Liken valt onder de vrijheid van meningsuiting (duh?)

| AE 5956 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 23 reacties

facebook-dislike-like.pngOp dat Like-knopje klikken is hetzelfde als op straat een slogan gaan scanderen, juridisch gezien dan. Dat vonniste een Amerikaanse rechter bij een ontslagzaak in Virginia. Een sheriff aldaar (een gekozen beroep in de VS) ontdekte dat zes medewerkers zijn concurrent hadden geliked, waarop hij deze ontsloeg. Zij vochten dit aan met een beroep op de vrijheid van meningsuiting, en wonnen in hoger beroep.

Iemand ontslaan om een meningsuiting ligt erg moeilijk in het arbeidsrecht. Zeker in de VS waar free speech heilig is. De rechtbank in eerste aanleg moest dan ook een trucje toepassen om het beroep op de uitingsvrijheid te mogen negeren: nee, die uitlating is te triviaal om als ‘speech’ te kwalificeren, dus is er geen sprake van een inbreuk op free speech. Je schouders ophalen of een boer laten is ook niet echt een meningsuiting.

Het beroepshof maakt daar terecht gehakt van, om de eenvoudige reden dat klikken op ‘like’ hetzelfde is als typen “Ik vind het leuk dat concurrent X sheriff wil worden.” En dat laatste is zonder enige twijfel een meningsuiting.

“On the most basic level, clicking on the ‘like’ button literally causes to be published the statement that the User ‘likes’ something, which is itself a substantive statement.”

Bij ons zou een rechter op dezelfde manier oordelen. De discussie zou dan ook gaan of je van een “goed werknemer” (wat iedere werknemer moet zijn) kunt verlangen dat hij zich van dergelijke uitingen onthoudt. We hebben een paar socialemediazaken in het arbeidsrecht gehad waarbij het ging om gescheld en getier richting collega’s. Dat is nog wel verdedigbaar, maar iemand ontslaan bij de BCC omdat hij Bol.com liket? Een BMW-verkoper op nonactief stellen tot hij Ferrari ontleukt?

Bij ambtenaren ligt dit iets gevoeliger. Artikel 125a Ambtenarenwet bepaalt dat een ambtenaar “dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens” wanneer daardoor “een goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst” in gevaar zou komen. Mijn collega Mathieu Paapst schreef eerder over de situatie van een ambassadeur die een anti-regeringspagina likete, waarvoor hij op de vingers werd getikt door de minister.

Wat zou volgens jullie een werknemer echt niet zomaar kunnen liken?

Arnoud