Recensie: Orphan Works – De zoektocht naar een internationaal werkbaar model

| AE 2012 | Innovatie, Intellectuele rechten | 10 reacties

sterenborg-boek-orphan-works-weeswerken.pngEen groot maar lastig zichtbaar probleem in het auteursrecht zijn de zogeheten weeswerken: boeken en andere werken waarvan de rechtensituatie onduidelijk is maar waar (waarschijnlijk) nog wel auteursrecht op rust. Het herpubliceren of op internet zetten daarvan is een groot risico. Mocht de auteur zich alsnog melden, dan kan hij forse schadeclaims neerleggen. Als gevolg daarvan blijven veel archieven onontsloten en gaan zulke werken soms zelfs fysiek verloren omdat inscannen of restaureren dan niet zinvol is zolang het juridisch risico niet te regelen is.

Hoe dit probleem op te lossen is het onderwerp van het boek Orphan Works – De zoektocht naar een internationaal werkbaar model van jurist Daniël Sterenborg. In een uitgebreid overzicht bespreekt hij de problemen en de voor- en nadelen van diverse voorgestelde oplossingen.

Sterenborg signaleert drie essentiële knelpunten: het formaliteitenverbod uit de Berner Conventie, de territoriale werking van wetten en de wijze waarop auteurs (en rechthebbenden) zich (niet) hebben georganiseerd.

Omdat de Berner Conventie het verbiedt om auteursrecht pas te verlenen als een of andere formaliteit is vervuld, is het onmogelijk om een verplicht register op te bouwen waar alle werken in terecht moeten komen. (En nee, die Berner Conventie gaat voorlopig nog niet weg want hij zit verankerd in diverse internationale handelsverdragen.)

Binnen deze beperking zijn allerlei creatieve oplossingen bedacht, die Sterenborg overzichtelijk op een rijtje zet en toetst aan acht criteria om hun haalbaarheid te bepalen. Alle juridische constructies die ik ken, plus een aantal nieuwe, krijgen uitgebreid de aandacht. De praktische oplossingen neigen meestal naar collectieve vertegenwoordiging, zodat gebruikers zich bij een centraal loket kunnen melden om de gebruiksvoorwaarden en vergoeding te kunnen regelen. Zo’n loket kan opereren op vrijwillige basis, bijvoorbeeld zoals stichting Foto Anoniem die gebruikers in staat stelt de rechten bij foto’s van onbekende fotografen af te kopen tegen een gepaste vergoeding. De stichting vrijwaart dan de gebruiker van claims mocht de fotograaf toch opduiken.

Controversieel is de optie om zo’n afkoopsysteem verplicht te stellen. Dat zou namelijk betekenen dat in feite iedere auteur, fotograaf of muzikant lid moet worden van de betreffende organisatie (of zelfs overheidsinstantie). Daar is tot nog toe slechts in bepaalde landen een organisatie voor (in West-Europa), in het merendeel van de landen is dit het geheel niet georganiseerd. Bovendien gaat daarmee in feite het gehele auteursrecht op de kop.

Ook zijn wettelijke oplossingen voorgesteld. In de VS overweegt men het begrip fair use uit te breiden of vast te leggen dat niet meer dan “reasonable compensation” kan worden verlangd van een inbreukmaker die zijn best gedaan heeft de auteur te zoeken en daarbij een “qualifying search in good faith” heeft uitgevoerd. Naar Europees recht (civil law) ligt een specifieke wettelijke uitzondering voor orphan works meer voor de hand. Maar die voorstellen stuiten op veel weerstand en zullen niet snel wereldwijd worden doorgevoerd. Zoals Sterenborg al zegt, “Als er al wetgeving komt, wordt deze volop belobbyd door de georganiseerde industrieën die een lang en alomvattend auteursrecht voorstaan.”

Volgens Sterenborg is er geen internationaal wettelijke oplossing op korte termijn te verwachten. In de praktijk lijkt er echter consensus te ontstaan over een open norm die de “diligent search” centraal stelt. Open, omdat wat die search precies inhoudt, nader ingevuld moet worden. Als deze norm voldoende steun in de praktijk krijgt, kan zij doorwerken in de wet. In de VS kan dat via haar open norm van fair use. In Europa zal daar nadere wetgeving voor nodig zijn.

Een ietwat onbevredigende oplossing, omdat er veel onzekerheid zal blijven bestaan. Maar iets beters is er niet binnen het systeem van de huidige auteurswet.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Behoudens tegenbewijs, dus het is geen onweerlegbaar feit zoals jij lijkt te stellen. Ik denk niet dat je jezelf auteursrechten kunt toe-eigenen door je naam op een weeswerk te zetten. Ook verkrijg je op die manier geen licentie.

    Verder is het strafbaar om willens en wetens je eigen naam op een werk te zetten (art. 326b Strafrecht). Bij een weeswerk weet je dat er (waarschijnlijk) auteursrecht op zit, maar je weet niet van wie.

  2. Inderdaad, behoudens tegenbewijs. Art 326b Sr is niet van toepassing omdat er niks valselijks gebeurt. Art 4 stelt dat wie uitgeeft de maker is als de echte maker onbekend is. Wanneer een werk zonder maker gevonden wordt en het wordt uitgegeven, doet de uitgever niet alsof dat dat werk zou zijn van de hand van degene wiens naam of teken hij daarop of daarin aanbracht. Tenminste dat moet die uitgever niet doen. De uitgever presenteert zich als uitgever van een werk van een onbekende maker en wordt op grond van art 4 voor maker gehouden tot het tegendeel bewezen is. Het risico is dus alleen civielrechtelijk. Wanneer de uitgever de gebruikelijke fees voor de uitgave achterhoudt en deze uitbetaald aan de maker wanneer die zich bekend maakt, is er geen of nauwelijks schade.

  3. @jdk: “Wanneer de uitgever de gebruikelijke fees voor de uitgave achterhoudt en deze uitbetaald aan de maker wanneer die zich bekend maakt, is er geen of nauwelijks schade.” Interessante analyse. In mijn observatie heb ik dat tevens meegenomen.

    Geld reserveren, geld = dood Als je een privaat fonds inricht, of zelfs een collectieve beheersorganisatie (CBO) dat laat beheren, dan heb je kans dat er “dood geld” in dat fonds komt. “Omdat geen auteur of rechthebbende opduikt om het geld aan te geven, is het een dood fonds. Het geld is zodoende zo goed als ???niet-existent???”

    Hoe lang reserveren? Tevens kun je je de vraag stellen: hoe lang moet dat geldbedrag in dat fonds blijven? Houd je de Europese termijn aan van 70 jaar na de dood van de auteur (wie en wanneer dat ook moge zijn), of ga je uit van een vermoedelijk eerste openbaarmaking in Amerika zodat er een termijn van 90 jaar na de dood van de auteur (wie en wanneer dat ook moge zijn)? Ga je uit van het langstdurende regime?

    Hoogte bedrag Als je dan geld gaat reserveren, hoeveel ga je reserveren? Een ‘geschat’ schadebedrag als ware het is voortgekomen uit een (virtuele) onderhandeling? En hoe ga je om met ‘statutory damages’ als je het vermoeden hebt dat het gaat om een Amerikaanse rechthebbende?

    Beschadiging van morele rechten Het uitsluitend recht te openbaren(art.1 Aw), houdt tevens in dit NIET te doen. Denk maar eens aan het openbaar maken van een hartstochtelijke briefwisseling tussen twee geliefden tijdens de tweede wereldoorlog, eventuele nabestaande kunnen hiertegen bezwaar hebben. Of juist op een bepaalde manier (alleen m?t naamsvermelding), of niet voor bepaald type gebruik (niet gebruiken voor NAZI-website), etc. Binnenkort verschijnt het boek als gehele pdf online, het behoeft nog wat aanpassing daarvoor, tot nu toe slechts inhoudsopgave / hoofdstuk 1 / omslag

  4. @D.J.R. Sterenberg

    In een fonds is te regelen dat dood geld de uitgever toekomt na verloop van de verjaringstermijn van een eventuele auteursrechtelijke claim. De regelingen voor verjaringstermijnen moeten er op nageslagen worden om te bepalen wat dan de formule hoort te zijn. Er wordt dan gereserveerd voor een termijn x na de 70 jaar als EU recht van toepassing is en 90 jaar bij VS recht, en steeds terugwerkend met een termijn y. De hoogte van het bedrag is te relateren aan wat gebruikelijk is. De uitgever wil graag uitgeven, dus voor de uitgever zal het reserveren van dit bedrag geen beletsel vormen. De uitgever was deze bedragen sowieso verschuldigd. De morele rechten bevatten volgens mij het grootste risico. Het recht op niet uitgeven kan zwaar wegen. Het risico voor de uitgever is vooral financieel. Onderzoek door de uitgever is belangrijk. Ook de inhoud van het werk kan van belang zijn. Zit daar informatie in die voor algemeen gebruik relevant is, dan kan de maker zich imo minder makkelijk op een moreel recht van niet openbaarmaking beroepen. Een dood fonds zie ik overigens niet als een probleem. Beschouw dat als kosten voor openbaarmaking van werken van onbekende auteurs. Bovendien kan het geld in het fonds na verstrijken van elke redelijke verjaringstermijn benut worden om schrijver, lezer of bibliotheken te sponsoren.

  5. @ Peter S: Idd, in Amerika werd rondom dit probleem ook op de onduidelijke registraties in het faillissementregister gewezen. Hieronder inbegrepen de faillissementen van oa. uitgeverijen, producers, etc. waardoor de rechtsopvolging onduidelijk wordt. Aldus ook: US Copyright Office 2006, p. 89-90, 106. Zie ook Van Gompel 2007, online versie, p. 5-6.

    Het kan zijn dat een auteur dus bekend is, maar de buitenlandse holding waaraan het exclusieve economische recht is verkocht failliet is gegaan. Probeer dan maar te kijken wat een bijv. Slowaakse of Georgische curator heeft gedaan met de auteursrechten…

    Verschuiving II: Als een CBO een fonds beheerd. Het probleem verschuift zich richting de CBO’s: Hoe verdeelt een CBO het onder de ‘onbekenden’ en hoe gaat deze om met internationale verdeling? Veel west-europese landen kennen CBO-systeem, maar heel veel andere landen kennen geen georganiseerde collectieve beheersorganisaties (CBOs). Zie wederom Van Gompel 2007, online versie, p. 19.

  6. @6

    De levensduur van een onderneming of persoon is inderdaad aanmerkelijk kleiner dan de verjaringstermijn die uit die formule komt. Wel nodig volgens mij want het auteursrecht gaat over bij erfopvolging en is vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht. De laatste opeisbare vordering is dus x jaar na die 70 of 90 jaar te verwachten. Als ik het goed heb is de algemene regel dat de verjarinsgtermijn ingaat op het moment dat de rechthebbende bekend is met de inbreuk.

    @/7

    Hoe verdeelt een CBO het onder de ???onbekenden??? en hoe gaat deze om met internationale verdeling?

    Dat geld zal weesgeld zijn. Het wordt niet opge?ist of de gene die wel opeist kan niet bewijzen de oorspronkelijk rechthebbende te zijn. Oogmerk van een CBO systeem is om de uitgevers van weeswerken niet wederrechtelijk te laten profiteren. Dat doen ze niet door vrijwillig af te dragen. Waarmee meteen ook kwade trouw vermoed kan worden bij elke uitgever die niet bewijzen kan te hebben afgedragen aan de CBO bij het uitgeven van een weeswerk. Wat na de laatste verjaringstermijn niet opgeeist is, wordt met rente aan weeshuizen geschonken.

  7. Om de discussie nog met iets anders aan te wakkeren:

    Vinden jullie dat het anoniem/pseudoniem-regime van toepassing hierop is? Ik heb een aantal aanwijzingen om hier positief over te zijn: – er is een regeling in de Berner Conventie (lees: internationaal geregeld), – deze is in veel (zo niet alle) landen bijna gelijkelijk overgenomen (lees: internationale uniformiteit) – het verkort de beschermingsduur significant (lees: 50/70 jaar na publicatie ?f, indien niet gepubliceerd: na creatie) – de wederzijdse erkenning van de anonieme/pseudoniem-status is internationaal toepasbaar (lees: ??n internationaal precedent is nodig om de status vast te leggen) – is toepasbaar op een web 2.0-structuur met pseudoniemen/avatars Slechts de leeftijd van een werk doet ertoe (publicatie of creatie) en dat de maker niet te achterhalen is.

    Epstein schreef al:

    “Since orphan works owners are anonymous, identifying the life-span of the author in order to establish the term of copyright is impossible. Without this vital information, which functions as a filtering mechanism, orphaned works evade the ???limited times??? constraint by effectively creating a perpetual copyright.”

    Vooralsnog is 50/70 jaar nog steeds lang, maar het biedt m.i. wel een aanzienlijke verduidelijking: publicatie/creatie doet ertoe, niet meer de dood van de auteur.

  8. Eerste druk is inmiddels uitverkocht/weggegeven conform het “pay-what-you-want”-principe. Een volledige pdf-versie met Engelse vertaling is aangekondigd. Een tweede druk wordt overwogen.

    Het is binnenkort o.a. beschikbaar bij …Radboud Universiteit (Nijmegen), …Koninklijke Bibliotheek (KB te Den Haag), …Instituut voor Informatierecht (IViR te Amsterdam), …Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht/Juridische Bibliotheek (CIER te Utrecht) …Sanders Instituut – Erasmus Universiteit Universiteitsbibliotheek (Rotterdam).

    Een klein congres

    Rondom deze problematiek wordt door the European Law Students’ Association (ELSA) te Nijmegen op woensdag 14 april 2010 een klein congres georganiseerd. Het programma wordt eind volgende week bekend: te verwachten voordrachten …namens collectieve beheersorganisaties …bijdrage vanuit het werkveld/gebruikers …een bijdrage over de wereld van ‘verlaten software’ (abandonware) …mijn persoonlijk bijdrage over de internationale relevantie en problematiek Zodra meer informatie bekend is, zal ik dat tevens als reactie in dit topic plaatsen.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS