Van wie is een foto gemaakt door een werknemer?

| AE 9234 | Arbeidsrecht, Auteursrecht | 10 reacties

Een lezer vroeg me:

Als een van onze medewerkers opnames (film of foto) maakt met een mobiele telefoon van de zaak, wie is dan de eigenaar van deze opnames, het bedrijf of de medewerker?

Dat hangt af van of de opnames gerelateerd zijn aan zijn werk. Als dat zo is, dan komen de auteursrechten op die opnames toe aan het bedrijf, anders zijn ze van de werknemer privé. Het doet er niet toe of de apparatuur privé-eigendom is en of de foto gemaakt werd onder werktijd of op kantoor.

Een simpel voorbeeld is een cameraman bij een productiehuis: dan komen alle rechten uiteraard toe aan de werkgever. Maar het hoeft niet de kern van zijn werk te zijn. Ook bij een bouwvakker die een foto maakt van het werk voor het dossier dat zijn baas van elke klus bijhoudt, komen de rechten toe aan de werkgever. Die foto is ook gewoon deel van het werk.

Wie om half zes even een foto maakt van zijn kantoortuin om het thuisfront te laten zien hoe druk het is, heeft zelf de (auteurs-)rechten op die foto. Ook al is het op het werk gemaakt, onder werktijd en zelfs met de telefoon van de zaak. Die foto heeft niets met het werk te maken. (Mogelijk overtreed je een huisregel dat er niet gefotografeerd mag worden op de werkvloer, maar dat is een arbeidsrechtelijk ding dat los staat van auteursrechten.)

Twijfelgevallen zijn er natuurlijk genoeg. Een werknemer die bij het afscheid van een collega gevraagd wordt even een foto te maken van de toespraak. Het vastleggen van een aanrijding met de bedrijfsbus. Tijdens de lunchpauze een foto maken voor een spontane Linkedin-update. Of ’s avonds langs kantoor lopen en een mooie sfeerfoto delen in de bedrijfs-appgroep. Daar zul je dan in redelijkheid samen uit moeten komen.

Een arbeidscontract (niet het personeelsreglement) kan de grenzen anders leggen. Werkgever en werknemer kunnen afspraken maken over auteursrecht. Die afspraken moeten wel redelijk zijn, de werkgever mag bijvoorbeeld niet alle auteursrechten opeisen op alles dat de werknemer maakt totdat het contract eindigt. Dan zouden ook de vakantiefoto’s van de werkgever zijn, en dat is niet redelijk.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Maar stel dat je als werknemer ook in je vrije tijd werkt als freelance fotograaf! Met medeweten van je werkgever, natuurlijk. En vervolgens tijdens een bedrijfsfeestje na werktijd pak je je camera en ga je foto’s maken van het feest. Is dan de werkgever de auteur van die foto’s? Of is je freelance bedrijf de auteur van die foto? Of ben je zelf eigenaar van die foto? Dit vind ik zo’n mooi, grijs gebied. 😀

    Daarnaast zit je natuurlijk ook met het portretrecht. Mag de werkgever die foto’s wel gebruiken voor eigen publicaties of moet daarvoor ieder personeelslid op die foto eerst toestemming geven? En als iemand vervolgens klaagt dat zijn portretrecht wordt geschonden, moet hij dan de fotograaf of de werkgever aanklagen? 🙂

  2. Al is het wel al een tijdje geleden

    Eigenaar hoeft zich voorlopig weinig zorgen te maken, want hij houdt het auteursrecht minstens 70 jaar. Misschien kunnen de werknemer en het bedrijf het best vastleggen dat de werknemer de eigenaar is, want dan komt daar de tijd tot zijn dood nog bij.

    Volgende vraag is dus of die werknemer nog een beetje jong en gezond is?

  3. Ik mis het argument ‘voortvloeiend uit de verplichting van het dienstverband’. Daarbij zijn de persoonlijkheidsrechten NIET / NOOIT overdraagbaar. En hij die met toestemming van de arh publiceert blijft verantwoordelijk bijv. voor de portretrechten.

    • Werkgeversauteursrecht is geen overdracht, maar een regeling die het auteursrecht gewoon vanaf nul bij de werkgever legt. Je hebt als werknemer geen seconde het auteursrecht op je werk (als het tot je werk behoorde). Het isecht iets heel anders dan foto’s maken en contractueel je rechten afstaan.

      Of de persoonlijkheidsrechten toekomen aan de werkgever (die is immers de maker bedoeld in artikel 25) of aan de werknemer (alleen mensen kunnen immers persoonlijkheidsrechten hebben), is volgens mij nog een open vraag. Ik duik daar eens in.

  4. Het is de tweede keer dat je claimt dat, een arbeidsovereenkomst in het nadeel van de werknemer zou kunnen afwijken van art. 7 Aw, maar dat is mijn inziens toch echt onjuist. De auteurswet geeft duidelijk aan dat voor overdracht een akte vereist is. De arbeidsovereenkomst is geen akte. De hoofdregel van art. 7 Aw is dat het auteursrecht op een werk bij de werkgever ligt, indien dat werk is gemaakt in het kader van de arbeid. De uitzonderingsregel is dat de hoofdregel niet opgaat indien partijen dat afspreken. Deze uitzonderingsregel kan nooit als resultaat hebben dat het auteursrecht op een werk dat niet is gemaakt in het kader van de arbeid bij de werkgever zou komen te liggen, omdat een dergelijke afspraak niet gaat over de hoofdregel.

    Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd (art. 7 Aw).
      • Daarvoor zou ik eerst moeten weten hoe zo’n akte er uit zou zien. De auteurswet kent diverse mogelijkheden om bedingen in zo’n akte te vernietigen of ontbinden.

        Als de werkgever in zo’n akte afspreek dat het auteursrecht op alle toekomstige werken heeft dan is dat vernietigbaar (art. 25f Aw). Een afspraak die luid: “Ik mag aan nevenactiviteiten programmeren en de auteursrechten worden van mij, mits ik vooraf toestemming vraag”, zal niet te handhaven zijn. Immers, daarvoor is vereist dat de werkgever het auteursrecht verkrijgt van alle werken die voortvloeien uit de nevenactiviteiten. En dat is nu net vernietigbaar, omdat dit voor de werknemer onredelijk bezwarend is.

        Het is dus niet mogelijk om een muur op te werpen, ook niet als de werkgever daar vervolgens gaten in schiet. Als de akte specifiek bepaalde soort werken noemt, dan daar wellicht iets aan ruimte, maar veel zal het niet zijn.

        Een beding waarin de werkgever alle werken opeist waarvaan aantoonbaar is dat de arbeid er onder lijd zal het niet redden, omdat dit een oneigenlijk beding zou zijn. De werkgever kan daar andere middelen voor inzetten.

  5. Ooit heeft een advocaat van de wederpartij in een zaak waar mijn besloten vennootschap eiseres was en ik als natuurlijk persoon de maker van het werk in het geding, bezwaar gemaakt tegen de claim van de bv inzake mijn persoonlijkheidsrechten. Die waren niet overdraagbaar en konden dus niet opeisbaar zijn door de BV. De kantonrechter ging hier niet in mee na het verweer dat de BV gemachtigd was namens de natuurlijk persoon op te treden.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS