie van de wereld destijds. Take Two presenteert haar game als een soort interactieve film, speel de hoofdrol in deze historische documentaire, zoiets. Dat komt dan goed uit natuurlijk, want in een documentaire moet en mag je historisch accuraat zijn, inclusief relevante merken uit die tijd.

De Pinkerton-agenten spelen een relevante rol in het spel: in 10 van de 106 missies krijg je deze figuren achter je aan, wat je missie complexer maakt. Securitas zal daarmee het minder een documentaire vinden als wel een handig gebruik van hun merk, nu nóg spannender dankzij 10% Pinkerton. Net zoiets dus als ineens Levi’s spijkerbroeken kunnen dragen of een Winchester geweer vinden als upgrade.

Ik vind het moeilijk hier een harde grens in te trekken. Gevoelsmatig zou ik in een racespel het niet logisch vinden dat echte auto’s daar ineens opduiken zonder toestemming van de ontwerper/merkhouder, maar in een Wild West game geen Winchester met haar typerende vorm (of de Colt 1866) hebben zou ik héél raar vinden. Die zijn zodanig symbolen van die tijd, en gevoed door zó veel films en literatuur dat die er gewoon moeten zijn.

Natuurlijk is Take Two hartstikke commercieel met haar game, maar dat is de History Channel ook en toch zouden we het raar vinden als die merken gaat blurren in een aliendocumentaire garageboxjacht spokenzoektocht historische documentaire. Zijn games dan toch wezenlijk anders dan film?

Arnoud

Help, komen Amerikaanse softwarepatenten nu toch weer terug ondanks Alice?

| AE 11059 | Intellectuele rechten | 33 reacties

Softwarepatenten in de VS gaan een comeback maken, las ik bij Ars Technica. Het Amerikaanse Patentbureau USPTO heeft nieuwe richtsnoeren gemaakt voor de behandeling van software-uitvindingen, en rekt daarin de regels flink op in het voordeel van aanvragers. Dit op gezag van het notoir patentvriendelijke Court of Appeals for the Federal Circuit, dat een bijzin ontdekte in de Alice-uitspraak waarmee ze rood tot groen verklaart. Is daarmee een einde gekomen aan de slachting onder softwarepatenten van de afgelopen jaren?

In de softwarewereld zijn patenten al een paar decennia berucht. Met een patent of octrooi kun je iedereen verbieden je uitvinding toe te passen, ook als deze hem onafhankelijk heeft ontwikkeld. (Dit in tegenstelling tot copyright, waarbij je om iemands recht heen kunt door het zelf opnieuw te bouwen.) Daarbij geldt de wettelijke eis dat de uitvinding nieuw en innovatief moet zijn, maar zeker in softwareland is iedereen het erover eens dat die lat véél te laag werd gelegd, met name in Amerika.

Met veel gejuich werd dan ook in 2015 de Alice-uitspraak van het Supreme Court ontvangen. Deze stelde grofweg dat een patent op “X maar dan per computer” categorisch niet toegestaan is, je moet echt een innovatieve X hebben. Dat raakte meer dan 90% van alle software-gerelateerde octrooien en aanvragen. De recentste cijfers (augustus 2018) laten een kleine daling zien ten opzichte van 2016 en 2017 (van 80 naar 66 procent), maar heftig blijft het.

Een recente uitspraak van het CAFC (de enahoogste juridische instantie in patentzaken, direct onder het Supreme Court) lijkt de boel nu op te schudden. Deze instantie las in de Alice uitspraak de zin dat wanneer een uitvinding “purport(s) to improve the functioning of the computer itself”, het geen softwarepatent is. Denk aan uitvindingen om meer informatie in hetzelfde geheugen te proppen, de transmissiesnelheid te verhogen of de temperatuur bij het rekenen laag te houden. (In Europa zouden we dat technische innovaties noemen, en die zijn bij ons ook gewoon patenteerbaar.)

Het CAFC concludeert uit deze bijzin, waar verder overigens geen uitwerking of juridische bronnen bij staan en die volgens mij niet heel belangrijk was in de uitspraak zelf, dat:

We thus see no reason to conclude that all claims directed to improvements in computer-related technology, including those directed to software, are abstract and necessarily analyzed at the second step of Alice, nor do we believe that Alice so directs.

Hiermee werd het indirect toch weer mogelijk om de nodige softwarepatenten geaccepteerd te krijgen bij het Hof. En het USPTO heeft nu haar richtsnoeren aangepast op deze uitspraak, wat logisch is omdat als de rechterlijke macht dit toestaat, je als verlenende instantie daar achteraan moet.

De formulering uit de handleiding (de MPEP, voor meelezende octrooigemachtigden) komt op mij over als vrijwel 1-op-1 de Europese regel: “if an additional element reflects an improvement in the functioning of a computer”. De claim moet dus vermelden hoe computerhardware harder of effectiever gaat werken, en dat effect moet dus nieuw en innovatief zijn. Op papier zou je daarmee net zo’n restrictief beleid moeten krijgen als in Europa tegenwoordig, maar gezien de Amerikaanse historie heb ik daar een hard hoofd in.

Arnoud

Nee, je hoeft je copyright notices niet aan te passen naar 2019

| AE 11057 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Gelukkig nieuw jaar nog, het mag volgens mij vandaag nog net. Vele lezers vroegen me de afgelopen periode, wat moet ik doen met de copyright notices op mijn site. Daar staat immers 2018 en tegenwoordig is het 2019, moet ik dat veranderen? Of moet het 2018-2019 of iets anders worden. Het heel korte antwoord: Haal… Lees verder

Mag je je Fortnite-personages de Carlton dance laten doen?

| AE 11038 | Intellectuele rechten | 18 reacties

De Amerikaanse acteur Alfonso Ribeiro, bekend van de jaren 90-sitcom The Fresh Prince of Bel-Air, heeft een rechtszaak aangespannen tegen Epic Games, de bedenker van de populaire videogame Fortnite. Dat las ik bij RTL Nieuws. Het zogenoemde ‘Fresh emote’-dansje is volgens Ribeiro een 1-op-1-kopie van zijn beroemde ‘Carlton dance‘ uit de serie. Deze spelpersonages voeren… Lees verder

Mag Flickr mijn foto’s gijzelen om een betaald abonnement af te dwingen?

| AE 11042 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 15 reacties

Een lezer vroeg me: Al jaren maak ik met veel plezier gebruik van Flickr als fotodienst. Gratis, en natuurlijk willen ze me graag van alles verkopen maar nu maken ze het wel heel bont: als ik niet op 1 februari een betaald account heb genomen, dan gaan ze mijn oude foto’s wissen! Kan dat zomaar,… Lees verder

Een domeinnaamhouder kan worden aangesproken op gedrag van de website-eigenaar

| AE 10942 | Intellectuele rechten | 42 reacties

Het is uitzonderlijk, maar het kan: als domeinnaamhouder aansprakelijk gesteld worden voor wat de gebruiker van je domeinnaam doet. Dat maak ik op uit een recent vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Zoals eigenlijk altijd in het recht is niets absoluut, ook niet de regel dat je als domeinnaamhouder geen bemoeienis en dus geen aansprakelijkheid hebt… Lees verder

Verdachte illegale downloaders kunnen schuld niet bij huisgenoten leggen

| AE 10933 | Intellectuele rechten | 28 reacties

Een illegale downloader die wordt vervolgd, kan niet zomaar een gezinslid of huisgenoot de schuld geven van het downloaden om onder de straf uit te komen, meldde Nu.nl onlangs. Het Europese Hof van Justitie deed eerder uitspraak (zaaknr. C-149/17) hierover in een Duitse kwestie waarbij de houder van een internetaansluiting van illegaal downloaden van een… Lees verder

Nu ga ik aan mezelf twijfelen, is de GPLv2 eigenlijk wel een contract?

| AE 10903 | Intellectuele rechten | 48 reacties

Heibel in de Linuxtent, blogde ik vorige week. Ontwikkelaars aan het besturingssysteem lagen in de clinch over een Code of Conduct die ongepast gedrag vastlegt, met de nodige interpretatieproblemen tot gevolg. Dat leidde tot een oproep om je GPL-licentie in te trekken en zo je stem te laten horen. Waarop ik me afvroeg, kan dat… Lees verder