Ik ben verbannen van het forum en dat is oneerlijk!

30 januari 2012, 8:23 | Meningsuiting, Contracten | 31 reacties

Zeer, zeer regelmatig krijg ik mails met als strekking “ik ben verbannen op een forum en dat vind ik onterecht”, met vervolgens een hele trits redenen waarom dat onterecht zou zijn. Men had bijvoorbeeld niet gezegd waarom, of niet de eigen huisregels goed gelezen, of de beheerder had wel iets gemeld maar wil niet in discussie over de feitelijke onjuistheden. Of hij trekt niet één lijn, zijn vriendjes mogen wel blijven maar de kritische forummer wordt eruit geschopt.

Een site-eigenaar stelt zijn eigen regels en daarbij mag hij arbitrair kiezen hoe redelijk of fair of makkelijk hij wil gaan werken. Als hij meldt mensen te bannen als ze hem tegenspreken of gewoon vervelend zijn naar zijn oordeel, dan mag dat. En daar heb je je maar bij neer te leggen als deelnemer.

Wél vind ik dat als je huisregels stelt, je als site-eigenaar daar ook naar moet leven. Als je zegt vrije discussie toe te staan en je verwijdert iedereen die je tegenspreekt, dan schend je je eigen regels en dat vind ik niet zomaar kunnen. Huisregels zijn deel van een contract tussen jou en je deelnemers, en dus ook bindend voor jou.

Ik zet daar wel tegenover dat ik veel klagers zie die ik moeilijk serieus kan nemen. Als ik tussen de regels door het gevoel krijg “wat ben jij een trol geweest” of “jamaar dit is gewoon spammen”, dan houdt het voor mij al heel snel op met de juridische analyse. Onredelijk overlastgevend gedrag is eigenlijk altijd wel een reden voor uitsluiting. En op het moment dat mensen beginnen over hun recht op vrije meningsuiting of “leven we nou in Nederland of Noord-Korea” dan ben ik er meteen klaar mee. Nee, je hebt geen recht je mening te uiten op andermans blog op forum.

En dáár weer tegenover staan de forumeigenaren die zich absoluut onredelijk gedragen, van dag tot dag andere regels hanteren, privéberichten lezen of zelfs aanpassen, modder over leden online zetten en zo de sfeer in hun eigen forum verpesten. Ja, dat is buitengewoon frustrerend en ik kan me voorstellen dat je dan kokend in de mail hangt naar een jurist om aan dat onrecht een einde te maken. Maar ja, als zo iemand tegen jou als lid onredelijk is waarom zou ik als buitenstaander dan wél wat kunnen bereiken?

Arnoud

of lees de 31 reacties

“H&M wil niet dat haar logo gebruikt wordt op fok.nl”

19 december 2011, 8:09 | Merken, Meningsuiting | 7 reacties

henm.pngBij Hyped las ik dat op het forum van fok.nl diverse positieve artikelen over H&M verschenen, mét het logo van het bedrijf. Dat leverde een blafbrief van H&M op: er was geen toestemming verleend voor het gebruik van het logo, dus dit werd gezien als merkinbreuk. Bij Fok begrijpen ze er niets van: dit is toch gewoon reclame?

Of iets positieve dan wel negatieve reclame voor een merk is, is juridisch geen argument. De merkenwet verbiedt kort gezegd elk gebruik van een merk om dezelfde of soortgelijke producten te verkopen, ook als je een variant op het merk gebruikt. Ook mag je niet doen of je een officiële band met de merkhouder hebt. En daarnaast is het niet toegestaan het merk te gebruiken voor nietcommerciële doeleinden als je daarmee de reputatie van het merk aantast, bijvoorbeeld door van luxaflexen te spreken terwijl je lamellen bedoelt.

H&M gaat voor de officiële band:

Door het gebruik van ons beeldmerk kan bij het publiek de indruk worden gewekt dat er een commerciële band bestaat tussen uw onderneming en H&M, dan wel dat uw onderneming op enigerlei wijze gelieerd is aan H&M, en/of dat H&M achter de door u aangeboden diensten/producten staat.

Als ik het even doorlees, dan lijkt het te gaan om zelfgemaakte H&M banners van Fok!ers. Daar zou ik me nog net iets bij kunnen voorstellen, maar om nu een blafbrief te sturen aan enthousiaste merkfans?

H&M kan niet verbieden dat men over haar of haar producten schrijft, en ook niet dat men daarbij haar logo gebruikt. Wat ik dus rechtsboven doe is volstrekt legaal. Ik schrijf over H&M en illustreer dat met hun logo. Maar ik doe me nergens voor áls H&M, verherbouw hun logo niet nodeloos en wek niet de indruk dat ICTRecht een wederverkoper van H&M of iets dergelijks is. Fok! zou dat ook kunnen doen, bijvoorbeeld door bij het H&M topic het H&M logo te tonen zodat iedereen weet over welke winkel het gaat. (Maar “het officiële H&M topic” is als ondertitel dan op het randje, dat klinkt alsof H&M het sponsort.)

In het kader van boze kritiek op H&M hun logo gaan fotofucken zou op het randje zijn, maar zou in uitzonderlijke gevallen wel kunnen. Mooi voorbeeld is de Nijntje-fotofuck naar aanleiding van het Nijntjevonnis dat de Nijn-Elevenparodie verbood (in hoger beroep teruggedraaid). Ik zou alleen niet weten wat er aan het H&M logo te fotofucken is. Jullie wel?

Arnoud

of lees de 7 reacties

Mag Twitter gegevens van Europese gebruikers aan Amerikaanse Justitie geven?

14 november 2011, 8:11 | Aansprakelijkheid, Meningsuiting | 10 reacties

twitter-signup.pngTwitter moet persoonsgegevens van drie personen betrokken bij Wikileaks, waaronder de Nederlandse hacker Rop Gonggrijp, aan de Amerikaanse justitie overhandigen. Dat meldde Webwereld vrijdag. Dit in verband met dat het onderzoek naar het openbaren van de legervideo ‘Collateral Murder’.

In principe lijkt dit te mogen. Het privacybeleid van Twitter vermeldt expliciet

Law and Harm: We may preserve or disclose your information if we believe that it is reasonably necessary to comply with a law, regulation or legal request; to protect the safety of any person; to address fraud, security or technical issues; or to protect Twitter’s rights or property.

en in dit geval was er een gerechtelijk bevel, dat zelfs in hoger beroep getoetst en bevestigd werd. Aan de letter van de (Amerikaanse) wet is dus voldaan. In strijd met Europese privacyregels lijkt me dit niet. Hoewel er zeker dubieuze aspecten in met name de USA PATRIOT ACT staan, lijkt het hier volgens dezelfde soort regels te zijn gegaan als bij ons: opsporingsdienst verzoekt rechtbank om toestemming, rechtbank toetst aan de wet en staat toe.

De gebruikte regel (18 USC 2703(d)) is wel erg breed: het bevel mag ook tegen niet-verdachten gericht zijn en meer dan een “redelijke grond” voor de doorzoeking is niet nodig. Dit in tegenstelling tot een huiszoeking, die in de VS “probable cause” vereist, een hogere standaard. Dus als je redelijkerwijs mag denken dat deze twitteraar wellicht iets te maken heeft met een misdrijf, dan kun je zijn naam, adres, e-mailadres, IP-adres etcetera opvragen bij Twitter.

Maar die regel in de VS is strenger dan bij ons: in Nederland mag elke agent, zonder zelfs maar een officier van justitie te hoeven bellen, naam en adresgegevens (plus IP-adres en dergelijke) opvragen van gebruikers van een dienst (art. 126nc en 126na Strafvordering, plus 13.4 Telecomwet). Pas als er gespit gaat worden in mailboxen of meegelezen wordt met chats, is er een officier van Justitie nodig (art. 126nd en 126ne Strafvordering, bij niet heel ernstige misdrijven is de rechter-commissaris nodig).

Wat wel bevreemdt is dat het hier gaat om personen die niet allemaal Amerikanen zijn. Naast onze Rop betreft het ook de IJslandse parlementariër Birgitta Jonsdottir. Zij reageerde woedend:

We have to have the same civil rights online as we have offline. Imagine if the US authorities wanted to do a house search at my home, go through my private papers. There would be a hell of a fight. It’s absolutely unacceptable.

Ik snap het punt maar volgens mij is haar vergelijking niet helemaal juist. Men doorzoekt niet haar huis in IJsland, men doorzoekt in deze analogie haar vakantiebungalow in Californië, of misschien moet ik zeggen haar postbus in Californië. Want het gaat om een Amerikaanse dienst met opgeslagen data in de VS. Het lijkt me dan iets logischer dat de Amerikaanse justitie vindt dat ze daar wat over te zeggen heeft.

Veel zorgelijker vind ik het idee dat we Nederlanders zouden uitleveren op basis van een onderzoek als dit.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Mijn werkgever verbiedt me te Twitteren, mag dat?

27 oktober 2011, 8:17 | Privacy, Meningsuiting | 32 reacties

access-blocked.pngEen lezer vroeg me:

Op mijn werk blijkt de toegang tot Twitter te zijn geblokkeerd. Navraag leerde dat de directie bang was voor imagoschade als werknemers gingen twitteren. Daarom had men Twitteren categorisch verboden in het arbeidsreglement. Ik mag dus niet op het werk Twitteren maar óók niet thuis op mijn eigen computer! Kan dat zomaar?

Dat kan, maar niet zomaar. Een internetprotocol wordt meestal ingevoerd om oneigenlijk of ongewenst gebruik van de bedrijfsmiddelen te reguleren, maar men kan langs deze weg ook regels stellen over het gebruik van sociale media, zoals Twitter, Facebook of Google+.

Wel moet er dan een redelijk belang zijn voor de werkgever om iets te mogen zeggen over wat werknemers twitteren of Facebooken. Dit belang moet te herleiden zijn tot het werk: werknemers kunnen bedrijfsgeheimen onthullen door bijvoorbeeld een voorgenomen fusie op Facebook te melden, of arbeidsconflicten veroorzaken door te twitteren dat een collega onfris ruikt. Maar ook het vragen beantwoorden over producten of diensten kan het bedrijfsbelang raken: dergelijke communicatie wordt toegerekend aan het bedrijf, en kan het bedrijf dus binden aan bijvoorbeeld een toegezegde schadevergoeding of vervangend product.

Voor sommige bedrijven zijn de negatieve consequenties zó zorgelijk dat ze keihard beleid hanteren: verboden de bedrijfsnaam te noemen op je Linkedinpagina, alle tweets schriftelijk voorleggen aan de afdeling Communicatie en op de Hyves- of Facebookpagina mag niets over het werk vermeld worden. Dergelijke regels zijn echter volstrekt onhaalbaar: mensen zijn zó gewend om over zichzelf te hyven, facebooken, twitteren of googleplussen dat ze deze regels niet serieus kunnen nemen.

De meeste medewerkers begrijpen echter prima de belangen van de werkgever, mits deze zich maar redelijk opstelt (wat overigens ook een wettelijke eis is voor werkgevers). De werkgever hééft soms gewoon redelijke bedrijfsbelangen. En het in acht nemen van het bedrijfsbelang kan soms betekenen dat de werkgever zich anders moet uitdrukken of even niet moet reageren of ingaan op een discussie.

Natuurlijk, dergelijke regels leveren een beperking van de vrije meningsuiting van de werknemer op, maar dat is legaal. De werknemer kiest er zelf voor wanneer hij in dienst treedt bij dat bedrijf. Maar de werkgever mag niet verder gaan dan het bedrijfsbelang vergt. Zo kan een werkgever een werknemer niet verbieden zijn mening over zijn favoriete voetbalclub te uiten, behalve wellicht wanneer hij bij een concurrerende club werkt. Een werknemer bij een bank mag niet zomaar zeer negatieve artikelen over het bankwezen publiceren. Ook niet als hij dat doet op persoonlijke titel maar wel met de bedrijfsnaam erbij.

Arnoud

of lees de 32 reacties

Ben je aansprakelijk voor retweets?

24 oktober 2011, 8:08 | Meningsuiting | 8 reacties

Een lezer vroeg me:

Als fanatiek twitteraar zie ik regelmatig leuke of intrigerende tweets van anderen voorbij komen. Die retweet ik dan naar mijn eigen volgers. Maar word ik dan aansprakelijk (of zelfs strafrechtelijk te vervolgen) als blijkt dat die tweet eigenlijk de wet schendt?

Het doorgeven van andermans uiting kan inderdaad tot aansprakelijkheid leiden voor de doorgever, hoewel dat zeker geen gegeven is. Alles hangt -grr- van de omstandigheden van het geval af.

In principe is retweeten niet meer dan citeren: je wilt andermans werk aankondigen of bespreken, en door het te retweeten breng je de informatie bij je eigen publiek onder de ogen. Er staat meteen een keurige bronvermelding bij. Je kunt er in vervolgtweets op doorgaan, of het laten bij de retweet om zo je publiek te wijzen op wat er gezegd wordt.

Maar met een retweet doe je ook impliciet een bepaalde uitspraak over de inhoud van die tweet. Je vindt die tweet relevant voor je eigen volgers, jouw publiek, en dat kan worden opgevat als dat jij je achter de inhoud schaart. Retweet je bijvoorbeeld een bericht waarin staat dat iemand een oplichter is, dan vind jij dat kennelijk ook. En als die tweet smadelijk blijkt, dan kun jij daar ook op aangesproken worden.

Een manier om dit te voorkomen, is duiding oftewel een eigen toelichting te geven bij de retweet. Niet alleen maar doorzetten maar meteen een toelichting erbij. In een vervolgtweet, of liever nog in de retweet zelf (als dat past). Al is het maar het woord “Schandalig”, het kan net genoeg zijn om aan te geven dat jij het juist oneens bent met de oplichtingsbeschuldiging.

De meest beruchte retweet (hoewel dan als screenshot, een soort van fotokopie) is natuurlijk die van internetfenomeen Bert Brussen. Hij postte een screenshot van een dreigtweet op zijn blog, met als enige toevoeging “Bedreigen doe je zo!”. Voor het OM was daarmee duidelijk dat Brussen zelf zo oproepen tot het keeldoorsnijden van Wilders, terwijl Brussen deze bedoeld had als ironische signalering van andermans dreigement.

Uiteindelijk werd hij niet vervolgd, mede vanwege een advies van dr. Alexander Pleijter, universitair docent journalistiek. Hij concludeerde:

Als we de context van het weblog van Bert Brussen in ogenschouw nemen dan kan geconcludeerd worden dat de herpublicatie van de dreigtweet niet bedoeld is om te dreigen, de bedreiging te ondersteunen of verder te verspreiden, maar om de negatieve bejegening van Geert Wilders aan de kaak te stellen. In eerdere blogposts ageerde Brussen meermaals tegen negatieve berichten over Geert Wilders. In dat licht is de publicatie van de dreigtweet te beschouwen als het wederom agenderen van negativiteit jegens Wilders.

Om te voorkomen dat de brenger van een boodschap al te snel strafrechtelijk kan worden vervolgd, is in de wet opgenomen dat men pas strafbaar is als er geen sprake is van zakelijke berichtgeving. Het kunnen brengen van nieuws is immers een belangrijk grondrecht - en dit geldt niet alleen voor massamedia, maar ook voor gewone burgers die feiten of meningen willen brengen.

De term ‘zakelijk’ is vooral bedoeld om het onderscheid te maken met meer als columns of opiniestukken ingestoken berichten. In een dergelijk bericht moet de auteur zelf duidelijk stelling nemen en melden wat hij vindt van de uiting die hij overneemt. Wie een uiting niet alleen herhaalt maar ook laat blijken het ermee eens te zijn, bericht er niet zakelijk over.

Update (15:22) Ik vergeet helemaal dat vonnis van de Wereldomroep waarin ze niet aansprakelijk werd geacht voor voorgelezen SMS-jes. SMS voorlezen op de radio lijkt me wel de analoge variant van retweeten. De Wereldomroep hoefde gezien de formulering van de sms redelijkerwijs niet te beseffen dat de mededeling in de sms onjuist was of dat er wellicht een smadelijke bedoeling achter zat. En die regel lijkt me voor retweets ook prima.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Geldt de privacywet ook voor overleden personen?

9 september 2011, 8:08 | Privacy, Meningsuiting | 13 reacties

wanted-poster-persoonsgegeven.pngEen lezer vroeg me:

Ons gemeentearchief beschikt over een zeer grote hoeveelheid bronmateriaal over oud-inwoners. Nu wil ik graag een verhaal schrijven over een moordzaak uit 1920 die destijds de gemeente nogal bezighield. Mag ik dat doen en daarbij de naam van de moordenaar en slachtoffers noemen? En kan ik dan ook een foto uit het archief daarbij publiceren? Of geldt de privacywet nog steeds?

Het gebruik van iemands naam in een publicatie valt in principe onder de privacywet, de Wet bescherming persoonsgegevens. Deze eist eigenlijk altijd toestemming van de betrokken persoon. Een naam publiceren zonder toestemming mag alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, zo bepaalt de Wbp. De persvrijheid is zo’n uitzondering: als de nieuwswaarde groter is dan het privacybelang van de betrokkene, dan mag je deze publiceren.

Bij een overleden persoon geldt de Wbp echter niet meer. Je mag dus namen en informatie publiceren over deze personen zonder nadere toestemming of een belangenafweging. Alleen als de publicatie óók de privacy raakt van nog levende personen (bijvoorbeeld de kinderen of kleinkinderen), kan alsnog toestemming nodig zijn. Als je bijvoorbeeld vermeldt waar de moordenaar woonde en diens kleinkinderen wonen daar nog, dan zou de privacy in het gedrang kunnen komen.

Voor foto’s geldt het portretrecht. Dit geldt tot 10 jaar na overlijden. Dit is dus een ietwat merkwaardige kronkel: wil je publiceren over iemand die pas 5 jaar dood is, dan mag je wél zijn naam zomaar noemen maar niet zijn foto publiceren.

Bij het portretrecht geldt normaal een afweging van het “redelijk belang tegen publicatie”. Dit is in essentie hetzelfde als bij de uitzondering in de Wbp: als de nieuwswaarde groter is dan het privacybelang van de betrokkene, dan mag je deze publiceren. Echter, als de foto in opdracht van de geportretteerde is gemaakt, dan is toestemming nodig en kom je er niet met “er is geen redelijk belang”.

Een detail is nog dat het hebben van de foto in het archief niet impliceert dat je de foto mag publiceren. Een in 1920 gemaakte foto kan nog prima auteursrechtelijk zijn beschermd, want het auteursrecht loopt tot 70 jaar na de dood van de fotograaf. Als deze laten we zeggen 30 jaar oud was in 1920 en op tachtigjarige leeftijd overleed, dan is de foto pas op 1 januari 2041 rechtenvrij. Ja, 2041.

Het zou kunnen dat de foto door de politie is gemaakt. Dan is publicatie toegestaan mits je de bron noemt (”Foto: Politie Amsterdam, circa 1920″). Bij particuliere fotografen zul je op zoek moeten naar de fotograaf en diens toestemming vragen als je zijn foto’s wilt kopiëren of publiceren. Kun je die niet vinden, dan mag je de foto niet gebruiken. Eventueel kun je bij Foto Anoniem een vrijwaring kopen, maar die is niet goedkoop.

Arnoud

of lees de 13 reacties

Indekken tegen privacyboetes via de algemene voorwaarden?

9 augustus 2011, 8:27 | Privacy, Meningsuiting | 24 reacties

toestemming.pngTijd voor juridisch tegengas, schreef Arjan Dasselaar afgelopen zaterdag in zijn column bij Nu.nl. Hij reageerde daarin op het voorstel van het College bescherming persoonsgegevens, dat begin vorige week een wetsvoorstel had aangekondigd dat boetes tot 25.000 euro mogelijk zou maken voor mensen die persoonsgegevens van verdachten publiceren, met name door filmpjes of foto’s te publiceren. Deze antischandpaalwet stuitte op veel kritiek, ook vanuit de Tweede Kamer.

Arjans column bevat een praktische oplossing voor winkeliers die geen problemen willen met de wet:

Neem een bepaling op in uw algemene voorwaarden waarin staat dat u zich het recht voorbehoudt om foto’s en filmpjes van alles wat er in uw zaak gebeurt, op internet te plaatsen.

Neem daarin ook een bezwaarbepaling op. Regel dat bezoekers van uw pand die geen prijs stellen op dergelijke publiciteit, kunnen verzoeken tot verwijdering van dergelijke beelden. Dan moeten ze dat wel even persoonlijk bij u melden.

Een leuk idee, maar juridisch gezien gaat dit niet werken. Toestemming voor gebruik van persoonsgegevens (en dus ook foto- en videobeelden) kan niet worden opgeëist in algemene voorwaarden, hoe veel stickers of bordjes je ook plakt. De wet eist namelijk “ondubbelzinnige toestemming” en daaraan kan alleen worden voldaan met een expliciete uiting die neerkomt op “ja dat is goed”. Stilzwijgen of een ongerelateerde handeling (zoals een winkel binnenlopen) voldoet daar niet aan.

Ik ben heel benieuwd naar het wetsvoorstel waar het Cbp over sprak. Ik zie namelijk niet hoe je dit in een wet giet. Het lijkt me namelijk zoiets specifieks, moet je echt specifiek een wet daarvoor maken? En hoe definieer je een schandpaalsite zonder dat je ook bv. Opsporing Verzocht of De Politie Zoekt verbiedt? Of meer algemeen, zonder dat de vrije nieuwsgaring in het gedrang komt?

Arnoud
Bordje: De baas in huis, Prijsvechter.nl

of lees de 24 reacties

Wie vindt de Googlecache? 1183,81 euro beloning!

4 augustus 2011, 8:18 | Meningsuiting | 20 reacties

leugenaarp.pngEen beloning van € 1183,81 voor wie de verliezer in een rechtszaak aanwijst welke pagina hij nu moet verwijderen. Toegegeven, die had ik nog niet eerder gezien. In een kort geding (via) kreeg de eigenaar van Rechtinnederland.nl te horen dat hij enkele publicaties moet opschonen (wat hijzelf “censureren” noemt, waar ik dan weer jeuk van krijg) en bovendien de Google Cache moet opschonen. Maar waar die te vinden is? Wie het weet, krijgt de proceskosten vergoed.

Als ik het goed begrijp, dan had de eigenaar van deze site ooit de opdracht gegeven aan een stichting die een website voor hem zou bouwen. De eiser in deze zaak was daar als freelancer bij betrokken. Dat liep fout, waarna de opdrachtgever de eiser in deze zaak aansprak op betaling van -denk ik- een schadeclaim. Bij de rechter kreeg hij ongelijk, omdat hij de stichting had moeten aanspreken. Die was formeel de opdrachtnemer, en niet deze freelancer.

Vervolgens startte hij de website Rechtinnederland.nl om zo zijn ongenoegen te uiten. Dat mag, maar zinnen als “pathologische leugenaar zonder verantwoordelijkheidsgevoel”, “Met [het voorschot] is hij op wintersportvakantie gegaan” of “had niet de technische kennis en vaardigheden die hij pretendeerde te hebben” of “bedreigt in ernstige mate als bewijzen over hem openbaar zijn” zijn dan niet handig. De freelancer stapte naar de rechter om deze teksten verwijderd te krijgen, omdat ze onjuist, onrechtmatig en privacyschendend zouden zijn.

De rechter is het met de freelancer eens dat de publicaties onrechtmatig zijn. Ze zijn niet slechts een zakelijke weergave van een geschil, maar nodeloos grievende persoonlijke uitingen die nergens onderbouwd worden. Daar komt bij dat de rechter in die eerdere zaak had uitgemaakt dat hij niet de freelancer maar de stichting had moeten aanspreken.

Wel staat de rechter toe dat de processtukken online mogen blijven staan. Ook het beroep op de privacywet wordt afgewezen, omdat dit niet voldoende onderbouwd is. “Het louter in algemene termen verwijzen naar de Wet Bescherming Persoonsgegevens is een onvoldoende onderbouwing van de vordering.” (In een andere recente zaak moest een kerk wél negatieve uitingen weghalen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens.)

De gewraakte passages (zie 5.1 van het vonnis) moeten worden verwijderd, en Google moet worden aangeschreven om ze uit de cache te halen. Dat laatste is wel wat erg kort geformuleerd: om welke pagina’s gaat het? De gedaagde heeft dan ook via zijn site een beloning uitgeloofd voor

De eerste persoon die aan RechtInNederland.nl de genoemde vonnis punt 2.1. genoemde Google cache kan vinden en door geeft via info@rechtinnederland.nl krijgt een beloning van € 1183,81 zijnde het totaal[1] de van de in het vonnis genoemde proceskosten. Het vinden van de 2.1 genoemde Google cache is noodzakelijk om de in het vonnis genoemde punt 2.2. te kunnen uitvoeren.

De pagina Standpunt:Rolnr 599966 hoor en wederhoor eiser en gedaagde bevat inderdaad niet meer de gewraakte uitingen, maar met wat spitten in de Wikigeschiedenis laat de betreffende passages inderdaad zien.

Google heeft alleen geen gecachete versies van deze pagina’s. Niet zo gek ook, omdat de site <meta name="robots" content="noindex,nofollow" /> op de hoofdpagina heeft staan en bovendien

Disallow: /Gebruiker
Disallow: /Standpunt
Disallow: /Categorie
in zijn robots.txt zodat Google deze pagina’s überhaupt niet indexeert.

Uit de gepubliceerde stukken kan ik niet halen waar de eiser op baseert dat er een cache zou moeten zijn. Iets te snel gecopypaste misschien? Of heeft men heel snel een verzoekje bij Google ingediend tijdens de procedure?

Arnoud

of lees de 20 reacties

“Blinde bejaarde keihard belazerd” - over rectificaties en sociale netwerken

21 juli 2011, 8:08 | Meningsuiting | 12 reacties

Op 27 mei 2011 verscheen in De Telegraaf onder de kop “Blinde bejaarde keihard belazerd” een artikel over een bejaarde dame met een contract met Pretium. In iets gewijzigde vorm verscheen dit ook op www.telegraaf.nl. Via Twitter en Facebook werd de URL gepubliceerd, en anderen bleken het bericht geretweet en geliked te hebben. Ook op netwerken als Hyves dook het bericht op.

Over telecombedrijf Pretium is veel te doen. Hun wervingsmethodes zijn laten we zeggen controversieel. Maar Pretium vond dit bericht zo schadelijk dat er een dikke week later al gedagvaard werd. Kennelijk was de Telegraaf het met ze eens dat het artikel niet kon, want uit het vonnis (via) blijkt dat ze zich niet verzetten tegen de stelling dat het bericht onrechtmatig was. Maar de geëiste maatregelen om de publicatie ongedaan te maken, gingen wel héél ver:

  1. een rectificatie plaatsen op de website www.telegraaf.nl, welke rectificatie dient te worden voorzien van een aankondiging op de homepage;
  2. een rectificatie plaatsen op dezelfde plaats van de website(s) waarop de artikelen zijn gepubliceerd;
  3. alle links naar de artikelen automatisch doorleiden naar de rectificatie;
  4. de artikelen en links zelf (en alle reacties) te verwijderen van eigen sites en andere sites waar deze geherpubliceerd waren;

  5. een verbod op herpublicatie waar dan ook;
  6. de Telegraaf opdragen de derden die het artikel ook gepubliceerd hadden, dit uit de Google cache te laten halen;
  7. ervoor zorgen dat Telegraaf-dochter Hyves alle links naar de artikelen zou vervangen door links naar de rectificatie en dat alle reacties op de artikelen worden verwijderd;
  8. ervoor zorgen dat sociale media van derden (lees: Facebook en Twitter) alle reacties op de artikelen zullen verwijderen en alle links en verwijzingen naar de artikelen zullen vervangen door links naar de rectificatie.

Holy chips wat een waslijst. Je kunt je voorstellen dat ze daar bij de Telegraaf Media Groep ook zenuwachtig over werden.

De rechter wijst de eis tot rectificatie toe, wat volstrekt gebruikelijk is. Ook mag de Telegraaf deze niet opnieuw publiceren (duh). Bij de online rectificatie wordt vermeld dat deze maar een week online hoeft te staan, omdat

de aard van het internet en de ontwikkeling daarvan meebrengt dat het onrechtmatige artikel tot in lengte van dagen op onverwachte momenten nog tevoorschijn kan komen en dat TMN deze aspecten van publicatie op internet onvoldoende heeft laten meewegen bij haar beslissing het artikel te publiceren, dit kan niet betekenen dat TMN gehouden is de rectificatie tot in lengte van dagen op haar website te laten staan

Ik denk dat dit betrekking heeft op de rectificatie op de homepage. Voor de rectificatie bij het artikel zelf lijkt het me juist de bedoeling dat die er tot in lengte van dagen blijft staan.

Telegraaf moet ook rectificeren via haar Facebookpagina en Twitterkanaal. De rectificatietekst daar moet een link naar de rectificatie op telegraaf.nl bevatten. Ook nog logisch en begrijpelijk allemaal, net als het gebod om Google, Yahoo en Bing aan te schrijven om de kopieën aldaar te laten verwijderen.

Pretium had ook geëist dat alle links naar het oorspronkelijke digitale artikel de bezoeker automatisch zouden moeten doorleiden naar de digitale rectificatietekst. Daarmee moesten “alle sporen naar de onjuiste publicaties worden uitgewist”. Telegraaf maakte bezwaar, omdat niet duidelijk was wat “alle links” waren. De rechter geeft ze daarin gelijk, hoewel hij niet expliciet onderbouwt waarom. Ik denk dat dit wel juist is: er zijn ondertussen zó veel diensten die links onthouden en zo veel alternatieve links die ook het CMS binnenkomen, dat je volgens mij hooguit een blokkade of omleiding op de canonieke URL kunt eisen.

Nu wordt het leuk: de links moeten ook weg van Telegraafdochter Hyves en van social media van derden, zoals Facebook en Twitter. Die eis toewijzen zou kunnen betekenen dat Telegraaf moet gaan procederen tegen twitteraars die hun timeline niet willen opschonen of Facebookers die het artikel hebben gecopypaste. Plus iedereen die erop reageert. Ehm, nee, aldus de rechtbank:

een dergelijke vordering, die betrekking heeft op een niet afgebakende groep derden, [is] niet toewijsbaar omdat zij het gevaar van executiegeschillen in zich bergt en omdat TMN het niet in haar macht heeft om ervoor te zorgen dat derden bepaalde handelingen verrichten.

Het roept natuurlijk wel een leuke vraag op: zou er een constructie denkbaar zijn dat je wél die kopieën, retweets, likes etcetera van een verboden artikel kunt verwijderen? Oftewel wat had een slimmere advocaat van Pretium moeten eisen hier?

Update (13 oktober) in hoger beroep licht aangepast: de rectificatie moet een jaar blijven staan, de vermelding op de homepage een week, én TMG moet drie internetzoekmachines plus vier nieuwskopieersites aanschrijven om verwijdering te verzoeken.

Arnoud

of lees de 12 reacties

Is tonen van een screenshot automatisch een citaat?

spits-citaat.pngEen lezer vroeg me:

Ik weet dat op foto’s auteursrecht rust. Je kunt niet zonder meer een afbeelding van een andere website kopiëren en deze in een artikel op je eigen website plakken. Maar het valt me op dat sommige websites een truc hebben bedacht: in plaats van een afbeelding overnemen maken ze een screenshot (printscreen) van de originele site en die tonen ze dan. Om deze regel (vermoedelijk) te omzeilen merk ik dat sommige websites hier een handigheidje voor hebben bedacht: als afbeelding in hun artikel, plaatsen ze een printscreen van de website waar de daadwerkelijk gewenste afbeelding gedeeltelijk op staat.

Een recent voorbeeld is dit Spitsnieuws artikel over Paris Hilton. De afbeelding behorend bij het artikel is een printscreen van de website The Sun waar het artikel staat, en dus ook de afbeelding. Is het zo automatisch een citaat en dus legaal?

Of het overnemen van een afbeelding is toegestaan, hangt niet af van de wijze van overnemen. Of je nou de afbeelding opslaat en een kopie uploadt, een screenshot van de website plaatst of een foto van je monitor maakt en die uploadt, het is en blijft een kopie van de afbeelding. Het auteursrecht geldt niet per verschijningsvorm maar geldt voor het beeld als zodanig. Zelfs met potlood natekenen van die foto is een verveelvoudiging in de zin van de auteurswet.

Overnemen van beeld (ongeacht dus de manier waarop) mag alleen met toestemming van de fotograaf, of wanneer een wettelijke uitzondering geldt. Een zo’n uitzondering is het beeldcitaatrecht. Deze uitzondering geldt bijvoorbeeld wanneer je foto’s die nieuwswaardig zijn wilt tonen in de context van een artikel over dat nieuws. Deze foto van mevrouw Hilton is nieuws, dus je moet wel deze foto laten zien om het nieuws te kunnen bespreken. Zolang je een bronvermelding hanteert, zou dat legaal moeten zijn.

Ook kan een site als Spitsnieuws zich mogelijk beroepen op de persexceptie als het gaat om actueel nieuws dat ze moeten overnemen.

Waarom Spitsnieuws werkt met screenshots in plaats van gewoon een gecopypastede foto, weet ik niet. Misschien is het gemakzucht, misschien vinden ze dat een mooie manier van bronvermelding of misschien hopen ze zo de plaatjeszoekmachine van TinEye en collega’s te frustreren. Maar je bent niet automatisch legaal als je een screenshot plaatst.

Arnoud

of lees de 23 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress