Waarom denken mensen dat dit vinkje zin heeft?

t-mobile-akkoor.pngWie net als ik wel eens in de trein ziet, zal het schermpje hiernaast vast voorbij hebben zien komen. Internet in de trein, maar u moet wel even akkoord gaan met de voorwaarden. En T-Mobile is niet de enige. Maar het is puur juridische cargoculterij.

Een cargo cult is de gedachte dat als je bepaald gedrag imiteert, je hetzelfde resultaat krijgt als de originele acteur. Het begrip komt uit Melanesië, waar de lokale bevolking vliegtuigen met geweldige goederen zag landen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog hield dat op, waarop men besloot deze vliegtuigen dan zelf te gaan lokken door landingsbanen en vliegvelden te bouwen.

Iets dergelijks bespeur ik ook bij dit soort dienstverlening. Oei, we hebben een dienst, daar moeten we dan even voorwaarden op zetten. Oh en dan moet er wel akkoord op gevraagd worden natuurlijk. En vergeet de disclaimer niet! Als je mensen vraagt waarom ze dat willen, dan komt het antwoord niet verder dan “dat heeft iedereen” of “dat hoort toch zo”. Soms wordt geschermd met een bedrijfsjurist, die bij nadere inspectie een googelende IT-er blijkt te zijn.

Net als die Melanesiërs hebben wij dat gedoe met disclaimers en vinkjes afgekeken van de Amerikanen. Bij hun is akkoord nodig op voorwaarden, en dat moet blijken uit een actieve handeling. Maar bij ons hoeft dat niet, je kunt ook prima volstaan met gewoon melden dat je voorwaarden van toepassing zijn. Volgens de wet is dat genoeg. Niet dat iemand dat checkt of zo, welnee.

Het feit alleen al dat mijn disclaimergenerator sinds oktober 2010 zo’n drie disclaimers per dag produceert, laat zien hoe wijdverbreid dit fenomeen is. Ja, we moeten een disclaimer, nee ik heb ook geen idee wat erin moet, goh dan genereren we er even eentje en dan zal het wel goed zijn.

Wat iedereen dan weer keihard vergeet, is dat bij ons in de wet staat dat je de voorwaarden op moet kunnen slaan (of printen) om ze rechtsgeldig van toepassing te laten zijn. Dat hoeft dan weer niet in Amerika, dus dat doen wij dan ook niet. Of zoiets. Maar het betekent wel dat 90% van al deze voorwaarden volslagen irrelevant zijn, hoe veel vinkjes je ook moet aanvinken. Probeer maar eens simpel die voorwaarden op te slaan bij T-Mobile – nee, de HTML afvangen met een pipe vanuit netcat telt niet.

Ook inhoudelijk kun je vraagtekens zetten bij dergelijke voorwaarden. Vaak komen ze neer op “u dient zich fatsoenlijk te gedragen”, “wij garanderen niet dat het internet altijd werkt” en “bij misbruik kunnen we u afsluiten”. (En soms ook “van tijd tot tijd kunnen wij de dienstverlening veranderen”, joh, echt.) Waarom schrijven juristen dit op? Het spreekt toch voor zich dat de klant zich fatsoenlijk moet gedragen, dat anders het contract mag worden opgezegd en dat internet niet altijd werkt.

Natuurlijk, soms zijn er specifieke voorwaarden nodig om gekke dingen te regelen. Zo blijken soms alle poorten behalve 80 (http/www) dichtgezet, of worden pornosites of niet-werkgerelateerde sites geblokkeerd. Maar juist díe zie ik dan weer niet terug. Want dat hoeft niet in Amerika. Of de voorwaardenschrijvende jurist heeft geen idee wat de techneut bedenkt dat juridisch moet (“als we porno niet blokkeren zijn we aansprakelijk als kinderen porno kijken”). Of men denkt dat dat niet hoeft. Ik weet het niet maar het irriteert me mateloos.

Arnoud

Voorwaarden Pathé Unlimited onredelijk bezwarend

pathe-unlimited.jpgEen lezer met een Pathé Unlimited kaart besloot de voorwaarden eens te lezen. Nu de Wet Van Dam al een tijdje van kracht is, was hij benieuwd hoe de bioscoopketen daarmee om zou gaan. Volgens deze wet mag je elk abonnement na de eerste periode per maand opzeggen, als het stilzwijgend verlengd wordt na die eerste periode. Dat geldt voor het sportschoolabonnement net zo goed als voor de Unlimited-kaart waarmee je onbeperkt tegen een laag bedrag naar de film mag.

Het begint goed:

3.1 Het Abonnement wordt aangegaan voor een periode van minimaal 4 volledige kalendermaanden, behoudens het bepaalde in artikel 4.3 t/m 4.5.
3.2 Na bovenstaande periode kan het Abonnement worden opgezegd conform de artikelen 4.1 en 4.2.

Ok, duidelijk. Vier maanden of langer, en wie niet opzegt binnen die vier maanden krijgt een stilzwijgend verlengd contract. We gaan snel door naar artikel 4.1:

4.1 Een Abonnement kan worden opgezegd met inachtneming van de minimale abonnementsperiode van 4 volledige kalendermaanden en een opzeg termijn van minimaal één volledige kalender maand, waarbij geldt dat het abonnement afloopt op de laatste dag van de volgende kalendermaand. Als het Abonnement dus bijvoorbeeld ingaat op 15 januari en Abonnee zegt schriftelijk op op 19 april, dan loopt het abonnement af op 31 mei. Indien de Abonnee schriftelijk op 19 mei opzegt, loopt het Abonnement af op 30 juni.

En dát klopt dus niet. Volgens de Wet Van Dam gaat de opzeggingstermijn van één maand lopen op de dag van opzegging. Je bent dus de maand erop, op de dag met hetzelfde nummer, van het contract af. De wet (art. 6:236 sub j BW) zegt immers “te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand”. En wie op 19 mei opzegt, is op 30 juni méér dan een maand later nog gebonden aan het Abonnement. Ook staat er dat onredelijk is “dat de wederpartij verplicht de verklaring tot opzegging van een [stilzwijgend verlengd contract] te laten plaatsvinden op een bepaald moment”

Dit klopt ook niet:

4.2 Opzeggen kan alléén door: een volledig ingevuld opzegformulier te e-mailen naar unlimited@pathe.nl of per post te verzenden naar Antwoordnummer 6032, 5902 VB, Venlo. Opzegformulieren zijn te downloaden via www.pathe.nl/ unlimited of aan te vragen via de klantenservice (zie Artikel 9).

De wet verbiedt namelijk het blokkeren van een specifiek kanaal voor opzegging, als dat kanaal gebruikt is om het contract aan te gaan. Een Unlimited-kaart krijg je aan de balie en hierboven wordt het opzeggen aan de balie verboden.

Nóg gekker is deze:

3.3 Indien een Abonnement is opgezegd conform artikel 4.1/ 4.2 en de voormalig Abonnee wil binnen 2 jaar na het einde van het Abonnement een nieuw Abonnement afsluiten, geldt dat het Abonnement wordt aangegaan voor minimaal 4 volledige kalender maanden en is naast de maandelijkse abonnementsprijs een éénmalig bedrag van ” 35,- aan administratiekosten verschuldigd welke direct aan de kassa dient te worden voldaan.

Deze creatieve truc heb ik nog niet eerder gezien. De bedoeling is natuurlijk om mensen niet al te makkelijk te laten beslissen hun Unlimited-kaart op te zeggen. Want op grond van de Wet Van Dam kan dat (na de verlenging) op elk moment, en je kunt dus bij een wat langere zomervakantie even drie maanden kaartloos op reis en daarna snel een nieuwe aanvragen. Maar dát is niet de bedoeling natuurlijk, dus dan kost het je ” 35.

Hoewel dit niet letterlijk in de wet verboden is, lijkt het me 90% zeker dat een rechter deze “administratiekosten”, beter gezegd de opzegboete, zal vernietigen als zijnde onredelijk bezwarend.

Wie heeft er nog meer leuke abonnementen waarbij gekke anti-opzegbepalingen in staan?

Arnoud

Mag je provider je telefoonnummer meesturen bij websitebezoek?

Een lezer wees me op een Deens artikel (extragratis privacyschendende vertaling) waarin werd gemeld dat de telecomoperator TDC de telefoonnummers van hun mobiele gebruikers beschikbaar stelt aan ‘geselecteerde’ websites. Het deed me denken aan X-ASID, maar het lijkt een andere technologie te zijn.

Waar ik me over verbaasde, is de opmerking op het einde:

“Het is net als bij het surfen vanaf een computer, en uw IP-adres wordt opgeslagen. Hier is het gewoon uw telefoonnummer “, zegt Rasmus Avnskjold.

Oftewel: we sturen uw telefoonnummer mee want als je op internet zit gaat ook je IP-adres mee en dat is eigenlijk hetzelfde. Eh, wat?

Natuurlijk is dit een volstrekt andere kwestie. Een IP-adres is nodig als deel van de communicatie via internet. Als de wederpartij je IP-adres niet weet, dan wordt het heel lastig IP pakketjes terug te sturen. Om die reden is er geen toestemming nodig om dit IP-adres te mogen ontvangen en gebruiken voor dit doel. (Formeel: het IP-adres wordt verwerkt op grond van “noodzakelijk bij de uitvoering van de overeenkomst tot aanlevering van een webpagina”.

Maar het telefoonnummer meesturen met een internetbrowsesessie lijkt me daar bepaald niet nodig bij. Ze gaan je echt niet bellen of de webpagina wel snel genoeg laadt of zo. De enige reden om het telefoonnummer mee te sturen, is om de bezoeker te kunnen identificeren. En dát mag niet zonder aparte toestemming van die bezoeker.

Oh, en morgen wordt plenair gestemd in de Eerste Kamer over de cookiewet. Spannend!

Arnoud

Pinterest en het plaatjesauteursrecht

pinterest.jpgIk ben vast oud nu, maar ik houd niet elke nieuwe internettrend meer bij. Eentje die ik gemist had, was Pinterest, een dienst waarbij je plaatjes kunt “pinnen”. Een soort van virtueel prikbord dus, zodat je overzichten kunt maken van alles dat je leuk vindt. Je kunt zelf dingen uploaden, plaatjes van anderen herprikken of dingen van internet prikken zodat ze op je overzichtsbordjes verschijnen. En dan wordt het auteursrechtelijk leuk: mag dat wel, iedereen zomaar plaatjes van overal bij elkaar laten brengen zonder toestemming van de rechthebbenden?

Nee, formeel mag dat niet. Dingen (her)publiceren op Pinterest valt gewoon onder de auteurswet, je moet daar toestemming voor hebben van de rechthebbende. Ook als je dit niet voor commerciële doeleinden doet. Bij een besloten overzichtsbordje zou je je wellicht nog kunnen beroepen op de thuiskopie-exceptie en het recht te mogen ‘publiceren’ in besloten familie- en vriendenkring. Maar een overzichtsbord dat voor heel internet te zien is, valt daar zeker niet onder.

Pinterest is zelf niet aansprakelijk omdat zij niet zelf selecteert welke plaatjes mensen uploaden of herpubliceren. Zij is alleen een doorgeefluik, en hoeft niet meer te doen dan te reageren op klachten. Dat is ook in Nederland zo trouwens. Pas als de site zelf selecties maakt, bijvoorbeeld door handmatig de Pin van de Dag op de homepage te zetten, dan zou ze wél aansprakelijk worden.

Dat overkwam bijvoorbeeld het Nederlandse Go2Web met haar foto van de dag, geselecteerd uit userprofielen. Voor de profielpagina’s zelf was ze niet aansprakelijk. Ook fotosite ShowBizNewz werd aansprakelijk geacht, maar dat kwam omdat zij redactie voerde op de afbeeldingen.

Als ik nog ouder en cynischer zou zijn, dan zou ik het failliet van het plaatjesauteursrecht aankondigen. Iedereen, echt iedereen vindt het doodnormaal dat je leuke plaatjes gewoon via Google Afbeeldingen bij elkaar raapt voor je moodboard, blogillustratie of Hyves- dan wel Facebookdecoraties. En dat gebeurt dan ook massaal. De uploaders zijn nauwelijks op te sporen, de tussenpersonen zijn niet aansprakelijk en met notice/takedown is het dweilen met de kraan, of zeg maar gerust de dam open.

Hier en daar zie je nog een fotograaf die wél volhardt in zijn claims, hoewel dat dan ook vaak meteen doorslaat in “we zullen deze blogger eens even als voorbeeld stellen voor al die contentjatters”. En dan krijg je dus Getty-achtige toestanden en blaffende advocates, wat dan weer verontwaardigde reacties (tot TROS Radar aan toe) oproept.

Die verontwaardiging mag dan wettelijk geen basis hebben, maar het feit alleen al dát ie er zo massaal is, laat zien dat er iets goed mis is. Als half Nederland een wet overtreedt, dan kun je half Nederland gaan beboeten maar je kunt je ook afvragen of je de wet niet eens moet aanpassen.

Bij muziek en films zie ik daar nog wel mogelijkheden, maar bij foto’s en tekeningen eigenlijk nauwelijks nog. Dat is zó makkelijk te kopiëren en we zijn daar zó aan gewend dat ik niet zie hoe je daar nog een zinnige vergoedingsregeling voor op zou kunnen zetten.

Arnoud

De privacy van de dader in beeld

Deeltje zoveel in de vraag: Mag je camerabeelden gebruiken als bewijs in een strafzaak? Hier is veel over te doen, omdat camerabeelden worden gezien als “bijzondere persoonsgegevens” en daarmee de privacywet in werking treedt. De wet kent dan ook extra waarborgen voordat de politie die gegevens mag gebruiken.

Eén zo’n waarborg is dat de politie niet zomaar mag vragen om camerabeelden. Zij moet de juiste wettelijke grondslag hebben om beelden te mogen vorderen, omdat die wettelijke grondslag ervoor zorgt dat de belangenafweging juist wordt uitgevoerd. Zomaar vragen verstoort die afweging. Zo kan een betrokkene zich verplicht voelen de beelden af te geven omdat een agent het vraagt, zonder te beseffen dat dat eigenlijk niet hoeft.

Maar wat nu als de beelden toch bij de politie terechtgekomen zijn zonder zo’n vordering? Kan de dader dan ongestraft vrijuit? Nou, zo makkelijk gaat dat ook weer niet. Want die regel die ik net uitlegde, is er om de cameraman te beschermen en niet om de dader te beschermen. Zoals de rechter hier de wetgever samenvat:

Degene die de politie informatie verschafte kon immers – voordat daarvoor een vordering vereist was – een probleem krijgen met de persoon wiens gegevens werden verstrekt.

Zijn de beelden al te makkelijk opgevraagd, dan kan de cameraman daar een probleem van maken, bijvoorbeeld een klacht bij de korpschef. Maar de verdachte kan niets met die situatie, want zijn belang hier is irrelevant.

Maar eh die privacywet dan? Die verdachte staat er toch op en daarmee vallen de beelden toch onder de Wet bescherming persoonsgegevens?

Nou nee, zegt de rechter: de verdachte kán niet in zijn privacy zijn aangetast – omdat hij immers ontkende überhaupt in de juwelierszaak te zijn geweest!

Arnoud

Nederland mag internetgokken verbieden en doet dat ook

Het monopolie dat de Lotto heeft op online-kansspelen in Nederland is volgens de Hoge Raad niet in strijd met de wet, las ik bij Webwereld. De Lotto heeft in Nederland als enige op grond van de Wet op de kansspelen een vergunning voor het organiseren kansspelen, zoals lotto’s, sportprijsvragen en instantloterijen. Dat botst met het vrij verkeer van diensten, maar dat blijkt legaal volgens de Hoge Raad – én volgens de Europese rechter. Maar raar blijft het.

Het vrij verkeer van diensten mag worden beperkt door een land in specifieke situaties. Eentje daarvan is het beschermen van de volksgezondheid, en in dit geval is dat gokverslaving natuurlijk. Ook kan het bestrijden van de misdaad een reden zijn, denk aan witwassen van zwart geld met gokken. Het is dan ook legitiem om een nationale wet te hebben die “is gericht op de beteugeling van gokverslaving en het tegengaan van fraude”, zoals het Europese Hof van Justitie dat formuleert.

Alleen, die wet moet dan wel vergezeld gaan van beleid dat “daadwerkelijk bijdraagt” aan het gestelde doel. Je moet dus wel echt bezig zijn met het beteugelen van gokverslaving en gokfraude. Oftewel, gáát het Nederlands kansspelbeleid daadwerkelijk wel gokken tegen? Als je het tryout-pakket van Holland Casino (plaatje) hiernaast bekijkt, dan vraag je je af of we juist niet worden verlokt om te gaan gokken bij het staatscasino.

In dat verband citeerde ik destijds de uitspraak van de Europese rechter:

Indien mocht blijken dat het Koninkrijk der Nederlanden een beleid van sterke expansie van de kansspelen voert door de consument op buitensporige wijze te stimuleren en aan te moedigen om hieraan deel te nemen met als hoofddoel gelden in te zamelen, en dat om die reden de financiering van sociale activiteiten uit een deel van de opbrengsten van de toegestane kansspelen niet een bijkomend gunstig voordeel vormt, maar de daadwerkelijke rechtvaardiging voor het door deze lidstaat gehanteerde restrictieve beleid, moet worden geconcludeerd dat een dergelijk beleid de activiteiten met betrekking tot weddenschappen niet op samenhangende en stelselmatige wijze beperkt en dus niet geschikt is ter bereiking van de doelstelling, gokverslaving bij de consument te beteugelen.

Oftewel, als ons beleid er vooral om gaat om mensen aan te zetten tot gokken en niet primair om gokken te beteugelen, dan kan dat beleid niet door de teugel, eh, beugel.

Onze Hoge Raad kijkt nu naar de stukken uit de eerdere zaken, en ziet dat daarin is aangedragen dat de Nederlandse regering bedacht heeft dat een beperkt legaal aanbod beter is dan volledige repressie, omdat het aanbod dan ondergronds gaat en je dus geen zicht meer hebt op gokverslaafden. En -de aanleiding voor deze zaak- als er nieuwe gokkanalen bijkomen, zoals internet, dan mag dat legale aanbod daar ook naar worden uitgebreid.

Maar daar komt bij dat er wel nadrukkelijk beleid wordt gevoerd op beperking van het gokaanbod:

Op p. 12 van deze brief benadrukt de minister dat het kabinetsbeleid erop is gericht de vraag naar kansspelen niet te stimuleren, en wijst hij in dat verband onder meer erop dat de uitbreiding van het aantal goede doelenloterijen en de privatisering van Holland Casino van de baan zijn, en dat ook niet meer de intentie bestaat om de ruimte voor kansspelaanbod in de bestaande vergunningen te verruimen.

Ook heeft de minister aan Holland Casino gevraagd om samen met de andere vergunninghouders een gedrags- en reclamecode tot stand te brengen. Die moet ervoor zorgen dat er geen al te grote wervingskracht van die reclame uitgaat.

En om die redenen concludeert de Hoge Raad dat ons kansspelbeleid inderdaad als hoofddoel heeft het tegengaan van internetgokken, en niet op het binnenhalen van kansspelbelasting of vergunningstaksen. Daarmee past het beleid binnen de kaders die het Europese Hof heeft gesteld, en onze wet mag dus blijven bestaan en worden gehandhaafd.

Directe consequentie is dat het verbod voor Ladbrokes op het online en telefonisch aanbieden van kansspelen aan Nederlanders van kracht blijft. Indirect kan het ook betekenen dat Justitie kan gaan optreden tegen buitenlandse goksites die zich expliciet richten op Nederland, bijvoorbeeld met Nederlandstalige advertenties en/of het accepteren van betalingen via iDeal. En dan voorzie ik zomaar weer discussies over door internetproviders te introduceren pokersitefilters. Immers als ze The Pirate Bay kunnen blokkeren dan toch ook illegale poker- en kansspelsites?

Arnoud

Ik heb toestemming van DigiD! Maar wat moet ik daarmee?

digid.pngHelemaal vergeten te melden: ik heb toestemming om het beeldmerk van DigiD te mogen tonen, dus bij deze –>

Eind november blogde ik over het product DigiD Machtigen, waarbij ik algemene voorwaarden aantrof die me nogal verbaasden. Allereerst überhaupt waarom horen er “algemene voorwaarden” bij een overheidsdienst?

En meer specifiek, waarom bepalen die algemene voorwaarden dat het een ieder “op welke wijze dan ook”, dus ook voor vrije nieuwsgaring, verbiedt een merk te gebruiken dat geen merk is?

Mijn gevoel zegt me dat hier een dienstverlener lekker proactief meedacht en een setje algemene voorwaarden bij elkaar copypastte, want ja een online dienst die moet algemene voorwaarden hebben. (Ja, zo komen ze echt ook bij ons binnen: “hebben jullie voorwaarden voor ons, mag heel generiek zijn maar gewoon dat ik gedekt ben”). Maar ja, krijg dat maar eens bewezen.

Wat mij helemaal specifiek van mijn stoel deed vallen, was dit artikel:

10.1 Het merk DigiD Machtigen mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het ministerie van BZK niet worden gebruikt op welke wijze dan ook.

Er ís alleen helemaal geen gedeponeerd merk “DigiD Machtigen”. Bij het Benelux Merkenregister weten ze van niets. Er is wel een merk “DigiD” (0762759) en het logo (0777710) is ook beschermd, maar dat is wat anders dan “het merk DigiD Machtigen”.

Puur omdat het kon, mailde ik de helpdesk met de vraag om toestemming. Dat duurde lang, maar na een keertje herinneren kreeg ik mét excuses een beleefde toestemming:

U heeft verzocht om toestemming voor het gebruik van het beeldmerk DigiD ten behoeve van uw juridische blog over de gebruiksvoorwaarden van DigiD Machtigen. Hierbij verleent Logius u toestemming om het beeldmerk DigiD voor bovengenoemd doeleinde te gebruiken.

Een kniesoor die erop gaat wijzen dat de voorwaarden over het merk “DigiD Machtigen” gingen en ik nu ineens toestemming voor het beeldmerk van DigiD als zodanig heb. Of dat Logius bij mijn weten geen bevoegd vertegenwoordiger is van de merkhouder (de Staat der Nederlanden, Ministerie van BZK, Projectdirectie GBO.Overheid).

Was dit nu nodig? Nee, natuurlijk niet. Er is geen enkele grond waarop een overheidsinstantie – of een overheidsautomatiseerder – een burger kan verbieden naam of logo van een overheidsorgaan te gebruiken bij een meningsuiting over dat orgaan. Geen enkele. Ook het merk niet. En daarom ergerde ik me er zo aan dat de voorwaarden dit zo categorisch verbieden. Ik snap werkelijk niet hoe de betrokken jurist dat kon opschrijven. Je chéckt dat soort dingen toch?

Arnoud

Mag een universiteit Bittorrent afsluiten in studentenflats?

rug-blokkeert-bittorrent.jpgDe Rijksuniversiteit Groningen gaat bittorrent-verkeer afsluiten in studentenflats, meldde Tweakers vrijdagmiddag. Het afhandelen van de klachten van internationale auteursrechthebbenden over uploadende studenten werd ze te gortig, als ik het goed lees. Dat gaf natuurlijk ophef, en -je kunt erop wachten- Kamervragen. Voor de verandering ga ik de zaak eens aan de hand van die kamervragen bespreken.

Update (20 maart) lees ook de antwoorden van de echte minister.

Heeft u kennis genomen van het bericht de RUG zonder rechterlijke tussenkomst gedeelten van het internet blokkeert?<br/>

Ja.

(Terzijde: het is me volstrekt onduidelijk waarom kamervragen altijd beginnen met zo’n vraag. De wet noch de mores in de Kamer verplichten hiertoe.)

(Meer terzijde: zegt de minister ooit “nee” op deze vraag?)

Deelt u de mening dat het CIT een aanbieder van internettoegangdiensten zoals gebruikt in de Telecomwet is aangezien zij studenten tegen betaling toegang geeft tot het internet en vergelijkbaar is met een internetprovider?

De Telecommunicatiewet kent het begrip “aanbieder van internettoegangdiensten” niet. Zij spreekt van aanbieder van telecommunicatiediensten, en onder telecommunicatie kan internet worden geregeld. Daarbij geldt voorts onderscheid tussen openbaar en niet openbaar aanbieden van deze diensten.

In de SURFnet-zaak heeft de rechter bepaald dat SURFnet niet onder het begrip “openbaar” valt, omdat zij zich uitsluitend richt op organisaties en studenten aan hoger onderwijs. Het lijkt mij dat ook een universiteit aan die definitie voldoet.

Het CIT valt dus niet onder het begrip “openbaar aanbieder van telecommunicatiediensten” en zij is daarmee juridisch niet vergelijkbaar met een internettoegangsaanbieder zoals XS4All of Ziggo.

Voor de volledigheid merk ik op dat het wetsvoorstel netneutraliteit de term “aanbieders van internettoegangsdiensten” wél gebruikt. Dit voorstel van uw hand ligt thans bij de Eerste Kamer. En zoals ik dit artikel begrijp, is het CIT volgens die definitie wél een internettoegangsprovider, waarover hieronder meer.

Deelt u de mening dat hiermee de suggestie dat het CIT ‘andere verantwoordelijkheden’ heeft omdat zij ‘geen internetprovider’ is niet terecht is?

Die mening deel ik niet. Zoals bij de beantwoording van de vorige vraag is aangegeven, is het CIT inderdaad ‘geen internetprovider’, althans geen openbaar aanbieder van telecommunicatiediensten. Daarmee is zij niet onderworpen aan de verantwoordelijkheden en plichten uit de vandaag geldende Telecommunicatiewet.

Ik kan het een universiteit moeilijk verwijten dat zij een wetsvoorstel niet naleeft waar de Eerste Kamer nog over moet stemmen.

Deelt u de mening dat het CIT als aanbieder van internettoegangdiensten aan studenten niet zou moeten overgaan tot het blokkeren van protocollen of websites?

Toegang tot informatie is deel van het grondrecht van vrijheid van meningsuiting. Blokkeren hiervan is een zeer zwaar middel dat alleen in uiterste gevallen toegepast zou moeten worden. Een categorisch ‘nee’ tegen blokkeren is niet gepast, al is het maar omdat soms de rechter hiertoe kan verplichten.

En nu we het daar toch over hebben: kunt u mij vertellen waarom u in vredesnaam in artikel 7.4a de weg heeft opengezet voor blokkades van websites en protocollen op grond van faciliteren van auteursrechtschending? Omdat u het vreselijk zwakke “rechterlijk bevel” gebruikte, kan ook een bevel op deze grond worden gegeven. Als u nou iets als “een vonnis inzake een ernstig misdrijf zoals in artikel 67 Strafvordering gedefinieerd” had gebruikt, dan was een blokkade op grond van auteursrechtinbreuk nooit mogelijk geweest, maar alleen bij ernstige zaken zoals terrorisme of kindermisbruik.

Vindt u het een wenselijke ontwikkeling dat nota bene een universiteit de keuze maakt welke website zij wel en niet kunnen bezoeken of van welke protocollen gebruik gemaakt wordt?

Het lijkt mij dat nota bene een universiteit intelligent kan nadenken over dergelijke technische keuzes. (Ok die is flauw maar wat bedóelt Verhoeven met deze vraag?).

Deelt u de mening dat blokkades van websites of protocollen enkel en alleen plaats zouden moeten hebben met tussenkomst van de rechter?

Het reeds aangehaalde wetsvoorstel netneutraliteit bevat de gronden waarmee een blokkade van een website of protocol doorgevoerd mag worden. Naast tussenkomst van de rechter zijn ook toegestaan blokkades om de gevolgen van congestie te beperken of om spam tegen te gaan.

Dit wetsvoorstel noemt “aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken waarover internettoegangsdiensten worden geleverd en aanbieders van internettoegangsdiensten” als partijen die onderworpen zijn aan netneutraliteit. Dit geldt inderdaad ook voor private aanbieders van internettoegang aan beperkte groepen, oftewel aanbieders op wie het begrip ‘openbaar’ uit de SURFnet-zaak niet van toepassing is.

Ik vermoed dat menig hotel of restaurant van haar stoel valt wanneer zij dit leest, maar inderdaad mogen ook deze geen blokkades op het internetgebruik meer instellen behalve op grond van artikel 7.4a Telecommunicatiewet. Als de Eerste Kamer dit wetsvoorstel goedkeurt natuurlijk.

Bent u bekend met incidenten waarbij studenten van de RUG afgesloten worden op verzoek van auteursrechthebbendenorganisaties na een melding dat er auteursrechtelijk beschermd materiaal is gedownload?

Nee. Ik acht het ook onwaarschijnlijk dat dit is gebeurd, gezien het feit dat in Nederland downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal is geoorloofdgedownload.

Voor zover u op uploaden doelde: het artikel uit vraag 1 beschrijft nu juist dat men met deze praktijk is gestopt aangezien het te veel gedoe met zich meebracht.

Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat een externe organisatie kan verzoeken om een gebruiker van het internet af te sluiten? Is een dergelijke one-strike-you’re-out-methodiek een wenselijke methode? <br/>

Op grond van de vrijheid van meningsuiting kan ik niemand het recht ontzeggen om een ander iets te verzoeken. Waarom de RUG ingaat op het verzoek, is mij onduidelijk uit het bericht dat u me overlegde. Als ik moet speculeren, dan speculeer ik dat de reden is dat de RUG denkt aansprakelijk te worden als zij de klachten naast zich neerlegt. Dit is onjuist, aangezien zij via artikel 6:196c lid 1 BW nimmer aansprakelijk is voor inhoud die zij doorgeeft, mits zij daarbij maar niet selecteert of filtert.

In de rechtszaak Brein/Ziggo is bepaald dat internetprovider Ziggo (en gevoegde partij XS4All) tot het filteren van een specifieke website moest overgaan. Daarbij woog mee dat het ging om één website waarvan het onrechtmatig karakter vaststond. Bittorrent is echter, zoals blijkt uit deze zaak, totaal niet afhankelijk van deze ene site.

Ik acht het uitgesloten dat als Brein (de externe organisatie over wie we het hebben) bij de rechter zou eisen dat deze Bittorrent blokkeert, de rechter daarin zou meegaan. Een dergelijke generieke filterplicht is in strijd met de rechtspraak van het Europese Hof.

Wij komen daarna wel bij de moeilijke discussie terecht wat Brein dan wél zou mogen kunnen doen tegen uploaders die auteursrechten van haar aangeslotenen schenden.

Mijn handen jeuken om de Auteurswet te herschrijven om dit probleem uit de wereld te krijgen, maar helaas is het mij onmogelijk om ook maar één jota in de Auteurswet naar eigen inzicht te wijzigen, zelfs als uw Kamer en de Eerste Kamer het willen. Immers auteursrecht is Europees geharmoniseerd en ik mag daar niet van afwijken.

Arnoud

Mijn huis(dier) staat op de foto!

horsecam.jpgEen lezer vroeg me:

Kun je iemand verbieden foto’s te maken van je huis vanaf de openbare weg? Dat lijkt me toch een schending van je privacy, zeker als het interieur ook op de foto komt.

En een andere lezer vroeg me:

Laatst liep er bij ons op de manege een fotograaf en die zette zomaar mijn paard op de foto! Dat wil ik helemaal niet. Heb ik portretrecht en wat kan ik doen?

In beide gevallen is het antwoord kortweg: nee, dit kun je niet verbieden, en portretrecht is niet in te roepen in deze situatie.

Het portretrecht kun je inroepen als je herkenbaar op de foto staat. Daarvoor hoef je niet per se met je gezicht op de foto te staan, maar er moet wel een mens op staan. Een huisdier of een huis is geen mens, en daarbij geldt dus het portretrecht niet.

Als bij de publicatie de naam van de eigenaar wordt genoemd, dan zou er heel misschien een beroep op de privacywet (Wet bescherming persoonsgegevens) gedaan kunnen worden om zo de publicatie tegen te houden. Maar dat lijkt me niet heel sterk, zeker niet als het alléén de naam is. Dat lijkt me onder vrije nieuwsgaring te vallen. Bij de foto het privéadres noemen van het baasje zou ik wel in strijd met de privacy achten.

Ook voor huizen geldt geen portretrecht. Eén rechter verklaarde het ooit onrechtmatig om foto’s van een huis te maken zonder dat te vragen, met de motivatie dat de kantonrechter “het zelf ook niet leuk zou vinden” om zijn huis zomaar in een commerciële folder terug te zien. Dat werd in hoger beroep terecht ongedaan gemaakt. “Leuk vinden” is juridisch geen argument. Er was geen sprake van inbreuk op de privacy of op het eigendomsrecht (het “ongestoord genot” van je eigendom is deel van dat recht).

Bij foto’s van het interieur van een huis zou je wellicht wel van een privacyschending kunnen spreken. Daarvan was bij foto’s van het interieur van De Eikenhorst, op koninklijk landgoed De Horsten, sprake. Wel woog daarbij mee dat de teksten bij de foto’s (“Van de zolder met zijn geheimen, via de verdieping met VIER KINDERKAMERS…”) als tendentieus werden gezien. Ik raad fotograferende aannemers dan ook altijd aan om toestemming te vragen, als ze foto’s maken voor hun portfolio.

Een private organisatie, zoals een manege of fokkerij, zou huisregels kunnen stellen voor bezoekers. Een huisregel kan dan zijn “Verboden andermans dier te fotograferen zonder toestemming”, en op grond van die huisregel kunnen fotografen dan worden geweerd als ze toch zomaar foto’s maken. Maar dat werkt niet altijd. Bij een wedstrijd is er al snel nieuwswaarde aan de foto’s, en die nieuwswaarde kan de huisregel opzij zetten.

Arnoud

Ga weg met je “toestemming voor zorgvuldig geselecteerde derden”

akkoord-zorgvuldig.pngRecent zag ik het weer voorbij komen: een bestelformulier dat toestemming bedingt voor “zorgvuldig geselecteerde partners” om per e-mail, post, telefoon en/of SMS reclame te sturen. Is dat legaal? Natuurlijk niet. En ik kan er wérkelijk niet bij waarom ze bij -in dit geval- SBS denken van wel.

Uitgangspunt van de antispamwet en privacywet is voorafgaande toestemming. En dat is niet “ja joh doe maar wat ik merk het wel” maar “Ja, ik wil graag de maandelijkse nieuwsbrief van ICTRecht ontvangen”. Wie dat laatste zegt, krijgt maandelijks onze nieuwsbrief. Maar het moge duidelijk zijn dat je dan niet óók nog een wekelijks setje aanbiedingen voor ICT-kantoorsupplies kunt gaan krijgen. Of een aanbieding van een bevriend advocatenkantoor dat nu tegen 50% stunttarief wil procederen.

Op zich kun je best toestemming vragen voor meerdere partijen of meerdere soorten mailings ineens. Je noemt dan gewoon de betreffende partijen en mailings in één keer, en mensen zetten daar een vinkje bij (of niet). Dus “Ja, ik wil graag wekelijks aanbiedingen van Bol.com, Central Point én de V&D ontvangen” is een prima opt-in voor de wekelijkse aanbiedingen van die partijen.

Waar het misgaat is dat veel bedrijven die toestemming vragen, primair gericht zijn op het verhandelen of verhuren van “opt-in bestanden”. De aanname is daarbij namelijk dat je opt-in geeft voor een bepaald soort mailings – “ik wil graag aanbiedingen voor detectiveromans” of “ik wil graag gebeld worden voor een ziektekostenverzekering”. Maar zo werkt opt-in gewoon niet, sorry. Opt-in moet specifiek zijn, oftewel moet de betreffende bedrijven bij naam noemen.

Men probeert dit dan te camoufleren door te spreken van “partijen A en B alsook zorgvuldig door ons geselecteerde derden” maar dat is echt juridische onzin. Wie zijn dat dan? Hoe weet ik dat een partij door jou zorgvuldig is geselecteerd als ik spam van hem krijg? Hoe véél partijen gaan dit zijn? Drie? Tien? Vijfduizend? En wat versta jij onder ‘zorgvuldig’? Dat ze vooraf betalen?

Eind vorig jaar werd een megaboete opgelegd voor spammen. Daarbij werd toestemming geclaimd via “…en mogelijk andere derden” wat de OPTA afkeurde. Die boete ligt nu in beroep bij de rechtbank, maar ik zou van mijn stoel vallen (en beloof dat op Youtube te zetten) als blijkt dat de rechtbank déze formulering acceptabel acht.

Kan iemand me uitleggen hoe een opt-in specifiek en duidelijk is als je alleen van “zorgvuldig geselecteerde partijen” spreekt?

Arnoud