Als je een like knop op je site zet, ben je aansprakelijk voor wat Facebook daarmee doet

| AE 11422 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 26 reacties

De beheerder van een website die een plug-in van een derde partij op zijn site opneemt waarmee persoonsgegevens van de gebruiker worden verzameld en doorgezonden, is medeverantwoordelijk voor de gegevensverwerking. Dat meldde Tweakers gisteren. Het Hof van Justitie bepaalde dat namelijk (zaak C-40/17) in een Duitse kwestie over een modewebwinkel die Like-knoppen bij haar producten had staan. De Verbraucherzentrale NRW eV had daartegen bezwaar gemaakt en onder meer aangevoerd dat dit de webwinkel mede-verwerkingsverantwoordelijke maakt, in navolging van dit arrest uit 2018 over fanpagina’s. Het Hof bevestigt dat dit zo is, zodat je nu dus webwinkels kunt aanspreken voor wat Facebook doet met gegevens die ze met die Like-knop binnenhalen. Ben ik even blij dat ik al jaren toestemming voor het tonen van die knoppen vraag.

De standaardversie van zo’n Like knop is vrij agressief namelijk: het is niet alleen een knop die je naar een Facebook-formulier leidt, maar er zit een zooi javascript omheen dat automatisch al gegevens verzamelt en doorstuurt naar Facebook. Ongeacht of je erop klikt, ongeacht of je ergens toestemming voor af – zelfs ongeacht of je ingelogd bent bij Facebook. Waarom alle shops (en online diensten, massaal) dat zo accepteerden was me nooit helemaal duidelijk. Het lijkt mij niet zo fijn dat anderen meekijken over jouw webschouder naar jouw klanten, maar dat zal aan mij liggen.

In 2018 was er een uitspraak van het Hof over een fanpagina op Facebook, waar de beheerder als mede-verwerkingsverantwoordelijke werd aangemerkt. Die besluit immers zo’n pagina op te zetten, waar mensen lid van kunnen worden en zo gegevens achterlaten. Zonder die ingreep waren die persoonsgegevens rondom interesses over die pagina (zeg maar) er niet gekomen, dus daarvoor ligt de verantwoordelijkheid bij deze beheerder. Dat je als beheerder alleen anonieme gegevens krijgt van Facebook, maakt niet uit – in de definitie van gezamenlijk verantwoordelijke staat niet dat je beiden bij alle persoonsgegevens moet kunnen. En het is “mede” verantwoordelijkheid omdat ook Facebook zelfstandig beslist wat er gebeurt op zo’n pagina.

Het Hof trekt die lijn nu door: een webwinkel (of andere online dienst) die zo’n Like-knop invoegt op zijn eigen site (met plugin of handmatig gebouwd, maakt niet uit) die is mede-verantwoordelijk. Die beslist dat Facebook bij die bezoekersgegevens mag, en Facebook doet de rest. Beiden zijn daarvoor in gelijke mate verantwoordelijk – en dus ook aansprakelijk. Voor welk deel precies is nog een interessante vraag; de AVG zegt letterlijk dat je iedere verantwoordelijke voor het gehele schadebedrag kunt aanspreken (artikel 82 lid 4 AVG). Maar deze uitspraak is onder de Wbp (Richtlijn) gedaan en die is daar minder expliciet in.

Desondanks lijkt het me nu de hoogste tijd om die Like-knopjes (en je andere social sharing plugins) eraf te halen, of op zijn minst achter een toestemmingsknop te zetten. En doe dat alsjeblieft niet met een popup. Een simpele hover met uitleg zoals op deze site werkt prima en is AVG compliant. Wie daarna klikt en de plugin activeert, heeft toestemming voor die verwerking gegeven.

Arnoud

Hoe strafbaar is het liken van strafbare berichten?

| AE 9462 | Regulering | 19 reacties

Een rechter in Zwitserland heeft een man veroordeeld vanwege het liken van lasterlijke berichten over een dierenrechtenactivist op Facebook, las ik bij de NOS. Met zijn likes zou hij de posts uitdrukkelijk hebben onderschreven, en daarmee zeg maar medeplichtig zijn aan het plegen van de laster. Dat vonden ze bij de NOS raar: liken is toch de basis van Facebook, dus hoezo kan dat nou strafbaar zijn?

Wat betreft het delict laster ligt het op zich relatief simpel. Wie een smadelijke bewering verspreidt wetende dat deze in strijd is met de waarheid, pleegt laster. Dat is Ouder Dan Het Internet, en op zich dus ook gewoon strafbaar om op internet te doen. Een Facebookbericht waarin je dus schadelijke onwaarheden verspreidt, is net zo goed lasterlijk als een krantenartikel.

Maar liken is natuurlijk niet hetzelfde als zelf een artikel schrijven. Alleen, dat is niet vereist om van smaad of laster te kunnen spreken. Je pleegt ook die misdrijven als je de betreffende beweringen verder verspreidt – althans als je dat doet op een positieve manier. Dan ga je achter de inhoud staan, en doe je in feite hetzelfde als de oorspronkelijke uiter van de bewering.

Het komt dus neer op de vraag wat een like nu precies betekent. Heel naïef kun je zeggen: er stáát “Dit vind ik leuk”, dus wat je doet is zeggen dat je die inhoud leuk vindt. Dat is een positieve uiting, en het bericht verschijnt ook nog eens op je tijdlijn. Dat is dus een manier van verspreiding waarbij jij achter de inhoud gaat staan, en dan kom je dus bij laster terecht.

In de praktijk heeft een like meer functies. Facebook kent niet echt een uitgebreid vocabulaire: ook als je een bericht juist stom vindt maar wel wilt delen (“gatver moet je dít nou zien, wat een schande”) dan moet je het liken. Vanuit dat perspectief zou het geen laster zijn om een bericht verder te verspreiden via dat mechanisme.

Uiteindelijk komt het er dus op neer wat je intenties waren, althans hoe dit overkomt bij de rest van de wereld. Dat is een vrij subjectieve inschatting, waardoor het voor een rechter dus geen eenvoudige kwestie zal worden. In een zaak uit 2007 werd een hyperlink naar opruiende teksten strafbaar geacht:

In het geval van de verdachte zijn die relevante omstandigheden dat zij een moslima is met een meer dan gewone belangstelling voor het jihadistisch-salafistisch gedachtegoed en dat zij actief is deze geloofsovertuiging uit te dragen via het internet door daar allerlei bestanden en stukken op te plaatsen. In ruim drie maanden tijd heeft de verdachte meer dan 65 artikelen geplaatst op het internet. […] Gelet op het voorgaande en met haar kennis van zaken aangaande de islam kan het plaatsen van de betreffende links door de verdachte, niet anders worden gezien dan als een strafbare handeling als bedoeld in artikel 132 van het Wetboek van Strafrecht, te weten – kort gezegd – het verspreiden van geschriften waarvan zij ernstige reden heeft te vermoeden dat die opruiend zijn.

Die lijn doortrekkend zou dus een like strafbaar zin als iemand ernstige reden had moeten hebben om te vermoeden dat sprake is van laster, en je enigszins in de materie zit waar het artikel over gaat. Je zou die strafbaarheid dan weer wel kunnen weerleggen door er expliciet afstand van te nemen.

Arnoud

“Je mag ons niet meer aanklagen want je hebt ons geliket!”

| AE 6578 | Informatiemaatschappij | 17 reacties

facebook-dislike-like.pngOntbijtproducent General Mills claimt op haar website dat wie haar liket of een coupon downloadt, afziet van het recht haar te mogen aanklagen. Dat meldde de New York Times een paar dagen terug. Deze acties zouden volgens grijze-letter-op-witte-achtergrondtekst leiden tot aanvaarding van gebruiksvoorwaarden waarin een arbitrage-beding is opgenomen. Na een hoop herrie werd dat voorstel snel weer ingetrokken maar de reputatieschade zal nog wel even doorlopen. En dat roept de juridische vraag op: kan dat dan, iemand binden aan voorwaarden door het klikken van een like!-knopje?

Arbitrageregels zie je in steeds meer gebruiksvoorwaarden opduiken. In plaats van naar de rechter, moet je dan naar een panel van juristen dat een bindende uitspraak oplegt in jouw zaak. Dat is voor Amerikanen belangrijk, want via class action suits (massaclaims) kunnen gehaaide advocaten miljoenenclaims neerleggen die dan tegen forse bedragen worden geschikt. En de Supreme Court heeft in 2011 gezegd dat wie toestemt in arbitrage, zijn recht opgeeft later mee te doen aan een class action.

Naar Nederlands recht ligt dat anders: een verplichte arbitrage staat op de zwarte lijst van algemene voorwaarden die altijd verboden zijn. Men moet een consument te allen tijde een maand of meer geven om te beslissen alsnog naar de rechter te willen. En dan wel een maand nadat de ondernemer zegt, ik wil de arbitrage inroepen. Niet -zoals in de VS- een maand nadat de voorwaarden zijn geaccordeerd.

Handig dus om mensen akkoord te laten geven op je voorwaarden met arbitragebeding. Laat je mensen lid worden van je site, dan is dat makkelijk: geen hond die de registratievoorwaarden leest, en in de VS is dat dan pech voor die hond die op I-agree klikt. Maar veel sites hébben geen registratie. En dan is het dus iets lastiger om een vinkje bij “I agree” te laten zetten.

Maar juridisch gezien, hoeft dat niet, zo’n vinkje. Zowel hier als in de VS geldt, een overeenkomst komt tot stand doordat iemand een aanbod aanvaardt. Aanbod en aanvaarding mogen op alle mogelijke manieren worden gedaan. Wie hieronder in de reactiepanelen zegt “Ik wil graag dat boek Webwinkels van jullie, €19,95 plus verzendkosten is prima”, die heeft zich gebonden aan een bestelling. Goed, ik zal een probleem hebben als mensen hun adres er niet bij zetten en een valse naam/adres is snel getypt, maar in beginsel is dat gewoon een probleem bij de uitvoering. Geen reden waarom contracteren per reactiepaneel juridisch niet rechtsgeldig zou zijn.

Dit bedrijf gaat nog een stapje verder: ze zeggen dat ze het akkoord afleiden uit op zich gewone handelingen. En dat voelt wat dubieuzer: ik doe die handelingen immers voor een ander doel. Het is nog wel te billijken dat je zegt, “typ deze tekst en je bent akkoord met die bestelling”. Maar zeggen, “al wie reageert vandaag, koopt een boek”, gaat wel even wat verder. Wéét je dat, moet je daarop beducht zijn als reageerder? Ik denk dat dat er echt expliciet bij zou moeten staan. En zelfs dan: mensen lezen niet, hóeven ook niet te lezen als ze iets doodnormaals gaan doen. Het is onredelijk om aan zo’n handeling welk rechtsgevolg ook op te hangen als dat afwijkt van het gewone verwachtingspatroon.

Wat vinden jullie? Wanneer ga je akkoord met website-voorwaarden, afgezien van registratie en vinkje met “I agree”?

Arnoud

Trijntje Oosterhuis verslikt zich voor 2 ton in Facebookpopulariteit

| AE 6142 | Informatiemaatschappij | 24 reacties

Kiezen tussen Trijntje Oosterhuis en Britt Dekkers. Hmm. Zangeres Oosterhuis beloofde voor elke like op haar Facebookbericht 1 euro over te maken naar giro 555, maar toen het aantal likes richting de 200.000 ging, verdween de oproep. Dat meldde de NOS gisteren. En dan vraag je je als jurist natuurlijk af: is die twee ton… Lees verder

Liken valt onder de vrijheid van meningsuiting (duh?)

| AE 5956 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 23 reacties

Op dat Like-knopje klikken is hetzelfde als op straat een slogan gaan scanderen, juridisch gezien dan. Dat vonniste een Amerikaanse rechter bij een ontslagzaak in Virginia. Een sheriff aldaar (een gekozen beroep in de VS) ontdekte dat zes medewerkers zijn concurrent hadden geliked, waarop hij deze ontsloeg. Zij vochten dit aan met een beroep op… Lees verder