In Amerika kan een AI geen auteursrecht krijgen op gegenereerde kunst

| AE 13273 | Innovatie | 6 reacties

Voor het hiernaast getoonde kunstwerk is geen auteursrecht mogelijk, zo las ik bij The Verge. Ingenieur Steven Thaler had de door hem ontwikkelde Creativity Machine dit werk laten maken, “A Recent Entrance to Paradise”, als deel van een serie werken waarin een AI de weg naar het hiernamaals visualiseert. De Copyright Review Board van het Copyright Office weigerde de aanvraag met als reden dat de vereiste menselijke creativiteit niet aanwezig is. Bovendien is het niet mogelijk een auteursrecht op naam van een AI vast te leggen.

Net als in Nederland krijg je in Amerika automatisch auteursrecht op creatieve werken, maar in de VS heeft het nut je werk vast te laten leggen, bijvoorbeeld om statutory damages te mogen claimen. Er zit geen kwaliteitstoets aan de registratie, het is echt een minimaal onderzoek naar formaliteiten. Maar als er werkelijk nul creativiteit in het werk zit, dan zal men de registratie afwijzen. Een leeg vel papier inleveren gaat ‘m dus niet worden bijvoorbeeld.

Nou kun je van die tekening (schilderij?) hiernaast veel zeggen, maar een leeg vel is het bepaald niet. Zonder nadere toelichting zou iedereen vermoeden dat hier gewoon auteursrecht op zit. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om de creativiteit, het gaat ook om de vraag of het menselijke creativiteit is. En dat is sinds de opkomst van generatieve netwerken een hele lastige vraag geworden.

Stephen Thaler timmert al decennia aan de weg (documentaire) en is onder meer de initiatiefnemer achter die AI-patentaanvragen waar ik in 2020 over blogde. De discussie daar was toen ook zuiver formeel: kan een AI als uitvinder vermeld worden op een octrooiaanvraag, los van hoe inventief / niet-voordehandliggend de uitvinding eigenlijk is? Nee, aldus zowel EPO als USPTO: de uitvinder moet een mens, een natuurlijk persoon zijn.

Idem in het auteursrecht, en dat is in de VS heel logisch omdat octrooirecht en auteursrecht dezelfde basis heeft, namelijk Article I, Section 8, Clause 8 van de Grondwet:

To promote the progress of science and useful arts, by securing for limited times to authors and inventors the exclusive right to their respective writings and discoveries.
Hieruit leidt men al tweehonderd jaar (dat is lang, in Amerika) af dat alleen mensen deze rechten kunnen aanvragen. Dit is ook waarom je als bedrijf je werknemers in Amerika een overdracht van octrooirechten moet laten tekenen, ook als het gewoon hun werk is om uitvindingen te doen. In Nederland (of Europa) hoeft dat niet, maar wel blijft het basisrecht op naamsvermelding als uitvinder bestaan.

In de afwijzing haalt de CRB oudere zaken erbij over fotografie: geen menselijke creativiteit immers, de machine doet al het werk. Daar is ondertussen wel wat nuance in ontstaan, omdat immers belichtingstijd, kijkhoek en compositie van wat er voor de lens komt, creatief kan zijn als je meer doet dan enkel de werkelijkheid natuurgetrouw vastleggen. Een mooi precedent vond ik nog de tuin onder architectuur: geen auteursrecht, want ook als je ‘m zorgvuldig aanlegt “a garden owes most of its form and appearance to natural forces”. Maar hoe dan ook: uit alle aangehaalde zaken volgt dat het moet gaan om een mens die de creatieve touch inbrengt, en dat de machine-inbreng daar fors ondergeschikt aan moet zijn.

Bij ons in Europa hebben we natuurlijk geen registratie, maar ik heb er geen twijfel over dat de rechter ook hier uit zou komen op “geen auteursrecht want geen menselijke creativiteit”. Los daarvan zou een AI die auteursrechtelijke bescherming ook niet nodig hebben, want wat zou de AI moeten met licentie-inkomsten? Ik hoorde laatst de gekscherende opmerking dat nu er AI-gegenereerde kunst en literatuur is, de menselijke kunstenaars méér betaald zouden moeten worden om nog overeind te blijven bij de oneindige uitvoer van werken die deze robots gaan maken.

Arnoud

Hoe bewijs je dat je een app gemaakt hebt?

| AE 7279 | Intellectuele rechten | 34 reacties

hardware-software-computer-gollem-huh.jpgMet zeer, zeer grote regelmaat krijg ik vragen van mensen die hun idee willen beschermen, hun app willen vastleggen of op andere wijze bescherming willen voor een stuk software. Nu zegt de Auteurswet dat je automatisch bescherming krijgt als je een werk maakt (dus ook een app) en dat registratie, depot of wat dan ook niet nodig is. Maar hoe bewijs je dan dat het jouw app is?

In een recent vonnis stond die vraag centraal. De eiser had een app ontwikkeld voor de gedaagde, maar die claimde op zeker moment daar zélf auteursrechthebbende van te zijn. Nu had de gedaagde een redelijk argument: zijn naam stond vermeld bij de apps, preciezer gezegd in de appstore-publicatie daarvan.

De Auteurswet zegt dat je dan ‘vermoed’ wordt de rechthebbende te zijn. Het was dus aan de eiser om te bewijzen dat hij werkelijk het werk gemaakt had.

De broncodes van de app bevatten copyright-vermeldingen in de naam van de eiser. Ook die van een derde, maar die had verklaard de rechten af te hebben gestaan aan de eisende partij.

Wel zaten er ook “zogenoemde open source componenten” in de software. U voorziet nu wellicht gillende FUD over virale effecten en kwijtraken van eigen rechten, maar dat valt reuze mee. De rechter wijdt er eigenlijk maar één zin aan:

Naar het oordeel van de kantonrechter ondersteunen deze omstandigheden het standpunt van [eiser] dat hij de broncodes van de apps naar eigen inzicht en eigen ontwerp tot stand heeft gebracht (al dan niet met hulp van medewerkers van Sveak). Dit wordt niet anders, doordat [eiser], zoals hij ook erkent, bij het schrijven van de broncodes op bepaalde onderdelen (‘open source’) programmatuur van derden heeft gebruikt, aangezien de wijze waarop hij die programmatuur heeft gerangschikt (telkens) een nieuw werk oplevert.

Oftewel, ook al gebruik je software van derden en ook al gebruik je open source, je hebt de auteursrechten op het eindresultaat als je creatief programmeerde of zelfs maar dingen aan elkaar knoopte.

(Het zou kunnen dat de opensourcelicenties van die componenten vereisen dat de eiser de app open source maakt als hij die wil distribueren. Dat komt niet aan de orde want dat is irrelevant bij de vraag wie de maker van de app was. Dat is immers hooguit een geschil tussen de opensourceauteur en zijn afnemer.)

Als laatste argument blijkt de app data te sturen naar een server van de eiser en niet van de gedaagde. Ook dat is natuurlijk best wel een aanwijzing dat die eiser gewerkt heeft aan de app. Alles bij elkaar is daarmee het bewijs geleverd.

Bewijs leveren van makerschap mag dus op elke manier, zolang het totaalplaatje maar de rechter overtuigt dat de app jouw werk was. Een depot of registratie was hier niet nodig, en zelfs het feit dat de naam van een ander bij de app stond, bleek niet onoverkomelijk.

Punt is en blijft alleen: dit helpt enkel tegen mensen die er met jouw broncode vandoor gaan of jouw app letterlijk kopiëren (oké, eventueel met aanpassingen). Wie het achterliggende idee opnieuw implementeert, mag dat doen ondanks het auteursrecht. Ook al deponeer je het honderd keer en zet je er duizend copyright-tekens op.

Maar omdat die uitkomst té frustrerend is voor mensen, zal die vraag “hoe bescherm ik mijn idee” nog héél vaak langs blijven komen.

Arnoud<br/> PS oh en natuurlijk nog de beste wensen voor 2015!