Telecomproviders mogen inflatiecorrectie toepassen van EU-Hof

| AE 8225 | Contracten | 6 reacties

bonnetjes-btw-ontvangst-betalen-bewijs-rekening-kassabon.jpgTelecomproviders hebben het recht om een regelmatige inflatiecorrectie toe te passen op hun tarieven, mits dit juist in de algemene voorwaarden van hun diensten staat. Dat las ik bij Nu.nl. Het Europese Hof van Justitie bepaalde in een Oostenrijkse zaak dat een inflatiecorrectie redelijk is, ook als de consument in dat geval niet op mag zeggen.

Over het wijzigen van prijzen of de overige inhoud van een contract bestaan de nodige broodjeaapverhalen. Een daarvan is dat prijsverhogingen altijd betekenen dat je als wederpartij mag opzeggen. Een aanverwante is dat voorwaarden altijd mogen worden aangepast (en dan ook weer, dat je als wederpartij mag opzeggen). Beiden zijn onjuist.

In het Nederlands contractenrecht is het heel simpel: het contract is wat je samen afgesproken hebt. Eenzijdig daar verandering in brengen, is dus niet mogelijk. Hooguit kan de rechter in uitzonderingssituaties besluiten dat een bepaald stuk van het contract even buiten toepassing blijft.

De enige manier om eenzijdig het contract te wijzigen, is door in het contract te zetten dat dat mag. Als de ander daar immers akkoord mee is, dan gaat het goed.

In zakelijke contracten gebeurt dat niet vaak, want waarom zou een wederpartij daarmee akkoord gaan? In consumentencontracten zie je het vaker, want a) niemand leest die, b) als je het toch ziet, dan is het slikken of stikken. Gelukkig zijn er daarom wettelijke regels, de grijze lijst voor algemene voorwaarden, waarop onder meer staat:

[Verdacht is een algemene voorwaarde die] de gebruiker de bevoegdheid verleent een prestatie te verschaffen die wezenlijk van de toegezegde prestatie afwijkt, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden;

Verdacht wil in dit verband zeggen dat de gebruiker van de voorwaarden (het bedrijf dus) moet bewijzen dat het wél redelijk is voor hem om zo’n algemene voorwaarde in zijn contract te zetten. En in dit geval geeft de wetgever al een voorzetje: als je bij zo’n wijzigingsbeding zet dat de consument in dat geval mag opzeggen, dan is het in principe wel redelijk. Dit is dus waar “als ze je contract wijzigen, mag je opzeggen” vandaan komt.

Een harde regel is het echter niet. Dan had het wel op de zwarte lijst gestaan. Er zijn dus situaties waarin eenzijdig wijzigen mag, zónder dat opzeggen nodig is om het contract redelijk te houden. En het Hof van Justitie bepaalt nu dat een beding à la “Leverancier mag de prijzen aanpassen aan de inflatie op grond van de consumentenprijsindex” een voorbeeld daarvan is. Dit is eenvoudigweg de prijzen bij de tijd houden, en dat is zó redelijk dat een opzegrecht niet meer nodig is.

Bij ons is het specifiek voor telecomproviders anders. Art. 7.2 Telecomwet bepaalt namelijk dat voor élke wijziging van een telecomcontract een opzegrecht geldt. Een prijswijziging is ook een “wijziging van een beding”, dus ook daar geldt dit recht. Ook bij inflatiecorrectie, zo bepaalde de OPTA (nu ACM) al in 2009.

En voor de duidelijkheid: het moet er wel stáán in het contract, dat de leverancier het aan mag passen. Als er niets staat, dan mag het niet (behalve soms, het blijft recht).

Arnoud

Deel dit artikel

  1. In de laatste alinea schrijf je “als .. niets .., dan mag het niet. Maar juist in het gelinkte artikel staat;

    2. Als de overeenkomst niets zegt over opzeggen, dan mag er worden opgezegd.
    (Daargelaten of T-Mobile genoeg gronden heeft. Daar is dat andere artikel voor.)

    Heb je in dat artikel in de tweede helft van die regel “niet” gemist. Of zeg je in dit artikel hier iets tegenstrijdigs?

  2. Bij ons is het specifiek voor telecomproviders anders. Art. 7.2 Telecomwet bepaalt namelijk dat voor élke wijziging van een telecomcontract een opzegrecht geldt. Een prijswijziging is ook een “wijziging van een beding”, dus ook daar geldt dit recht. Ook bij inflatiecorrectie, zo bepaalde de OPTA (nu ACM) al in 2009.

    De uitspraak van het HvJ EU is gedaan op basis van de universeledienstrichtlijn (waarvan art. 7.2 Tw een uitwerking is) en niet op basis van de grijze lijst. De uitspraak van de OPTA is hierdoor dus achterhaald.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS