Mag je iemands ware identiteit bekendmaken?

| AE 5400 | Meningsuiting, Privacy | 26 reacties

anoniem-pseudoniem-nickname-bijnaam-naam.pngDoxing is de wat merkwaardige internetterm voor “iemands identiteit achterhalen”. Veel mensen op internet zijn anoniem, en het kan dan een sport zijn te achterhalen wie dit werkelijk is. En soms heeft dat vervelende gevolgen voor die persoon, variërend van rare brieven bij de buren of stapels pizza’s tot de buurt moeten ontvluchten.

Het is niet verboden om iemands ware identiteit achter een pseudoniem te onthullen. Dergelijke informatie publiceren valt onder de vrijheid van meningsuiting, ook als de pseudonymous het niet leuk vindt. Pas als er bijkomstige omstandigheden zijn die schade opleveren, zoals dat die persoon vervolgens gevaar loopt, zou je onrechtmatig kunnen handelen.

Het is verboden om iemands ware identiteit achter een pseudoniem te onthullen. Dergelijke informatie maakt deel uit van de persoonlijke levenssfeer, en daar beslist de betrokkene zelf over. Pas als er bijkomstige omstandigheden zijn die publicatie rechtvaardigen, zou de publicatie legaal kunnen zijn. Dergelijke omstandigheden zouden kunnen zijn dat de naam essentieel deel is van een nieuwsfeit.

Ja, ik spreek mezelf tegen hier. Maar dit is wat je altijd krijgt bij botsende grondrechten, in dit geval de uitingsvrijheid versus de privacy. Beiden werken met een “mag, tenzij beperking noodzakelijk” constructie en die kun je niet in één regel samenvatten. De juridisch-pragmatische oplossing is dan de argumenten voor en tegen op een rijtje te zetten en af te wegen, wat voor blogs als deze zeer onbevredigend is want ik heb een hekel aan “dat hangt er van af” maar dat is de enige algemene regel.

Maar Arnoud, in de media vermelden ze toch altijd de namen van verdachten met een initiaal, waarom is dat dan? Nou, dat is niet gebaseerd op een wet. Ooit namen de Nederlandse hoofdredacteuren een vrijwillig besluit om geen volledige namen meer te publiceren, puur zelfregulering dus. De Leidraad van de Raad voor de Journalistiek verbiedt dat journalisten gegevens over verdachten (én veroordeelden) publiceert waarmee deze “eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd.” De Leidraad maakt uitzonderingen, onder meer wanneer de naam al algemeen bekend is, maar ook als de betrokkene zelf de openbaarheid zoekt.

Toevallig kwam dit onderwerp aan de orde in een kort geding over een vrouw die publiceerde over de prostitutie onder de schuilnaam Patricia Perquin. De Volkskrant had haar ware identiteit achterhaald en wilde dit in een krantenartikel publiceren, omdat ze wat opmerkelijke feiten had ontdekt. De vrouw spande een kort geding aan, dat ze won omdat de krant onvoldoende onderbouwing had. Maar in een vervolgartikel had men het nodige bewijs op tafel gekregen.

De krant had twaalf argumenten op tafel gelegd, waarvan de meesten de rechter overtuigend voorkomen. Het enige echte tegenargument was dat de publicatie tot bedreigingen en gevaar tegen de vrouw zou leiden. Maar daar zet de rechter zijn twijfels bij, vooral omdat ze al eerder zelf aan een radioprogramma had meegewerkt zonder te eisen dat haar stem werd vervormd. Als je dat doet dan neem je al een risico, dus kennelijk viel het wel mee met dat gevaar. Ook speelde mee dat ze zelf de publiciteit had gezocht – iemand uit de anonimiteit trekken is ernstiger dan een populaire anonymous ontmaskeren.

Ook werd de Wbp weer eens in stelling gebracht tegen de persvrijheid, maar ook dat mocht niet baten. De rechter bepaalt allereerst dat er geen sprake is van een geautomatiseerde verwerking, en ziet vervolgens de persexceptie en houdt dan op met lezen. Jammer, eigenlijk had hier toch echt een expliciete afweging van de “dringende noodzaak” moeten plaatsvinden.

Stelling: het is onmogelijk op internet te publiceren zonder traceerbaar te zijn.

Arnoud

Zweedse overheid schrapt ‘ongoogelbaar’ uit woordenboek

| AE 5264 | Meningsuiting, Merken | 25 reacties

Capture-1Na druk van Google heeft de Zweedse overheid ‘ongoogelbaar’ van de lijst met nieuwe woorden geschrapt, meldde Nu.nl dinsdag. De Zweedse Taalraad wilde het woord opnemen in het officiële woordenboek met de definitie ‘iets dat niet gevonden kan worden met behulp van een zoekmachine’, maar de zoekmachine zat fel op z’n merk en eiste dat ‘een zoekmachine’ vervangen zou worden door de eigen bedrijfsnaam. In reactie daarop schrapte de Taalraad het hele woord.

In een recente blogdiscussie kwam het ook al even aan de orde. Merkhouders houden er niet van als mensen hun merk als soortnaam of generieke term gaan gebruiken. Een merk verliest zijn geldigheid namelijk als het een generieke term is geworden, en als je dat wilt voorkomen dan moet je er dus bovenop zitten en overal en altijd piepen als mensen je merk als generieke term hanteren.

Ja, dat geldt ook bij niet-commercieel gebruik. Júist bij niet-commercieel gebruik zou ik zeggen, want juist daar vind je het generiek gebruik. Doe jij de luxaflex even dicht, dan zet ik een senseootje met m’n nieuwe Krupps, ondertussen even msn’en op facebook. Die zin levert me vier blafbrieven op van merkhouders gok ik. Maar als ze dat niet doen, dan wórdt senseo de generieke term voor koffiepad en msn’en synoniem voor chatten. (De term koffiepad is niet voor niets heel expliciet gemarket naast het merk Senseo.)

In de IT speelt dit heel erg, omdat nieuwe diensten vaak zó nieuw zijn dat er geen alternatieve term voor is. Of omdat de dienst zodanig synoniem is met de activiteit dat er geen ander woord bruikbaar is. Een avondje msn’en is gewoon gevoelsmatig wat anders dan een avondje chatten. Googelen bekt beter dan zoeken. En wat moet je anders zeggen dan “Facebooken” als je op het sociale netwerk gaat rondhangen?

Nu is dat op zich nog geen genericide – ja zo heet dat onder merkenmensen, en ja dat stelt volkerenmoord op één lijn met het verlies van een merk, maar dat terzijde. Maar het wordt het wel als je de term buiten de originele dienst gaat gebruiken. Ga je googelen met Bing dan verliest het merk Google waarde, wordt het synoniem voor zoeken. En dat is dus waarom Google die boze brief stuurde.

De reacte van de Taalraad snap ik dan weer niet. Met een disclaimer dat het gaat om een merknaam en/of een iets handiger definitie kunnen ze écht hun juridische case steviger maken. (Hela, Arnoud die zegt dat een disclaimer nut heeft.) Maar men is principieel en weigert dus te luisteren naar een merkhouder. Beetje rare reden, dat. Laat het dan op een rechtszaak aankomen.

Arnoud

Gaat een merk boven een voornaam?

| AE 5232 | Meningsuiting, Merken | 28 reacties

no-name-street-naam-handelsnaam.pngVia Twitter een intrigerende: journalist Marie-Claire van den Berg had een domeinnaam geregistreerd met haar voornaam erin, en kreeg meteen een blafbrief van de Franse tijdschriftuitgever: ‘clearly an operation of cyber squatting’, meteen inleveren die domeinnaam en ongetwijfeld ook nog advocaatkosten geclaimd. Maar zo zegt ze op twitter, ze wilde er alleen een persoonlijke homepage van maken. Hoe kan dat merkinbreuk zijn? En bovendien, het is haar náám en zou ze die dan niet mogen gebruiken?

Nee, je mag je eigen naam niet gebruiken om producten of diensten mee aan te duiden als iemand anders daar al een merk op heeft. Tenminste, als de producten of diensten overlappen. Heet je toevallig Philips en wil je LED-lampen gaan verkopen, dan zul je écht een andere naam moeten verzinnen dan “Philips Ledlampenfabriek”. Lemnis Lighting bijvoorbeeld.

De merkenwet houdt maar héél weinig rekening met de belangen van iemands naam. Veel verder dan een uitzondering dat je je naam en adres mag noemen ook als daarin een merk zit, komt het niet. Die jongens van Lemnis mogen dus gevestigd zijn aan de Anton Philipslaan in Eindhoven. Wie nu héél creatief wil doen, kan zeggen dat een domeinnaam tegenwoordig valt onder “adres” zoals bedoeld in de merkenwet. Mevrouw Van den Berg is gevéstigd op die domeinnaam, net zoals ik gevestigd ben op blog.iusmentis.com. Toch? En heel misschien komt dat ook nog voorbij de giecheltoets, mits je maar zorgt dat de site verder overal duidelijk is dat het journalist Van den Berg betreft en niet “de online Marie-Claire”.

Ook is er een verbod op nietcommercieel gebruik dat afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. In een roman zeggen dat je de luxaflexen dichtdoet, kan door Luxaflex® worden aangepakt – je doet verticale lamellen dicht, en die zijn al of niet van het merk Luxaflex. Ook als je de roman gratis weggeeft. Maar dat lijkt me niet echt aan de orde bij de site van Marie-Claire.

Het argument van de persoonlijke homepage is sterker. De merkenwet is immers alleen bedoeld tegen commercieel gebruik, en een persoonlijke homepage is dat in principe niet. Hoewel? Als je er jezelf aanprijst als freelance journalist, zit er dan niet toch een indirect commercieel motief?

Arnoud

Maakt het voor smaad via Twitter uit hoe veel volgers je hebt?

| AE 5213 | Aansprakelijkheid, Meningsuiting | 23 reacties

Maakt het voor smaad via Twitter uit hoe veel volgers je hebt? In een Engelse rechtszaak koos de advocaat van de aangesproken persoon die insteek. Wie minder dan 500 volgers heeft, wordt gesommeerd excuses te maken en 25 pond te doneren aan een goed doel. Wie meer dan 500 volgers heeft, krijgt een proces aan… Lees verder

Moet een forumbeheerder foto’s weggooien als een gebruiker daarom vraagt?

| AE 5150 | Meningsuiting, Privacy | 23 reacties

Een jaar geleden blogde ik over de vraag wat een forumbeheerder weg moet gooien als een (ex-)lid daarom vraagt. In de comments vroeg een lezer zich af wat dat nu specifiek voor foto’s betekent. Hij had een lid van zijn forum geband, en die eist nu dat al zijn foto’s van het forum verwijderd worden…. Lees verder

Gemeente mag geen leges heffen voor Wob-verzoek

| AE 5109 | Meningsuiting | 26 reacties

Gemeentes mogen geen leges heffen voor het leveren van informatie naar aanleiding van een Wob-verzoek, bepaalde de Hoge Raad gisteren. Bij De Nieuwe Reporter spreken ze van “uit handen slaan van een belangrijk wapen uit om Wob-verzoeken van journalisten te traineren”. Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur mag iedereen overheidsstukken opvragen (behalve in… Lees verder

“Torrents zijn een mensenrecht”

| AE 5101 | Auteursrecht, Meningsuiting | 76 reacties

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft een uitspraak gedaan die stelt dat het auteursrecht indruist tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, riep GeenStijl vrijdag. Ze verwijzen naar een blog van Rick Falkvinge, piratenpartijoprichter, die spreekt van een “direct conflict” tussen het auteursrechtmonopolie en de mensenrechten waardoor niemand… Lees verder

Een uitingsverbod geldt ook voor de LinkedIn van de directeur

| AE 5080 | Meningsuiting | 5 reacties

Is het LinkedInprofiel van de directeur een bedrijfsmatig profiel? Nee, bepaalde de rechtbank onlangs, want zo’n profiel staat toch op náám en het is vooral bedoeld voor zakelijke en carrièregerichte doeleinden, iets dat jij als persoon doet. En als jou als persoon iets verboden is, mag je dat dus ook niet op zo’n LinkedInprofiel. Prescan… Lees verder

Rechter verbiedt smaadpleger socialemediaprofielen te hebben

| AE 5028 | Aansprakelijkheid, Meningsuiting | 37 reacties

Een man uit Noord Holland heeft vorige maand van de kortgedingrechter een socialemediaverbod van één jaar gekregen, meldde NRC gisteren. De man had een uitgebreide smaadcampagne op zijn Hyves- en Facebookprofielen begaan, en na een eerdere veroordeling weigerde hij te stoppen. Hij mag een jaar geen profielen aanmaken, op straffe van een dwangsom en lijfsdwang… Lees verder

Is het verboden te schrijven over voedingssupplementen?

| AE 4990 | Meningsuiting | 13 reacties

Diverse lezers vroegen me bezorgd of het écht waar is dat je sinds kort niet meer mag schrijven over de vermeend geneeskrachtige werking van voedingssupplementen. De Codex Alimentarius (“Voedselboek”) zou als stiekem ingevoerde Europese censuurwet alle publicaties verhinderen waarin wordt gesuggereerd dat een levensmiddel of voedingssupplement gezond zou zijn. Dus als ik zeg dat ik… Lees verder