Een Facebookpagina is van de vrijwilliger die hem aanmaakt

| AE 11193 | Intellectuele rechten, Uitingsvrijheid | 12 reacties

Wanneer een vrijwilliger uit eigen beweging een Facebookpagina (of groep) aanmaakt, dan is die van hem en niet van de vereniging. Dat maak ik op uit een recent vonnis uit Rotterdam over de beheerrechten (“eigendom”) van een Facebookpagina van een lokale politieke partij. Die had een geschil met een ex-lid die de officiële verenigingspagina en een aanverwante Facebookgroep niet af wilde geven. Alleen als er een expliciete opdracht was, of specifieke afspraken over eigenaarschap, dan kan dat anders worden. Komt er vervolgens een geschil en loopt de ex-vrijwilliger weg met de pagina, dan heb je dus als vereniging geen poot om op te staan.

De politieke partij ONS.Vlaardingen had een conflict met het uit de fractie gezette raadslid Tim Thiel: die weigerde de beheerrechten van de ONS-Facebookpagina’s af te staan. Hij zag deze pagina’s als zijn persoonlijke investering en succes, en weigerde ze af te staan aan de partij. Deze stapte daarop naar de rechter, die nu dus het ex-lid gelijk geeft.

Uit het vonnis haal ik dat de Facebookpagina van de partij in 2014 is aangemaakt ten behoeve van de partij (maar niet door wie). Het ex-lid had in 2017 de Facebookpagina in beheer gekregen, opnieuw vormgegeven en stevig gewerkt aan promotie: het aantal volgers steeg van 340 naar meer dan 2000. Later, in 2018, maakte hij nog een Facebookgroep aan ter ondersteuning van de partijpagina.

Eind 2018 werd hij uit de fractie gezet, waarna men de toegangscodes en beheerrechten van de twee pagina’s opeiste. Na een eerste mail met toezegging gebeurde dat niet, integendeel. De man verwijderde volgers van de pagina om terug te komen naar de 340 originele, veranderde het mailadres, en maakte van de naam van de pagina en de profielfoto iets stekeligs (geen idee wat maar iets met poppenkastpoppen en een sneer naar de fractievoorzitter). Daarna stapte de vereniging naar de rechter.

De vraag is juridisch nog knap ingewikkeld, wat ís een Facebookpagina eigenlijk, juridisch? Je kunt erop afstuderen: is het een overeenkomst van opdracht, een licentie onder Facebook’s gebruiksrechten, een vermogensrecht dat je schept, of ga zo maar door?

De voorzieningenrechter had haast gezien de aard van de zaak, en gaat er dus niet in detail op in. Heel pragmatisch is dan ook de conclusie: degene die een pagina aanmaakt is in beginsel de beheerder (“eigenaar”) van die pagina, tenzij er concrete opdrachten zijn gegeven of je bindend hebt toegezegd deze over te dragen.

Die tenzij gaat op bij de pagina van de partij zelf. Deze is immers in 2014 aangemaakt voor de partij, en pas drie jaar later is het ex-lid gevraagd beheer daarvan te doen. Dat is dus werk in opdracht aan andermans pagina. Of hij zelf auteursrechten kan claimen op zaken daar geplaatst (en daarmee de overdracht of gebruik door de partij kan frustreren) laat de rechtbank even buiten beschouwing.

Voor de groep komt het anders uit. Het uitgangspunt blijft hetzelfde, maar deze groep is op eigen initiatief door het ex-lid aangemaakt, waarbij hij zichzelf als beheerder presenteerde en de groep niet als officieel of namens de partij aangemerkt had. Daarmee is er dan te weinig om te spreken van een groep die eigenlijk van de partij had moeten zijn. Het beheer over die groep hoeft hij dus niet terug te geven, ook niet nu hij uit de partij is gezet.

Ik blijf er op hameren dat als je als vereniging of stichting met vrijwilligers werkt voor je online activiteiten, je maar beter gewoon afspraken met ze kunt maken op papier. Of regel meteen dat een functioneel account (zoals bestuur@ of penningmeester@ of pr@) het beheer heeft op dergelijke pagina’s) zodat een aangewezen vrijwilliger niet met zijn account weg kan lopen met je pagina’s.

Arnoud

Mag mijn werkgever eisen dat ik mijn Excel model aan ze geef?

| AE 11189 | Intellectuele rechten | 16 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik heb ooit als zelfstandig ondernemer een Excel model gemaakt om op heel efficiënte manier investeringsanalyses te doen. Dit model gebruik ik sindsdien al jaren bij diverse werkgevers tot volle tevredenheid. Mijn huidige werkgever eist nu echter dat ik dit model aan hen beschikbaar stel, en dit dreigt een arbeidsconflict te worden. Waar sta ik nu juridisch, is dit model ineens hun eigendom geworden omdat ik het aanwend voor het werk daar?

Een tool wordt geen eigendom wanneer je dit voor werk inzet. Heel misschien kan daar discussie over komen wanneer in het arbeidscontract is bepaald dat ook bestaande auteursrechten overgaan bij indiensttreding, maar dat zou ik een zeer onredelijke algemene voorwaarde vinden. Ik heb het in ieder geval nog nooit zo specifiek gezien.

Toch denk ik wel dat de werkgever kan eisen dat hij een kopie krijgt van de tool. Niet perse in eigendom, eerder in licentie dus. Dit omdat de tool wordt ingezet voor het werk, en daarmee een afhankelijkheid ontstaat tussen werkgever en werknemer over de manier waarop het werk wordt uitgevoerd.

Dat lijkt me niet de bedoeling, stel dat er ooit een arbeidsconflict ontstaat of de werknemer krijgt een ongeluk, hoe moet het werk dan verder? Of nog praktischer, hoe kan de werkgever nu onderbouwen welke beslissingen worden gemaakt als hij de tool niet kent?

Een kopie van de tool afgeven zal voor de werknemer nogal onprettig voelen, zeker als het zulk liefdewerk is waar al meer dan tien jaar aan gewerkt is. Maar als de situatie eenmaal ontstaan is dat het huidige werk er van afhankelijk is, dan zal dat opgelost moeten worden. En dan ontkom je denk ik niet aan het beschikbaar stellen van de tool.

Tenzij je zegt, deze mevrouw is in dienst om financiële analyses te doen, dan moet de werkgever maar zorgen dat er een tool komt om die analyses mee te ondersteunen. Collega’s van haar zullen toch ook iets hebben om het werk mee te vergemakkelijken? In dat geval moet deze zelfgebrouwen tool gewoon terug naar huis, en moet ze vanaf nu gewoon werken zoals haar collega’s. Dat er dan suboptimale (of minder efficiënt gemaakte) analyses uitkomen, is jammer maar het risico van de werkgever.

Algemeen zou mijn advies zijn om nooit eigen tools naar het werk mee te nemen zonder vooraf expliciet te hebben afgesproken wie wat daarmee mag. Achteraf dit rechttrekken is nooit goed voor de arbeidsrelatie.

Arnoud

Amerikaanse keten dwingt Utrechtse sapjesbar naam te veranderen

| AE 11173 | Intellectuele rechten | 12 reacties

De Utrechtse zaak Smood Juicebar, die nu bijna 3 jaar gevestigd zit op de Vismarkt in de binnenstad, wordt gezien als bedreiging door een soortgelijk bedrijf in de Verenigde Staten. Dat meldde stadskrant DUIC onlangs. Na een juridisch gevecht van een half jaar heeft de sapjesbar eieren voor haar geld gekozen en wordt de naam nu verandert. Dat bevreemde een hoop lezers, want merkrechten zijn toch per land beperkt en hoezo kan een hipstercafé in New York (Dr Smood) dan in Utrecht rechten hebben?

Een merk is inderdaad per land beperkt, hoewel er bijvoorbeeld in Europa ook merken voor de hele gemeenschap ineens aangevraagd kunnen worden. Maar voorop staat dat je ergens je merk geregistreerd moet hebben (en daadwerkelijk gebruiken) om rechten uit te kunnen oefenen.

Dit speelt vaak bij internetzaken: bedrijf A in het ene land claimt een domeinnaam waar bedrijf B in een ander land haar merk in ziet, en dan worden er dure advocaten losgelaten die op hoge poten afgifte van dit Ernstig Inbreukmakende Eigendom eisen (een kenmerk van blafbrieven is Zelfbedachte Dreigende Afkortingen). Ongeacht hoe het merkenrechtelijk nu precies zit. Dat kan dus niet, tenzij bedrijf A door haar handelen daadwerkelijk in het land van B interfereert met het gedeponeerde merk. Vanuit Nederland kún je je op de VS richten en zo een merkrecht aldaar schenden, maar specifiek met een sapjesbar in Utrecht kan ik me dat moeilijk voorstellen.

Het geval wil echter dat Dr Smood een Europees merk heeft, en dan komt het natuurlijk anders te liggen. Dan gaat het dus niet over Amerikaanse claims tegen een Utrechtse bar, maar een Europees recht dat botst met een Nederlandse onderneming. Het merk is uit 2014 en de bar uit 2016, dus zo op het eerste gezicht heeft de merkhouder daar een punt. Ook als ze (nog) niet in Europa actief zijn – het merk zou dan 5 jaar na de toekenning (2016) vervallen, en daar zijn we nog niet.

Arnoud

Is er ook een meldplicht datalekken voor bedrijfsdata?

| AE 11160 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 3 reacties

Een lezer vroeg me: Vraag: De laatste jaren is er veel te doen over datalekken. Daarbij gaat het echter steeds over privacygevoelige data, wat ik snap gezien de gevolgen bij consumenten maar hoe zit het met andere bedrijfsdata? De term ‘datalek’ is immers breder, maar ik kan niet vinden hoe het zit met de meldplicht… Lees verder

Hoe McDonald’s haar merk BIG MAC verloor (maar dit waarschijnlijk ook weer terugkrijgt)

| AE 11133 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 16 reacties

De Ierse fastfoodketen Supermac’s had last van het merk van een van de hamburgers van McDonald’s, namelijk de BIG MAC hamburger. Dat las ik bij de blog van Van Diepen van der Kroef advocaten. Supermac startte daarop een rechtszaak om dat merk van tafel te krijgen, en tot verbijstering van de hele merkengemeenschap werd dat… Lees verder

Ziggo hoeft adresgegevens illegale downloaders niet te delen

| AE 11128 | Intellectuele rechten, Privacy | 17 reacties

De rechtbank Midden-Nederland vindt dat internetprovider Ziggo geen NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) van illegale downloaders hoeft over te dragen aan filmexploitant Dutch FilmWorks (DFW). Dat meldde de NOS vrijdag. De rechtszaak was het logisch gevolg van DFW’s plan downloaders aan te spreken op illegaal downloaden, inclusief boete, pardon schikkingsvoorstel van 150 euro per download…. Lees verder

Hoe kan ik mijn algoritme zo goed mogelijk anti-patent publiceren?

| AE 11104 | Intellectuele rechten | 29 reacties

Een lezer vroeg me: Ik heb een algoritme ontwikkeld waarvan ik verwacht dat het patenteerbaar is, maar dat ik beschikbaar wil stellen in het publiek domein. Ik wil voorkomen dat iemand anders er patent op aanvraagt. Welke eisen gelden er dan aan de publicatie? Kan ik het gewoon op mijn Linkedin-feed publiceren, is dat publiek… Lees verder

Mag je een historisch relevant bedrijf met merknaam opvoeren in je online game?

| AE 11080 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 15 reacties

Red Dead Redemption 2-uitgever Take Two heeft detectivebureau Pinkerton aangeklaagd, las ik bij Nu.nl. Het detectivebureau wil geld hebben omdat er Pinkerton-agenten voorkomen in de game, en stuurde een juridische blafbrief, waarna de uitgever preventief naar de rechter stapte om een uitspraak te krijgen dat dit gewoon mag. Ik vind het een lastige. Ik zie… Lees verder

Help, komen Amerikaanse softwarepatenten nu toch weer terug ondanks Alice?

| AE 11059 | Intellectuele rechten | 33 reacties

Softwarepatenten in de VS gaan een comeback maken, las ik bij Ars Technica. Het Amerikaanse Patentbureau USPTO heeft nieuwe richtsnoeren gemaakt voor de behandeling van software-uitvindingen, en rekt daarin de regels flink op in het voordeel van aanvragers. Dit op gezag van het notoir patentvriendelijke Court of Appeals for the Federal Circuit, dat een bijzin… Lees verder

Nee, je hoeft je copyright notices niet aan te passen naar 2019

| AE 11057 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Gelukkig nieuw jaar nog, het mag volgens mij vandaag nog net. Vele lezers vroegen me de afgelopen periode, wat moet ik doen met de copyright notices op mijn site. Daar staat immers 2018 en tegenwoordig is het 2019, moet ik dat veranderen? Of moet het 2018-2019 of iets anders worden. Het heel korte antwoord: Haal… Lees verder