Een iPad is een computer, fiscaal gezien dan

| AE 8018 | Ondernemingsvrijheid | 14 reacties

De Hoge Raad heeft beslist dat de iPad fiscaal gezien een computer is en geen ‘communicatiemiddel’, las ik bij Tweakers. Dat maakt uit, want computers aan werknemers geven is fiscaal belast minstens 90 procent zakelijk gebruikt worden. Althans, tot 2011 dan want daarna zijn die regels aangepast.

Deze zaak speelt al een tijdje. RTL had haar werknemers iPads verstrekt, en claimde dat dit onder de belastingvrijstelling voor communicatieapparatuur viel. Toen de wet werd gemaakt, was het onderscheid tussen computers en communicatieapparatuur vrij duidelijk. Met een telefoon kon je bellen, met een computer niet. Met een computer kon je rekenen en software draaien, met een telefoon niet. Prima dan dat je op dat moment twee fiscale regimes loslaat op de twee categorieën.

Het onderscheid werkt heel wat minder goed als op zeker moment die communicatieapparatuur qua prestaties vergelijkbaar wordt met de traditionele computer. En daar zat het probleem: een iPad is functioneel zeer goed te vergelijken met een desktop (hoewel onhandiger qua toetsenbord). Omgekeerd kun je met een desktopcomputer of laptop prima bellen (bijvoorbeeld Skype). Dus hoe definieer je dan de grens zodanig dat de iPad aan de ene kant valt en een laptop aan de andere kant?

Het Gerechtshof hield het in 2012 nog bij “Het beeldscherm en de invoermogelijkheden zijn bij deze apparaten te beperkt voor langdurig gebruik als computer”. De HR ziet het echter anders. De definitie uit de wet werkt namelijk als een stappenplan: je moet eerst kijken of iets een computer is en pas als dat het niet is, of het dan eventueel een communicatiemiddel of wat anders is.

Een iPad is een computer, want

De in cassatie niet bestreden omschrijving van de iPads in ’s Hofs uitspraak laat geen andere conclusie toe dan dat deze in gelijke of zelfs sterkere mate dan digitale agenda’s en GPS-apparatuur zijn bedoeld voor taken die ook door een computer kunnen worden verricht.

(De digitale agenda’s en GPS apparaten waren genoemd in de toelichting bij de wet als voorbeelden van “computers of daarmee vergelijkbare apparatuur”.)

Ik las nog dat Arno Lodder blogt (hoi) dat ook de smartphone dus een computer is. Immers, die omschrijving hierboven past ook prima op de smartphone. Met als gevolg dat smartphones (onder de oude regels) óók alleen fiscaal belast mogen worden verstrekt, tenzij de werknemer meer dan 90% van de tijd zakelijk telefoneert daarmee. En dát kan nog een naheffingstechnisch staartje krijgen.

Hoe zouden jullie het onderscheid tussen telefoon/communicatieapparaat enerzijds en computer anderzijds definiëren?

Arnoud