Mogen Facebook en consorten wel fakenieuws weigeren op hun platform?

| AE 9222 | Meningsuiting | 10 reacties

Een lezer vroeg me:

In hoeverre is de ban op ‘Fake news’ door Google en Facebook legitiem? Op dit moment gelden deze voor het advertentieplatform, maar zouden ze ook kunnen gelden voor individuele gebruikers? Dan mag je dus in feite niets meer zeggen dat Facebook of Google ‘fake’ vindt. Is dat geen censuur?

Sinds de afgelopen Amerikaanse verkiezingen staat het onderwerp ‘fake news’ sterk in de belangstelling. Wat het precies is, daar is niet echt consensus over – om het netjes te zeggen. Vaak wordt ermee bedoeld, nieuws dat steunt op onbewezen feiten, maar anderen wijzen erop dat dit voor heel veel nieuws geldt en/of dat nieuws altijd al speculatief was.

Fake news zoals Facebook en Google dat nu in de ban hebben gedaan, gaat in principe over nieuws dat bewezen onjuiste feiten bevat of totaal ongefundeerde conclusies wegzet. Maar zelfs dat is al heel moeilijk af te bakenen. Aanpakken van nepnieuws via het strafrecht lijkt mij dan ook te moeilijk.

Facebook en Google zijn echter geen strafrechter, en zouden dus kunnen zeggen, we hebben er gewoon geen zin in. Dat mag. Als beheerder van een platform beslis jij wat er op het platform gebeurt. Mag het alleen over kantklossen gaan, of moet iedereen positief doen: jouw platform, jouw regels. Censuur is dat niet; alleen de overheid kan censueren.

Alleen: dat principe werkt voor gewone platforms, waarbij je eventueel naar een concurrent kunt overstappen of je eigen site kunt beginnen als het je niet bevalt. Bij Facebook en Google werkt dat niet, die zijn daarvoor te groot. Hier hebben we het al vaker over gehad: in hoeverre mogen zulke machtige platforms wel inhoud weigeren op grond van zelfverzonnen huisregels? Ik blijf er moeite mee houden.

Specifiek bij dit onderwerp is er iets meer van een objectieve rechtvaardiging en wordt gewerkt met externe bronnen (zoals het bekende Snopes) die de beoordeling doen of nieuws ‘nep’ is. Dat maakt het eerder gerechtvaardigd dan interne normen als gezelligheid of passend bij de eigen normen en waarden. Maar het blijft een ontzettend lastige kwestie.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Als je fake news gaat definieren als dingen claimen die niet waar zijn, dan kan dat nooit lang duren. Binnen de kortste keren moet dat pijn gaan doen in het advertentie budget. LAten we eerlijk zijn, de meeste reclame berust op onterechte (of zwaar overdreven) claims. 🙂

  2. Reclame vind ik niet vergelijkbaar met nieuws. Reclame overdrijft altijd – wast witter dan wit – en in de samenleving hebben wij dat in grotendeels geaccepteerd. Niet voor niets rust er een onderzoeksplicht bij de koper. Maar sites die zich voordoen als nieuwswebsite en daar aan fact free nieuws doen kunnen de maatschappij aanzienlijke schade toebrengen. Voor de lezer is dat niet helder. Het is ook ondoenlijk voor een lezer om na het lezen van een artikel een uur te gaan Googlen in hoeverre de strekking van het bericht klopt.

    Interessanter wordt het dat sommige vormen van berichtgeving in essentie berusten op niet controleerbare cq onbewezen claims. Dat lijkt me gelden voor religie maar ook om complexere zaken zoals de economie. Helpen stimuleringsmaatregelen? Je kan daar deskundige voor- en tegenstanders van vinden. Als Facebook hiervan wat gaat vinden lijkt me dat ergens heel eng.

  3. Bij Facebook en Google werkt dat niet, die zijn daarvoor te groot.

    Dat is je probleem! Als je dat oplost, dan is het allemaal niet zo erg meer: dan werkt het normale mechanisme van concurrentie weer. Ik denk dat de discussie over wel/geen censuur door zulke platforms dus de verkeerde discussie is. De discussie zou moeten zijn: hoe raken we van zulke gigantische platforms af?

    Oorzaak van het probleem is volgens mij dat deze platforms gemak geven aan de gebruiker: als je al je spullen bij 1 winkel grote kunt krijgen, dan ga je altijd naar die winkel, en niet naar de kleine speciaalzaakjes; het zelfde geldt voor websites. Voor een deel is het probleem misschien onoplosbaar: gemak en kritisch nadenken zijn niet makkelijk te verenigen. Misschien valt er toch wat te bereiken als we een decentraal systeem kunnen opzetten (waar niemand de baas is), dat als one-stop-shop kan dienen. Het systeem zou de functies van platforms zoals Google en Facebook moeten vervangen. Hier zijn vast wel technische oplossingen voor te vinden.

    In zekere zin was het internet (en met name het WWW) bedoeld als zo’n platform. Google en Facebook laten zien waarop het WWW heeft gefaald voor de gemiddelde gebruiker: informatie was lastig te vinden, en het hosten van websites/informatie was te lastig. Waar decentrale systemen steken laten vallen, worden ze opgepakt door commerciële partijen, die er veel geld en macht mee verkrijgen. Structurele vooruitgang bestaat uit het herkennen van zulke situaties, en het ontwikkelen van decentrale systemen die de concurrentie met commerciële partijen zo goed aan kunnen dat ze de commerciële partijen verdringen.

          • Ik heb er wel eens naar gekeken, maar ik vond de systeemeisen nogal bizar hoog. Waarom kan zoiets niet fatsoenlijk op een Raspberry Pi draaien?

            Natuurlijk moeten we dan toe naar een Diaspora dat wel “werkt”. Waarom werkt Diaspora niet? Is het te veel gedoe, misschien omdat al die verschillende servers in de gebruikerservaring tevoorschijn komen? In dat geval zou je misschien naar een systeem moeten waar gebruikers-identiteit en server los van elkaar bestaan: een gebruiker moet zelf een server kiezen, maar anderen hoeven niet te weten welke server dat is. Gebruikersgegevens zouden encrypted gehost kunnen worden, en daardoor ook op een Freenet-achtige manier uitgewisseld worden, en kunnen dan ook makkelijk naar een andere server gemigreerd worden. Met een systeem van sleutels die met andere sleutels encrypted worden kan je met een minimum aan data-overhead regelen wie toegang heeft tot welke data.

            Het klinkt alsof ik het allemaal ingewikkelder maak met allerlei cryptografie, maar het zou juist makkelijker kunnen worden. Ik denk dat het gewoon 1 globaal P2P-netwerk kan worden waarin je kunt zoeken naar de publieke informatie van profielen (bijv. naam en evt. foto), gewoon kunt aanklikken “ik wil verbinden”, waarna de ander dat kan accepteren of weigeren. Zolang je allebei online bent wissel je direct informatie uit; voor offline uitwisseling moet je ergens een account regelen of zelf een apparaatje neerzetten. Voor alles wat je aan informatie hebt moet je wat eenvoudige privacy-instellingen hebben, bijv. “alleen delen met deze persoon”, “alleen delen met mijn contacten” of “delen met iedereen”. De cryptografie regelt dat allemaal onder de motorkap.

            Het enige dat ik niet zeker weet is of dit allemaal (veilig) in een browser kan. Misschien kan het wel als je ergens een server hebt die je vertrouwt. Een smartphone-app moet zeker wel kunnen.

  4. Nja, ik blijf er nog steeds bij dat ik het vooral lastig vind bij kwesties waar het twijfelachtig is of de feiten wel bewezen zijn. Zoals bijv. met dat RTL-gebeuren. RTL had in de nationale archieven gedoken en kwam zo achter een geheime belastingdeal met het koningshuis. Echter, Rutte (names de koning) ontkenden het en doken er zogenaamd ook zelf bovenop en konden ineens niks vinden over de deal.

    Vraag is dan dus: valt het dan onder ‘fake news’? Want wie gaat bijv. Facebook geloven: een nieuwsbulletin of de minister-president himself?

  5. “Alleen: dat principe werkt voor gewone platforms, waarbij je eventueel naar een concurrent kunt overstappen of je eigen site kunt beginnen als het je niet bevalt. Bij Facebook en Google werkt dat niet, die zijn daarvoor te groot. “

    Te groot? Mensen zijn te lui om na te denken en gebruiken het gedachteloos. Het maakt Facebook en Google geen semi-overheidsbedrijven of staatsbedrijven, die ineens een publieke taak toebedeeld krijgen. Alternatieven zijn er genoeg, bijvoorbeeld gewoon de adresbalk gebruiken en rechtstreeks naar de sites met het ‘nepnieuws’ gaan. Maak ze dus niet groot en machtig.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS