Schotel moet van gevel wegens internet, is dat nieuws?

| AE 7471 | Uitingsvrijheid | 29 reacties

Voor het eerst heeft een huurder van een rechterlijk college te horen gekregen dat hij zijn schotelantenne moet verwijderen omdat er via internet voldoende alternatieven zijn, las ik in de Telegraaf. Ehm, nee. Dit is geen nieuws, het is niet voor het eerst en dit soort zaken zijn niet vernieuwend of moeilijk. Hooguit tentamenvragen voor eerstejaars studenten ICT-recht. Maar het is kennelijk wel nieuws want “Het vonnis zou wel eens bepalend kunnen zijn in vergelijkbare zaken”. Dat kan immers met elk vonnis.

Het probleem dat mensen schotelantennes ophangen aan hun appartement en de verhuurder (of de buren) dat niet mooi vinden, is volgens mij al zo oud als, eh, schotelantennes. Uitgangspunt is dat het ophangen van een schotelantenne valt onder de informatievrijheid, een grondrecht (EHRM 16 december 2008, NJ 2010, 149). Dit mag dus alleen worden verboden als daar zwaarwegende belangen voor zijn (én er een duidelijke grondslag voor is, bv. een clausule in het huurcontract). Enkel dat je eigenaar bent van het pand, maakt je niet bevoegd huurders te verbieden een schotel op te hangen.

Bij veel zaken zetten ze echter de boel op z’n kop: de vraag is dan “is de schotel wel nodig” maar de vraag moet zijn “is het inroepen van het verbód wel nodig”. Maar nou ja, uiteindelijk komt het altijd neer op een afweging van belangen. Hoe ernstig is de schotel nodig en hoe belangrijk is het mooie aanzicht van het pand en de belangen van de buren die ineens zo’n wit ding hebben in plaats van een uitzicht.

Al in 2010 blogde ik over een vergelijkbare zaak waarin “ga maar internetten” als argument werd gebruikt om een schotel eraf te laten halen:

Voorts geeft artikel 10 EVRM geen recht op gratis informatie. Huurder heeft niet gesteld of aangetoond dat de kosten van de alternatieven zodanig hoog zijn dat hij deze redelijkerwijze niet kan betalen, terwijl bovendien van hem verlangd kan worden de mogelijkheden van het internet te beproeven.

Desondanks stortte de wereld niet in en gingen verhuurers zich niet massaal op dit “bepalende” vonnis beroepen. Sterker nog, in een zaak uit 2011 oordeelde de rechtbank juist dat de “zuiver esthetische belangen” van een antenneloos pand en de boosheid van andere bewoners dat hun antenne er wél af, samen niet genoeg grond waren om de antenne van de eiser uit deze zaak weg te laten halen.

Maar toegegeven, in recente zaken zie je wel vaker het argument “u kunt dit toch allemaal via internet bekijken, waarom moet er dan zo’n overlastgevende schotel”? En dat snap ik ergens wel: als je dezelfde kwaliteit en kwantiteit informatie kunt krijgen via een niet-overlastgevend kanaal, dan is het wel reëel om te verlangen dat je dat eens probeert. Toch?

Ik begrijp de overweging dus van de rechter, maar om nou te zeggen dat dit een verrassend vonnis is, nee.

Arnoud

Het plaatsen van een schotelantenne als grondrecht

| AE 4874 | Uitingsvrijheid | 53 reacties

Het klinkt misschien gek, maar deel van de vrijheid van meningsuiting is het mogen ontvangen van informatie. (Juristen spreken dan ook liever van “informatievrijheid”.) En op grond van dat aspect van het grondrecht kun je dus in het geweer komen tegen een VvE of verhuurder die je verbiedt informatie te ontvangen. Iets preciezer gezegd: die je verbiedt een schotel aan je buitenmuur op te hangen. Een dikke tien jaar terug verschenen er met enige regelmaat uitspraken waarin mensen dit ook echt wonnen. Maar vandaag de dag lijkt de rechter wat terughoudender te zijn, want er is toch ook internet?

Ontvangst van informatie is een essentieel deel van de uitingsvrijheid. Als je geen informatie kunt ontvangen, valt er weinig zinnigs aan mening te uiten. (Hoewel..) Vandaar dat ontvangst naast verspreiding in het grondrecht van de uitingsvrijheid is opgenomen. En hoewel dat grondrecht in principe tegen de overheid geldt, mogen óók particuliere partijen je niet zomaar hinderen in het uitoefenen van dat grondrecht. Niet zomaar, want het mag wel – maar er moet een belangenafweging plaatsvinden.

(Radargolven zijn overigens geen informatie, bepaalde de Hoge Raad een tijdje terug, want “zulke golven bevatten immers geen inlichtingen of denkbeelden”. Een radardetector is dus niet in strijd met het grondrecht op informatie.)

Een verbod om een schotelantenne op te mogen hangen, verhindert het ontvangen van informatie via die schotel. Daarmee botst het verbod met de informatievrijheid van de huurder of bewoner van het pand. Ook al is dat niet de bedoeling van de VvE of verhuurder en willen ze alleen een lelijke uitstraling van het pand voorkomen. Maar is dat belangrijk genoeg om iemand te verbieden informatie te ontvangen?

In een recente uitspraak bepaalt de rechter dat de inbreuk op de informatievrijheid slechts beperkt is:

[verzoeker] kan immers de door hem gewenste informatie thuis verkrijgen. Slechts de wijze van ontvangst, via de schotelantenne (in de serre met het raam open) en via het UPC-abonnement in combinatie met het internet of via de schotelantenne aan de buitenkant van het gebouw is in het geding.

Hóe je informatie ontvangt, is dus ondergeschikt aan óf je informatie kunt ontvangen. Het argument “hoe meer kanalen hoe beter” (want niet alles zat in het UPC-pakket of op internet) weegt niet heel zwaar.

Wél zwaar laat de rechter het argument wegen dat het “een feit van algemene bekendheid [is] dat een of meerdere schotelantennes aan de buitengevel van panden een ontsierend en veelal stigmatiserend beeld oplevert”. En zeker nu het pand een “statige uitstraling” heeft, is het belang van de VvE groter dan dat van deze bewoner.

Ook een paar jaar terug werd het argument “u kunt toch de mogelijkheden van internet beproeven” gebruikt om een schotelverbod in stand te houden.

Wat vinden jullie? Is “bekijk gewoon de internetstream” een adequaat argument om schotelontvangst te weigeren?

Arnoud